Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3724

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-07-2010
Datum publicatie
11-08-2010
Zaaknummer
AWB 09/8133 PARKBL
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting, digitale bezoekersvergunning, vergunningvoorwaarden. De digitale vergunning is ten onrechte (en in strijd met de vergunningvoorwaarden) niet aangemeld. Nu eiseres heeft gehandeld overeenkomstig de op de internetsite van de gemeente gegeven informatie/voorwaarden heeft zij er op mogen vertrouwen dat zij heeft geparkeerd met een geldige vergunning. De naheffingsaanslag moet worden vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/1364
FutD 2010-1973
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 4, enkelvoudige kamer

Procedurenummer: AWB 09/8133 PARKBL

Uitspraakdatum: 20 juli 2010

Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [P], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 11 november 2009 op het bezwaar van eiseres tegen de na te noemen aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.

I ZITTING

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2010.

Namens eiseres is daar verschenen [Y], haar echtgenoot. Namens verweerder is verschenen [A].

II BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- herroept de naheffingsaanslag en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder de kosten van het beroep ten bedrage van € 74,40 aan eiseres te voldoen;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 41 aan haar vergoedt.

III OVERWEGINGEN

1. Op 1 oktober 2009 omstreeks 21.19 uur stond de bij eiseres in gebruik zijnde auto, met kenteken [kenteken], geparkeerd aan de Suezkade te Den Haag. Deze locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen als plaats waar mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting. Op bedoelde plaats mag met een geldige vergunning of met een geldig parkeerkaartje worden geparkeerd.

2. Tijdens een controle op voormelde plaats, datum en tijdstip heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto geparkeerd stond zonder een geldige parkeerkaart of geldige (aangemelde) parkeervergunning. Naar aanleiding hiervan is aan eiseres de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

3. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

4. Eiseres heeft - kort weergegeven - aangevoerd dat zij heeft geparkeerd met een bezoekersvergunning in combinatie met een parkeerschijf duidelijk zichtbaar achter de voorruit. Daarmee heeft zij gehandeld overeenkomstig de voorwaarden/instructie zoals destijds weergegeven op de internetsite van de gemeente Den Haag. Eiseres mag er van uitgaan dat die informatie klopt en heeft er derhalve op mogen vertrouwen dat zij heeft voldaan aan de vergunningvoorwaarden. Dat de informatie op de internetsite destijds onjuist was, kan haar niet worden tegengeworpen. De vergunningvoorwaarden waaruit zou blijken dat voor een digitale parkeervergunning andere voorwaarden gelden, heeft eiseres niet ontvangen en kon daarvan dus niet op de hoogte zijn. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft eiseres een tweetal schermprinten overgelegd met daarop weergegeven de informatie op de internetsite van de gemeente Den Haag met betrekking tot het parkeren met een bezoekersvergunning, één met de gegeven informatie rondom 1 oktober 2009 (Schermprint I) en één met de gegeven informatie zoals laatstelijk gewijzigd op 16 november 2009 (Schermprint II).

5. Verweerder stelt dat geparkeerd is met een digitale parkeervergunning en dat deze op het bewuste moment in strijd met de vergunningvoorwaarden niet was aangemeld. Eiseres heeft dus niet geparkeerd met een geldige vergunning. De aanvrager van een digitale vergunning ontvangt per post het besluit waarbij de vergunning is verleend, de bijbehorende vergunningvoorwaarden en de digitale vergunning met een handleiding "Hoe werkt de digitale parkeervergunning?" (hierna: de handleiding). De aanvrager en de gebruiker van de vergunning moeten dus op de hoogte zijn van de voorwaarden. Als de vergunninghouder de voorwaarden niet heeft ontvangen, had hij deze op moeten vragen bij de gemeente. Dit geldt temeer daar in het vergunningbesluit specifiek wordt verwezen naar de bijlage met de voorwaarden.

6. De echtgenoot van eiseres (de vergunninghouder) heeft ontkend dat hij de bij de vergunning horende voorwaarden en de handleiding heeft ontvangen. Verweerder heeft dienaangaande aangevoerd dat hij het niet waarschijnlijk acht dat deze bescheiden niet met de vergunning zijn meegezonden. Deze enkele stelling van verweerder vindt de rechtbank onvoldoende om aannemelijk te achten dat de vergunninghouder de voorwaarden en de handleiding wel heeft ontvangen. De rechtbank houdt het er derhalve voor dat de vergunninghouder bij het verlenen van de bezoekersvergunning niet de bijbehorende voorwaarden en de handleiding heeft ontvangen.

7. Verweerder stelt vervolgens terecht dat in dat geval van betrokkene mag worden verwacht dat hij onderzoek doet naar de voorwaarden die zijn verbonden aan het gebruik van de vergunning. Anders dan verweerder kennelijk meent, acht de rechtbank daartoe echter niet noodzakelijk dat de parkeerder/vergunninghouder de schriftelijke voorwaarden opvraagt bij de Dienst Stadsbeheer. Met eiseres is de rechtbank van mening dat - uiteraard indien en voor zover dat voorhanden is - daartoe kan worden volstaan met het raadplegen van de informatie op de internetsite van de gemeente Den Haag. Dat eiseres al dan niet kon weten dat er ook een papieren bijlage met de voorwaarden beschikbaar is die zij kan opvragen, maakt dit niet anders. Dit sluit immers niet uit dat de informatie ook juist en volledig op internet beschikbaar is.

