Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2237

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-03-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
09-758035-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal met geweld en afpersing in vereniging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/758035-09

Datum uitspraak: 19 maart 2010

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [PI]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 september 2009, 27 november 2009 en 5 maart 2010.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.J. Mos en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. F.C. Staehle, advocaat te [plaats 2], en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting, d.d. 27 november 2009, - ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 23 juni 2009 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee, althans een laptop(s) en/of twee, althans een mobiele telefoon(s) en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A] en [B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [A] en/of die [B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- duwen van die [A] en/of

- slaan/stompen en/of schoppen en/of het geven van knietjes en/of ellebogen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [A] en/of het prikken in het oog van die [A] en/of

- zeggen tegen die [A]: "We maken je dood" en/of "Wees blij dat ik je niet sla, want dan kom je nooit meer overeind" en/of "De volgende keer dat ik je zie waarschuw ik niet meer" en/of

- het zeggen tegen die [B]: "Dimmen jij, anders ga jij ook over de reling. Mannen en vrouwen daar maak ik geen onderscheid tussen;

en/of

hij op of omstreeks 23 juni 2009 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [A] en [B] heeft gedwongen tot de afgifte van twee, althans een laptop(s) en/of twee, althans een mobiele telefoon(s) en/of autosleutels, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [A] en/of die [B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- duwen van die [A] en/of

- slaan/stompen en/of schoppen en/of het geven van knietjes en/of ellebogen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [A] en/of het prikken in het oog van die [A] en/of

- zeggen tegen die [A]: "We maken je dood" en/of "Wees blij dat ik je niet sla, want dan kom je nooit meer overeind" en/of "De volgende keer dat ik je zie waarschuw ik niet meer" en/of

- het zeggen tegen die [B]: "Dimmen jij, anders ga jij ook over de reling. Mannen en vrouwen daar maak ik geen onderscheid tussen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2. hij in of omstreeks de periode van 23 juni 2009 tot en met 29 juni 2009 te [plaats 1], althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [A] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 200.000 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen:

- naar de woning van die [A] is gegaan en/of

- die [A] heeft geduwd en/of

- die [A] heeft geslagen/gestompt en/of geschopt en/of knietjes en/of ellebogen gegeven tegen het hoofd en/of het lichaam van die [A] en/of die [A] in het oog heeft geprikt en/of

- tegen die [A] heeft gezegd: "We maken je dood" en/of "Wees blij dat ik je niet sla, want dan kom je nooit meer overeind" en/of "De volgende keer dat ik je zie waarschuw ik niet meer" en/of "Twee ton binnen een week met 1 procent rente, en het interesseert me niet of je een bank moet beroven, anders ben je er over zeven dagen geweest"

- het zeggen tegen die [B]: "Dimmen jij, anders ga jij ook over de reling. Mannen en vrouwen daar maak ik geen onderscheid tussen,

- met die [B] en/of die [A] en/of [C] (de vader van [B]/schoonvader van [A]) contact heeft gehad over de betaling van 50.000 euro, althans een geldbedrag,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. hij op of omstreeks 23 juni 2009 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto ([merk]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door onbevoegd gebruik te maken van de autosleutels van die auto, in elk geval door middel van valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4. hij op of omstreeks 30 juni 2009 te [plaats 2] munitie van categorie III, te weten 45 patronen (.45), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen [B] en [A] heeft afgeperst en bestolen. Voorst heeft verdachte munitie voorhanden gehad zonder geldige vergunning.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte feit 1, 2, 3 en 4 heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte geen geweld heeft uitgeoefend op en geen bedreigingen met geweld heeft geuit jegens [B] en [A]. De rechtbank verstaat het betoog van de raadsman aldus dat de raadsman dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het uiten van de woorden "Wees blij dat ik je niet sla, want dan kom je nooit meer overeind".

