Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN0572

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
307340 - HA ZA 08-971
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weens koopverdrag en algemene voorwaarden. Terhandstelling niet noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2010/69
NJF 2011/49
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 307340 / HA ZA 08-971

Vonnis van 7 juli 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] EXPORT B.V.,

gevestigd te [plaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.F.P. Nabben,

tegen

de vennootschap naar Amerikaans recht [B] GREENHOUSES INC.,

gevestigd te [plaats] (USA),

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. P.J.L.J. Duijsens.

Partijen zullen hierna opnieuw [eiseres in conventie] en [gedaagde in conventie] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 december 2009 en de daarin genoemde stukken;

- de akte na tussenvonnis van [eiseres in conventie] met producties;

- de antwoordakte van [gedaagde in conventie].

1.2.Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling in conventie

2.1.De rechtbank handhaaft hetgeen in het tussenvonnis van 16 december 2009 is overwogen en beslist.

2.2.In conventie ligt nog slechts de vraag voor of de algemene voorwaarden van [eiseres in conventie] van toepassing zijn en, in het verlengde daarvan, welk bedrag aan rente en buitengerechtelijke kosten voor toewijzing in aanmerking komt.

2.3.De rechtbank stelt vast dat partijen met haar van oordeel zijn dat de vraag of de algemene voorwaarden van [eiseres in conventie] van toepassing zijn, dient te worden beantwoord met toepassing van het Weens Koopverdrag. [eiseres in conventie] betoogt, kort samengevat, dat zij al in 1988 orderformulieren gebruikte op de achterkant waarvan Engelstalige algemene voorwaarden stonden afgedrukt waarin een rente- en kostenclausule was opgenomen. Nadat de algemene voorwaarden waarop [eiseres in conventie] zich thans beroept, in 1995 zijn gedeponeerd heeft zij op al haar brieven en facturen naar de toepasselijkheid daarvan verwezen, sinds mei 2002 ook in het Engels. [gedaagde in conventie] betwist dat in haar relatie met [eiseres in conventie] ooit de door [eiseres in conventie] overgelegde orderformulieren zijn gebruikt, betoogt dat de daarop afgedrukte algemene voorwaarden ook andere zijn dan de thans gebruikte algemene voorwaarden en voert aan dat zij de enkele verwijzing op de brieven niet aldus behoefde te begrijpen dat [eiseres in conventie] haar algemene voorwaarden van toepassing wilde verklaren. De rechtbank oordeelt als volgt.

2.4.Zoals in het tussenvonnis is overwogen is de thans te beantwoorden vraag of een verwijzing naar algemene voorwaarden op facturen onder de werking van het Weens Koopverdrag voldoende is om aan te nemen dat de toepasselijkheid van die voorwaarden (stilzwijgend) is aanvaard of dat, mede gelet op het in artikel 7 lid 1 van het Weens Koopverdrag verwoorde beginsel van goede trouw in de internationale handel, daarvoor tevens vereist is dat de tekst van de algemene voorwaarden ter hand is gesteld. Deze vraag wordt in de jurisprudentie, genoemd in het tussenvonnis, in overwegende mate in laatstgenoemde zin beantwoord. Die jurisprudentie sluit aan bij en lijkt gebaseerd op een uitspraak van het Bundesgerichtshof van 31 oktober 2001.

2.5.De rechtbank stelt voorop dat in het Weens Koopverdrag niet als zodanig de eis is opgenomen dat algemene voorwaarden, om van toepassing te zijn, ter hand dienen te worden gesteld. De voorliggende vraag kan dan ook slechts worden beantwoord door de (overige) relevante bepalingen van het Weens Koopverdrag uit te leggen. Tot die bepalingen behoort niet alleen artikel 7, maar behoren ook de artikelen 4 en 8. Uit met name artikel 8 leden 1 en 2 volgt dat uitgangspunt is dat verklaringen en andere gedragingen van een partij dienen te worden uitgelegd in overeenstemming met haar bedoeling, wanneer de andere partij die bedoeling kende of daarvan niet onkundig kon zijn of overeenkomstig de zin die een redelijk persoon van gelijke hoedanigheid als de andere partij in dezelfde omstandigheden hieraan zou hebben toegekend, waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is binnen dit kader niet steeds noodzakelijk dat algemene voorwaarden ter hand worden gesteld. Waar het uiteindelijk op aankomt is of voor een redelijk handelende wederpartij duidelijk is dat een partij haar algemene voorwaarden van toepassing wenst te doen zijn op de overeenkomst (zie in dit verband ook [C] en [D], Contracteren maart 2010, p. 34-38 en de daarin genoemde jurisprudentie).

