Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3586

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-05-2010
Datum publicatie
10-05-2010
Zaaknummer
09/925825-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BU4926, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ten laste van verdachte zijn vermogensdelicten bewezen verklaard waarvan in totaal een vijftal bejaarde tot hoogbejaarde mensen (variërend in leeftijd van 76 tot 91 jaar) het slachtoffer zijn geworden. In alle gevallen zijn door verdachte één of meerdere geldopname(n) met de pinpas van die slachtoffers verricht, nadat (door een ander) ter verkrijging van de pinpassen en bijbehorende pincodes misbruik is gemaakt van het vertrouwen dat deze slachtoffers in de bezoeker van hun woning stelden, welk vertrouwen veelal werd opgewekt door het fingeren van een kwaliteit die bedoeld was om door autoriteit dan wel andere omstandigheden te imponeren. Verdachte heeft ook opgetreden als chauffeur. Aan verdachte dient een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te worden opgelegd. De duur daarvan zal aanmerkelijk minder zijn dan de straf die door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank verschilt niet met de officier van justitie van mening omtrent de ernst van de telastgelegde feiten, maar nu daarvan een groot gedeelte niet bewezen is verklaard, kan de gevorderde straf niet passend worden geacht voor de wel bewezen feiten. Zie oo kde vonnissen tegen medeverdachte [X]: LJ-nummer BM3559 en [Z]: LJ-nummer BM3602.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/925825-09

Datum uitspraak: 6 mei 2010

(Verkort vonnis met bewijsoverwegingen)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte Y],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Nieuwegein, te Nieuwegein.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 april 2010.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.H. Westendorp, advocaat te 's Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr. M.A. van der Laan heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [D] tot een bedrag van € 850,--. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 850,--, subsidiair 17 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [D].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [R] tot een bedrag van € 60,--. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 60,--, subsidiair 1 dag hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [R].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [S] tot een bedrag van € 3.160,--. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.160,--, subsidiair 41 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [S].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [U] tot een bedrag van € 1.250,--. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.250,--, subsidiair 22 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [U].

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 1 (Volkswagen [type]) en 31 (horloge Audemars Piguet) genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, dat de onder 2 t/m 30 + 32 t/m 36 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(zaak 2.3)

hij op of omstreeks 22 september 2009 te 's-Gravenhage, althans te Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige

kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [C] te

bewegen tot afgifte van (een) pinpas(sen) en/of enig(e) geldbedrag(en), in elk

geval enig goed, toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of

in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen:

- zich heeft begeven naar de [adres] en/of

(vervolgens) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- zich heeft/hebben voorgedaan als een rechercheur/politieambtenaar en/of

- de woning van die [C] heeft/hebben betreden en/of

- die [C] heeft/hebben gevraagd of zij hem/hen kon helpen,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

(art 326 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 22 september 2009 te 's-Gravenhage, althans te Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening weg te nemen (een) pinpas(sen) en/of enig(e)

geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen:

- zich heeft begeven naar de [adres] en/of

(vervolgens) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- zich heeft/hebben voorgedaan als een rechercheur/politieambtenaar en/of

- de woning van die [C] heeft/hebben betreden en/of

- die [C] heeft/hebben gevraagd of zij hem/hen kon helpen,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

art 311 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

(zaak 2.4)

hij op of omstreeks 22 september 2009 te 's-Gravenhage tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) bankpas(sen), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [D], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 311 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 22 september 2009 te 's-Gravenhage althans te Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen enig(e)

geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 950 euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [D], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van een

valse sleutel, te weten door onbevoegd (meermalen) met een bankpas (op naam

van die [D]) met de bijbehorende pincode (een) geldopname(n) bij

(een) geldautoma(a)t(en) te verrichten;

art 311 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

(zaak 2.5)

hij op of omstreeks 24 september 2009 te Voorburg, gemeente

Leidschendam-Voorburg, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud (waaronder ongeveer

200 euro, althans enig(e) geldbedrag(en)) in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [E], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

(zaak 2.8)

hij op of omstreeks 6 juli 2009 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-

