Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3648

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-07-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
924457 \ CV EXPL 10-146 + herstelvonnis
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wegens onduidelijkheid omtrent de vraag op grond waarvan en op welke datum de eisende partij als verkrijger van de onderhavige rechten (vordering) moet worden aangemerkt, wordt de vordering afgewezen. Overweging ten overvloede betreffende ambtshalve toetsing of beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

VONNIS

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton-Locatie Gouda

ET\Zaaknummer 924457 \ CV EXPL 10-146

C/WD

Toev. nr. ged.: 3GC4033

VONNIS in de zaak:

de besloten vennootschap [X] Purchase B.V., voorheen genaamd Transfair Purchase B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eisende partij in conventie, verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2];

tegen

[Y],

wonende te Gouda,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde mr. E.H.P. Dingenouts.

1 Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende stukken:

- dagvaarding;

- conclusie van antwoord tevens eis in voorwaardelijke reconventie + producties;

- conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie + producties;

- conclusie van dupliek tevens repliek in voorwaardelijke reconventie;

- conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie + producties.

2. De beoordeling

2.1 Tussen partijen staat als niet of onvoldoende weersproken het volgende vast:

a. gedaagde partij, verder te noemen [Y], is op 20 februari 2009 een overeenkomst voor bepaalde tijd met T-Mobile aangegaan terzake het gebruik van het mobiele telecommunicatienetwerk van T-Mobile Netherlands B.V., hierna verder te noemen T-Mobile;

b. T-Mobile heeft aan [Y] een mobiele communicatieaansluiting, een telefoonnummer en een abonnement met een SIM-kaart ter beschikking gesteld;

c. In de periode 25 maart 2009 tot en met 23 juli 2009 heeft [Y] meerdere facturen onbetaald gelaten;

d. Op 9 juni 2009 heeft [A], projectleider “Back on Track”, namens [Y] aan T-Mobile Klantenservice een brief geschreven waarin zij meedeelt de abonnementen te willen opzeggen, omdat de abonnementen onder dwang zijn aangegaan, dat [Y] weliswaar haar handtekeningen onder de contracten heeft gezet, doch dat dit niet uit vrije wil is gedaan, maar als gevolg van ernstige bedreigingen van [Y] en haar familieleden. Van deze bedreiging is door [Y] aangifte gedaan;

d. T-Mobile heeft de overeenkomst op 15 juli 2009 ontbonden;

e. Op 31 juli 2009 schreef [X] aan [Y] dat T-Mobile Netherlands B.V. de vordering op [Y] heeft verkocht en overgedragen aan [X] Purchase B.V. en dat de behandeling van deze vordering wordt uitgevoerd door [X] B.V.;

f. Op 14 september 2009 is door [X] een brief aan [Y] gezonden, waarin [X] stelt op te treden namens T-Mobile en waarin [Y] in gebreke wordt gesteld om de vordering van T-Mobile voor 28 september 2009 te voldoen en in welke brief T-Mobile Netherlands B.V., voor zover van toepassing de ontbinding van de overeenkomst inroept.

g. Op 6 oktober 2009 schreef [X] aan gedaagde partij: “Hierbij berichten wij dat uw vordering ten gevolge van een juridische splitsing van [X] B.V. (voorheen genaamd Transfair B.V.) op 30 september 2006 van rechtswege is overgegaan naar [X] Purchase B.V. (voorheen genaamd Transfair Purchase B.V.) Door deze overgang heeft [X] Purchase B.V. vanaf genoemde datum het recht om u aan te spreken op betaling van het door u verschuldigde bedrag. Voorzover u reeds eerder in kennis werd gesteld van de overdracht van uw vordering naar [X] Purchase B.V. kunt u deze kennisgeving als niet verzonden beschouwen (…)”;

2.2 Eisende partij, verder te noemen [X] vordert [Y] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - te veroordelen om aan [X] te betalen als hoofdsom op grond van het voorgaande een bedrag van € 1.219,18. Daarnaast vordert zij vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 178,50 en betaling van de contractuele rente ad 1% per maand vanaf 4 april 2009, tot 4 oktober 2010 berekend op een bedrag van € 75,--. In totaal vordert zij derhalve een bedrag van € 1.472,68, vermeerderd met de overeengekomen rente ad 1% per maand over een bedrag van € 1.219,18 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, onder verwijzing van [Y] in de kosten van dit geding.

