Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM4477

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-05-2010
Datum publicatie
18-05-2010
Zaaknummer
09/758853-09, 15/700705-07 (TUL) en 09/900337-09 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in de periode van september 2009 tot en met januari 2010 in verschillende (semi-)publieke plekken/instellingen goederen (o.a. portemonnees, een telefoon en een geldkistje) weggenomen. Voorts heeft verdachte met enkele daarbij gestolen pinpassen transacties verricht en geld gepind. Dergelijke feiten veroorzaken grote financiële schade. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat zij onder meer een hoogbejaarde vrouw, destijds 102 jaar oud, heeft bestolen van haar pinpas en vervolgens met die gestolen pinpas van een groot geldbedrag heeft beroofd. De rechtbank houdt er bij de strafoplegging rekening mee dat verdachte blijkens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 21 januari 2010 reeds vele malen eerder ter zake van diefstal tot langdurige (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen is veroordeeld en in twee proeftijden liep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers 09/758852-09, 15/700705-07 (TUL) en 09/900337-09 (TUL)

Datum uitspraak: 17 mei 2010

Tegenspraak

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

adres: [adres],

thans gedetineerd in de PI Breda.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 3 mei 2010.

De verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. J.W.F. Menick, advocaat te Amsterdam, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr. P.A. Willemse heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het haar bij dagvaarding onder 4 eerste en tweede cumulatief/alternatief en 6 ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het haar bij dagvaarding onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2, 3, 5 eerste en tweede cumulatief/alternatief en 7 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact.

Tevens heeft de officier van justitie geconcludeerd tot (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van de navolgende benadeelde partijen en heeft zij gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers/benadeelde partijen genaamd:

- [slachtoffer A], van een bedrag groot € 11.027,57, subsidiair 90 dagen hechtenis;

- [slachtoffers B/C], van een bedrag groot € 300,-, subsidiair 6 dagen hechtenis;

- [slachtoffer D], van een bedrag groot € 2.962,23, subsidiair 39 dagen hechtenis;

- [slachtoffer E], van een bedrag groot € 394,-, subsidiair 7 dagen hechtenis.

Voorts heeft zij geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [F].

Ten slotte heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van:

- de bij vonnis van de rechtbank te Haarlem d.d. 3 april 2008 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en

- het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf opgelegd bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage d.d. 3 augustus 2009, te weten gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 14 december 2009 tot en met 01 januari 2010 te

's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

verzorgingstehuis (gelegen aan de [straat 1]) heeft weggenomen een

portemonnee (met inhoud) en/of een bankpas en/of een legitimatiebewijs en/of

(een) sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en/of

zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 december

2009 tot en met 01 januari 2010 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (in totaal 10.726,22 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

geldbedrag(en) onder haar bereik te hebben gebracht door middel van een valse

sleutel, te weten door gebruik te maken van een niet op haar, verdachtes, naam

gestelde bankpas en/of de daarbij behorende pincode;

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 02 november 2009 te 's-Gravenhage, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een school (gelegen aan de [straat 2])

heeft weggenomen een (of meer) mobiele telefoon(s), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [G] en/of [H], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

3.

zij op of omstreeks 13 december 2009 te Wassenaar, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een seniorencomplex (gelegen aan de

[straat 3]) heeft weggenomen een geldkistje (met inhoud) (te weten een

geldbedrag van 200 euro en/of een of meer postzegel(s)), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [I], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder haar

bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten door

gebruik te maken van een gevonden sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

4.

zij op of omstreeks 21 september 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een school (gelegen aan de [straat 4])

heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [J], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

en/of

zij op of omstreeks 21 september 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (in totaal 1.659,22 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [J], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

geldbedrag(en) onder haar bereik te hebben gebracht door middel van een valse

sleutel, te weten door gebruik te maken van een niet op haar, verdachtes, naam

gestelde bankpas en/of de daarbij behorende pincode;

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

5.

zij op of omstreeks 26 november 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit kinderdienstencentrum

[kinderdienstencentrum] (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een portemonnee (met

inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [K],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en/of

zij op of omstreeks 26 november 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (in totaal 2.832,23 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [K]

en/of [L], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag(en) onder haar bereik te hebben

gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van

een niet op haar, verdachtes, naam gestelde bankpas en/of de daarbij behorende

pincode;

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

6.

zij in of omstreeks de periode van 02 november 2009 tot en met 03 november 2009 te

's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het

clubgebouw bij Ponycentrum [ponycentrum] (gelegen aan de [straat 5])

heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [F], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

7.

zij op of omstreeks 06 december 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit bejaardenhuis [bejaardenhuis] (gelegen aan de

[straat 6]) heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en/of een

mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

art 310 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 6 is ten laste gelegd, zodat zij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Daartoe wordt overwogen dat de in het dossier gevoegde afdrukken van camerabeelden betrekking hebben op een geldopname op een tijdstip vóór het moment van ontvreemding van de bankpas. Deze beelden kunnen derhalve niet meewerken tot het bewijs, evenmin als de op die beelden gebaseerde herkenning van verdachte door een verbalisant.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 4.