Voorburg, althans te Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse

hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [Q] te bewegen tot afgifte van (een)

pinpas(sen) en/of enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, toen aldaar

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen:

- zich heeft begeven naar de [adres] en/of de [adres] en/of

(vervolgens) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- zich heeft/hebben voorgedaan als een medewerker van een energiebedrijf en/of

- aan die [Q] heeft/hebben verteld dat hij te veel had betaald en/of

- tegen die [Q] heeft/hebben gezegd dat hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) kon(den) regelen dat die [Q] het te veel betaalde geld terug

zou krijgen,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 6 juli 2009 te Leidschendam, gemeente

Leidschendam-Voorburg, althans te Nederland, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg

te nemen (een) pinpas(sen) en/of enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Q], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer

van zijn mededader(s), althans alleen:

- zich heeft begeven naar de [adres] en/of de [adres] en/of

(vervolgens) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- zich heeft/hebben voorgedaan als een medewerker van een energiebedrijf en/of

- aan die [Q] heeft/hebben verteld dat hij te veel had betaald en/of

- tegen die [Q] heeft/hebben gezegd dat hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) kon(den) regelen dat die [Q] het te veel betaalde geld terug

zou krijgen,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

art 311 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

(zaak 2.9)

hij op of omstreeks 6 augustus 2009 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een portefeuille met inhoud (waaronder ongeveer

60 euro, althans enig(e) geldbedrag(en)) in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [R], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

6.

(zaak 2.11)

hij op of omstreeks 30 juni 2009 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans te

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen enig(e)

geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 3160 euro, althans 1160 euro), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [S], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks

nadat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg te nemen

geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een

valse sleutel, te weten door onbevoegd (meermalen) met een bankpas (op naam

van die de Wit) met bijbehorende pincode (een) geldopname(n) bij (een)

geldautoma(a)t(en) te verrichten;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

(zaak 2.15)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 april 2009

tot en met 23 april 2009 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een/of meer geldbedrag(en) (van in totaal

ongeveer 3.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [I], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten

door onbevoegd (meermalen) met (een) bankpas(sen) (op naam van die [I]) met de bijbehorende pincode(s) (een) geldopname(n) bij (een)

geldautoma(a)t(en) te verrichten;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

(zaak 2.18)

hij op of omstreeks 10 juli 2009 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen enig(e)

geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 1250 euro, althans 250 euro), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [T], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht

door middel van een valse sleutel, te weten door onbevoegd (meermalen) met een

bankpas (op naam van die [T]) met bijbehorende pincode (een)

geldopname(n) bij (een) geldautoma(a)t(en) te verrichten;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

9.

(zaak 2.19)

hij op of omstreeks 11 juni 2009 te 's-Gravenhage, althans te Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen enig(e)

geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 1250 euro, althans 250 euro), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [U], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht

door middel van een valse sleutel, te weten door onbevoegd (meermalen) met een

bankpas (op naam van die [U]) met bijbehorende pincode (een)

geldopname(n) bij (een) geldautoma(a)t(en) te verrichten;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 1, 2 eerste alternatief/cumulatief, 3, 4 en 5 is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 1 (zaak 2.3) eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief, feit 2 (zaak 2.4) eerste cumulatief/alternatief en feit 3 (zaak 2.5) overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat de rol van verdachte verder gaat dan het besturen van de auto waarmee medeverdachte [X] bij de verschillende adressen is gekomen. Niet bewezen kan worden dat verdachte op de hoogte was van enig plan van [X] of van hetgeen zich in de woningen zou gaan afspelen, dan wel heeft afgespeeld. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het medeplegen van deze feiten.

