Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6812

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-06-2010
Datum publicatie
04-06-2010
Zaaknummer
09-655147-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich tezamen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van geld van de bankrekening van de Stichting Kat in Nood. Hij heeft binnen een kort tijdsbestek een aantal pintransacties ter hoogte van in totaal € 1.890,00 verricht met bankpassen die toebehoren aan deze stichting en op 7 maart 2009 zijn gestolen uit een woning te ’s-Gravenhage. De rechtbank acht een groot aantal van de tenlastegelegde pintransacties niet wettig en overtuigend bewijsbaar. Weliswaar zijn die transacties verricht met de gestolen pinpassen, maar een directe link tussen de verdachte en het verrichten van deze transacties ontbreekt. Gevangenisstraf van 1 maand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/655147-10

Datum uitspraak: 4 juni 2010

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

thans gedetineerd in België, inrichting Merksplas,

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 19 april 2010, 20 mei 2010 en 21 mei 2010.

De verdachte is niet verschenen.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 maart 2009 tot en met 19 maart 2009 te 's-Gravenhage en/of te Rotterdam en/of te Bergen op Zoom, althans in Nederland en/of te Antwerpen en/of te Brussel, in ieder geval in België tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, te weten

- op 7 maart 2009 met pinpas 1: 1.250 euro en/of met pinpas 2: 1.250 euro, althans een of meer geldbedragen en/of

- op 8 maart 2009 met pinpas 2: 4, 50 euro en/of 34,40 euro en/of 25 euro en/of 265 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of 500 euro, althans een of meer geldbedragen en/of

- op 9 maart 2009 met pinpas 1: 200 euro en/of 1.770 euro en/of 1.600 euro en/of 700 euro, en/of 674, 85 euro en/of met pinpas 2: vijfmaal 200 euro en/of 26 euro en/of 8,40 euro en/of 255 euro en/of 109 euro en/of 250 euro en/of 2.299, 80 euro en/of 20 euro, althans een of meer geldbedragen en/of

- op 10 maart 2009 met pinpas 1: 50 euro en/of met pinpas 2: 100 euro en/of tweemaal 250 euro en/of tweemaal 50 euro, althans een of meer geldbedragen en/of

- op 11 maart 2009 met pinpas 1: 350 euro en/of met pinpas 2: tweemaal 250 euro, althans een of meer geldbedragen en/of

- op 12 maart 2009 met pinpas 1: 1.250 euro en/of tweemaal 2.500 euro en/of met pinpas 2: 1.250 euro en/of tweemaal 2.500 euro, althans een of meer geldbedragen en/of

- op 19 maart 2009 met pinpas 1: tweemaal 2.500 euro en/of met pinpas 2: tweemaal 2.500 euro, althans een of meer geldbedragen,

geheel of ten dele toebehorende aan de Stichting Kat in Nood, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met (een) niet voor hem en/of zijn mededader(s) bestemde pinpassen van een bankrekening met nummer [nummer] en bijbehorende pincodes een geldbedrag te pinnen en/of te betalen;

De bevoegdheid van de rechtbank en de ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de rechtbank niet bevoegd is tot strafvervolging, voor zover het betreft de onderdelen van het tenlastegelegde die verdachte in België heeft begaan, omdat verdachte de Belgische nationaliteit heeft en in België woonachtig is. De rechtbank begrijpt dat verstaat hetgeen de officier van justitie naar voren brengt primair raakt aan de ontvankelijkheid van het openbaar Ministerie en niet zozeer aan de bevoegdheid van de rechtbank.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Uit het dossier is gebleken dat op 7 maart 2009 uit een woning aan de [adres] te ’s-Gravenhage twee bankpassen met bijbehorende pincodes, toebehorende aan de Stichting Kat in Nood, zijn gestolen. Vanaf die datum is van deze rekening een totaalbedrag van € 250.883,70 afgeschreven. Een bedrag van € 36.641,95 is in de periode van 7 maart 2009 tot en met 19 maart 2009 middels pintransacties van voornoemde rekening ontvreemd.

De beschuldiging jegens verdachte is dat hij tezamen met (een) ander(en) met valse sleutels - twee gestolen pinpassen van de (Nederlandse) Stichting Kat in Nood die behoren bij de bankrekening van die stichting - diverse transacties in België en in Nederland heeft verricht. Daardoor is geld onttrokken aan een in Nederland aangehouden bankrekening op naam van een Nederlandse stichting. De deur wordt geopend in België, maar geeft toegang tot een kamer in Nederland. Het geld wordt weggenomen in Nederland van een in Nederland aangehouden bankrekening. De strafbare transacties hebben derhalve, materieel gezien, steeds ook plaatsgevonden in Nederland, ook al heeft verdachte één van de gestolen pinpassen in een betaalautomaat in België geld gepind.

Op basis van artikel 2, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is de Nederlandse rechtbank bevoegd kennis te nemen van strafbare feiten die binnen het rechtsgebied van Nederland zijn begaan. Los daarvan is de rechtbank ook reeds bevoegd op grond van de deelnemingsbepaling van artikel 6 van het Wetboek van Strafvordering. Derhalve is de rechtbank bevoegd van alle tenlastegelegde feiten kennis te nemen.

De rechtbank overweegt voorts dat gelet op bovengenoemde overwegingen over de pleegplaats de Nederlandse strafwet op grond van artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht voor alle tenlastegelegde feiten toepasselijk is en er daarom rechtsmacht voor Nederland bestaat. Derhalve is de officier van justitie naar het oordeel van de rechtbank ontvankelijk om tot strafvervolging over te gaan ten aanzien van alle onderdelen van het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie.