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging1

Bij deze beoordeling gaat de rechtbank uit van de feiten zoals die uit het dossier blijken. [D] heeft met [A] een zakelijke relatie. [D] heeft [A] geld ter beschikking gesteld, maar [A] heeft zijn tegenprestatie niet geleverd. [D] probeert met [A] in conract te komen om over deze kwestie te spreken, maar hoorn reageert niet op SMS-berichten en telefonische oproepen. Als [D] op internet een website vindt waarin [A] wordt afgeschilderd als een oplichter die al verschillende personen tot slachtoffer van zijn praktijken heeft gemaakt, besluit [D] een indringend gesprek te gaan voeren met [A]. Om tijdens dat gesprek indruk op [A] te maken, gaat [D] dat gesprek niet in z’n eentje aan, maar laat hij zich vergezellen door zijn broer en diens vriend en door [verdachte]. Van het begin af aan loopt het gesprek niet erg soepel. Er is nauwelijks sprake van een gesprek maar eerder van een situatie van dwang. [D] vordert niet alleen het bedrag dat [A] hem verschuldigd zou zijn, maar verhoogt dit tot een bedrag van tweehonderdduizend euro (die [A] aan andere slachtoffers van zijn praktijken schuldig zou zijn). De broer van [D] en diens vriend oefenen geweld tegen [A] uit en dwingen diens vrouw haar vader te bellen om een aanzienlijk geldbedrag te komen brengen. [A] komt niet bepaald onbeschadigd uit dit gesprek. Als [D] en zijn trawanten de woning verlaten worden er goederen zonder enige toestemming meegenomen. Ook de sleutel van de auto van de vrouw van [A] wordt meegenomen en uiteindelijk, met behulp van die sleutel, ook haar auto.

Op 19 juni 2009 heeft [D] van [verdachte] een sms-bericht ontvangen met de tekst “google of check [website] niet te geloven”.2 Op 20 juni 2009 heeft [D] een sms-bericht gestuurd naar [verdachte] met de tekst “[A] reageert niet op mijn sms noch mijn email. Morgen is zijn vrouw jarig.”. Op 22 juni 2009 heeft [D] een sms-bericht gestuurd naar [verdachte] met de tekst “We gaan morgen met z’n allen naar [plaats 1]. Neem je mensen mee. We gaan gewoon alles ophalen.”.3 Later die dag heeft [verdachte] een sms-bericht getuurd naar [D] met de tekst “Breng [E] en [...] mn menswn zijn allemaal bij zieke oom en tante en amdam jongens werken morgen”.4