Met betrekking tot feit 4 (zaak 2.8) eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief overweegt de rechtbank dat [Q] aangifte heeft gedaan van een poging tot oplichting dan wel diefstal in zijn woning aan de [adres] in Leidschendam op 6 juli 2009 door een goed Nederlands sprekende blanke jongeman met een schrijfmap. Een getuige heeft gezien dat één van de drie inzittenden van een groene Volkswagen [type 1] of [type 2] in de middag van 6 juli 2009 met het colbertjasje van één van de andere twee inzittenden van die auto en in zijn hand een zwarte map uit die auto is gestapt en in de richting van de [adres] in Leidschendam is gelopen. Naar aanleiding van een melding van deze getuige – die de situatie verdacht vond – hebben verbalisanten, rijdend naar de [adres], op de [straat] in Leidschendam een groene Volkswagen [type 2] zien rijden en deze staande gehouden. In de auto zaten verdachte en [V].

Verdachte voldoet niet aan het door [Q] opgegeven signalement van de goed Nederlands sprekende blanke jongeman. Gelet hierop en gelet op het feit dat het dossier voorts geen ondersteunend materiaal bevat om tot het bewijs te kunnen bijdragen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen worden dat verdachte (als medepleger) betrokken is geweest bij de poging tot oplichting dan wel poging tot diefstal van [Q].

Met betrekking tot feit 5 (zaak 2.9) overweegt de rechtbank dat verdachte niet voldoet aan het door aangever [R] opgegeven signalement van de dader van de diefstal van zijn portefeuille. [R] heeft verklaard dat op 6 augustus 2009 omstreeks 15.00 uur bij zijn woning aan de [adres] in Den Haag is aangebeld en dat een netjes Nederlands sprekende man in zijn woning is geweest. De portefeuille van [R] is in het water aan de [straat] in Den Haag terug gevonden. Een getuige heeft gezien dat omstreeks 16.15 uur een donkergroen voertuig met het kenteken [kenteken Volkswagen type 2] op de kruising van de [straat] met de [straat] heeft gestaan en dat de bijrijder van die auto naar het water is gelopen en van kleding is gewisseld. Het enkele feit dat de auto van verdachte vijf kwartier na de gepleegde diefstal is gesignaleerd in de straat waar de portefeuille van [R] is aangetroffen en de bijrijder is gezien bij het water waar die portefeuille in lag, acht de rechtbank onvoldoende om te komen tot bewezenverklaring van de aan verdachte telastgelegde diefstal in vereniging.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 2 tweede alternatief/cumulatief, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat:

2.

(zaak 2.4)

hij op 22 september 2009 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geldbedragen toebehorende aan [D], zulks na de weg te nemen goederen onder hun bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door onbevoegd meermalen met een bankpas op naam van die [D] met de bijbehorende pincode geldopnamen bij geldautomaten te verrichten;

6.

(zaak 2.11)

hij op 30 juni 2009 te Rijswijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geldbedragen, toebehorende aan [S], zulks nadat hij, verdachte, de weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door onbevoegd meermalen met een bankpas op naam van die [S] met bijbehorende pincode geldopnamen bij een geldautomaat te verrichten;

7.

(zaak 2.15)

hij op 21 april 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan [I], zulks na het weg te nemen goed onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door onbevoegd met een bankpas op naam van die [I] met de bijbehorende pincode een geldopname bij een geldautomaat te verrichten;

8.

(zaak 2.18)

hij op 10 juli 2009 te Rijswijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen enig geldbedrag, toebehorende aan [T], zulks na het weg te nemen goed onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door onbevoegd met een bankpas op naam van die [T] met bijbehorende pincode een geldopname bij een geldautomaat te verrichten;

9.

(zaak 2.19)

hij op 11 juni 2009 te 's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen enig geldbedrag toebehorende aan [U], zulks na het weg te nemen goed onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door onbevoegd met een bankpas op naam van die [U] met bijbehorende pincode een geldopname bij een geldautomaat te verrichten..

