Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6985

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-04-2010
Datum publicatie
11-06-2010
Zaaknummer
324594 / HA ZA 08-3824
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij het inbouwen in een auto van een alarmsysteem van Italiaanse makelij door een garagehouder ontstaat kortsluiting. Daardoor ontstaat brandschade aan de auto. De (verzekeraar van de) eigenaar van de auto en de (verzekeraar van de) garagehouder treffen in de hoofdzaak een minnelijke regeling ter vergoeding van deze schade. In de vrijwaringzaak spreekt de garagehouder op zijn beurt de leverancier van het alarmsysteem aan. De vordering van de garagehouder op de leverancier blijkt echter verjaard (art. 7:23 lid 2 BW). Verder is er geen hoofdelijke aansprakelijkheid van de leverancier jegens de eigenaar van de auto (art. 6:187 lid 4 BW) en kan de garagehouder dus geen regres nemen op de leverancier (artt. 6:10 en 6:12 BW). De rechtbank wijst de vordering daarom af.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 10
Burgerlijk Wetboek Boek 6 12
Burgerlijk Wetboek Boek 6 187
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2010/588
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 324594 / HA ZA 08-3824

Vonnis van 21 april 2010

in de vrijwaringszaak van

1. [A],

wonende te [woonplaats],

2. de naamloze vennootschap

NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

advocaat mr. M. de Haan, te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap

AUTOSOUND B.V.,

gevestigd te Enschede,

gedaagde,

advocaat mr. M. Bouman, te Eindhoven.

Partijen worden hierna [eiser sub 1], Nationale Nederlanden en Autosound genoemd.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

-de dagvaarding van 18 november 2008 met producties;

-de conclusie van antwoord met producties, van 11 maart 2009;

-het tussenvonnis van 25 maart 2009, waarin een comparitie van partijen is bevolen;

-het proces-verbaal van comparitie van 8 september 2009;

-de akte aan de zijde van Autosound, van 7 oktober 2009;

-de antwoordakte tevens houdende eiswijziging, van [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden, van 4 november 2009;

-de akte eisvermeerdering van [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden van 2 december 2009;

-de akte uitlating eiswijziging en eisvermeerdering, van Autosound, van 27 januari 2010.

1.2.Ter comparitie van partijen op 8 september 2009 is de procedure in de hoofdzaak (met zaak-/rolnummer 312916 / HA ZA 08-1898) op verzoek van partijen doorgehaald, nadat zij ter beëindiging van hun geschil een minnelijke regeling waren overeengekomen.

1.3.Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in de vrijwaringszaak.

2.De feiten

2.1.[eiser sub 1] exploiteert een garagebedrijf in Den Haag onder de naam 'Auto-Luxe'.

2.2.Autosound is leverancier van accessoires voor auto's, waaronder een alarmsysteem van het Italiaanse merk Med. Autosound bedient zich bij haar leveringen van algemene voorwaarden. Artikel 6 van deze algemene voorwaarden luidt:

"Verkoper is, behoudens het beroep op garantie, op geen enkele wijze aansprakelijk, voorzover dat niet wettelijk is geregeld, ook niet voor gebreken aan materialen of onderdelen door derden aan verkoper beschikbaar gesteld, tenzij sprake is van opzet of grove schuld, en derhalve nimmer verplicht tot vergoeding van welke schade dan ook, hoe ook genaamd."

2.3.De Nederlandstalige montagehandleiding bij het Med-alarmsysteem vermeldt onder meer dat de aansluiting op de accu van de auto via een zekering van 1 Ampère geschiedt.

2.4.Op of omstreeks 20 oktober 2005 heeft (de zoon van) [eiser sub 1] in opdracht van [B] (hierna: [B]) een alarmsysteem gemonteerd in diens auto van het type Audi A4. Het betreft een door Autosound geleverd systeem van het genoemde merk Med. Bij de montage is gebruikgemaakt van de hoofdzekering van de auto. Kort daarop is door kortsluiting brand ontstaan, waarbij de auto is beschadigd.

2.5.De verzekeraar van [B], Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. (hierna: Allianz), heeft op enig moment [eiser sub 1] aansprakelijk gesteld voor de brandschade aan de auto van [B].

2.6.Nationale Nederlanden heeft, als verzekeraar van [eiser sub 1], een onderzoek ingesteld naar het schadevoorval. Het rapport van haar schade-expert van 12 januari 2006 vermeldt als schadeoorzaak een ontwerp- of constructiefout van de radarmodule, zijn bedrading en de stekkeraansluiting. Volgens de schade-expert zijn bij de installatie geen fouten gemaakt.

2.7.Bij brief van 1 maart 2006 heeft Nationale Nederlanden, onder meer met verwijzing naar het schaderapport van haar schade-expert, aan Allianz bericht dat zij de schadeclaim van Allianz afwijst.