Op 23 juni 2009 is [verdachte] vanuit [plaats 2] richting de woning van [A] en [B] gereden in zijn eigen auto.[D], [F] en [E] zijn uit [plaats 3] naar de woning van [A] en [B] gereden.6 De woning van [A] en [B] was gelegen aan de [adres] te [plaats 1]. [D] verkeerde in de veronderstelling dat [A] hem had opgelicht omdat hij [A] geld had gegeven terwijl [A] de daar tegenoverstaande diensten niet had geleverd.7 Nabij de woning van [A] en [B] hebben verdachte en de medeverdachten elkaar ontmoet. Zij hebben bij de ingang van de flat gewacht totdat iemand de deur van de hoofdingang zou openmaken.8 Toen die deur door een onbekend gebleven persoon werd opengemaakt zijn zij, omstreeks 20:28 uur, gezamenlijk middels een lift naar de 8ste verdieping gegaan alwaar [A] en [B] woonden.9 Bij de voordeur van de woning aangekomen zijn [verdachte], [F] e[D] uit het zicht van de voordeur gaan staan, terwijl [D] bij de woning aanbelde.10 [A] heeft gevraagd wie er aanbelde. [D] zei dat hij voor de deur stond en of de deur open kon worden gedaan. [A] heeft de deur van de woning opengedaan. [D] heeft gevraagd of hij met [A] kon praten. Toen [A] [D] binnenliet, zijn [verdachte], [F] en [D] ook de woning binnengegaan.1[D] heeft in de woning tegen de aanwezige [A], [B] en [G] gezegd dat ze moesten gaan zitten.12 Daarbij moesten [B] en [G] op de bank en [A] op een stoel aan de eettafel gaan zitten. Op het moment dat [A] wilde gaan zitten werd hij hardhandig in de stoel gedrukt.13 [verdachte] ging naast het dressoir staan, aan de kant van de hal, [F] en [E] gingen tussen het dressoir en de op de stoel zittende [A] staan, terwijl [D] zich in het midden van de woonkamer positioneerde.14 Vrijwel gelijk moest [G] ook aan de eettafel gaan zitten, tegenover [A].15 Nadat [B] had gezegd dat zij de mannen niet in huis wilde hebben zei [D] tegen haar: “Dimmen jij. Anders ga jij ook over de reling. Mannen en vrouwen daar maak ik geen onderscheid tussen16 [D] confronteerde [A] met hetgeen hij op internet over [A] had gelezen.17 Tijdens deze confrontatie wilde [A] meerdere malen opstaan, maar hij werd meteen hardhandig terug op de stoel gezet door [F] en [E].18 Op aangeven van [D] werd [A] door [F] en [E] mishandeld.19 Zij gaven [A] daarbij meerdere malen klappen met hun vuisten, knietrappen met hun knieën en duwen met hun elleboog. Dit geweld was tegen het hoofd van [A] gericht. Daarnaast werd [A] ook in zijn rechteroog geprikt en kreeg hij tikken tegen zijn slaap.20 [A] probeerde zich daarbij af te weren. Tijdens deze handelingen hebben [F] en [E] onder andere tegen [A] gezegd: “We maken je dood”. Tevens heeft [verdachte] tegen [A] gezegd: “Wees blij dat ik je niet sla, want dan kom je nooit meer overeind”.21 Op aangeven van [verdachte] zijn [F] en [E] met tussenpozen gestopt met deze handelingen.22 [D] heeft tegen [A] gezegd dat hij hem een lesje wilde leren en hem wilde vernederen.23 Tevens heeft hij verteld dat hij op de hoogte was van het bestaan van de website [website]. Op een gegeven moment heeft [D] gezegd dat [A] hem tweehonderdduizend (200.000) euro moest overhandigen. Hij zei daarbij: “twee ton binnen een week met 1 procent rente per dag, en het interesseert me niet of je een bank moet beroven, anders ben je er over zeven dagen geweest.”.24 Daarna heeft [F] dan wel [E] tegen [A] gezegd: “De volgende keer dat ik je zie waarschuw ik niet meer.”25

Op enig moment moest [A] opstaan om [C] te bellen.26 [C], de vader van [B], werd gebeld door [A].27 [C] is daarna naar de woning van [A] en [B] gegaan, heeft aangebeld en de deur werd door [B] geopend.28 Toen [C] de woning binnen ging werd ook hem verteld dat hij moest gaan zitten.29

Tijdens het gesprek met [A] heeft [D] de sleutels van de twee auto’s geëist die toebehoorden aan [A] en [B]. [verdachte] heeft de sleutels van de [merk] gekregen van [A].30 Vervolgens heeft [D] de LG telefoon van [A] afgepakt en heeft [A] de telefoon van het merk [merk] aan hem overhandigd.31 Daarna kregen [F] en [E] de opdracht om twee laptops van de eettafel te pakken.32

Voordat de mannen de woning van [A] en [B] wilden verlaten heeft [verdachte] een telefoonnummer op een papiertje geschreven en dit op de eetkamertafel achtergelaten.33 Toen [D], [verdachte], [F] en [E] omstreeks 21:37 de woning hadden verlaten bemerkten zij dat ze de sleutels van de [merk] waren vergeten mee te nemen.34 [verdachte] is terug gegaan om de sleutels te halen. In de woning kreeg [verdachte] wederom de sleutels overhandigd.35 [verdachte] reed daarna weg in zijn eigen auto en [D] reed met [F] weg in de auto waarmee zij waren gekomen.36

Op 24 juni 2009 heeft een arts geconstateerd dat [A] onder meer een hersenschudding en zwellingen in het gezicht had.37

