Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3469

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-08-2010
Datum publicatie
09-08-2010
Zaaknummer
370478 - KG ZA 10-855
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot het (doen) plaatsen van een rectificatie in de Telegraaf toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 2 augustus 2010,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 370478 / KG ZA 10-855 van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te ’s-Gravenhage,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. R.H.J. Koopmans te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’.

1. De procedure

De voorzieningenrechter heeft ter zitting op 22 juli 2010 bepaald dat de door [gedaagde] overgelegde producties niet in beschouwing zullen worden genomen, nu deze stukken niet binnen 24 uur voorafgaande aan de zitting zijn ingediend en de raadsman van [eiser] tegen overlegging ter zitting bezwaar heeft gemaakt.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 22 juli 2010 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. [eiser] is een projectontwikkelaar en aannemer. [Gedaagde] heeft - tezamen met haar echtgenoot - in eigendom een pand aan de Rembrandtweg 26 te Noordwijk, waarin een hotelbedrijf wordt geëxploiteerd. [Gedaagde] verhuurt het pand thans aan Hotel Restaurant de Branding B.V. (hierna: De Branding), waarvan haar dochter - mevrouw [dochter gedaagde] - enig aandeelhouder en directeur is. De Branding verhuurt het pand door aan de heer [exploitant], die het hotel-restaurant exploiteert.

2.2. Op 26 juni 2010 is in de zaterdageditie van De Telegraaf een artikel gepubliceerd onder de kop “Burgemeester in de verdediging” en de subkop “Ondernemers verdenken [burgemeester] van gesjoemel” (hierna: het artikel). In het artikel staat, voor zover thans relevant, het volgende (waarbij [initialen] staat voor [schrijver artikel], schrijver van het artikel):

‘Voor mevrouw [gedaagde], al dertig jaar eigenaresse van hotel De Branding aan de Rembrandtweg, is [burgemeester fout, hartstikke fout.,,De gemeente wilde mij tot sluiting dwingen. Na dertig jaar hard werken wilden de burgemeester en zijn vriendje de projectontwikkelaar mijn hotel inpikken om er villa’s te kunnen bouwen. [Burgemeester] zei: Ga maar naar [eiser] (Noordwijkse projectontwikkelaar, [initialen]). Ik was kapot, ik ben de enige in Noordwijk die is gesloten terwijl alle andere hotels een jaar de tijd kregen aanpassingen te plegen.”’

2.3. Uit bovengenoemd Telegraaf artikel zijn delen overgenomen door de nieuwswebsites www.mijnnoordwijk.nl en www.echo.nl.

3. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

3.1. [Eiser] vordert – zakelijk weergegeven – [gedaagde] op straffe van een dwangsom:

I) te veroordelen tot het (doen) plaatsen van een rectificatie in de eerstvolgende zaterdageditie van het dagblad “De Telegraaf” op pagina 1, sectie Exclusief Reportages en achtergronden (het TA gedeelte), in een zwart kader met de afmetingen 11,5 cm breed en 8,5 cm, met de volgende inhoud en zonder toevoegingen en/of commentaar:

RECTIFICATIE

In de Telegraaf van 26 juni 2010 is onder de kop “Burgemeester in de verdediging” en de subkop “Ondernemers verdenken [burgemeester] van gesjoemel” een artikel verschenen over burgemeester [burgemeester]. In het artikel wordt door mevrouw [gedaagde], directeur van hotel De Branding in Noordwijk gesteld dat burgemeester [burgemeester] “hartstikke fout” is en dat dit zou blijken uit het feit dat de gemeente [gedaagde] tot sluiting van haar hotel wilde dwingen en op deze wijze de burgemeester en de projectontwikkelaar [eiser] het hotel zouden willen inpikken om er villa’s te kunnen bouwen. Hierdoor is ten onrechte de suggestie gewekt dat [eiser] betrokken is geweest bij enig onoirbaar handelen en met de gemeente zou hebben samengewerkt om sluiting van het hotel te bewerkstelligen teneinde het hotel te kunnen overnemen. Bij vonnis d.d…… 2010 zijn deze uitlatingen door de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage onrechtmatig bevonden jegens de heer [eiser] en ben ik op straffe van een dwangsom veroordeeld tot plaatsing van deze rectificatie.

