Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3554

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-08-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
369660 / FA RK 10-5056
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

1:253a Burgerlijk Wetboek

Verhuizingsbeschikking.

Verzoeken van de vader zijn afgewezen en moeder is onder meer vervangende toestemming verleend om met de minderjarigen van plaats A naar plaats B te verhuizen. Het toekomstperspectief van de minderjarige ligt bij de hoofdverzorger, de moeder.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2010/156

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 10-5056

Zaaknummer: 369660

Datum beschikking: 5 augustus 2010

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 18 juni 2010 ingekomen verzoek van:

[de vader],

wonende te [plaats A],

advocaat: mr. K.C. Diepstraten te Leiden.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

wonende te [plaats A],

advocaat: mr. F. Borger-van der Burg te 's-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het faxbericht met bijlagen d.d. 6 juli 2010 van de zijde van de vader;

- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;

- het faxbericht met bijlage d.d. 7 juli 2010 van de zijde van de vader.

De minderjarige [minderjarige A], heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. De minderjarige [minderjarige B], heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.

Op 8 juli 2010 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder bijgestaan door mr. M.P.J.M. Kreté-Marres, zijnde een kantoorgenoot van haar advocaat. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Verzoek en verweer

De vader heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:

primair:

1. de moeder te verbieden met medeneming van de minderjarigen naar [plaats B] of elders buiten [plaats A] te verhuizen, op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag dat de moeder in strijd hiermee handelt (tot een maximum van € 50.000,--);

2. de moeder te bevelen actief mee te werken aan het voortduren van de huidige regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling);

3. de moeder te bevelen mee te werken aan de hernieuwde inschrijving van de minderjarigen op de huidige school met ongedaanmaking van de inschrijving op de school te [plaats B], met bepaling dat als de moeder deze medewerking niet binnen twee weken na de te wijzen beschikking verleent, de door de rechtbank te geven beschikking hiervoor in de plaats treedt;

4. de moeder te bevelen mee te werken aan het intrekken van de opzegging van het lidmaatschap van de [hockeyclub A] van de minderjarigen en hen hier opnieuw te doen inschrijven, met bepaling dat als de moeder deze medewerking niet binnen twee weken na de te wijzen beschikking verleent, de door de rechtbank te geven beschikking hiervoor in de plaats treedt;

subsidiair:

5. te bepalen dat de minderjarigen de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.

Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht:

- de moeder ingevolge artikel 1:253a BW vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen per 1 september 2010 te verhuizen van [plaats A] naar [plaats B];

- de moeder vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige B] uit te schrijven van de [school A] te [plaats A] en in te schrijven op [school B] te [plaats B];

- de moeder vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige A] uit te schrijven van [school C] en in te schrijven op [school D];

- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige B] met ingang van 1 september 2010 bij de moeder zal zijn;

- de zorgregeling te wijzigen, in die zin dat de minderjarigen ieder weekeinde van zaterdag na de hockeywedstrijd tot zondagavond bij de vader verblijven, althans vaststelling van een zodanige zorgregeling als de rechtbank juist acht;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [huwelijksdatum] 1993 tot [huwelijksdatum] 2006.

- Uit dit huwelijk zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren:

- [minderjarige A], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

- [minderjarige B], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

- Bij echtscheidingsconvenant d.d. 2 april 2006 zijn partijen - voor zover hier van belang - een zorgregeling overeengekomen, in die zin dat:

- de minderjarigen ieder tweede weekeinde van donderdagavond tot en met zondagochtend, in onderling overleg te verlengen tot zondagavond, bij de vader zijn,

- iedere donderdagavond tot vrijdagavond bij de vader zijn,

- de vader de minderjarigen iedere maandagmiddag om 15.15 uur uit school haalt,

- de vader [minderjarige B] iedere dinsdag uit de NSO haalt en haar bij de moeder brengt,

- het verblijf van de minderjarigen gedurende de vakanties bij helfte wordt verdeeld, waarbij afwijking in onderling overleg mogelijk is,

- de minderjarigen de overige tijd bij de moeder verblijven.

Voorts hebben partijen in het convenant afgesproken dat [minderjarige B] in het bevolkingsregister op het adres van de vader wordt ingeschreven en [minderjarige A] op het adres van de moeder.