[verdachte] heeft [C] op 28 juni gemaild.38 Op 29 juni 2009 heeft [A] via een e-mailbericht, welke ook was gestuurd naar [C] en [verdachte], de opdracht gekregen contact op te nemen met [verdachte].39

Op 1 juli 2009 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden van de woning van [verdachte], te weten [adres] te [plaats 2]. Tijdens die doorzoeking werden er in een kluis toebehorende aan [verdachte] onder andere 45 patronen van het kaliber .45 gevonden.40 De vuurwapenvergunning die verdachte had strekte zich niet uit tot het houden van wapens waarin kogels van dit kaliber passen.41 Het Nederlands Forensische Instituut heeft de patronen onderzocht en geconcludeerd dat het categorie III munitie betrof.42

3.4 De bewezenverklaring

Dat

1. hij op 23 juni 2009 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee laptops en een mobiele telefoon en autosleutels, toebehorende aan [A] en [B], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [A] en die [B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- duwen van die [A] en

- slaan/stompen en schoppen en het geven van knietjes en ellebogen tegen het hoofd en het lichaam van die [A] en het prikken in het oog van die [A] en

- zeggen tegen die [A]: "We maken je dood" en "Wees blij dat ik je niet sla, want dan kom je nooit meer overeind" en "De volgende keer dat ik je zie waarschuw ik niet meer" en

- het zeggen tegen die [B]: "Dimmen jij, anders ga jij ook over de reling. Mannen en vrouwen daar maak ik geen onderscheid tussen”;

en

hij op 23 juni 2009 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [A] e[B] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon toebehorende aan die [A] en/of die [B], welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond uit het:

- duwen van die [A] en

- slaan/stompen en schoppen en het geven van knietjes en ellebogen tegen het hoofd en het lichaam van die [A] en het prikken in het oog van die [A] en

- zeggen tegen die [A]: "We maken je dood" en "Wees blij dat ik je niet sla, want dan kom je nooit meer overeind" en "De volgende keer dat ik je zie waarschuw ik niet meer" en

- het zeggen tegen die [B]: "Dimmen jij, anders ga jij ook over de reling. Mannen en vrouwen daar maak ik geen onderscheid tussen”;

2. hij in de periode van 23 juni 2009 tot en met 29 juni 2009 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met gewel[A] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende aan [A], met zijn mededaders:

- naar de woning van die [A] is gegaan en

- die [A] heeft geduwd en

- die [A] heeft geslagen/gestompt en geschopt en knietjes en ellebogen gegeven tegen het hoofd en het lichaam van die [A] en die [A] in het oog heeft geprikt en

- tegen die [A] heeft gezegd: "We maken je dood" en "Wees blij dat ik je niet sla, want dan kom je nooit meer overeind" en "De volgende keer dat ik je zie waarschuw ik niet meer" en "Twee ton binnen een week met 1 procent rente, en het interesseert me niet of je een bank moet beroven, anders ben je er over zeven dagen geweest"

- het zeggen tegen die [B]: "Dimmen jij, anders ga jij ook over de reling. Mannen en vrouwen daar maak ik geen onderscheid tussen,

- met die [A] en/of [C] (de vader van [B]/schoonvader van [A]) contact heeft gehad over de betaling van een geldbedrag,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. hij op 23 juni 2009 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto ([merk]) toebehorende[B], zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en die weg te nemen auto onder hun bereik te hebben gebracht door onbevoegd gebruik te maken van de autosleutels van die auto;

4. hij op 30 juni 2009 te [plaats 2] munitie van categorie III, te weten 45 patronen (.45), voorhanden heeft gehad;

