Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8101

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-05-2010
Datum publicatie
17-06-2010
Zaaknummer
Awb 09 / 35454
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure. Artikel 8:55 van de Awb. Verzet na niet-ontvankelijkheid verzoek om een voorlopige voorziening. De rechtbank is onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk verklaard. Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingediend. De rechtbank is onbevoegd om van het verzet kennis te nemen. De rechtbank overweegt dat artikel 8:55, eerste lid, van de Awb noch enig ander wettelijk voorschrift de mogelijkheid opent om verzet bij de rechtbank te doen tegen de niet-ontvankelijkheidverklaring van een verzoek om een voorlopige voorziening. De omstandigheid dat onder de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2010 per abuis een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing is opgenomen, doet niet af aan de onbevoegdheid van de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 09/35454 VERZET

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2010

op het verzet van

[eiseres],

geboren op [geboortedatum] 1975,

nationaliteit Ghanese,

verblijvende te Amsterdam,

opposante,

gemachtigde mr. J. Jager,

tegen de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2010.

Procesverloop

Bij uitspraak van 26 januari 2010 heeft de rechtbank, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het op 30 september 2009 namens opposante ingediende verzoek om een voorlopige voorziening, niet-ontvankelijk verklaard.

Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingediend bij verzetschrift van 4 februari 2010, ter griffie ontvangen op diezelfde datum. Op 8 februari 2010 heeft de rechtbank aanvullende stukken van opposante ontvangen.

Overwegingen

1. Aan de orde is het verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2010.

2. In deze uitspraak heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, het verzoek van opposante om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Onder de uitspraak is per abuis opgenomen dat tegen de uitspraak het rechtsmiddel verzet openstaat.

3. De rechtbank overweegt dat artikel 8:55, eerste lid, van de Awb noch enig ander wettelijk voorschrift de mogelijkheid opent om verzet bij de rechtbank te doen tegen de

niet-ontvankelijkheidverklaring van een verzoek om een voorlopige voorziening.

4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank onbevoegd om van het verzet kennis te nemen. De omstandigheid dat onder de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2010 per abuis een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing is opgenomen, doet niet af aan de onbevoegdheid van de rechtbank.

Beslissing

De rechtbank,

verklaart zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.

Aldus gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in tegenwoordigheid van M.J.A. van Bree als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2010.