2.8.Allianz heeft op enig moment ook Autosound aansprakelijk gesteld voor de brandschade aan de auto van [B].

2.9.Interpolis heeft, als verzekeraar van Autosound, eveneens een onderzoek ingesteld naar het schadevoorval. De schade-expert van Interpolis heeft daarbij kennisgenomen van het schaderapport van Nationale Nederlanden en zij heeft de radarmodule onderzocht. Het rapport van de schade-expert van Interpolis van 20 november 2006 vermeldt als opdrachtdatum 13 juni 2006 en als bezoekdatum 22 augustus 2006. In het rapport concludeert de schade-expert van Interpolis dat niet onomstotelijk is vastgesteld dat de schade is te wijten aan een defect of constructiefout aan de geleverde radarmodule. De schade-expert van Interpolis vermeldt daarbij dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de inbouw en eventuele aanpassingen met zekeringen in het elektrische circuit.

2.10.Bij brief van 20 december 2006 heeft Interpolis onder verwijzing naar het rapport van haar schade-expert aan Allianz bericht dat zij de schadeclaim van Allianz afwijst.

2.11.Op 23 mei 2008 heeft Allianz [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden gedagvaard voor deze rechtbank. In de daarmee ingeleide procedure (met zaak-/rolnummer 312916 / HA ZA 08-1898) vorderde Allianz (samengevat) een verklaring voor recht dat [eiser sub 1] aansprakelijk is voor de brandschade aan de auto van [B], met veroordeling van [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden tot betaling van een bedrag van € 27.696,89, vermeerderd met rente en kosten. Ter comparitie van partijen op 8 september 2009 is deze procedure op verzoek van partijen doorgehaald, nadat zij ter beëindiging van hun geschil een minnelijke regeling waren overeengekomen. In het kader van deze regeling heeft Nationale Nederlanden bedragen van € 24.994,71 en € 3.108,98 aan Allianz betaald.

3.de vorderingen en de grondslagen

3.1.[eiser sub 1] en Nationale Nederlanden vorderen na vermeerdering van eis (samengevat) de veroordeling van Autosound tot betaling van bedragen van € 24.994,71 en € 3.108,98, een en ander vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

3.2.[eiser sub 1] en Nationale Nederlanden leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag (kort samengevat).

Uit het rapport van 12 januari 2006 blijkt dat de brandschade aan de auto van [B] volledig is te wijten aan een ontwerp- en constructiefout in het door Autosound aan [eiser sub 1] geleverde alarmsysteem. Autosound heeft daarmee jegens [eiser sub 1] wanprestatie gepleegd. Zij is daarom gehouden [eiser sub 1] te vrijwaren voor de schadevergoeding die hij aan [B] (Allianz) heeft betaald.

Daarnaast heeft Autosound met de levering van een gebrekkig product onrechtmatig gehandeld jegens [B] (Allianz), zodat zij met [eiser sub 1] hoofdelijk aansprakelijk is voor de brandschade. Omdat [eiser sub 1] evenwel niets valt te verwijten, komt deze schade in de onderlinge verhouding geheel voor rekening van Autosound.

3.3.Autosound voert gemotiveerd verweer. Op de (verdere) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.Autosound heeft tegen de vordering aangevoerd dat [eiser sub 1] niet heeft voldaan aan de op hem rustende klachtplicht (artikel 7:23 lid 1 BW), althans dat zijn vordering is verjaard (artikel 7:23 lid 2 BW), althans dat de gevorderde schadevergoeding op grond van artikel 6 van de algemene voorwaarden van Autosound is uitgesloten. Autosound betwist verder dat de brandschade het gevolg is van een gebrekkig alarmsysteem. Subsidiair meent zij dat sprake is van zodanige eigen schuld aan de zijde van [eiser sub 1], dat de schade geheel voor diens rekening moet blijven.

4.2.Artikel 7:23 lid 1 BW schrijft voor dat de koper (in dit geval [eiser sub 1]) binnen bekwame tijd na ontdekking van het gebrek de verkoper (in dit geval Autosound) daarvan in kennis moet stellen. De vraag of binnen bekwame tijd is geklaagd, moet worden beantwoord aan de hand van alle relevante omstandigheden, waaronder de vraag of de verkoper nadeel lijdt door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Hierbij is de ratio van het wetsartikel van belang, namelijk de bescherming van de verkoper tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten, waarbij nog komt dat de verkoper niet al te lang na het verrichten van zijn prestatie erop moet kunnen vertrouwen dat hij met zijn prestatie volledig gekweten is.