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de nu verdachte geen afpersings/diefstal handelingen heeft verricht en voorts een sussende en de-escalerende rol heeft gespeeld, een lagere straf aan verdachte dient te worden opgelegd dan de straffen welke waren opgelegd aan de medeplegers.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en afpersing in vereniging. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het zonder in het bezit te zijn van een daartoe strekkende vergunning munitie voorhanden hebben.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag welke rol verdachte heeft gespeeld in de diefstal en afpersing. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat verdachte voorafgaande, tijdens en na de feiten zoals die op 23 juni 2009 hebben plaatsgevonden een bepalende rol heeft gespeeld. Het is verdachte geweest die [D] heeft gewezen op de site [website] en samen met hem het plan heeft beraamd om met meerdere mensen verhaal te gaan halen bij [A]. Verdachte heeft, tezamen met de medeverdachten, aan dit plan uitvoering gegeven door bij de mishandeling van [A] fysiek aanwezig te zijn, zich niet te distantiëren maar juist bedreigende taal te uiten en de autosleutels in ontvangst te nemen. De rechtbank vermag niet in te zien dat het feit dat de mishandelingen op het sein van verdachte telkens even stopten aan de actieve rol van verdachte afdoet. Daarenboven heeft verdachte na 23 juni 2009 deel genomen aan de verdere afronding van de afpersing hetgeen blijkt uit het feit dat hij zijn telefoonnummer heeft achtergelaten voor mogelijk verder contact, diezelfde avond toen [A] hem belde heeft gezegd dat deze gewoon moest betalen en uit het feit dat [D] in een sms van 29 juni 2009 aan [A] juist verdachte aanwijst als contactpersoon. De rol die verdachte heeft gespeeld in de diefstal met geweld, de afpersing van het geld en de diefstal van de auto is naar oordeel van de rechtbank dan ook substantieel geweest.

Hiermee heeft verdachte samen met zijn mededaders zeer ingrijpend inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Zij zijn allen de woning van de slachtoffers binnengedrongen, hebben hen gedwongen te gaan zitten en hebben de uitgang geblokkeerd. Daardoor hebben zij een zeer dreigende situatie gecreëerd op een plaats, de woning van de slachtoffers, waar men zich juist veilig dient te voelen. Voorts heeft [B] machteloos moeten toezien hoe haar man werd mishandeld en heeft zij zich zorgen gemaakt over de veiligheid van haar kind dat zich in een andere kamer van de woning bevond.

Verdachte en zijn mededaders hadden besloten om een zakelijk geschil met geweld op te lossen, hetgeen een manier van zaken doen is dat ten allen tijden dient te worden bestreden.

Zulke misdrijven veroorzaken bij de slachtoffers gevoelens van onveiligheid en brengen in de samenleving grote onrust teweeg. Voorst krijgen slachtoffers na een dergelijk voorval veelal te maken met psychische gevolgen die nog geruime tijd na het voorval hun leven zullen beïnvloeden.

Blijkens de schriftelijke slachtofferverklaring, d.d. 5 november 2009,[B] is het slachtoffer zeer geschrokken van hetgeen zich in haar woning heeft afgespeeld. Zij heeft er een gevoel van onveiligheid aan overgehouden, voor zowel zichzelf, haar man en haar kind.

Het voorlichtingsrapport, d.d. 20 september 2009, van Reclassering Nederland geeft geen strafadvies wegens de aldaar ontkennende houding van verdachte.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel weer voor [D] zou willen werken mocht zich die mogelijkheid voordoen. De rechtbank is van oordeel dat de kans dat verdachte zich, wellicht vanuit gevoelens van loyaliteit naar [D], opnieuw zal begeven in een situatie als de onderhavige dan ook niet is uit te sluiten. Om verdachte in de toekomst van het plegen van strafbare feiten te weerhouden acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf dan ook passend en geboden.

Bij het bepalen van te op te leggen straf zal de rechtbank geen rekening houden met de munitie die bij verdachte thuis in een wapenkluis is aangetroffen. De rechtbank acht verdachtes verklaring ter terechtzitting over die aanwezigheid aannemelijk. Van belang is ook dat dit feit geen enkele relatie heeft met de andere bewezenverklaarde feiten.

