Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3426

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-07-2010
Datum publicatie
06-08-2010
Zaaknummer
370902 / KG ZA 10-878*[eindvonnis]
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil n.a.v. BN0516 waarin afgifte ex art. 843a Rv was bevolen op straffe van een dwangsom. Dwangsombepaling ook mbt laatste veroordeling opgeheven (eindvonnis).

Tussenvonnis: zie ook BN3424.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2012/104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 27 juli 2010,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 370902 / KG ZA 10-878 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Koolwijk Polsbroek B.V.,

gevestigd te Bergambacht,

eiseres,

advocaat mr. J.J. Schelling te Rotterdam,

tegen:

de vennootschappen naar het recht van de plaats van hun vestiging

1. Arcelor Mittal Fontaine S.A., voorheen handelende onder de naam Fontainunion S.A.,

gevestigd te Fontaine l'Evêque (België),

2. Arcelormittal Wire France S.A., voorheen handelende onder de naam Trefileurope,

gevestigd te Bourg en Bresse (Frankrijk),

3. ISPAT International N.V.,

gevestigd te Fontaine l'Evêque (België),

4. Axa Corporate Solutions Assurances S.A.,

gevestigd te Parijs (Frankrijk),

gedaagden,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam.

Eiseres wordt hierna aangeduid als 'Koolwijk'. Gedaagden worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Fontainunion', 'Trefileurope', 'Ispat' en 'Axa' en gezamenlijk als 'Fontainunion c.s.'.

1. Rechtsoverwegingen

1. Hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 16 juli 2010 geldt als hier overgenomen.

2. In het tussenvonnis heeft de voorzieningenrechter overwogen en beslist dat de dwangsombepaling uit het tussen partijen gewezen vonnis van 5 juli 2010 voor zover het betreft het expertiserapport van Van Ameyde en de originele tachograafschijf zal worden opgeheven, en wel in die zin dat zij vanaf 5 juli 2010 geen werking heeft gehad. De beslissing met betrekking tot de dwangsom terzake het expertiserapport van Cunningham Lindsey is pro forma aangehouden tot 24 juli 2010 teneinde Koolwijk in de gelegenheid te stellen de voorzieningenrechter te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de bijlagen (inclusief foto's) bij dat rapport, respectievelijk de pogingen die Koolwijk na 16 juli 2010 heeft ondernomen om die bijlagen te achterhalen.

3. Ter zitting van 14 juli 2010 had de voorzieningenrechter Koolwijk in overweging gegeven de bijlagen bij het rapport nogmaals op te vragen bij Cunningham Lindsey. Daarnaast had de advocaat van Koolwijk tijdens die zitting toegezegd medewerking te verlenen aan de poging van de advocaat van Fontainunion om deze bescheiden van Allianz Nederland (hierna: Allianz) te verkrijgen.

4. Bij brief van 22 juli 2010 heeft de advocaat van Fontainunion c.s. aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij van Allianz een kopie van het rapport met bijlagen, doch zonder foto's (in het totaal 78 pagina's) heeft ontvangen en dat hij van Koolwijk een deel van het rapport met foto's (in het totaal 45 pagina's) heeft ontvangen. In diezelfde brief heeft de advocaat zich op het standpunt gesteld dat Fontainunion ervan uitgaat dat het (gehele) rapport van Cunningham Lindsey aan haar ter beschikking is gesteld, maar dat het aan Koolwijk is om te bevestigen dat het rapport nu compleet is.

5. Bij brief van eveneens 22 juli 2010 heeft mr. M.M. van Leeuwen, plaatsvervanger van de advocaat van Koolwijk, aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat Fontainunion in zijn visie het complete rapport van Cunningham Lindsey met alle bijlagen en foto's heeft ontvangen. Volgens mr. M.M. van Leeuwen wordt het verschil in het aantal pagina's mede verklaard door de omstandigheid dat Koolwijk slechts (kopieën van) de bijlagen met foto's heeft doorgestuurd, terwijl Allianz ook (kopieën van) de - reeds eerder afgegeven - tekst van het rapport zelf heeft verstrekt. In diezelfde brief heeft

mr. M.M. van Leeuwen verzocht vonnis te wijzen.

De advocaat van Fontainunion c.s. heeft hierop niet meer gereageerd.

6. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter vonnis bepaald op heden.

7. Gelet op de inhoud van de hiervoor gemelde brieven gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat het gehele rapport, inclusief bijlagen en foto's, aan Fontainunion ter beschikking is gesteld. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat Koolwijk op dit punt heeft voldaan aan de veroordeling van 5 juli 2010. Zoals reeds is overwogen onder 4.3 en 4.4 van het tussenvonnis van 16 juli 2010, heeft Koolwijk zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter naar behoren ingespannen om kopieën van de bijlagen en foto's aan Fontainunion ter beschikking te stellen.

Slotsom van dit een en ander is dat de dwangsombepaling uit het vonnis van 5 juli 2010 ook ten aanzien van het rapport van Cunningham Lindsey moet worden opgeheven, en wel in die zin dat zij vanaf 5 juli 2010 geen werking heeft gehad.

8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de gang van zaken rond het rapport van Cunningham Lindsey en in de omstandigheid dat eerst na het wijzen van het vonnis van 5 juli 2010 aannemelijk is geworden dat Koolwijk voor wat betreft het expertiserapport van Van Ameyde en de originele tachograafschijf in de onmogelijkheid verkeert aan dat vonnis te voldoen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Indien Koolwijk in de eerder tussen partijen gevoerde procedure, althans voorafgaand aan de onderhavige procedure, deze onmogelijkheden aannemelijk had gemaakt, had de onderhavige procedure niet gevoerd hoeven te worden.

2. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- heft de dwangsombepaling uit het vonnis van 5 juli 2010 op voor zover het betreft het rapport van Cunningham Lindsey;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2010.

wj