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 2 (zaak 2.4) tweede cumulatief/alternatief:

Uit het dossier blijkt dat medeverdachte [X] op 22 september 2009 tussen 14.37 uur en 14.58 uur in de woning van [D] (90 jaar) aan de [adres] in Den Haag is geweest en de bankpas van [D] heeft weggenomen. [D] heeft daarbij desgevraagd haar pincode bekend gemaakt. [X] is daarna in de door verdachte bestuurde auto gestapt. Om 15.02 uur is een bedrag opgenomen van € 850,- bij een pinautomaat van de ING-bank aan de Weede van Dijkveldstraat in Den Haag en om 15.09 uur is een bedrag van € 10,- opgenomen bij een pinautomaat van de Fortis bank aan de Badhuiskade in Den Haag. Door de verbalisanten die verdachte en [X] op 22 september 2009 hebben geobserveerd is gezien dat verdachte degene is geweest die beide pintransacties heeft verricht. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging met [X] schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de twee geldbedragen die toebehoren aan [D].

Ten aanzien van feit 6 (zaak 2.11):

Uit het dossier blijkt dat [S] (76 jaar) op 30 juni 2009 omstreeks 13.45 uur in zijn woning aan [adres] in Den Haag is bestolen van zijn bankpas. Desgevraagd heeft [S] aan de dader van de diefstal zijn pincode gegeven. Volgens een fax van de Fortis Bank is van de rekening van [S] en met zijn pas en pincode op 30 juni 2009 bij een automaat aan de Steenvoordelaan in Rijswijk om 15.37 uur een bedrag van € 1.000,- en om 15.39 uur een bedrag van € 160,- opgenomen. Op andere tijdstippen is de pas ook bij geldautomaten aangeboden. Uit de fax van de Fortis bank valt niet eenduidig op te maken of op die andere tijdstippen ook geslaagde opnames zijn gedaan. Van de pinner van de transacties bij de automaat aan de Steenvoordelaan in Rijswijk zijn foto’s beschikbaar. Aan de vriendin van verdachte, [vriendin verdachte], zijn de foto’s getoond. Zij heeft de pinner herkend als verdachte en een identiek overhemd (naar haar zeggen) van verdachte als gedragen door de pinner aan verbalisanten overhandigd. Het zonnehoedje dat door de pinner wordt gedragen is eenzelfde soort zonnehoedje als gedragen door de pinner in de zaken 2.15, 2.18 en 2.19, in welke eerste en laatste zaak de pinner als verdachte door de rechtbank wordt herkend. De rechtbank stelt daarnaast vast dat het postuur van de pinner overeen komt met het postuur van verdachte. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van geldbedragen die toebehoren aan [S].

Ten aanzien van feit 7 (zaak 2.15):

Uit het dossier blijkt dat [I] (87 jaar) op 21 april 2009 in haar woning aan de [adres] in Den Haag bezoek heeft gehad van een man die haar twee bankpassen heeft weggenomen en een briefje met daarop de pincodes van de passen onder ogen heeft gekregen. Op 21 april 2009 om 17.17 uur is met één van de passen van [I] bij een automaat van de ABN AMRO Bank aan het Jonckbloetplein in Den Haag een bedrag van € 1.000,- opgenomen. Van deze transactie zijn foto’s beschikbaar. De pinner draagt eenzelfde zonnehoedje als gedragen door de pinner in de zaken 2.11, 2.18 en 2.19, in welke laatste zaak de pinnende persoon (ook) als verdachte wordt herkend. De rechtbank herkent de persoon op de foto’s van de transactie op 21 april 2009 aan gezichtstrekken, zoals zijn mond en zijn kin, als verdachte. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een geldbedrag dat toebehoort aan [I].

Ten aanzien van feit 8 (zaak 2.18):

Uit het dossier blijkt dat een man op 10 juli 2009 in de woning van [T] (87 jaar) aan de [adres] in Den Haag [T] zijn bankpas en pincode afhandig heeft gemaakt. Op diezelfde dag is met de pas van [T] om 13.56 uur bij een automaat in Den Haag een bedrag van € 1.000,- en om 14.05 uur bij een automaat aan de Steenvoordelaan in Rijswijk een bedrag van € 250,- opgenomen. Van de transactie in Rijswijk is een foto beschikbaar. Op de foto is een persoon te zien die een geruit overhemd en een zonnehoedje draagt. Het zonnehoedje dat door de pinner wordt gedragen is eenzelfde zonnehoedje als gedragen door de pinner in de zaken 2.11, 2.15 en 2.19, in welke laatste twee zaken de pinner als verdachte door de rechtbank wordt herkend. De vriendin van verdachte, [vriendin verdachte], heeft verder een overhemd (naar haar zeggen) van verdachte aan de politie overhandigd dat exact gelijkt op het overhemd dat wordt gedragen door de persoon op de foto. Ook ter terechtzitting droeg verdachte een identiek overhemd. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een geldbedrag van € 250,- van [T] door met zijn pas onbevoegd een geldopname te verrichten in Rijswijk.

