Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3397

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-04-2010
Datum publicatie
06-08-2010
Zaaknummer
AWB 09/3380 WRO
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijstelling ogv art 19 lid 2 WRO aangezien het bouwplan in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Eisers zijn daartegen in beroep gegaan omdat zij de mening toegedaan waren dat de milieucirkel rond het bedrijf niet in acht is genomen. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 1, meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/3380 WRO

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[A] en [B], wonende te [plaats], eisers,

gemachtigde mr. L.W.B. Devillers, advocaat te Leiden,

en

het college van burgemeester en wethouders van Rijnwoude, verweerder.

Derde partij: Thunnissen Ontwikkeling Boskoop B.V., gevestigd te Heemstede, vergunninghoudster.

I PROCESVERLOOP

Bij besluit van 2 april 2009, verzonden op 3 april 2009, heeft verweerder aan Thunnissen Ontwikkeling Boskoop B.V. (verder: Thunnissen) vrijstelling als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend voor het oprichten van vier woningen en twee geluidswallen aan de Heerewegh te Benthuizen.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 12 mei 2009, ingekomen bij de rechtbank op

13 mei 2009, beroep ingesteld. De gronden zijn nadien aangevuld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Thunnissen heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid als derde-belanghebbende aan het geding deel te nemen.

De zaak is op 29 april 2010 ter zitting behandeld.

Eisers zijn in persoon verschenen, bijgestaan door mr. C.M.E. Verhaegh, kantoorgenoot van mr. Devillers.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [C], mr. [D],

[E] en ing. [F].

Namens Thunnissen is ing. [G] verschenen.

II OVERWEGINGEN

Relevante wettelijke bepalingen

Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden en is de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) ingetrokken. Aangezien het verzoek om vrijstelling dateert van vóór 1 juli 2008, zijn in dit geval nog de bepalingen van de WRO van toepassing zoals deze destijds, vóór 1 juli 2008 luidde.

Ingevolge artikel 19, tweede lid, van de WRO kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in door gedeputeerde staten, in overeenstemming met de inspecteur van de ruimtelijke ordening, aangegeven categorieën van gevallen. Gedeputeerde staten kunnen daarbij tevens bepalen onder welke omstandigheden vooraf een verklaring van gedeputeerde staten dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben, is vereist.

Relevante feiten en omstandigheden

Het bouwplan "Benthoek" voorziet in het oprichten van vier vrijstaande woningen en twee geluidswallen. Het bouwplan is onderdeel van een meer omvattend project, waarbij tevens onder meer een kantoorgebouw wordt opgericht. Dit project is gesitueerd op een voormalig volkstuinencomplex aan de Heerewegh/Nieuwe Hoefweg (N209) te Benthuizen. Ter zitting is gebleken dat nog geen bouwvergunningen zijn aangevraagd.

In het geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied 1984" heeft dit terrein de bestemming "Volkstuinen" alsmede "Olietransportleiding".

Eisers hebben een overwegend agrarisch bedrijf op een afstand van ongeveer 66 meter tot de gevel van de meest nabijgelegen van de geprojecteerde woningen. De afstand tot de perceelsgrens is, naar ter zitting is gebleken, ongeveer 43 meter. Het bedrijf beschikt over een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer van 20 november 1997. Destijds is vergunning verleend voor het houden van varkens, in een bedrijfsomvang van maximaal 200 zogeheten mestvarkeneenheden (MVE). Eisers houden overigens al sinds 2001 geen varkens, maar voornamelijk schapen, naar ter zitting is gebleken tussen de 150 en 250. Op het bedrijf werden volgens de rapportage van een bedrijfsbezoek op 25 augustus 2009 door de Milieudienst West-Holland verder één koe met twee kalveren, ongeveer 20-25 kippen en ongeveer 40 konijnen gehouden. Tevens vindt onderhoud en restauratie van oldtimers (volgens bedoeld rapport voornamelijk van het type Citroën DS) plaats. Ten tijde van het bedoelde bedrijfsbezoek waren er ongeveer 15 auto's aanwezig. De geldende milieuvergunning voorziet ook in deze nevenactiviteit.

Bestreden besluit

Aangezien het bouwplan in strijd is met het geldende bestemmingsplan heeft verweerder bij het bestreden besluit vrijstelling krachtens artikel 19, tweede lid, van de WRO verleend.

Beroepsgronden

Eisers leggen hoofdzakelijk aan hun beroep ten grondslag dat de milieucirkel rond hun bedrijf niet in acht is genomen.

Beoordeling

Aangezien voor de geluidswallen geen bouwvergunningen vereist zijn, heeft het bestreden besluit los van de voor de geprojecteerde woningen benodigde bouwvergunningen zelfstandige rechtsgevolgen.

Niet bestreden is dat aan de formele vereisten voor het toepassen van artikel 19, tweede lid, van de WRO is voldaan.

Met betrekking tot de op grond van artikel 19, tweede lid, derde volzin, in verbinding met artikel 19, eerste lid, eerste en tweede volzin, van de WRO, vereiste goede ruimtelijke onderbouwing hebben eisers aangevoerd dat in het recent herziene bestemmingsplan "Benthuizen", dat bij besluit van 6 maart 2008 door de raad van de gemeente Rijnwoude is vastgesteld en bij besluit van 28 oktober 2008, voor zover relevant, door gedeputeerde staten van Zuid-Holland is goedgekeurd, de bestemming "Volkstuinen" is gehandhaafd.