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat de onder 4 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Hiertoe overweegt zij als volgt.

- Modus operandi met betrekking tot de diefstallen

Alle aangevers zijn op dezelfde wijze bestolen van hun goederen. Uit de aangiften is gebleken dat de goederen steeds zijn weggenomen in (semi-)publieke plekken/instellingen. Deze modus operandi valt ook te constateren bij feit 4. Daar komt nog bij dat deze plekken/instellingen, genoemd in de aangiften behorende bij de feiten 1, 2, 4 en 7 zich op een geringe afstand van elkaar bevonden.

- Modus operandi met betrekking tot het pinnen met gestolen pinpassen

Ter terechtzitting heeft verdachte ten aanzien van de onder 1 tenlastegelegde feiten verklaard dat zij een pinpas gestolen heeft en dat zij een paar dagen later gepind heeft met deze gestolen pinpas. Zij verklaarde dat zij eigenlijk wel verwacht had dat de pas geblokkeerd zou zijn, omdat zij “normaal gesproken kort na het stelen van een bankpas geld opnam en transacties verrichtte met die pas”.

Ook deze modus operandi valt te constateren bij feit 4. Aangeefster [J] heeft verklaard dat haar pinpas is weggenomen op 21 september 2009. Uit het bankafschrift behorende bij de gestolen pinpas is gebleken dat er diezelfde dag binnen een kort tijdsbestek op onrechtmatige wijze geld is opgenomen en transacties zijn verricht door een ander dan aangeefster [J].

Voorts heeft verbalisant [verbalisant 1] in een proces-verbaal van bevindingen verklaard dat uit een eerder onderzoek tegen verdachte is gebleken dat verdachte er van op de hoogte is dat klanten van de ABN AMRO bank zelf een eigen pincode mochten kiezen, waardoor verdachte dan geld trachtte op te nemen met de gestolen pinpas door een deel van de geboortedatum als pincode in te toetsen. De rechtbank acht het aannemelijk dat verdachte deze werkwijze gehanteerd heeft bij de weggenomen pinpas van [J].

- Camerabeelden ABN AMRO bank

Uit het bankafschrift behorende bij de gestolen pinpas van aangeefster is gebleken dat er op 21 september 2009 om 14.40 uur op onrechtmatige wijze een bedrag van € 950,- is opgenomen bij de geldautomaat GEA S11157 aan de [straat 6] te 's-Gravenhage. Hierop heeft de officier van justitie de camerabeelden van deze geldautomaat opgevraagd. Op deze beelden is een vrouwspersoon te zien met een fiets. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard in het bezit te zijn van een fiets.

Daar komt nog bij dat verdachte door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] is herkend op prints van voornoemde camerabeelden, die geplaatst waren op de interne informatiesite van Bureau Regionale Informatie van de politie Haaglanden. Verbalisant [verbalisant 1] herkende verdachte aan haar neus, gezichtsbouw en de kleding die zij droeg. Verbalisant [verbalisant 2] herkende verdachte aan haar gezicht en met name haar neus. Beide verbalisanten waren ambtshalve bekend met verdachte, nu zij beiden medio april 2009 een onderzoek tegen verdachte hebben uitgevoerd.

Gelet op de in alle zaken op essentiële punten overeenkomende modus operandi en de herkenning van verdachte op de camerabeelden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook de aan haar onder 4 tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2, 3, 4 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 5 eerste en tweede cumulatief/alternatief en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht dat

1.

zij in de periode van 14 december 2009 tot en met 01 januari 2010 te

's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een

verzorgingstehuis (gelegen aan de [straat 1]) heeft weggenomen een

portemonnee met inhoud en een bankpas en een legitimatiebewijs en

een sleutel, toebehorende aan [slachtoffer A]

en

zij op tijdstippen in de periode van 14 december

2009 tot en met 01 januari 2010 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (in totaal 10.726,22 euro),

toebehorende aan [slachtoffer A], zulks na de weg te nemen

geldbedragen onder haar bereik te hebben gebracht door middel van een valse

sleutel, te weten door gebruik te maken van een niet op haar, verdachtes, naam

gestelde bankpas en de daarbij behorende pincode;