Ten aanzien van feit 9 (zaak 2.19):

Uit het dossier blijkt dat een man op 11 juni 2009 in de woning van [U] (91 jaar) aan de [adres] in Den Haag is geweest en haar giropas heeft meegenomen. Op diezelfde dag is om 17.18 uur een bedrag van € 1.000,- en om 17.33 uur een bedrag van € 250,- van de rekening van [U] opgenomen. Van de transactie van 17.33 uur bij de ABN AMRO bank aan de Stevinstraat in Den Haag zijn foto’s beschikbaar. De pinner draagt eenzelfde zonnehoedje als gedragen door de pinner in de zaken 2.11, 2.15 en 2.18, in welke middelste zaak de pinnende persoon (ook) door de rechtbank als verdachte wordt herkend. Nu de rechtbank de persoon op de foto’s van de transactie op 11 juni 2009 om 17.33 uur aan gezichtstrekken, zoals zijn mond, kin en kaaklijn, en aan zijn postuur herkent als verdachte, is zij van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een geldbedrag van de rekening van [U].

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar. De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport..

Daarnaast overweegt de rechtbank meer in het bijzonder het navolgende.

Ten laste van verdachte zijn vermogensdelicten bewezen verklaard waarvan in totaal een vijftal bejaarde tot hoogbejaarde mensen (variërend in leeftijd van 76 tot 91 jaar) het slachtoffer zijn geworden. In alle gevallen zijn door verdachte één of meerdere geldopname(n) met de pinpas van die slachtoffers verricht, nadat (door een ander) ter verkrijging van de pinpassen en bijbehorende pincodes misbruik is gemaakt van het vertrouwen dat deze slachtoffers in de bezoeker van hun woning stelden, welk vertrouwen veelal werd opgewekt door het fingeren van een kwaliteit die bedoeld was om door autoriteit dan wel andere omstandigheden te imponeren. Verdachte heeft ook opgetreden als chauffeur.

Dit soort feiten hebben als zorgwekkend te gelden. Duidelijk is immers dat (hoog)bejaarde mensen, die enerzijds nog trachten zo zelfstandig mogelijk te leven, doch anderzijds worden geconfronteerd met een niet zelden drastische afname van hun lichamelijke en geestelijke vermogens, kennelijk in toenemende mate ten prooi vallen aan mensen die van hun kwetsbare positie gebruik maken met uitsluitend winstbejag als drijfveer. De zorgwekkendheid daarvan bestaat hierin, dat bij degenen die dergelijke feiten begaan kennelijk geen morele bezwaren bestaan tegen het profiteren van de kwetsbaarheid, goedgelovigheid en afhankelijkheid die een vergevorderde leeftijd nu eenmaal vaak met zich brengt. Omdat het moreel besef van het onaanvaardbare daarvan bij het overgrote deel van de bevolking wel degelijk bestaat, leidt het kennisnemen van de gevolgen van dit gedrag begrijpelijkerwijs niet alleen tot grote verontwaardiging in de maatschappij maar ook tot gevoelens van onrust, nu uiteindelijk eenieder hoopt een hoge leeftijd te bereiken maar zich daarbij thans lijkt te moeten voorbereiden op de mogelijkheid ooit zelf in handen te vallen van mensen die niet gehinderd worden door een gewetensfunctie die dat zou behoren te voorkomen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het plegen van dit soort feiten. Anderzijds zal zij rekening houden met het feit dat verdachte kennelijk niet zelf degene is geweest die het vertrouwen van de slachtoffers heeft gewekt door in hun woning een kwaliteit te fingeren.