In het verweerschrift heeft verweerder, onder verwijzing naar de relevante stukken, er op gewezen dat de procedure tot vaststelling van dit bestemmingsplan al is gestart voordat het verzoek om vrijstelling van Thunnissen was ontvangen. Dat verzoek dateert van 16 juni 2008, terwijl het ontwerp voor het bedoelde bestemmingsplan van 1 november 2007 tot 12 december 2007 ter inzage heeft gelegen en zoals hierboven al gemeld, op 6 maart 2008 is vastgesteld. Met het in geding zijnde bouwplan kon derhalve dus nog geen rekening worden gehouden. Hierin is dus ook geen grond gelegen voor het oordeel dat geen sprake zou zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Voor het overige is de ruimtelijke onderbouwing niet bestreden.

Ten aanzien van de milieucirkel van het bedrijf van eisers overweegt de rechtbank als volgt.

Niet in geschil is dat in beginsel een cirkel van 100 meter rond het bedrijf in acht moet worden genomen, waarbinnen in beginsel geen woningen kunnen worden opgericht. De rechtbank volgt namelijk verweerder in het oordeel dat het gaat om het omgevingstype "gemengd gebied" in de zin van de richtlijnen voor in acht te nemen afstanden zoals neergelegd in de VNG-publicatie "Bedrijven en Milieuzonering". Daaraan is in dit geval niet voldaan. Aangezien het richtlijnen betreft kan verweerder gemotiveerd van deze afstandsnormen afwijken. Anders dan verweerder gelet op het verweerschrift meent, is daarbij niet relevant of eisers hun bedrijf al dan niet mogen uitbreiden ten opzichte van de huidige feitelijke bedrijfsomvang, maar is de vergunde omvang van het bestaande bedrijf bepalend. De Milieudienst West-Holland heeft in een aanvullend advies van

28 augustus 2009 een berekening uitgevoerd van de geurbelasting die het bedrijf, in de vergunde bedrijfsomvang, zou veroorzaken op de meest nabijgelegen geprojecteerde woning van het project. Op grond van die berekening zou het bedrijf, ook als het maximaal volgens de milieuvergunning in werking is, aan de grenswaarden van de Wet geurhinder en veehouderij met betrekking tot geurhinder op de woningen in dit project voldoen. Pas ter zitting is van de zijde van eisers hiertegen aangevoerd dat de normen uit die wet geen garantie zouden bieden voor een goed woon- en leefklimaat. Wat daarvan zij, in artikel 3, eerste lid, onder d, van bedoelde wet is voor een geval als dit (buiten een veehouderijconcentratiegebied en buiten de bebouwde kom) 8 geureenheden per kubieke meter lucht als grenswaarde vastgelegd, zodat verweerder daarvan heeft mogen uitgaan. Uit het genoemde onderzoek komt een maximale belasting van 6,75 geureenheden per kubieke meter lucht naar voren, zodat de bedoelde grenswaarde niet wordt overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee voldoende gemotiveerd dat de oprichting van de woningen op deze afstand van het bedrijf van eisers aanvaardbaar is. Immers, geur is het maatgevende milieucompartiment voor het bepalen van de afstand tussen dit bedrijf en de geprojecteerde woningen. De andere voor dit bedrijf relevante milieucompartimenten leiden tot maximaal in acht te nemen afstanden van minder dan 50 meter, waaraan wordt voldaan. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet de afstand tot de perceelsgrens bepalend is. Deze beroepsgrond faalt.

De rechtbank kan eisers niet volgen in hun stelling dat het risico van Q-koorts besmetting aan het bouwplan in de weg zou moeten staan, aangezien dat in de risicosfeer van eisers ligt.

De beroepsgrond dat nog niet alle kavels verkocht zijn zodat de economische uitvoerbaarheid twijfelachtig is, faalt. Thunnissen heeft onweersproken gesteld dat drie van de vier kavels al zijn verkocht. Ter zitting is gebleken dat inmiddels van één van deze kavels de koop ongedaan is gemaakt. Daarin ziet de rechtbank onvoldoende grond voor het oordeel dat het project economisch niet uitvoerbaar is.

Niet gebleken is dat enig voor de beoordeling van het bestreden besluit relevant stuk niet door verweerder in geding zou zijn gebracht. Het dossier vertoont geen hiaten en evenmin is de rechtbank op verwijzingen naar niet in geding gebrachte stukken gestuit die relevant zouden kunnen zijn voor de beoordeling. Eisers hebben ook niet kunnen aangeven op welk punt het dossier mogelijk niet compleet zou kunnen zijn. Ten slotte is niet gebleken dat eisers in enig materieel of processueel belang zijn geschaad doordat zij in de voorbereidingsprocedure geheel of gedeeltelijk ontbrekende stukken apart hebben moeten opvragen en kopiëren.

Slotsom

Het beroep is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III BESLISSING

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.L. Verbeek, mr. G. van Zeben-de Vries en mr. J. van Dort, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.F. van Aalst.

Uitgesproken in het openbaar op .

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.