Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9248

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
24-06-2010
Zaaknummer
AWB 08/7178 REGEB
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art.36l Wbm. Art. 1:2 Awb. Art. 26 en 26a AWR. Verzoek teruggaaf energiebelasting. Gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Beperking kring van beroepsgerechtigde belanghebbenden.

Art. 36l Wbm bevat een limitatieve opsomming van situaties waarin de afnemer van energie een verzoek tot teruggaaf van de hem door het energiebedrijf in rekening gebrachte energiebelasting kan doen. De wet biedt de afnemer niet de mogelijkheid teruggaaf te verzoeken van het verschil tussen de door het energiebedrijf aan de afnemer naar het gewone tarief in rekening gebrachte belasting en de belasting naar het tuinderstarief. Voor zover het primaire besluit een afwijzing van het verzoek tot teruggaaf van het zo-even bedoelde verschil behelst, is zij geen voor bezwaar vatbare beschikking in de zin van artikel 26, eerste lid, aanhef en onderdeel b, AWR. Eiseres kon tegen de afwijzing van het verzoek dus geen beroep bij instellen en, gelet op art. 7:1, eerste lid, Awb, evenmin bezwaar maken.

De omstandigheid dat het belang van eiseres rechtstreeks bij de naar het gewone tarief berekende voldoening van energiebelasting door het energiebedrijf betrokken is, waardoor eiseres derhalve met betrekking tot deze voldoening ‘belanghebbende’ in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb is, brengt niet mee dat zij tegen de voldoening beroep bij de rechtbank kan instellen en, daaraan voorafgaand, bezwaar bij verweerder kan maken, nu eiseres niet de belanghebbende is die de belasting heeft voldaan (artikel 26a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, AWR).

Gelet op het een en ander had verweerder het bezwaar van eiseres, behoudens voor zover het betrekking had op de beschikking tot teruggaaf van energiebelasting op de voet van artikel 36l Wbm, niet-ontvankelijk moeten verklaren.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat verweerder een beleid voert, dat inhoudt dat aan (bepaalde) afnemers van energie, buiten de in artikel 36l Wbm genoemde gevallen, onder omstandigheden teruggaaf van energiebelasting wordt verleend. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010, 1662
V-N 2010/40.33 met annotatie van Redactie
FutD 2010-1599
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 4, meervoudige kamer

Procedurenummer: AWB 08/7178 REGEB

Uitspraakdatum: 26 mei 2010

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z], eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder.

I PROCESVERLOOP

1.1Eiseres heeft bij brief van 18 april 2008 een verzoek tot teruggaaf van over het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 betaalde energiebelasting als bedoeld in artikel 36l, dertiende lid, van de Wet belastingen op milieugrondslagen (hierna: de Wbm) ingediend. Verweerder heeft bij beschikking met dagtekening 20 mei 2008 de door eiseres verzochte teruggaaf van € 32.017 verleend.

1.2 Eiseres heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij uitspraak van 27 augustus 2008 het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en een aanvullende teruggaaf verleend van € 23.115.

1.3 Eiseres heeft daartegen bij brief van 25 september 2008, ontvangen bij de rechtbank op 29 september 2008, beroep ingesteld.

1.4 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5 Partijen hebben nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.6 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2010 te 's-Gravenhage.

1.7 Namens eiseres zijn verschenen de gemachtigden mr. [A] en drs. [B]. Namens verweerder zijn verschenen [C] en [D].

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast.

1.8 Eiseres exploiteert een tuinbouwbedrijf en is als zodanig verbruiker van aardgas.

1.9 Eiseres heeft op 22 februari 2006 een warmtekrachtinstallatie gekocht, welke een elektrisch rendement heeft van 30 percent (hierna: de installatie).

1.10 Voor het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 heeft eiseres in totaal 5.243.433 m³ gas verbruikt. Hiervan is 4.379.323 m³ gas verbruikt in de installatie.

1.11Aan eiseres is door het energiebedrijf in totaal € 103.825 aan energiebelasting in rekening gebracht. Het energiebedrijf heeft de energiebelasting berekend op de voet van artikel 36i, eerste lid, van de Wbm. Het energiebedrijf heeft geen toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 36i, vierde lid, van de Wbm (hierna: het tuinderstarief). Evenmin heeft het energiebedrijf de vrijstelling van artikel 36k van de Wbm toegepast.

1.12 Naar aanleiding van haar verzoek om teruggaaf van energiebelasting en de bezwaarprocedure heeft eiseres in totaal een bedrag van € 55.132 teruggekregen. Dit bedrag ziet op het vrijgestelde verbruik van 4.379.323 m³.

Geschil

1.13 In geschil is of eiseres een verzoek om teruggaaf kan doen voor het verschil tussen het bedrag aan energiebelasting dat het energiebedrijf aan haar in rekening heeft gebracht en het bedrag aan energiebelasting dat volgens het tuinderstarief verschuldigd zou zijn. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is in geschil of het verlaagde tuindertarief, als bedoeld in artikel 36i, lid 4, van de Wbm, toepassing is.