Beoordeling

De verhuizing/hoofdverblijfplaats

Tussen partijen is in geschil of de moeder met de minderjarigen naar [plaats B] mag verhuizen. Artikel 1:253a, eerste lid, BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank heeft ter terechtzitting op voet van het vijfde lid van voornoemd artikel een vergelijk tussen partijen beproefd. Gebleken is dat partijen niet in onderling overleg tot een gezamenlijke oplossing kunnen komen. De rechtbank zal derhalve in het navolgende de verzoeken van partijen inhoudelijk beoordelen en een beslissing nemen die haar in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt. De rechtbank stelt in dit kader voorop dat zij daarbij alle omstandigheden van het geval in acht dient te nemen. Dit betekent dat de rechtbank naast het zwaarwegende belang van de minderjarigen, ook de belangen van elk van de ouders in haar afweging zal betrekken (HR 25 april 2008, LJN: BC5901).

De moeder heeft gesteld dat zij per 1 september 2010 naar [plaats B] zal verhuizen omdat haar nieuwe partner daar woont en werkt.

De bezwaren van de vader tegen deze verhuizing zijn vooral ingegeven door de wijze waarop hij de minderjarigen - met name [minderjarige A] - thans begeleidt in hun hockeycarrière bij [hockeyclub A]. De vader heeft betoogd dat de voorgenomen verhuizing in strijd is met het belang van de minderjarigen, nu de minderjarigen dan niet op het huidige (hoge) niveau kunnen blijven hockeyen bij [hockeyclub A] en zij niet op de huidige goede scholen kunnen blijven. Bovendien verliest de vader daardoor een belangrijk deel van zijn huidige vaderrol, namelijk de begeleiding van zijn dochters bij het hockeyen bij [hockeyclub A], die door de verhuizing en het wisselen van hockeyclub zal stoppen.

De rechtbank stelt vast dat zowel de vader als de moeder in het onderhavige geschil onverkort blijven vasthouden aan hun eigen voornemen respectievelijk standpunt, waardoor er in deze zaak geen ruimte is om door middel van mediation te trachten tot een oplossing te komen. Immers, voor de moeder staat vast dat zij zich met ingang van 1 september 2010 bij haar nieuwe partner zal vestigen - zij heeft de woning in [plaats A] reeds verkocht - en de vader houdt onverkort vast aan zijn standpunt dat de huidige - rond het hockeyen van de minderjarigen bij [hockeyclub A] georganiseerde - zorgregeling hoe dan ook in stand moet blijven.

Het is derhalve thans aan de rechtbank om de knoop door te hakken. Daartoe dienen alle betrokken belangen - waaronder op de eerste plaats die van de minderjarigen - te worden gewogen.

Als onweersproken staat vast dat de hoofdverblijfplaats van beide minderjarigen - in afwijking van hetgeen partijen, naar is gebleken, om fiscale redenen in het echtscheidingsconvenant zijn overeengekomen - feitelijk bij de moeder is. Voorts is niet in geschil dat de in het convenant overeengekomen zorgregeling tussen de vader en de minderjarigen niet naar de letter is nageleefd. De moeder heeft onweersproken gesteld dat zij de afgelopen drieënhalf jaar de (dagelijkse) zorg voor de minderjarigen op zich heeft genomen, waarbij het contact tussen de vader en de minderjarigen hoofdzakelijk is georganiseerd rond het hockeyen van de minderjarigen bij [hockeyclub A], bij welke club de vader eveneens actief is. De vader heeft ter terechtzitting desgevraagd verklaard dat hij de minderjarigen thans gemiddeld drie tot vier keer per week haalt van en brengt naar de hockeytraining. Voorts verblijven de minderjarigen gemiddeld twee zaterdagen per maand na de hockeywedstrijd bij de vader en overnachten zij af en toe van zaterdag op zondagnacht bij hem.

