Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2733

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-04-2010
Datum publicatie
28-04-2010
Zaaknummer
357002 - KG ZA 10-69
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, eindvonnis na tussenvonnis van 12 februari 2010. Er bestaat geen aanleiding om terug te komen van de beslissing in het tussenvonnis dat eiser een dwangsom heeft verbeurd ivm overtreding van een eerder opgelegd verbod. De omstandigheid dat het hof inmiddels in een bodemprocedure heeft geoordeeld dat de gedragingen naar aanleiding waarvan het verbod is opgelegd niet onrechtmatig waren, maakt dat niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 21 april 2010,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 357002 / KG ZA 10-69 van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M.D. van den Brink te Amsterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als '[eiser]' respectievelijk als '[gedaagde]'.

1. Rechtsoverwegingen

1. Hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 12 februari 2010 geldt als hier overgenomen.

2. In het tussenvonnis heeft de voorzieningenrechter overwogen en beslist dat [eiser] voor de publicatie van het boek '[boektitel]' wél een dwangsom heeft verbeurd en dat hij ter zake van de publicatie op de website [website] geen dwangsom heeft verbeurd. De beslissing met betrekking tot de gevorderde opheffing van de ten laste van [eiser] gelegde beslagen is aangehouden tot 3 april 2010 in afwachting van de beslissing van het hof in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 25 juli 2007.

Dienaangaande is in onderdeel 3.14 het volgende overwogen: "Om te voorkomen dat in dit kort geding twee vonnissen worden uitgesproken die geheel of ten dele eindvonnis zijn, zullen de beslissingen over de dwangsommen nu nog niet in het dictum van dit vonnis worden vastgelegd."

3. Bij brief van 17 maart 2010 heeft de advocaat van [gedaagde] de voorzieningenrechter meegedeeld dat het hof de vorderingen van [gedaagde] tegen [eiser] heeft afgewezen en dat de ten laste van [eiser] gelegde beslagen zijn opgeheven. Gelet hierop dient de vordering van [eiser] tot opheffing van de beslagen te worden afgewezen, aldus de advocaat van [gedaagde].

Bij brief van 1 april 2010 heeft de advocaat van [eiser] verzocht om een voortgezette behandeling. Hij heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat de verbeurde dwangsom alsnog dient te worden gematigd, aangezien door het arrest van het hof de rechtskracht van het kortgedingvonnis van 24 september 2007, waarin het verbod was opgelegd, is komen te vervallen. Daarnaast heeft de advocaat van [eiser] de vordering met betrekking tot de opheffing van de beslagen ingetrokken.

Bij brief van 8 april 2010 heeft [gedaagde] gemotiveerd verzocht de vorderingen van [eiser] af te wijzen. Vonnis is bepaald op heden.

4. Het betoog van [eiser] dat de dwangsom ter zake van de publicatie van het boek '[boektitel]' alsnog dient te worden gematigd, kan niet worden gevolgd. Redengevend daartoe is het volgende.

In het tussenvonnis is overwogen en beslist dat [eiser] voor deze publicatie een dwangsom heeft verbeurd. Alleen om proceseconomische redenen heeft de voorzieningenrechter ervoor gekozen om deze beslissing niet op te nemen in het dictum. Hij heeft niet de vrijheid om van deze beslissing terug te komen. Hier komt bij, zoals reeds overwogen in onderdeel 3.2 van het tussenvonnis, dat volgens vaste rechtspraak bij niet-voldoening aan een met een dwangsom versterkte veroordeling in kort geding de dwangsom definitief is verbeurd en dat de verschuldigdheid van dwangsommen niet afhangt van de in de hoofdzaak te geven beslissing. De omstandigheid dat het hof heeft geoordeeld dat [eiser] met de diverse publicaties in het verleden niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde], betekent niet dat met terugwerkende kracht de rechtmatigheid aan het opgelegde verbod is komen te ontvallen.

[eiser] heeft verwezen naar het arrest van 28 april 2009 van het hof ([A./B.], vindplaats IEPT20090428, www.iept.nl). In dat arrest heeft het hof in de gelijktijdig uitgesproken vernietiging van een opgelegd gebod aanleiding gevonden om een verbeurde dwangsom te matigen. Dit laat het zojuist overwogene onverlet, waarbij nog aantekening verdient dat in die zaak, anders dan in deze zaak, het aanvankelijk door de voorzieningenrechter gegeven bevel door het hof is vernietigd.

Slotsom van dit een en ander is dat de beslissing van 12 februari 2010 zal worden gehandhaafd.

5. Nu de vordering met betrekking tot de beslagen is ingetrokken, behoeft daarover geen beslissing meer worden genomen.

6. In de omstandigheid dat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

2. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verbiedt [gedaagde] om de dwangsommen wegens beweerde niet-nakoming van het vonnis van 24 september 2007 voor zover gegrond op de op of omstreeks 4 november 2009 op [website] geplaatste publicatie, door [gedaagde] begroot op een bedrag van € 5.000,-, te executeren of daartoe pogingen in het werk te stellen;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2010.

WJ