4.3.Autosound is, zij het via de omweg van een aansprakelijkstelling door Allianz, in de loop van 2006 bekend geraakt met de mogelijkheid dat het door haar geleverde alarmsysteem gebrekkig was en de brandschade had veroorzaakt. De verzekeraar van Autosound, Interpolis, heeft de alarminstallatie vervolgens laten onderzoeken door een deskundige, die daarover op 20 november 2006 heeft gerapporteerd. Hiermee is in voldoende mate tegemoetgekomen aan het belang van Autosound dat artikel 7:23 lid 1 beoogt te beschermen (zie 4.2). Dat [eiser sub 1] niet heeft voldaan aan zijn klachtplicht - hetgeen hijzelf overigens betwist - leidt er daarom niet toe dat hij geen beroep meer kan doen op non-conformiteit.

4.4.De verjaringstermijn voor rechtsvorderingen die op non-conformiteit zijn gestoeld, bedraagt twee jaren en deze termijn vangt aan na kennisgeving aan de verkoper van de gebreken die aan de geleverde zaak kleven, zo volgt uit artikel 7:23 lid 2 BW. Bij de beantwoording van de vraag of de rechtsvordering van [eiser sub 1] is verjaard, is in dit geval beslissend of na de aansprakelijkstelling van Autosound door Allianz een periode van twee jaren is verstreken zonder dat [eiser sub 1] in deze periode de verjaring heeft gestuit met een schriftelijke mededeling waarin hij zijn recht terzake ondubbelzinnig heeft voorbehouden of Autosound schriftelijk heeft aangemaand. Blijkens de beschikbare documentatie is noch van het een noch van het ander sprake geweest. Hoewel de aansprakelijkstelling van Autosound door Allianz niet is overgelegd, volgt uit de opdrachtdatum voor het onderzoek door de schade-expert van Interpolis (13 juni 2006), in relatie tot de andere vaststaande feiten, dat deze aansprakelijkstelling in de eerste helft van 2006 moet hebben plaatsgevonden. De dagvaarding waarmee [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden Autosound in vrijwaring hebben opgeroepen, dateert van 18 november 2008. [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden hebben niet weersproken dat zij in de tussengelegen periode geen stuitingshandelingen hebben verricht. De slotsom is dan ook dat de vordering, voor zover zij is gebaseerd op non-conformiteit, is verjaard.

4.5.[eiser sub 1] en Nationale Nederlanden hebben onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat deze uitkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. [eiser sub 1] is zelf weliswaar pas op 23 mei 2008 door Allianz gedagvaard, maar naar het oordeel van de rechtbank hadden de eerdere aansprakelijkstelling van Allianz en de inhoud van het schaderapport van 12 januari 2006 [eiser sub 1] (althans Nationale Nederlanden) voldoende aanleiding moeten geven om Autosound aansprakelijk te stellen voor eventuele schade als gevolg van non-conformiteit. Een dergelijke stuitingshandeling lag in de rede, temeer omdat Nationale Nederlanden op dat moment bij de zaak betrokken was als terzake deskundig geachte verzekeraar van [eiser sub 1].

4.6.De verjaringstermijn van artikel 7:23 lid 2 BW geldt voor iedere rechtsvordering van de koper die in de kern is gebaseerd op feiten die de stelling zouden rechtvaardigen dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (zie Hoge Raad 21 april 2006, NJ 2006, 272). Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de vordering, ook voor zover deze is gegrond op een hoofdelijke aansprakelijkheid van [eiser sub 1] en Autosound jegens [B] (Allianz), is verjaard. [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden baseren deze hoofdelijkheid immers uitsluitend op de stelling dat Autosound met de levering van een gebrekkig product jegens [B] onrechtmatig heeft gehandeld.

4.7.Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op. Als onweersproken staat vast dat niet Autosound de producent is van het alarmsysteem, maar het Italiaanse bedrijf Med; Autosound is de leverancier van dit product. Uit de stukken volgt dat [eiser sub 1] ook bekend was met de identiteit van deze producent toen zij de Med-alarmsystemen van Autosound afnam. Het beroep van Autosound op artikel 6:187 lid 4 BW, dat de leverancier bevrijdt van productaansprakelijkheid bij producten met een traceerbare herkomst, slaagt daarom. Van de door [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid van Autosound is dus geen sprake. Op haar rust dan ook geen bijdrageplicht als bedoeld in de artikelen 6:10 en 6:12 BW, zoals door hen bepleit. De vordering is daarom ook in zoverre niet toewijsbaar.

4.8.Deze uitkomst leidt ertoe dat de vordering zal worden afgewezen, met veroordeling van [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden,als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten. Deze kosten worden aan de zijde van Autosound begroot op € 2.951,--, waarvan € 635,-- aan griffierecht en € 2.316,-- aan salaris advocaat (vier punten à € 579,--, volgens tarief III).

5.De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser sub 1] en Nationale Nederlanden in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van Autosound begroot op € 2.951,--;

- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2010.