Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8109

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
17-06-2010
Zaaknummer
AWB 09-35469
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen/ nader medisch advies

De rechtbank ziet aanleiding om in het onderhavige geval toepassing te geven aan artikel 8:55d, derde lid, van de Awb en de termijn waarbinnen verweerder een besluit bekend dient te maken te bepalen op zes weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden. Daartoe overweegt de rechtbank dat sprake is van een bijzonder geval omdat, zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht, met het oog op zorgvuldige besluitvorming nader medisch advies moet worden ingewonnen alsmede interne afstemming dient plaats te vinden omdat de situatie van eiseres meerdere vreemdelingen raakt. Het gaat in onderhavige geval namelijk om de vraag of therapiemogelijkheden voorhanden zijn voor HIV-patiënten in Nigeria.

De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 322,00 (1 punt x factor 1,0 x € 322,00) als kosten van verleende rechtsbijstand. De rechtbank tekent hierbij dat, ondanks dat thans een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit voorligt, uitgegaan wordt van wegingsfactor 1,0 omdat verweerder hangende beroep het bestreden besluit heeft ingetrokken. Tevens dient verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 09/35469

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2010

inzake

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1974,

nationaliteit Burger van Nigeria,

verblijvende te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde mr. J. Jager,

tegen

de Minister van Justitie; voorheen de staatssecretaris van Justitie,

te Den Haag,

verweerder,

gemachtigde mr. Y.E.A.M. van Hal.

Procesverloop

Bij besluit van 18 november 2008, heeft verweerder de aanvraag van eiseres, tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘verblijf wegens medische noodsituatie’ in de beperking "voortgezet verblijf" afgewezen.

Eiseres heeft daar tegen bezwaar gemaakt. Op 30 september 2009 heeft eiseres bij deze rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 2 oktober 2009 het door eiseres ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

Bij brief van 18 februari 2010 heeft verweerder bericht dat het besluit van 2 oktober 2009 wordt ingetrokken. Eiseres heeft bij brief van 22 februari 2010 laten weten dat zij het beroep niet intrekt en dat het beroep zich thans richt tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar. Eiseres verzoekt de rechtbank verweerder op te dragen alsnog binnen twee weken een beslissing op bezwaar te nemen op straffe van een dwangsom.

De zaak is behandeld op de zitting van 23 februari 2010, waar, zoals tevoren bericht, eiseres noch haar gemachtigde is verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Ingevolge artikel III, tweede lid, van genoemde wet blijft op een bezwaar- of beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit dat is ingediend voor het tijdstip waarop afdeling 8.2.4a (beroep niet tijdig beslissen) van toepassing is geworden, het recht zoals dit gold voor dat tijdstip van toepassing. Nu (de nieuwe duiding van) het beroepschrift dateert van 22 februari 2010, moet gelet op voornoemd artikel, dit beroep worden beoordeeld aan de hand van het recht zoals dat sinds 1 oktober 2009 geldt.

2. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.

Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, voor zover hier van belang, van de Awb, zoals dat luidt met ingang van 1 oktober 2009, kan het beroepschrift worden ingediend zodra:

a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en

b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

3. In artikel 6:12, derde lid, van de Awb is bepaald dat indien redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden gevergd dat hij het bestuursorgaan in gebreke stelt, het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.

4. De rechtbank stelt vast dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank kan in dit geval redelijkerwijs niet van eiseres worden gevergd dat zij het bestuursorgaan in gebreke stelt. Door het intrekken van het bestreden besluit is immers de situatie ontstaan dat de bezwaarfase weer is opengevallen. Daarbij heeft eiseres in onderhavige zaak al eerder, vóórdat verweerder het besluit van 2 oktober 2009 nam, beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar ingesteld. Nu verweerder de beslistermijn heeft overschreden is het beroep kennelijk gegrond.

5. Artikel 8:55d van de Awb luidt als volgt:

1. Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de rechtbank dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.

2. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven.

3. In bijzondere gevallen of indien nalevering van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, kan de rechtbank een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.

6. De rechtbank ziet aanleiding om in het onderhavige geval toepassing te geven aan artikel 8:55d, derde lid, van de Awb en de termijn waarbinnen verweerder een besluit bekend dient te maken te bepalen op zes weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden. Daartoe overweegt de rechtbank dat sprake is van een bijzonder geval omdat, zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht, met het oog op zorgvuldige besluitvorming nader medisch advies moet worden ingewonnen alsmede interne afstemming dient plaats te vinden omdat de situatie van eiseres meerdere vreemdelingen raakt. Het gaat in onderhavige geval namelijk om de vraag of therapiemogelijkheden voorhanden zijn voor HIV-patiënten in Nigeria.

7. De rechtbank bepaalt voorts dat met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb verweerder een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,00.

8. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 322,00 (1 punt x factor 1,0 x € 322,00) als kosten van verleende rechtsbijstand. De rechtbank tekent hierbij dat, ondanks dat thans een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit voorligt, uitgegaan wordt van wegingsfactor 1,0 omdat verweerder hangende beroep het bestreden besluit heeft ingetrokken. Tevens dient verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 te vergoeden.

9. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar gegrond;

- draagt verweerder op alsnog een besluit op het bezwaar bekend te maken binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00;

- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 150,00 aan haar vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 322,00;

- bepaalt dat het bedrag van de proceskosten moet worden voldaan aan de griffier.

Aldus gedaan door mr. drs. M.M.L. Wijnen als rechter in tegenwoordigheid van B.C.T. Rabou-Coort LLB als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2010.