Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4007

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-07-2010
Datum publicatie
26-08-2010
Zaaknummer
360895 - FA RK 10-1792
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Teruggeleidingsverzoek ingetrokken aangezien de ouders door middel van mediation zijn gekomen tot overeenstemming omtrent de hoofdverblijfplaats van de minderjarige (de minderjarige zal bij de moeder in Nederland blijven). De ouders hebben een vaststellingsovereenkomst ondertekend in welke overeenkomst -ondermeer- de hoofdverblijfplaats van de minderjarige en het contact van de vader met de minderjarige (die in Bulgarije woonachtig is) is vastgelegd. De overeenkomst is -op verzoek van de ouders- in de beschikking opgenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 10-1792

Zaaknummer: 360895

Datum beschikking: 1 juli 2010

Beschikking op het op 26 februari 2010 bij de rechtbank Amsterdam ingekomen verzoekschrift van:

de Directie Justitieel Jeugdbeleid, Afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Justitie, thans geheten de directie Control, Bedrijfsvoering en Juridische Zaken van het directoraat-generaal Preventie, Jeugd en Sancties, afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Justitie, belast met de taak van Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990 (Stb. 202) tot uitvoering van het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 (Trb. 1987, 139), gevestigd te 's-Gravenhage,

verder te noemen: de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf en namens:

[naam vader],

de vader,

wonende te [plaats A], Bulgarije.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[naam moeder],

de moeder,

wonende te [plaats B],

advocaat mr. M.T.N. Whiterod te Utrecht.

Procedure

Van de zijde van de vader is op 27 mei 2009 bij de Centrale Autoriteit een verzoek ingediend tot teruggeleiding naar Bulgarije van de minderjarige:

[minderjarige A], geboren op [geboortedatum] 1999 te [plaats A], Bulgarije.

Op 26 februari 2010 heeft de Centrale Autoriteit onderhavig verzoekschrift bij de rechtbank Amsterdam ingediend.

Bij beschikking d.d. 2 maart 2010 heeft de rechtbank Amsterdam de zaak doorverwezen naar de rechtbank 's-Gravenhage.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- het faxbericht d.d. 8 maart 2010 van de zijde van de moeder;

- de brief d.d. 26 maart 2010, met bijlagen, van de zijde van de moeder;

- het faxbericht d.d. 4 mei 2010, met bijlagen, van de Centrale Autoriteit;

- de brief d.d. 7 mei 2010, met bijlagen, van de zijde van de moeder;

- de brief d.d. 10 mei 2010, met bijlage, van de Centrale Autoriteit.

Op 11 mei 2010 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de Centrale Autoriteit in de persoon van mr. J.A. Krab, de vader, vergezeld door mevrouw Bulinova, tolk in de Bulgaarse taal, de moeder met haar advocaat, alsmede de Raad voor de Kinderbescherming in de persoon van E.K.M. Bakker. Van de zijde van de Centrale Autoriteit zijn pleitnotities overgelegd.

Na voormelde zitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van mediation tot een minnelijke schikking te komen.

De rechtbank heeft vervolgens het volgende ontvangen:

- de brief d.d. 29 juni 2010 van de zijde van de Centrale Autoriteit, met als bijlagen een wijzigingsverzoek behorende bij het op 26 februari 2010 door de Centrale Autoriteit, mede namens de vader, ingediende verzoek en door beide partijen op 13 mei 2010 en 26 juni 2010 ondertekende vaststellingsovereenkomsten.

Beoordeling

De Centrale Autoriteit heeft haar verzoek tot teruggeleiding van minderjarige ingetrokken en de rechtbank bij brief van 29 juni 2010, mede namens de vader, verzocht uitspraak te doen conform de tussen de moeder en de vader tot stand gekomen vaststellingsovereenkomsten.

De Centrale Autoriteit heeft daartoe gesteld dat:

- partijen op de zitting d.d. 11 mei 2010 hebben ingestemd met deelname aan mediation, teneinde met elkaar te trachten om tot een oplossing te komen van de kwestie rondom de woonplaats van de minderjarige;

- de mediation heeft geresulteerd in overeenstemming tussen de ouders, die zij hebben vastgelegd in voormelde vaststellingsovereenkomsten;

- partijen de rechtbank verzoeken om de tussen hen tot stand gekomen vaststellingsovereenkomsten te bekrachtigen door de afspraken voor zover mogelijk op te nemen in de door de rechtbank te geven rechtelijke uitspraak, althans (subsidiair) de afspraken te vermelden in de aan de beslissing ten grondslag liggende overwegingen althans (meer subsidiair) in ieder geval de vaststellingsovereenkomsten aan te hechten aan rechtelijke uitspraak.

Uit de beide vaststellingsovereenkomsten is de rechtbank gebleken dat de mediation heeft geresulteerd in algehele overeenstemming.

De vader en de moeder zijn onder meer overeengekomen dat de minderjarige in Nederland bij de moeder zal blijven wonen en studeren, dat de vaststellingsovereenkomst van

26 juni 2010 in de plaats treedt van de in Bulgarije en Nederland gedane uitspraken respectievelijk d.d. 22 maart 2010 (ref. nr. 234/22.03.2010) en 28 november 2008 (ref. nr. 4762/2007) en dat zij na ondertekening van de overeenkomst van 26 juni 2010 geen beroep meer op voormelde uitspraken kunnen doen. De moeder heeft verklaard de lopende procedures in Bulgarije in te trekken terwijl de vader het verzoek tot teruggeleiding intrekt en verzoekt de afspraken zoals vastgelegd in de overeenkomst van 13 mei 2010 (waarin regelingen zijn overeengekomen terzake van informatie en consultatie, medische aangelegenheden ten aanzien van de minderjarige, omgang (zowel in als buiten vakantieperiodes) en reis- en verblijfkosten) op te nemen in een beschikking.

De advocaat van de moeder heeft op 30 juni 2010 telefonisch meegedeeld dat de moeder

instemt met door de Centrale Autoriteit ingediende wijzigingsverzoek.

Het verzoek de getroffen onderlinge regelingen op te nemen in de beschikking kan als op de wet gegrond als volgt worden toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regelingen zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomsten en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M.J. Keltjens, R.G. de Lange-Tegelaar en

A.M.A. Keulen, tevens kinderrechters, bijgestaan door V. van den Hoed-Koreneef als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2010.