2.6.Tussen partijen is niet in geschil dat de algemene voorwaarden waarop [eiseres in conventie] zich thans beroept, aan [gedaagde in conventie] nimmer ter hand zijn gesteld. Het feit dat op de orderformulieren uit 1988 algemene voorwaarden zijn afgedrukt - waarvan [gedaagde in conventie] heeft betwist die ooit te hebben ontvangen - is in zoverre niet relevant dat dit andere algemene voorwaarden zijn dan de voorwaarden waarop [eiseres in conventie] zich thans beroept. Het feit dat de voorwaarden uit 1988 op het punt van de verschuldigde rente en kosten bij te late betaling, in de visie van [eiseres in conventie], vergelijkbaar zijn is niet voldoende om aan te kunnen nemen dat, ook als [gedaagde in conventie] de orderformulieren zou hebben ontvangen, de algemene voorwaarden uit 1995 van toepassing zouden zijn. De complete set voorwaarden is daarvoor te afwijkend van inhoud, terwijl de relevante bepaling in de nieuwe voorwaarden een veel kortere betalingstermijn kent dan de oude voorwaarden. Dat laatste feit brengt ook mee dat zelfs als aangenomen zou moeten worden dat [gedaagde in conventie] de orderformulieren zou hebben gekend, de nieuwe afwijkende voorwaarden niet zonder meer van toepassing kunnen zijn. Het bewijsaanbod van [eiseres in conventie] is derhalve niet ter zake dienend en moet worden gepasseerd.

2.7.De rechtbank is wel van oordeel dat in voldoende mate vaststaat dat vanaf mei 2002 ook in de Engelse taal een verwijzing naar de algemene voorwaarden van [eiseres in conventie] op haar briefpapier is opgenomen en dat dit ook het geval is op de offerte van 27 mei 2002. Aan de ongemotiveerde betwisting hiervan door [gedaagde in conventie] gaat de rechtbank voorbij nu die betwisting in strijd is met de overgelegde stukken. Voorts is in voldoende mate komen vast te staan dat partijen gedurende langere tijd zaken met elkaar hebben gedaan terwijl gesteld noch gebleken is dat [gedaagde in conventie] heeft geprotesteerd tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van [eiseres in conventie]. Van haar als internationaal opererende professionele kwekerij mag de nodige alertheid worden verwacht ten aanzien van verwijzingen naar algemene voorwaarden op brieven van haar wederpartijen. Ook mocht van haar als internationaal opererende professionele kwekerij worden verwacht te begrijpen dat de verwijzing naar die algemene voorwaarden van [eiseres in conventie] ertoe strekte die van toepassing te doen zijn, zeker vanaf mei 2002, toen die ook nog in het Engels werd opgenomen. Dat geldt in het bijzonder nu die verwijzing herhaaldelijk heeft plaatsgevonden en [gedaagde in conventie] daartegen keer op keer niet alleen niet heeft geprotesteerd, maar nieuwe orders bij [eiseres in conventie] plaatste. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat moet worden geconcludeerd dat toepasselijkheid van de algemene voorwaarden door [eiseres in conventie] op voldoende begrijpelijke wijze is voorgesteld en door [gedaagde in conventie] is geaccepteerd. Daarmee staat vast dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn.

2.8.De rechtbank ziet geen aanleiding de contractuele rente te matigen, zoals [gedaagde in conventie] verzoekt. De rechtbank is van oordeel dat er zwaarwegende gronden moeten zijn om [gedaagde in conventie] (gedeeltelijk) te ontheffen van de verplichtingen die zij met de overeenkomst zelf op zich heeft genomen. [eiseres in conventie] heeft zich tegen de verzochte matiging gemotiveerd verzet en heeft aangegeven waarom er meerdere jaren zijn verstreken voordat zij kon overgaan tot het aanhangig maken van de procedure. [gedaagde in conventie] heeft daar onvoldoende tegenin gebracht, zodat niet geconcludeerd kan worden dat de hierboven bedoelde zwaarwegende gronden aanwezig zijn.

2.9.De rechtbank ziet wel aanleiding de buitengerechtelijke kosten te matigen tot het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten van € 8.975,37 aangezien er een disproportionele verhouding bestaat tussen de contractueel overeengekomen kosten en deze werkelijke kosten. Toegewezen zal aldus worden het subsidiair gevorderde bedrag van € 583.204,28. Als onweersproken gevorderd zal worden bepaald dat dit bedrag binnen 14 dagen na betekening van het vonnis dient te worden voldaan.

2.10.In het tussenvonnis was reeds overwogen dat [gedaagde in conventie] als de in het ongelijk gestelde partij zou worden veroordeeld in de kosten van het geding. In die kosten zullen thans de kosten van het vrijwaringsincident (over de kosten van het bevoegdheidsincident is reeds een beslissing genomen) en de kosten van het voorlopig getuigenverhoor (nu dat verhoor voor het tussenvonnis dienstig is geweest) worden meegenomen.

3.De verdere beoordeling in reconventie

3.1.In het tussenvonnis is reeds overwogen dat de vorderingen in reconventie dienen te worden afgewezen en dat [gedaagde in conventie] in de kosten van het geding zal worden veroordeeld. De rechtbank zal daartoe thans overgaan.

4.De beslissing

De rechtbank

in conventie

- veroordeelt [gedaagde in conventie] tot betaling binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis van € 583.204,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde in conventie] in de kosten van het geding aan de zijde van [eiseres in conventie] tot op heden begroot op € 5.130,80 aan verschotten en € 9.482,- (3,5 punt x tarief VII en 1 punt x tarief II) aan salaris van de advocaat;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

in reconventie

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [gedaagde in conventie] in de kosten van het geding aan de zijde van [eiseres in conventie] tot op heden begroot op € 1.290,- aan salaris van de advocaat;

- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. van der Helm en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2010.