De officier van justitie mr. D.M. van Gosen heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. De officier van justitie acht de volgende diefstallen van geldbedragen van de bankrekening van de Stichting Kat in Nood bewijsbaar:

- op 8 maart 2009 te ‘s-Gravenhage: € 200,00, € 100,00 en € 500,00 met pinpas 2;

- op 9 maart 2009 te ’s-Gravenhage: € 1.770,00 met pinpas 1, € 1.600,00 met pinpas 1,

€ 700,00 met pinpas 1, € 674,85 met pinpas 1, € 109,00 met pinpas 2, € 250,00 met pinpas 2

€ 2.299,80 met pinpas 2, en € 20,00 met pinpas 2;

- op 9 maart 2009 te Rotterdam: viermaal € 200,00 met pinpas 2 en eenmaal € 200,00 met pinpas 1;

- op 10 maart 2009 te ‘s-Gravenhage: eenmaal € 50,00 met pinpas 1, eenmaal € 100,00 met pinpas 2, tweemaal € 250,00 met pinpas 2, tweemaal € 50,00 met pinpas 2.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij Stichting Kat in Nood tot een bedrag van € 9.973,30 en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 9.973,30 ten behoeve van het slachtoffer Stichting Kat in Nood. De officier van justitie heeft gevorderd te bepalen dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader, [mededader], aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

De officier van justitie heeft medegedeeld dat zij voornemens is te gelegener tijd een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken, indien de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet, of niet geheel, toewijst.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals deze hieronder is vermeld:

Hoewel de officier van justitie heeft gerequireerd tot een bewezenverklaring van de pintransactie die op 8 maart 2009 te ’s-Gravenhage heeft plaatsgevonden van € 200,00 met pinpas 2, en de pintransacties die op 9 maart 2009 hebben plaatsgevonden te ‘s-Gravenhage (dit betreffen de volgende bedragen: € 1.770,00 met pinpas 1, € 1.600,00 met pinpas 1, € 700,00 met pinpas 1, € 674,85 met pinpas 1, € 109,00 met pinpas 2, € 250,00 met pinpas 2, € 2.299,80 met pinpas 2, en € 20,00 met pinpas 2) en tenslotte de pintransacties die op 10 maart 2009 hebben plaatsgevonden te ‘s-Gravenhage (dit betreffen de volgende bedragen: € 50,00, met pinpas 1, € 100,00 met pinpas 2, tweemaal € 250,00 met pinpas 2 en tweemaal € 50,00 euro met pinpas 2), is de rechtbank tot een ander oordeel gekomen. Zij acht een groot aantal van de tenlastegelegde pintransacties niet wettig en overtuigend bewijsbaar.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Weliswaar blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het dossier – onder meer op basis van de aangifte en de bankafschriften van de rekening van de Stichting Kat in Nood met rekeningnummer [nummer] - dat bovengenoemde transacties zijn verricht met de gestolen pinpassen van de Stichting Kat in Nood, maar de rechtbank heeft in het dossier onvoldoende aanknopingspunten aangetroffen die duiden op enige strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte bij deze transacties. Een directe link tussen de verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), en het verrichten van deze transacties ontbreekt.

Tot eenzelfde oordeel komt de rechtbank ten aanzien van de tenlastelegde transacties op 7 maart 2009, op 8 maart 2009 voor zover betreffende de tenlastegelegde geldbedragen € 4,50 en € 34,40, op 11 maart 2009, op 12 maart 2009 en op 19 maart 2009.

Dat leidt ertoe dat verdachte van die transacties dient te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar. De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich tezamen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van geld van de bankrekening van de Stichting Kat in Nood. Verdachte heeft binnen een kort tijdsbestek een aantal pintransacties verricht met de gestolen bankpassen van die stichting, ter hoogte van in totaal € 1.890,00.

De Stichting Kat in Nood is een stichting met een nobel doel. Deze stichting zorgt onder meer voor onderdak van katten van overledenen en voorziet in de verzorging van zwerfkatten. Door meerdere pintransacties met de gestolen bankpassen te verrichten heeft verdachte deze stichting benadeeld. Verdachte heeft daarbij uit eigen financieel gewin gehandeld.

Verdachte is blijkens een uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 maart 2010 in Nederland niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest.

De rechtbank zal de officier van justitie niet volgen in haar strafeis, nu de rechtbank tot een vrijspraak heeft geconcludeerd met betrekking tot een aanzienlijk deel van de tenlastelegging.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij.

De Stichting Kat in Nood heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 196.341,95, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede de kosten van rechtsbijstand (begroot op een bedrag van € 2.000,00 ex BTW).

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 1.890,00, van zo eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade, ter hoogte van € 1.890,00, heeft geleden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten. De vordering is in zoverre voor toewijzing vatbaar. Aangezien het aandeel van verdachte in de totale schade die de benadeelde partij heeft geleden ongeveer 1% is, zal de rechtbank naar rato van de totale schade die verdachte heeft veroorzaakt de proceskosten voor dit deel van de vordering begroten op € 20,00.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op € 20,00, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 1 (EEN) maand;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de Stichting Kat in Nood, een bedrag van € 1.890,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 8 maart 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat zij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 20,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.890,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 8 maart 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Stichting Kat in Nood;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 28 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mrs H.J. de Graaff, voorzitter,

A.L. Frenkel en J.J.M. Gielen-Winkster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr.drs. J.M.T. Boeter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 juni 2010.