2.

zij op 02 november 2009 te 's-Gravenhage, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in een school (gelegen aan de [straat 2])

heeft weggenomen een mobiele telefoon, toebehorende aan [G] en/of [H];

3.

zij op 13 december 2009 te Wassenaar, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in een seniorencomplex (gelegen aan de

[straat 3]) heeft weggenomen een geldkistje met inhoud (te weten een

geldbedrag van 200 euro en postzegels), toebehorende aan [I],

zulks na die weg te nemen goederen onder haar

bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door

gebruik te maken van een gevonden sleutel;

4.

zij op 21 september 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in een school (gelegen aan de

[straat 4]) heeft weggenomen een portemonnee met inhoud,

toebehorende aan [J];

en

zij op 21 september 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (in totaal 1.659,22 euro),

toebehorende aan [J], zulks na de weg te nemen

geldbedragen onder haar bereik te hebben gebracht door middel van een valse

sleutel, te weten door gebruik te maken van een niet op haar, verdachtes, naam

gestelde bankpas en de daarbij behorende pincode;

5.

zij op 26 november 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in kinderdienstencentrum

[kinderdienstencentrum] (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een portemonnee met

inhoud, toebehorende aan [K];

en

zij op 26 november 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (in totaal 2.832,23 euro),

toebehorende aan [K] en/of [L],

zulks na de weg te nemen geldbedragen onder haar bereik te hebben

gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van

een niet op haar, verdachtes, naam gestelde bankpas en de daarbij behorende

pincode;

7.

zij op 06 december 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in bejaardenhuis [bejaardenhuis] (gelegen aan de

[straat 6]) heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en een

mobiele telefoon, toebehorende aan [E].

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode van september 2009 tot en met januari 2010 in verschillende (semi-)publieke plekken/instellingen goederen (o.a. portemonnees, een telefoon en een geldkistje) weggenomen. Voorts heeft verdachte met enkele daarbij gestolen pinpassen transacties verricht en geld gepind.

Dergelijke feiten veroorzaken grote financiële schade. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat zij onder meer een hoogbejaarde vrouw, destijds 102 jaar oud, heeft bestolen van haar pinpas en vervolgens met die gestolen pinpas van een groot geldbedrag heeft beroofd.

Daar komt bij dat de diefstallen gevoelens van onveiligheid veroorzaken, temeer daar in veel gevallen de goederen zijn weggenomen uit een voor de slachtoffers vertrouwde woon- of werkomgeving.

De rechtbank houdt er bij de strafoplegging rekening mee dat verdachte blijkens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 21 januari 2010 reeds vele malen eerder ter zake van diefstal tot langdurige (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen is veroordeeld en in twee proeftijden liep.

De rechtbank heeft kennis genomen van het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 26 april 2010, opgemaakt door mw. [reclasseringswerker], reclasseringswerker. Betrokkene is bekend bij GGZ reclassering Palier en de Forensische Polikliniek van Palier te 's-Gravenhage en lijkt het nut van het programma in te zien. Desondanks is betrokkene, hoewel zij op de hoogte was van de voorwaardelijke straffen en reeds een officiële waarschuwing had ontvangen voor het niet nakomen van afspraken, wederom gerecidiveerd. Gelet daarop is de kans op recidive bij betrokkene niet afgenomen door de huidige behandeling en het verplichte reclasseringscontact. De kans op een terugval in delictgedrag is derhalve groot te noemen. Geadviseerd wordt de twee voorwaardelijke straffen geheel ten uitvoer te leggen. Tevens wordt geadviseerd om aan betrokkene geen nieuw verplicht reclasseringscontact op te leggen.

Ter terechtzitting heeft verdachte te kennen gegeven dat zij één gesprek in de week met de reclassering onvoldoende vindt. Verdachte denkt meer baat te zullen hebben bij een behandeling. Daarom heeft zij verzocht om opname bij stichting Exodus-Stoel Drenthe.