1.14 Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres teruggaaf kon vragen van de belasting die in rekening is gebracht ter zake van het vrijgestelde verbruik van 4.379.323 m³ en dat de teruggaaf in zoverre op het juiste bedrag is vastgesteld.

1.15 Eiseres beantwoordt de in geschil zijnde vraag bevestigend. Zij voert daartoe - samengevat - het volgende aan. Ter zake van het niet vrijgestelde verbruik moet de verschuldigde belasting worden berekend naar het tuinderstarief. Het energiebedrijf heeft haar ten onrechte het normale tarief berekend. Het als gevolg daarvan teveel betaalde bedrag dient aan haar te worden terugbetaald door verweerder.

1.16 Verweerder heeft in de aanvulling op zijn verweerschrift primair het standpunt ingenomen dat een verzoek om teruggaaf wegens een te hoog berekend tarief niet kan worden ingediend door eiseres aangezien niet zij maar het energiebedrijf de belastingplichtige is. Subsidiair stelt verweerder zich op het standpunt dat eiseres geen recht heeft op toepassing van het tuinderstarief.

1.17 Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vaststelling van de verschuldigde belasting op € 16.813, waardoor een aanvullende teruggaaf van € 31.878,72 dient te worden verleend.

1.18 Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

II OVERWEGINGEN

2.1Artikel 36l van de Wbm bevat een limitatieve opsomming van situaties waarin de afnemer van energie een verzoek tot teruggaaf van de hem door het energiebedrijf in rekening gebrachte energiebelasting kan doen. In deze bepaling, noch in enige andere wettelijke bepaling, wordt de afnemer de mogelijkheid geboden teruggaaf te verzoeken van het verschil tussen de door het energiebedrijf aan de afnemer in rekening gebrachte belasting, berekend naar het gewone tarief, en de belasting, berekend naar het tuinderstarief. Voor zover de onder 1.1 vermelde beschikking een afwijzing van het verzoek tot teruggaaf van het zo-even bedoelde verschil behelst, is zij geen voor bezwaar vatbare beschikking in de zin van artikel 26, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Eiseres kon tegen de afwijzing van het verzoek dus geen beroep bij de rechtbank instellen en, gelet op het bepaalde in art. 7:1, eerste lid, van de Awb, evenmin bezwaar bij verweerder maken.

2.2 Voor zover het beroep mede geacht moet worden te zijn gericht tegen de voldoening door het energiebedrijf van energiebelasting omdat het naar een te hoog tarief - te weten het gewone tarief - is berekend, overweegt de rechtbank het volgende. De omstandigheid dat het belang van eiseres rechtstreeks bij de naar het gewone tarief berekende voldoening van energiebelasting door het energiebedrijf betrokken is, waardoor eiseres derhalve met betrekking tot deze voldoening 'belanghebbende' in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb is, brengt niet mee dat zij tegen de voldoening beroep bij de rechtbank kan instellen en, daaraan voorafgaand, bezwaar bij verweerder kan maken, nu eiseres niet de belanghebbende is die de belasting heeft voldaan (artikel 26a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de AWR).

2.3 Gelet op hetgeen onder 2.1 en 2.2 is overwogen had verweerder het bezwaar van eiseres, behoudens voor zover het betrekking had op de beschikking tot teruggaaf van energiebelasting op de voet van artikel 36l van de Wbm, niet-ontvankelijk moeten verklaren. Nu verweerder dit niet heeft gedaan is het beroep gegrond en dient te worden beslist zoals hierna onder III is vermeld.

2.4 Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat hij geen beleid voert, inhoudend dat aan (bepaalde) afnemers van energie, buiten de in artikel 36l van de Wbm genoemde gevallen, onder omstandigheden teruggaaf van energiebelasting wordt verleend. Feiten en omstandigheden waaruit zou kunnen worden afgeleid dat deze verklaring van verweerder onjuist is, zijn gesteld noch gebleken. Derhalve houdt de rechtbank het ervoor dat van een beleid in de zo-even bedoelde zin geen sprake is.

Proceskosten

2.5 De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 644 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,- en een wegingsfactor 1). Aan eiseres dient voorts het door haar betaalde griffierecht te worden vergoed.

III BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover daarin is beslist op de bezwaren van eiseres tegen:

- de afwijzing van het verzoek tot teruggaaf van het verschil tussen de door het energiebedrijf aan eiseres in rekening gebrachte belasting en de belasting, berekend naar het tuinderstarief,

- de voldoening van energiebelasting door het energiebedrijf;

- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen:

- de afwijzing van het verzoek tot teruggaaf van het verschil tussen de door het energiebedrijf aan eiseres in rekening gebrachte belasting en de belasting, berekend naar het tuinderstarief,

- de voldoening van energiebelasting door het energiebedrijf;

- bevestigt de uitspraak op bezwaar voor het overige;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;

- veroordeelt verweerder de kosten van het beroep ten bedrage van € 644 aan eiseres te voldoen;

- gelast verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 288 te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. G.J. van Leijenhorst, mr. T. van Rij en mr. G.J. Ebbeling, in tegenwoordigheid van de griffier S. Kedar.

Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2010.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.