[dochter gedaagde]

II) te bevelen binnen twee dagen na datum van dit vonnis de onder I) genoemde rectificatie te (laten) plaatsen op de website van De Telegraaf in het voor die website gebruikelijke lettertype voor de duur van veertien dagen.

3.2. Daartoe voert [eiser] onder meer het volgende aan.

In het artikel van De Telegraaf is [gedaagde] geciteerd. Met het citaat maakt [gedaagde] duidelijk dat burgemeester [burgemeester] (hierna: [burgemeester]) onoirbaar handelt, dat [burgemeester] de gemeente hierbij gebruikt en dat [eiser] hierbij direct betrokken is, dit alles met het doel om het hotel van [gedaagde] in handen te krijgen teneinde op die plek villa’s te kunnen bouwen.

De door [gedaagde] geuite beschuldigingen aan het adres van [eiser] zijn onjuist. [eiser] wordt er ten onrechte van beschuldigd dat hij direct betrokken is bij het onoirbaar handelen van [burgemeester] - waarvoor [burgemeester] de gemeente gebruikt - met als uiteindelijk doel het hotel van [gedaagde] in handen te krijgen. Dergelijke ernstige beschuldigingen zijn slechts gerechtvaardigd indien zij hun grondslag vinden in onderliggende feiten. Hiervan is geen sprake.

Door het uiten van voornoemde beschuldigingen handelt [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiser]. Hierdoor lijdt [eiser] schade.

3.3. [Gedaagde] voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. De vorderingen van [eiser] vormen een beperking van het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting dat aan [gedaagde] op grond van artikel 10 lid 1 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) toekomt. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien deze beperking bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de uitingen van [gedaagde] onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

4.2. Het antwoord op de vraag of de door [gedaagde] geuite beschuldigingen onrechtmatig zijn en rectificatie geboden is, ligt in het spanningsveld tussen het recht op de vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht op bescherming van de eer en goede naam anderzijds. Hierbij staan derhalve twee hoogwaardige maatschappelijke belangen tegenover elkaar: aan de ene kant het belang dat [eiser] heeft om niet lichtvaardig verdacht te worden gemaakt en aan de andere kant het belang van [gedaagde] om zich vrijelijk te uiten. Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden. De juistheid van de aantijgingen, althans de feitelijke grondslag en de inkleding daarvan, vormt onder meer een omstandigheid die in de afweging van de hiervoor genoemde belangen dient te worden betrokken.

4.3. Van belang is of de door [gedaagde] geuite beschuldigingen of suggestieve uitlatingen waargemaakt kunnen worden of - op zijn minst - op goede gronden voor waar gehouden kunnen worden. Daarbij wordt vooropgesteld dat de onder 2.2 weergegeven zin “Voor mevrouw [gedaagde], al dertig jaar eigenaresse van hotel De Branding aan de Rembrandtweg, is [burgemeester] fout, hartstikke fout” buiten de beoordeling valt nu het een weergave van de journalist betreft en in dat kader niet aan [gedaagde] toegerekend kan worden.

4.4. [Gedaagde] suggereert met haar uitlatingen zoals weergegeven onder 2.2. dat er sprake is van een ongeoorloofde vorm van samenwerking tussen - de bevriende - burgemeester [burgemeester] en projectontwikkelaar [eiser] teneinde te bewerkstelligen dat zij haar hotel verkoopt, zodat er op de plek van het hotel villa’s gebouwd kunnen worden. Daarbij valt het gebruik van de woorden ‘vriendje’ en ‘inpikken’ op. [Gedaagde] baseert haar uitingen op de na te noemen omstandigheden: i) [gedaagde] was in onderhandeling over de verkoop van het pand waarin het hotelbedrijf wordt geëxploiteerd ii) de gemeente Noordwijk was hiervan op de hoogte iii) de gemeente Noordwijk heeft de gebruiksvergunning ingetrokken iv) de bieder heeft de verkooponderhandelingen gestaakt v) [eiser] bracht een belachelijk laag bod uit op het pand vii) de gemeente Noordwijk en [eiser] hebben gezamenlijk het project Klein-Offem in ontwikkeling genomen (ontwikkeling op onder meer grond van twee aangrenzende hotels). De beschuldigingen van [gedaagde] zijn niet met feiten onderbouwd, maar slechts eigen getrokken conclusies. Nu de uitingen van [gedaagde] niet gestoeld zijn op onderliggende feiten, dienen deze - mede gezien de ernst van de beschuldigingen en de na te noemen gevolgen voor [eiser] - gekwalificeerd te worden als onrechtmatig jegens [eiser].