2.3 [X] heeft aan haar vorderingen de sub 2.1 vastgestelde feiten ten grondslag gelegd. Zij voert verder het volgende aan.

a. T-Mobile Netherlands B.V. (hierna: T-Mobile) heeft haar vordering op 30 juli 2009 aan [X] verkocht en gecedeerd. Van deze cessie is [Y] schriftelijk in kennis gesteld.

b. Op grond van de volgens [X] toepasselijke algemene voorwaarden was [Y] verplicht de haar op grond van voornoemde overeenkomst gefactureerde bedragen te voldoen binnen de op de factuur gestelde termijn. Per 4 april 2009 is [Y] dienaangaande in gebreke gebleven en derhalve in verzuim, op grond waarvan zij vanaf die datum de overeengekomen rente naar 1% per maand verschuldigd is ingevolge de algemene voorwaarden. Omdat gedaagde partij, ondanks aanmaning, niet binnen een termijn van veertien dagen na buitengebruikstelling heeft voldaan aan de contractuele betalingsverplichting, heeft T-Mobile na afloop van die termijn de overeenkomst op grond van de algemene voorwaarden ontbonden. Naast (vergoeding van) achterstallige abonnements- en gesprekskosten vordert [X] tevens (vergoeding van) de nog te vervallen abonnementskosten voor de “lopende contractsperiode” wegens geleden schade in de vorm van gederfde inkomsten ten gevolge van het voortijdig ontbinden van de overeenkomst. Deze kosten is [Y] volgens [X] verschuldigd op grond van artikel 6:74 BW.

2.4 [Y] voert verweer. Zij voert aan dat, indien al van een vordering van T-Mobile op haar sprake is, niet van een rechtsgeldige cessie kan worden gesproken. Zij stelt daartoe dat uit een door haar overgelegd BKR schuldenoverzicht van 8 februari 2010 blijkt dat bij BKR een vordering van T-Mobile staat geregistreerd. Verder heeft [X] op 14 september 2009 een brief aan [Y] gezonden, waarin [X] stelt op te treden namens T-Mobile en wordt in die brief gesproken over een vordering van T-Mobile. Daarnaast heeft [X] met haar brief van 6 oktober 2009 voor nog meer verwarring gezorgd. De stellingen omtrent de cessie zijn tegenstrijdig.

Op de andere stellingen van [Y] zal hierna nog worden ingegaan.

2.5 In reconventie stelt [Y] een voorwaardelijke vordering in, inhoudende dat,

zo zal worden geoordeeld dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen [Y] en T-Mobile, althans dat deze terecht is vernietigd, eisende partij wordt veroordeeld in de door [Y] gemaakte buitengerechtelijke kosten alsmede een vergoeding van immateriële schade in totaal ad € 300,--.

2.6 De kantonrechter overweegt het volgende.

a. De thans in het geding zijnde vordering is ingesteld door [X]. [X] stelt in eerste instantie dat zij door verkoop en cessie op 30 juli 2009 rechthebbende is geworden van de vordering. Vervolgens legt zij bij conclusie van repliek een akte van cessie van vorderingen d.d 19 maart 2008 over, waarin wordt gesteld dat de cedent (T-Mobile Netherlands B.V. aan cessionaris ([X] Purchase B.V.) onder de voorwaarden van de tussen cedent en cessionaris ondertekende Overeenkomst van Koop/Verkoop d.d. 19 maart 2008 alle vorderingen als bedoeld in de Overeenkomst, inclusief nevenrechten, zoals nader gespecificeerd op periodieke opdrachtbevestigingen, verkoopt en overdraagt. [X] legt de overeenkomst en de periodieke opdrachtbevestigingen zelf niet over, zodat niet kan worden nagegaan of de onderhavige vordering in de overeenkomst is begrepen. Evenmin kan worden nagegaan of de vordering krachtens de akte van cessie van 19 maart 2008 op [X] is overgegaan. De in geding gebrachte akte van cessie biedt onvoldoende grond voor het oordeel dat de toekomstige vordering van T-Mobile op haar toekomstige klant [Y] daarmee is overgedragen en op de daarin voorgeschreven wijze is geleverd.

b. In haar conclusie van repliek stelt [X] dat de brief van 6 oktober 2009 betreffende de juridische splitsing op 30 september 2006 van [X] B.V. blijkens de tekst van die brief als niet verzonden moet worden beschouwd nu [Y] reeds op 31 juli 2009 bericht van [X] had ontvangen dat T-Mobile Netherlands B.V. de vordering op [Y] heeft verkocht en overgedragen aan [X] Purchase B.V.

c. De stellingen van [X] zijn niet goed te volgen. Immers, indien de rechten (of de vordering) reeds op 19 maart 2008 reeds zijn (is) overgegaan op [X] Purchase B.V. lijkt het niet waarschijnlijk dat [X] op 30 juli 2009 door verkoop en cessie van

T-Mobile aan haar, rechthebbende van de vordering is geworden. De verkoop en cessie van de rechten met T-Mobile als vervreemder heeft dan kennelijk op een eerder tijdstip dan 30 juli 2009 plaatsgevonden. Wegens deze onduidelijkheid omtrent de vraag op grond waarvan en op welke datum [X] als verkrijger van de onderhavige rechten (vordering) moet worden aangemerkt, dient de vordering te worden afgewezen.