Ten gunste van verdachte houdt de rechtbank rekening met het uittreksel uit de justitiële documentatie, d.d. 1 juli 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld. De rechtbank houdt hier in het bijzonder rekening mee, nu verdachte vele jaren in de beveiliging van discotheken en andere uitgaansgelegenheden heeft gewerkt zonder justitie contact als gevolg, hetgeen vaak wel het geval is.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie.

7. De inbeslaggenomen goederen

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd:

- dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht) onder 1 (munitie), 2 (munitie), 3 (munitie), 4, 5, 6 en 7 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer,

- dat de onder 8 en 9 genummerde voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende en

- dat de onder 1 (geld), 2 (geld), 3 (geld), 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

7.2. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 (munitie), 2 (munitie), 3 (munitie), 4, 5, 6 en 7 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien:

- met betrekking tot voorwerp 2 (munitie) het onder 4 bewezenverklaarde feit is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

- de voorwerpen 1 (munitie), 3 (munitie), 4, 5, 6 en 7 van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke voorwerpen aan verdachte toebehoren en bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten, terwijl de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.

De rechtbank zal de teruggave, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1 (geld), 2 (geld), 3 (geld), 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20 genummerde voorwerpen.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot de op de beslaglijst onder 8 en 9 genummerde voorwerpen geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt.

De rechtbank zal daarom de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

8. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke veroordeling van verdachte met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 380,05 (zijnde 25% van het gevorderde bedrag), subsidiair 7 dagen hechtenis, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B].

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding. Voorst heeft hij aangevoerd dat gevorderde kosten betreffende de overnachtingen in het hotel alleen dienen te worden vergoed voor wat betreft de verblijfkosten. De consumpties dienen niet voor vergoeding in aanmerking te komen, nu de benadeelde partij deze kosten eveneens zou hebben gemaakt bij normaal verblijf in huis.

8.3. Het oordeel van de rechtb[B], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1520,20.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de post “Verblijfkosten hotel [hotel]”, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De rechtbank acht deze vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van €1000,00, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu door en namens de verdachte de omvang daarvan niet is betwist en nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de pleegdatum tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien dit deel van de vordering in zoverre niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

De rechtbank zal bepalen dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,00 (te weten 1/4 van € 1.000,--), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vonnisdatum tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B].

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 310, 311, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26, 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Ten aanzien van feit 1:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 2:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door onbevoegd gebruik te maken van de autosleutels van die auto

Ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde gevangenisstraf;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte voorts:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [B], wonende [adres] te [plaats 1], een bedrag van € 1000,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf de vonnisdatum tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat zij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 250,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf de vonnisdatum tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen.

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1 (munitie), 2 (munitie), 3 (munitie), 4, 5, 6 en 7 genummerde voorwerpen, te weten:

#1: 8 stuks munitie - 9 mm,

#2: 45 stuks munitie - 45mm,

#3: 50 stuks munitie - 9 mm,

#4: 50 stuks munitie - 9 mm,

#5: 50 stuks munitie - 9 mm,

#6: 1 patroonhouder - [merk], inclusief 12 patronen,

#7: 1 pistool - [merk] ([....]);

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder 1 (geld), 2 (geld), 3 (geld), 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20 genummerde voorwerpen, te weten:

#1: geld Nederlands - 9000,00 euro,

#2: geld buitenlands - 1600 dollar,

#3: geld Nederlands - 6500,00 euro,

#10: 1 telefoontoes[merk] [merk] (zwart),

#11: 1 telefoontoestel - [merk] E71 (grijs),

#12: 1 harddisk - [merk] (wit),

#13: 1 harddisk - [merk] mini (wit),

#14: 1 Navigator - [merk] (grijs),

#15: 1 laptop - [merk] (blauw),

#16: 1 laptoptas - [merk] (zwart),

#17: 1 USB-stick - [merk],

#18: 1 computer - [merk],

#19: 1 laptop - [merk] G4 (grijs),

#20: 1 kluis (zwart);

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 8 en 9 genummerde voorwerpen, te weten:

#8: 1 rijbewijs - Belgie A,B, BE,

#9: 1 paspoort ten name van [naam];

Dit vonnis is gewezen door

mrs H.J. de Graaff, voorzitter,

J.J.P. Bosman en W.A. Jacobs, rechters,

in tegenwoordigheid van mr A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 maart 2010.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een bundel ambtsedige processen-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, nummer 1551/2009/11909, doorlopend genummerd 1 t/m 530.