8. De door eiseres overgelegde Schermprint I luidt - voor zover van belang - als volgt:

"Ik woon in Mient tot Volendamlaan, Regentessekwartier en Duinoord, Rustenburg-Oostbroek, Scheveningen-Dorp-Oost, Transvaal of Valkenboskwartier. Hoe kan mijn bezoek parkeren?

In Fout! De Hyperlinkverwijzing is ongeldig., Regentessekwartier en Duinoord, Rustenburg-Oostbroek, Scheveningen-Dorp-Oost, Transvaal of Valkenboskwartier kunnen bezoekers alleen de digitale bezoekerspas gebruiken.

(...)

Hoe werkt de parkeervergunning voor bezoekers?

* Een bezoekersparkeervergunning geeft in combinatie met een parkeerschijf recht op twee uur gratis parkeren in het eigen parkeervergunninggebied. Na twee uur mag de parkeerschijf opnieuw handmatig voor een periode van twee uur worden ingesteld;

* U mag de bezoekersvergunning niet gebruiken voor uw eigen auto;

* U mag maar één parkeerschijf per bezoekersparkeervergunning gebruiken;

* Bij het instellen van de parkeerschijf moet u de tijd van aankomst gebruiken en niet de tijd van vertrek;

* De tijd van aankomst mag u in uw voordeel afronden op een heel of half uur;

* Tijdens de uren dat betaald parkeren geldt, moet uw bezoek de parkeerschijf iedere twee uur doordraaien;

* Het is toegestaan om een parkeerkaartje uit de automaat te kopen en de parkeertijd 'op te tellen', zodat u niet na twee uur terug hoeft te komen om de parkeerschijf door te draaien."

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres aan deze op de internetsite van de gemeente Den Haag gegeven informatie de conclusie mogen verbinden dat zij indien zij parkeert met een bezoekersvergunning in combinatie met een parkeerschijf voldoet aan de vergunningvoorwaarden die zijn verbonden aan het gebruik van de digitale bezoekersparkeervergunning. Nu in de digitale gebruiksinstructie niets staat vermeld over het aanmelden van de digitale vergunning, behoefde eiseres niet te weten dat dit een noodzakelijke voorwaarde was. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank niet hoeven te twijfelen aan de op internet door de gemeente gegeven informatie. Dit geldt temeer daar de op internet - en op Schermprint I - weergegeven informatie en voorwaarden voldoende specifiek en uitgebreid zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding waarom eiseres had moeten beseffen dat de gegeven informatie onvolledig was en waarom zij (aanvullend) de schriftelijke voorwaarden bij de Dient Stadsbeheer had moeten opvragen.

10. Dat op de schermprint "Fout! De Hyperlinkverwijzing is ongeldig" staat weergegeven, doet hier niet aan af. Verweerder heeft niet - in ieder geval niet voldoende concreet - weersproken dat de schermprint de destijds op de internetsite van de Gemeente gegeven informatie weergeeft. Nu deze "foutmelding" niets lijkt te zeggen over de wijze waarop de bezoekersparkeervergunning kan worden gebruikt, ziet de rechtbank geen aanleiding om andersluidend te oordelen.

11. Het standpunt van verweerder dat op de internetsite van de gemeente Den Haag een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de gewone "papieren" vergunning en de digitale vergunning en dat eiseres zich daarom beter op de hoogte had moeten stellen, vindt geen steun in de feiten en acht de rechtbank onbegrijpelijk.

12. Bij het voorgaande overweegt de rechtbank tevens dat uit Schermprint II (Bijlage 3 bij het beroepschrift) blijkt dat de gemeente de op internet gegeven informatie nadien ingrijpend heeft aangepast. In de daarop weergegeven voorwaarden wordt specifiek en overduidelijk vermeld dat de digitale bezoekerspas moet worden aangemeld. Daaruit leidt de rechtbank af dat de omstreeks 1 oktober 2009 op de internetsite gegeven informatie onvolledig was. Dit kan eiseres echter niet worden aangerekend.

13. Vaststaat dat eiseres heeft geparkeerd met een bezoekersvergunning in combinatie met een parkeerschijf duidelijk zichtbaar achter de voorruit. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft eiseres erop mogen vertrouwen dat zij daarmee voldeed aan de vergunningvoorwaarden. Nu niet in geschil is dat eiseres op het aanmelden van de digitale vergunning na voldeed aan de overige vergunningvoorwaarden, moet het er voor worden gehouden dat eiseres erop heeft mogen vertrouwen dat zij heeft geparkeerd met een geldige vergunning. De naheffingsaanslag is derhalve ten onrechte aan haar opgelegd.

14. Verweerder heeft ter zitting nog aangevoerd dat eiseres (of haar echtgenoot) reeds vóór de bewuste datum in september 2009 de digitale vergunning al eens heeft aangemeld. Dit maakt het voorstaande niet anders. Dit doet immers niets af aan het feit dat eiseres vervolgens bij het parkeren heeft gehandeld overeenkomstig de op de internetsite gegeven informatie/voorwaarden. Hetzelfde geldt voor de ter zitting geplaatste opmerking van verweerder dat vóórdat de digitale bezoekersvergunning is ingevoerd er huis-aan-huis informatiefolders zijn verstrekt.

15. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het beroep gegrond verklaard.

16. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met de door eiseres genoemde reiskosten (€ 3,20) en verletkosten (€ 71,20) van haar echtgenoot gesteld op € 74,40.

Aldus vastgesteld door mr. T. van Rij, in tegenwoordigheid van de griffier

mr. A.J. Kwestro.

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2010.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.