4.5. De daaropvolgende vraag is of [eiser] belang heeft bij rectificatie van de als onrechtmatig gekwalificeerde uitingen. [Eiser] stelt belang bij een rectificatie te hebben nu hij financieringsaanvragen heeft lopen en hem expliciet is gevraagd om tekst en uitleg te geven naar aanleiding van de publicatie in De Telegraaf. Voorts voert hij aan dat hij als eigenaar van een aannemersbedrijf en van een projectontwikkelingsbedrijf belang heeft bij een ongeschonden reputatie, met name gezien de huidige tijdspanne, waarin banken slechts zaken doen met vastgoedbedrijven waarvan de zakelijk integriteit buiten kijf staat. Uit het voorgaande volgt dat [eiser] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij belang heeft bij rectificatie.

4.6. Het gevorderde onder sub I) wordt dan ook toegewezen met dien verstande dat [eiser] ter zitting heeft ingestemd met het wijzigen van de afmetingen van het kader waarin de rectificatie geplaatst dient te worden en het wijzigen van enkele door [eiser] erkende redactionele onjuistheden. Voorts heeft [eiser] ingestemd met een wijziging van het gevorderde, te weten plaatsen van de rectificatie in de eerst mogelijke zaterdageditie van De Telegraaf ter voorkoming van executieproblemen. Tot slot wordt bij de formulering van de rectificatie rekening gehouden met overweging 4.3, waaruit volgt dat alleen citaten van [gedaagde] zelf aan haar toegerekend kunnen worden.

4.7. Ten aanzien van het gevorderde onder sub II) wordt als volgt overwogen. [Gedaagde] heeft aangevoerd dat het door [eiser] gevorderde - te weten plaatsing van de rectificatietekst op de website van De Telegraaf - onvoldoende gespecificeerd is. De Telegraaf biedt immers diverse mogelijkheden om advertenties op de website te plaatsen, waarbij de aanbieder van de advertentie een vast bedrag per aantal hits dient te betalen. Een en ander zal leiden tot een onbestemde uitgave voor [gedaagde]. Nu [eiser] niet is ingegaan op voornoemde stelling - waaronder mede wordt verstaan het niet nader specificeren van zijn vordering - dient de vordering te worden afgewezen.

4.8. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd, zoals ook verzocht door [gedaagde]. Voorts zal er worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

4.9. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het gevorderde onder sub I) op de wijze als hierna vermeld zal worden toegewezen. [Gedaagde] zal, als de merendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt [gedaagde] tot het (doen) plaatsen van een rectificatie in de eerst mogelijke zaterdageditie van het dagblad De Telegraaf op pagina 1, sectie Exclusief Reportages en achtergronden (het zogenaamde TA gedeelte), in een zwart kader met de afmetingen 9,6 cm breed en 8,5 cm hoog, met de volgende inhoud en zonder toevoegingen en/of commentaar:

“RECTIFICATIE

In De Telegraaf van 26 juni 2010 is een artikel verschenen over burgemeester [burgemeester] onder de kop “Burgemeester in de verdediging” en de subkop “Ondernemers verdenken [burgemeester] van gesjoemel” . In voornoemd artikel ben ik - mevrouw [gedaagde] - als volgt geciteerd: “De gemeente wilde mij tot sluiting dwingen. Na dertig jaar hard werken wilden de burgemeester en zijn vriendje de projectontwikkelaar mijn hotel inpikken om er villa’s te kunnen bouwen. [Burgemeester] zei: Ga maar naar [eiser] (Noordwijkse projectontwikkelaar, [initialen schrijver]).”

De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft bij vonnis van 2 augustus 2010 geoordeeld dat mijn uitingen jegens de heer [eiser] onrechtmatig zijn, nu de beschuldigingen aan het adres van [eiser] niet zijn gegrond op onderliggend feitenmateriaal.

[gedaagde]”;

II. bepaalt dat [gedaagde] indien zij in gebreke blijft aan bovengenoemde veroordeling te voldoen een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt van € 10.000,-;

III. bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 4.8. is vermeld;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van [eiser] begroot op € 1170,32, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 263,-- aan griffierecht en € 91,32 aan dagvaardingskosten;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2010.

KvdT/evm