De rechtbank acht voortzetting van de stabiele opvoedingssituatie bij de hoofdverzorger, de moeder, het meest in het belang van de minderjarigen. Het perspectief voor wat betreft de dagelijkse verzorging van de minderjarigen ligt derhalve bij de moeder. Toewijzing van het subsidiaire verzoek van de vader om de volledige dagelijkse verzorging en opvoeding van zijn dochters op zich te nemen, is naar het oordeel van de rechtbank niet in het belang van de minderjarigen. De rechtbank baseert zich hierbij mede op de mening van de minderjarigen zelf, die beiden uitdrukkelijk hebben aangegeven niet bij de vader en wel bij de moeder (en haar nieuwe partner) te willen wonen. Daarnaast is gebleken dat de minderjarigen sinds het uiteengaan van de ouders slechts af en toe bij de vader hebben overnacht. Voorts blijkt uit de niet dan wel onvoldoende weersproken stelling van de moeder dat de minderjarigen bij de vader geen eigen (slaap)plek (meer) hebben, dat de woning van de vader onvoldoende is toegerust op een langdurig verblijf van de minderjarigen en dat de vader in het verleden onvoldoende in staat is gebleken om zaken als maaltijden voor de minderjarigen goed te regelen. Ten slotte hebben de minderjarigen aangegeven er geen vertrouwen in te hebben dat de dagelijkse (doordeweekse) verplichtingen, zoals op tijd op school komen, onder leiding van de vader goed zullen verlopen. [minderjarige A] heeft zich loyaal getoond naar zowel haar moeder als haar vader, maar zij heeft duidelijk te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen verplaatsing van haar leven, waaronder school en hobby's (hockey) naar [plaats B]. De stelling van de vader dat het niveau van de [hockeyclub B] onder dat van [hockeyclub A] ligt, als gevolg waarvan de minderjarigen de mogelijkheid wordt ontnomen om hun talenten op dit gebied te ontplooien doet hieraan niet af. Immers, voor zover er al sprake is van een lager niveau - hetgeen de moeder overigens ter terechtzitting gemotiveerd heeft bestreden - overweegt de rechtbank dat [minderjarige A] in haar verhoor desgevraagd te kennen heeft gegeven zich thuis te voelen bij de [hockeyclub B] en dat zij vanuit deze club ook de mogelijkheid heeft om zich te selecteren voor het districtsteam.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen van de moeder naar de vader geen recht doet aan het belang van de minderjarigen. Nu voorts duidelijk is geworden dat de moeder, die er een gerechtvaardigd belang bij heeft om met haar huidige partner een nieuw leven op te bouwen, haar leven naar [plaats B] verplaatst, terwijl niet is gebleken dat voortzetting van hun leven aldaar voor de minderjarigen op reële bezwaren stuit, zal de door de moeder verzochte toestemming worden verleend.

Daarbij heeft de rechtbank mede in overweging genomen dat er ook dan nog, zoals hierna nog zal worden overwogen, voldoende mogelijkheden zijn voor regelmatig contact tussen de vader en de minderjarigen.

De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de vader dat de partner van de moeder moet worden gehouden aan zijn eerdere verklaring, in die zin dat hij zijn in [plaats B] gevestigde makelaarskantoor in de Randstad kan voortzetten. De moeder heeft in dit verband aannemelijk gemaakt dat gezien de huidige malaise in de woningmarkt als gevolg van de economische crisis, deze verklaring is achterhaald.

Het vorenstaande maakt dat de rechtbank - onder afwijzing van de verzoeken van de vader - aan de moeder de door haar verzochte toestemming zal verlenen als na te melden.

De zorgregeling

Als gevolg van de verhuizing van de minderjarigen staat vast dat de huidige zorgregeling in de praktijk niet meer kan worden uitgevoerd. De moeder heeft om die reden een aanbod gedaan tot vaststelling van een gewijzigde zorgregeling tussen de vader en de minderjarigen. De vader heeft slechts gepersisteerd bij zijn standpunt dat alles bij het oude moet blijven en hij heeft zich om die reden niet uitgelaten over een eventueel noodzakelijke wijziging van de zorgregeling.

Gelet op het voorgaande en nu er in het belang van de minderjarigen regelmatig contact met de vader moet zijn, zal de rechtbank het verzoek van de moeder als onvoldoende weersproken, op de wet gegrond, en in het belang van de minderjarigen toewijzen. De rechtbank zal bepalen dat de minderjarigen in beginsel ieder weekeinde van zaterdag na de hockeywedstrijd tot zondagavond bij de vader verblijven. De rechtbank laat de verdere concrete invulling van deze regeling over aan partijen en de (al wat oudere) minderjarigen zelf. Hierbij wordt opgemerkt dat de rechtbank er op grond van hetgeen de moeder ter terechtzitting naar voren heeft gebracht van uitgaat dat zij zich zal inspannen om het regelmatige contact tussen de vader en de minderjarigen zoveel mogelijk te stimuleren en te faciliteren.

De proceskosten

Gelet op het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn en het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank - met wijziging in zoverre van het echtscheidingsconvenant d.d. 2 april

2006 -:

verleent de moeder toestemming om met ingang van 1 september 2010 met de minderjarigen:

- [minderjarige A], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

- [minderjarige B], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

te verhuizen van [plaats A] naar [plaats B];

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige B], met ingang van 1 september 2010 de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;

verleent de moeder toestemming om [minderjarige B] uit te schrijven van de [school A] te [plaats A] en in te schrijven op [school B] te [plaats B];

verleent de moeder toestemming om [minderjarige A] uit te schrijven van het [school C] en in te schrijven op het [school D];

bepaalt dat de minderjarigen ieder weekeinde van zaterdag na de hockeywedstrijd tot zondagavond bij de vader zullen zijn;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.