2 Device report, p. 489

3 Device report, p. 490

4 Device report, p. 491

5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting, d.d. 5 maart 2010

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 30 juni 2009, p. 121; Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 september 2009, p. 266; Proces-verbaal spiegelconfrontatie t.b.v. [F], d.d. 16 september 2009, p. 299 ; Proces-verbaal spiegelconfrontatie t.b.v. [F], d.d. 16 september 2009, p. 301

7 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 september 2009, p. 266

8 Verklaring van verdachte ter terechtzitting, d.d. 5 maart 2010

9 Foto’s, p. 93

10 Verklaring van [D] bij de rechtercommissaris, d.d. 2 maart 2010, punt 5

11 Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 77

12 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 september 2009, p. 269

13 Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 77

14 Plattegrond van de [adres] te [plaats 1], p. 87 – als ter terechtzitting van 5 maart 2010 door [verdachte] aangewezen en opgetekend -

15 Verklaring van [D] bij de rechtercommissaris, d.d. 2 maart 2010, punt 10

16 Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 77; Proces-verbaal van aangifte van [B], d.d. 24 juni 2009, p. 64

17 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 september 2009, p. 269

18 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 september 2009, p. 282

19 Proces-verbaal aangifte van [B], d.d. 24 juni 2009, p. 64; Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, 77

20 Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 77

21 Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 77; Verklaring van [B] bij de rechtercommissaris, d.d. 18 februari 2010

22 Verklaring verdachte ter terechtzitting, d.d. 5 maart 2010

23 Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 78; Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 september 2009, p. 284

24 Proces-verbaal aangifte van [B], d.d. 24 juni 2009, p. 64

25 Proces-verbaal aangifte van [B], d.d. 24 juni 2009, p. 64

26 Verklaring van [D] bij de rechtercommissaris, d.d. 2 maart 2010, punt 11

27 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 september 2009, p. 274

28 Proces-verbaal verklaring [B], d.d. 24 juni 2009, p. 64

29 Proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 29 juni 2009, p. 110

30 Proces-verbaal aangifte van [B], d.d. 24 juni 2009, p. 65; Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 78

31 Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 78

32 Verklaring van [D] bij de rechtercommissaris, d.d. 2 maart 2010, punt 15

33 Proces-verbaal verklaring [A], d.d. 29 juni 2009, p. 79; Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 25 juni 2009, p. 85; Verklaring verdachte ter terechtzitting, d.d. 5 maart 2010

34 Verklaring van [D] bij de rechtercommissaris, d.d. 2 maart 2010, punt 17; Foto, p. 99 - bovenste foto

35 Verklaring van [B] bij de rechtercommissaris, d.d. 18 februari 2010, punt 22; Verklaring van [A] bij de rechtercommissaris, d.d. 18 februari 2010, punt 20

36 Verklaring van verdachte ter terechtzitting, d.d. 5 maart 2010; Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 september 2009, p. 283

37 Brief, d.d. 24 juni 2009, van [naam], arts-assistent, p. 74

38 Tapgesprek, d.d. 28 juni 2009 - 19:06:30, p. 420

39 Proces-verbaal aangifte van [A], d.d. 29 juni 2009, p. 79; Proces-verbaal getuige [C], d.d. 29 juni 2009, p. 111; E-mail bericht, d.d. 29 juni 2009 - 07:20:30, p. 393

40 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 1 juli 2009, p. 125

41 Vergunning gegevens t.b.v. verdachte, d.d. 29 juni 2009, p. 150

42 Proces-verbaal munitie, d.d. 14 juli 2009, p. 188