2.7 De kantonrechter overweegt ten overvloede nog het volgende. De vordering van [X] valt voor wat betreft de hoofdsom in wezen uiteen in twee onderdelen. Enerzijds vordert [X] betaling van de door [Y] verschuldigde kosten inzake “het gebruik van het mobiele telefoonnetwerk” en anderzijds vordert zij betaling van een bedrag gelijk aan de schade ten gevolge van de ontbinding, welke schade zij stelt op “de nog te vervallen abonnementskosten van de lopende contractsperiode”.

Ten aanzien van het tweede onderdeel van de hoofdsom, waarbij [X] zich beroept op artikel 11.3 van de bij conclusie van repliek overgelegde algemene voorwaarden, dient de kantonrechter ingevolge jurisprudentie van het Hof van Justitie ambtshalve te toetsen of dat beding onredelijk bezwarend is. De kantonrechter stelt vast dat in artikel 11.3 van de overgelegde algemene voorwaarden slechts wordt gesproken over de bevoegdheid van

T-Mobile om de technische eigenschappen van de dienst en/of het netwerk te wijzigen. Voor zover [X] bedoelt zich te beroepen op artikel 5.4 van de algemene voorwaarden komt de kantonrechter tot het oordeel dat het litigieuze beding onredelijk bezwarend moet worden geacht. De ontbinding van de overeenkomst brengt immers ook een besparing van kosten met zich mee. [X] geeft geen inzicht in aard en omvang van een dergelijke kostenbesparing.

2.8 Of [Y] abonnements- en gesprekskosten verschuldigd is tot de datum van ontbinding van de overeenkomst laat de kantonrechter in het midden. De stellingen van partijen op dit punt behoeven, gezien het hiervoor overwogene, geen nadere bespreking.

2.9 Nu aan de door [Y] gestelde voorwaarden voor de reconventie niet is voldaan behoeft de vordering in reconventie geen bespreking.

2.10 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [X] in de kosten worden verwezen.

3. Beslissing

De kantonrechter:

1. wijst de vordering af.

2. veroordeelt [X] in de kosten van dit geding, tot hiertoe aan de zijde van [Y] begroot op in totaal € 300,--, voor salaris van de gemachtigde van [Y], onverminderd de eventueel over de verschotten verschuldigde btw;

3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. W.N.L. Donker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2010.

**

**

Dit vonnis is verbeterd bij herstelvonnis van 8 juli 2010 dat is getekend door kantonrechter M. Nijenhuis en aan dit vonnis gehecht en opnieuw uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.

VERBETERING VAN EEN VONNIS

Bijlage bij het vonnis van 1 juli 2010, gegeven op 8 juli 2010

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton, locatie Gouda

rolnummer: 924457 \ CV EXPL 10-146

datum verbetering: 8 juli 2010

Herstelvonnis van 8 juli 2010

Verbetering van het op 1 juli 2010 uitgesproken vonnis

in de zaak van:

de besloten vennootschap [X] Purchase B.V., voorheen genaamd Transfair Purchase B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eisende partij in conventie, verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde [gemachtigde 1] & [gemachtigde 2],

tegen

[Y],

wonende te Gouda,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde mr. E.H.P. Dingenouts.

Partijen zullen hierna [X] en [Y] genoemd worden.

Het verzoek tot verbetering

Bij brief van 2 juli 2010 heeft (de gemachtigde van) [Y] de kantonrechter verzocht het op 1 juli 2010 in de onderhavige zaak gewezen vonnis voor wat betreft de daarin opgenomen proceskostenveroordeling te verbeteren, aangezien abusievelijk is bepaald dat de proceskostenveroordeling aan [Y] dient te worden betaald, terwijl deze aan de griffier dient te worden betaald.

[X] heeft medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde verbetering van het vonnis.

De beoordeling

De proceskosten hebben bestaan uit gemachtigdensalaris ad € 300,--.

De kantonrechter is van oordeel dat het vonnis van 1 juli 2010 voor wat betreft de kostenveroordeling een ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fout bevat in de zin van artikel 31 Rv. Op dat punt dient dat vonnis dan ook te worden verbeterd zoals hieronder in het dictum weergegeven.

De beslissing

De kantonrechter:

- verbetert het tussen partijen gewezen en op 1 juli 2010 uitgesproken vonnis in die zin dat de daarin opgenomen proceskostenveroordeling komt te luiden als volgt:

“veroordeelt [X] in de kosten van dit geding, tot hiertoe aan de zijde van [Y] begroot op in totaal € 300,-- voor gemachtigdensalaris en veroordeelt [X] mitsdien om dit bedrag te voldoen aan de griffier van de sector kanton Gouda van de rechtbank ’s-Gravenhage.”

- gelast de griffier van deze rechtbank om deze verbetering aan de minuut van het vonnis van 1 juli 2010 te hechten en om op de eerste bladzijde van die minuut de volgende tekst te stellen:

“Dit vonnis is verbeterd bij herstelvonnis van 8 juli 2010 dat is getekend door kantonrechter mr. M. Nijenhuis en aan dit vonnis gehecht en opnieuw uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.”;

- handhaaft het vonnis van 1 juli 2010 voor het overige.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Nijenhuis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2010.