De rechtbank ziet hiertoe geen mogelijkheid, nu geen advies is gegeven over een eventuele opname en ook geen aanbod voor plaatsing is gedaan, waardoor de rechtbank ook geen concrete instelling, zoals Exodus-Stoel Drenthe kan aanwijzen waar een dergelijke opname gedurende een bepaalde periode zou kunnen worden uitgevoerd. Teneinde de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van haar problematiek alle kansen te geven, blijft de rechtbank het van belang vinden dat verdachte in een gedwongen kader een behandeling zal ondergaan. Gelet op hetgeen verdachte ter terechtzitting naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank zich, ondanks het negatieve advies van de reclassering, genoodzaakt om verdachte een verplicht reclasseringscontact op te leggen. In het kader van het verplichte reclasseringscontact zijn verschillende vormen van begeleiding beschikbaar, die ook kunnen worden toegesneden op de situatie van verdachte.

Gelet op het vorengaande acht de rechtbank de volgende, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf gepast. Zij zal een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu zij anders dan deze ook feit 4 bewezen acht.

Nu de voorlopige hechtenis van verdachte slechts betrekking heeft op de feiten 1, 2 en 3, zal de rechtbank tevens de gevangenneming van verdachte bevelen voor de feiten 4, 5 en 7.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

- [slachtoffer A]

Bovengenoemde heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 11.027,57.

De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Deze vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 11.027,57.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 29 december 2009 .

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

- [slachtoffers B/C]

[I] heeft zich als gemachtigde van bovengenoemde rechtspersonen als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 300,-.

De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Deze vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 300,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 13 december 2009 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

- [slachtoffer D]

Bovengenoemde heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.962,23.

De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Deze vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 5 eerste en tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 2.962,23.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 26 november 2009 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

- [F]

Bovengenoemde heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 301,75.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, is vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met haar verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

- [slachtoffer E]

Bovengenoemde heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 394,-.

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post 5, van zo eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Dit deel van de vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 7 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 20,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 6 december 2009 is ontstaan.

De rechtbank zal de benadeelde partij [E] voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien dit deel van de vordering in zoverre niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de rechtbank de kosten die in verband met deze vordering zijn gemaakt zal compenseren door te bepalen dat de verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen kosten draagt.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot:

- betaling aan de Staat van een bedrag groot € 11.027,57, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer A];

- betaling aan de Staat van een bedrag groot € 300,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 13 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffers B/C];

- betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.962,23, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 26 november 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer D]; en

- betaling aan de Staat van een bedrag groot € 20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer E].

Vorderingen tenuitvoerlegging.

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de volgende vorderingen van de officier van justitie van 15 april 2010 tot tenuitvoerlegging van:

- de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank te Haarlem d.d. 3 april 2008 (15/700705-07) en

- het voorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank d.d. 3 augustus 2009 (09/900337-09),

nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich telkens voor het einde van de proeftijd die bij voormelde vonnissen was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan soortgelijke feiten.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 24c, 36f, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 6 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2, 3, 4 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 5 eerste en tweede cumulatief/alternatief en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 eerste cumulatief/alternatief, 2, 4 eerste cumulatief/alternatief, 5 eerste cumulatief/alternatief en 7:

diefstal, meermalen gepleegd,

ten aanzien van feit 1 tweede cumulatief/alternatief, 3, 4 tweede cumulatief/alternatief en 5 tweede cumulatief/alternatief:

diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften haar te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het

bepaalde bij artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht.

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

beveelt de gevangenneming van verdachte ten aanzien van de feiten 4, 5 en 7 (apart geminuteerd);

- de vorderingen van de benadeelde partijen

bepaalt dat de benadeelde partij [F] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij [F] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [E] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

- [slachtoffer E], een bedrag groot € 20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat de benadeelde partij [E] voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat hij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de andere benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

- [slachtoffer A], een bedrag van € 11.027,57, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

- [slachtoffers B/C], een bedrag groot € 300,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 13 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

- [slachtoffer D], een bedrag groot € 2.962,23, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 26 november 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen

[slachtoffer A], [slachtoffers B/C] en [slachtoffer D] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer E] en verdachte ieder de eigen kosten dragen;

- schadevergoedingsmaatregelen

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 11.027,57, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 29 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer A];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 300,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 13 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffers B/C];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 6 (zes) dagen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 2.962,23, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 26 november 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer D];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 39 (negen en dertig) dagen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 december 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer E];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 (één) dag;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partijen de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

- vorderingen tenuitvoerlegging

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de rechtbank te Haarlem d.d. 3 april 2008, gewezen onder parketnummer 15/700705-07, te weten gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf ) maanden;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van deze rechtbank d.d. 3 augustus 2009, gewezen onder parketnummer 09/900337-09, te weten gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. E. Rabbie, voorzitter,

H. Dragtsma en O. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van S. Huliselan en mr. T. Glansbeek, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 mei 2010.