Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2042

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-02-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
AWB 09/1123 MAW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kapitein Klu, werkzaam in een zogeheten knelpuntfunctie (luchtverkeersleiding), wordt niet in beschouwing genomen bij een sollicitatie naar een functie met een "algemeen"-codering in de naasthogere rang buiten zijn eigen functiegebied, omdat hij in zijn functie onmisbaar wordt geacht. De mogelijkheden om in zijn eigen functiegebied door te stromen naar een functie in de naasthogere rang zijn zeer beperkt. Deze vacatures worden bovendien via een besloten procedure bij de vakoudste zonder vacaturemelding vervuld. Betrokkene is al bijna dertien jaar in zijn huidige rang werkzaam. Een nieuwe Klu-procedure voor dit soort gevallen zal eiser geen soelaas bieden. Het langer beperken van eiser in zijn loopbaanmogelijkheden komt in zodanige mate in strijd met goed werkgeverschap dat dit rechtens niet langer kan worden aanvaard. Beroep gegrond voor zover het betreft het niet mogen solliciteren naar een functie met een "algemeen"-codering buiten het eigen functiegebied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/1123 MAW

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[A], wonende te [plaats], eiser,

gemachtigde mr. [B],

en

de staatssecretaris van Defensie, verweerder.

I. PROCESVERLOOP

Eiser, luchtverkeersleider bij de Koninklijke Luchtmacht (verder: Klu) met de rang van kapitein, werkzaam bij het [C] te [plaats 2], heeft op 4 april 2008 verweerder verzocht om met ingang van 1 juni 2008 financieel gelijkgesteld te worden met de rang van majoor, omdat hij vanwege het behoren tot een knelpuntcategorie bij sollicitaties naar functies buiten de Luchtverkeersleiding (verder: LVL) waaraan een "algemeen"-codering is gekoppeld niet in beschouwing wordt genomen.

Bij besluit van 24 april 2008 heeft de Commandant Luchtstrijdkrachten dit verzoek afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 30 mei 2008, aangevuld bij brief van 18 juni 2008, bij verweerder bezwaar gemaakt. Op 16 september 2008 is eiser namens verweerder over zijn bezwaar gehoord.

Bij besluit van 7 januari 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 12 februari 2009 en van gronden voorzien bij brief van 3 maart 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn nog aangevuld bij brief van 24 september 2009.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is op 5 januari 2010 ter zitting behandeld.

Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [D].

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank overweegt ambtshalve dat verweerder in het bestreden besluit op bezwaar van 7 januari 2009 het bevoegdheidsgebrek dat aan het primaire besluit van 24 april 2008 kleefde omdat het niet namens de Staatssecretaris van Defensie, maar door de Commandant Luchtstrijdkrachten is genomen, afdoende heeft geheeld.

2. De rechtbank gaat bij haar oordeelsvorming uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiser is al sedert 1997 werkzaam bij de Luchtverkeersleiding in de rang van kapitein en wordt als zodanig bezoldigd. Daarenboven krijgt hij voor de periode van 1 december 2005 tot 1 december 2008 maandelijks een zogenoemde functioneringstoelage ter grootte van € 301,25 bruto per maand (9% van zijn bruto maandsalaris). Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser voldoende financiële compensatie is geboden en dat eiser in beschouwing wordt genomen bij sollicitaties binnen de LVL.

3. Eiser heeft verzocht om financieel gelijkgesteld te worden met majoor en tevens om buiten de LVL op majoorsfuncties te mogen solliciteren. Met verweerders weigering ten aanzien van dat laatste heeft eiser ernstige bezwaren. Eiser bekritiseert de wijze van vacaturevulling binnen de LVL. Zijn beoordelingen en ambtsberichten zijn goed en staan bevordering naar majoor niet in de weg. Eiser stelt in zijn persoonlijke ontwikkeling te worden geschaad.

4. Verweerder heeft de afwijzing van eisers verzoek bij het bestreden besluit gehandhaafd omdat eiser volgens verweerder met de functioneringstoelage voldoende wordt gecompenseerd. Het is eiser toegestaan om binnen de LVL op majoorsfuncties te solliciteren. Omdat de LVL een kritisch functiegebied is en omdat voorkomen moet worden dat schaars personeel naar andere functiegebieden vertrekt acht verweerder deze beperking, vanwege het belang van de organisatie bij een constante bezetting van functies binnen de LVL, niet onrechtmatig. Verweerder ziet geen aanleiding tot toekenning aan eiser van een vorm van schadeloosstelling op grond van artikel 115 van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement (verder: AMAR) of artikel 26 van het Inkomstenbesluit militairen (verder: IBM).

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1 Ten aanzien van eisers grief dat hij ten onrechte niet met ingang van 1 juni 2008 financieel gelijkgesteld wordt met majoor overweegt de rechtbank dat dit onderdeel van het beroep niet kan slagen. Naar het oordeel van de rechtbank staat in onvoldoende mate vast dat eiser, bij een sollicitatie naar een majoorsfunctie buiten het functiegebied LVL, ook daadwerkelijk met ingang van genoemde datum een majoorsfunctie zou zijn toegewezen. Naar valt aan te nemen zou eiser in concurrentie met anderen, mogelijk ook kandidaten met ervaring in het desbetreffende andere functiegebied, in beschouwing zijn genomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen komen tot de (in bezwaar gehandhaafde) beslissing geen toepassing te geven aan artikel 115 van het AMAR of artikel 26 van het IBM.

5.2 Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep, voor zover dit gericht is tegen het onderdeel van het besluit op bezwaar van 7 januari 2009 waarin de weigering om eiser financieel gelijk te stellen met majoor is gehandhaafd, ongegrond moet worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat in zoverre geen aanleiding.

