Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1324

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-06-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
324967 - FA RK 08-9405
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aangehouden verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Ondanks de gelegenheid die partijen hebben gekregen om de voorliggende verzoeken tot verdeling met stukken nader te onderbouwen, beschikt de rechtbank thans nog steeds over onvoldoende gegevens om de verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap vast te kunnen stellen. De rechtbank wijst het verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

7x

Rekestnummer: FA RK 08-9405

Zaaknummer: 324967

Datum beschikking: 18 juni 2010

Scheiding

Beschikking op het op 11 september 2009 ingekomen verzoek van:

[naam vrouw],

de vrouw,

wonende te [plaats A],

advocaat: mr. M. de Boorder te 's-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[naam man],

de man,

wonende te [plaats A],

advocaat: mr. J. de Visser te 's-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 11 september 2009 van deze rechtbank is - voor zover thans van belang - tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en het verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aangehouden opdat partijen stukken in het geding konden brengen en overleg konden voeren.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

- de brief (met bijlagen) d.d. 15 januari 2010 van de zijde van de man;

- het faxbericht d.d. 12 maart 2010 van de zijde van de vrouw;

- het faxbericht d.d. 15 maart 2010 van de zijde van de man.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

De rechtbank overweegt als volgt. Ondanks de gelegenheid die partijen hebben gekregen om de voorliggende verzoeken tot verdeling met stukken nader te onderbouwen, beschikt de rechtbank thans nog steeds over onvoldoende gegevens om de verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap vast te kunnen stellen. De omvang en de waarde van de huwelijksgemeenschap zijn nog niet komen vast te staan en naar het oordeel van de rechtbank hebben beide partijen nagelaten daarin voldoende duidelijkheid te verschaffen.

Partijen hebben naar het oordeel van de rechtbank ruimschoots de gelegenheid gehad om een overzicht in het geding te brengen van de omvang van de boedel, alsmede stukken met betrekking tot de waarde dan wel waardering van de bestanddelen. Zo lag het op de weg van de man om stukken over te leggen waaruit de waarde van zijn onderneming(en) blijkt, maar heeft hij volstaan met het overleggen van het jaarverslag 2008, dat een conceptversie betreft en niet is ondertekend. Het lag voorts op de weg van de vrouw om (onder meer) inzage te geven in de stand van haar bankrekeningen op de peildatum. De vrouw heeft hieromtrent niets overgelegd. Nu de rechtbank niet over de benodigde gegevens beschikt kan de rechtbank niet conform artikel 3:185 van het Burgerlijk Wetboek de verdeling van de huwelijksgemeenschap vaststellen. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van het Gerechtshof 's-Gravenhage van 12 maart 2008, LJN: BC6839, en beslist als volgt.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W. de Wit, bijgestaan door mr. M. Miezenbeek als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2010.