In de persoon van verdachte zijn weinig aanknopingspunten te vinden voor enige strafmatiging. De rechtbank heeft moeten vaststellen dat verdachte op geen moment blijk heeft gegeven inzicht te hebben in het verwerpelijke van zijn handelwijze. De inhoud van het over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport wijst ook niet in de richting van het bestaan van inzicht bij verdachte.

Al het vorenstaande in aanmerking genomen komt de rechtbank tot het oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. De duur daarvan zal aanmerkelijk minder zijn dan de straf die door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank verschilt niet met de officier van justitie van mening omtrent de ernst van de telastgelegde feiten, maar nu daarvan een groot gedeelte niet bewezen is verklaard, kan de gevorderde straf niet passend worden geacht voor de wel bewezen feiten.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

* [D] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 850,--.

De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bij dagvaarding onder 2 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 850,--, met dien verstande dat verdachte met [X], de mededader, hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van die vordering.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

* [R] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 60,--.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, is vrijgesproken.

* [S] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, maar hierbij geen bedrag opgenomen in het vorderingsformulier.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de vordering bij gebreke van een ingevuld vorderingsformulier niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

* [U] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.250,--.

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 250,--, van zo eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij door een geldopname van € 250,-- door verdachte rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 9 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op een bedrag hoger dan € 250,--, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding, aangezien niet kan worden bewezen dat verdachte een hoger bedrag dan € 250,- heeft opgenomen. De benadeelde partij kan het deel van de vordering dat een bedrag van € 250,- te boven gaat bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal derhalve de vordering, bij wijze van voorschot, toewijzen tot een bedrag van € 250,--.

Schadevergoedingsmaatregelen.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 850,--, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [D].

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding onder 9 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,--, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [U].

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de teruggave, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet, aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1 t/m 36 genummerde voorwerpen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 eerste alternatief/cumulatief, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 2 tweede alternatief/cumulatief, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

t.a.v. feit 2 tweede alternatief/cumulatief:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 6, feit 7, feit 8 en feit 9:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [D] hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [D], een bedrag van € 850,--,

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 850,--, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [D];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [U] toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [U], een bedrag van € 250,--,

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,--, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [U];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder 1 t/m 34 genummerde voorwerpen, te weten:

1. Volkswagen [type 2], kleur groen, kenteken [kenteken Volkswagen type 2];

2. stratengids, 18e editie;

3. bonnen en dergelijke;

4. zonnebril;

5. colbert, kleur beige;

6. agenda, kleur zwart;

7. map voor cd’s, kleur zwart;

8. zonnebril, kleur zwart;

9. insteekmap;

10. jas, kleur groen, Dsquared;

11. spijkerbroek, Cycle;

12. pet, kleur blauw;

13. colbert, grijs;

14 administratie, kleur wit/oranje, TNT;

15. telefoontoestel Nokia 1650;

16. Navigator Tomtom;

17 2 stk.. compact disc;

18. 14 stk. compact disc;

19. administratie, gegevens [verdachte];

20. administratie, memoblaadje [.....] Interpolis;

21. administratie, papier met Georgische tekens;

22. administratie, visitekaartje [.....];

23. administratie, visitekaartje Haagrecht;

24. administratie, memoblaadje, kleur geel;

25. administratie, adres [.....] + tel. en naam;

26. telefoontoestel Nokia, kleur grijs;

27. key card, kleur wit;

28. sleutel, groene hanger;

29. paspoort, [nummer];

30. kassabon, storting Rabobank;

31. horloge Audemars Piguet;

32. 3 visitekaartjes;

33. portemonnee, kleur bruin;

34. overhemd, kleur blauw, Wolftracks;

35. ketting, goudkleurig, met steentje;

36. ketting, goudkleurig, schakel, blaadjesvorm.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.W. du Pon, voorzitter,

mrs. I.K. Spros en M. Knijff, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Molenaar, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 mei 2010.

Mr. I.K. Spros is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.