6.1 De rechtbank overweegt met betrekking tot eisers grief dat hij bij een sollicitatie naar een functie met een "algemeen"-codering niet in beschouwing wordt genomen als volgt.

6.2 Binnen de krijgsmacht bestaat thans een systeem, waarin de militair zelf mede vorm geeft aan zijn loopbaan door zijn belangstelling kenbaar te maken voor gepubliceerde vacatures. In de Nota van toelichting bij de opneming van het huidige hoofdstuk 4 in het Algemeen militair ambtenarenreglement (Stb. 1989, 386) wordt opgemerkt dat "het besef de boventoon (is) gaan voeren dat meer ruimte moet worden gegeven aan individualisering, eigen initiatief, differentiatie, zelfontplooiing en verantwoordelijkheid voor de eigen toekomst. Daarin moet een optimum worden gevonden tussen het organisatiebelang (een zo goed mogelijke vervulling van de functie) en het belang van het individuele personeelslid (een juist evenwicht tussen loopbaanmogelijkheden en -wensen). Voor de vervulling van vacatures is een wisselwerking tussen de organisatie en het personeel noodzakelijk. De functietoewijzing staat daarbij centraal, de bevordering is daarvan een afgeleide." (blz. 19)

Op dit systeem bestaan uitzonderingen, die in bijzondere situaties acceptabel kunnen zijn, maar wel een belangrijk nadeel kennen. Zo worden niet alle vacatures gepubliceerd, maar worden in bepaalde gevallen vacatures één-op-één toegewezen zonder dat daaraan een selectieproces tussen meerdere gegadigden is vooraf gegaan. Dat systeem heeft het nadeel dat mogelijk geschikte kandidaten niet in de gelegenheid zijn hun belangstelling voor de vacature kenbaar te maken, zodat de functie niet aan de beste kandidaat wordt toegewezen.

6.3 Een verdergaande beperking is in dit beroep aan de orde: eiser wordt op voorhand de mogelijkheid onthouden om bij een sollicitatie buiten zijn functiegroep LVL in beschouwing te worden genomen voor een vacante functie met - in dit geval - de majoorsrang. De reden daarvoor is dat eiser in zijn functie van luchtverkeersleider onmisbaar geacht wordt. Al vele jaren geldt de functie van luchtverkeersleider als een knelpuntfunctie als gevolg van de zuigkracht die uitgaat van soortgelijke burgerfuncties bij de Luchtverkeersleiding Nederland en bij Eurocontrol in Beek. Voor de burgerfunctie van luchtverkeersleider worden bij de genoemde werkgevers veel hogere salarissen geboden dan de Klu in het militaire rangenstelsel en met functiewaardering volgens Fuwadef kan bieden. Ondanks extra inspanningen van de Klu om meer militairen tot luchtverkeersleider op te leiden is steeds weer gebleken dat de uitstroom van personeel in deze functie groter is dan de instroom vanuit de opleiding. De Klu heeft geen andere middelen kunnen inzetten om deze ontwikkeling in voldoende mate te keren, zodat de knelpuntsituatie is blijven en blijft voortbestaan.

Aan eiser is te verstaan gegeven dat hij bij eventuele sollicitaties naar majoorsfuncties buiten het functiegebied van de LVL niet in beschouwing zal worden genomen. Binnen de LVL zijn zes majoorsfuncties beschikbaar, zodat de mogelijkheden voor eiser om door te stromen naar de naasthogere rang zeer beperkt zijn. Bovendien worden deze functies bij vacant komen via een besloten procedure bij de vakoudste zonder vacaturemelding vervuld. Het is de ervaring van eiser dat dan vaak een KMA-opgeleide kapitein een vacante majoorsfunctie krijgt toegewezen. Dit trekt een zware wissel op de loyaliteit van eiser, die thans bijna 13 jaar in de kapiteinsrang binnen de LVL werkzaam is, goede beoordelingen heeft en ook intensief betrokken is bij de opleidingen in dit functiegebied. Uitzicht op een verbetering van eisers loopbaanperspectief is er niet. Eiser ontvangt sedert 1 december 2005 een functioneringstoelage van € 301,25 bruto per maand boven het maximum in de kapiteinsschaal. Eiser is in mei 2009 tot april 2010 tewerkgesteld in een functie bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit, waaraan gebruikelijk het rangsniveau van majoor is verbonden. Herwaardering van het niveau van deze functie naar de rang van majoor zal echter als gevolg van onvoorziene ontwikkelingen (de vulling van deze functie is bevroren) niet plaatsvinden.

6.4 Eiser heeft een nota van de Commandant Luchtstrijdkrachten van 12 januari 2008 (lees: 2009) in het geding gebracht (CLSK 2008024808). Daaruit blijkt dat in de Commandoraad van 2 december 2008 is gesproken over het beleid om militairen in bepaalde vakgroepen van sollicitatie naar functies met een "algemeen"-codering uit te sluiten. Men realiseert zich dat daarmee enerzijds personeelsleden worden belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijk-heden, terwijl anderzijds de functies met een "algemeen"-codering niet altijd optimaal kunnen worden gevuld doordat geschikte kandidaten niet kunnen solliciteren. Besloten is daarom de tot dusver geldende beperkingen voor zogeheten "kritisch personeel" (dat (tijdelijk) onmisbaar of moeilijk te vervangen is) zoveel mogelijk terug te dringen. Slechts indien de zendende commandant verklaart dat een kandidaat behoort tot het "kritisch personeel", wordt deze van sollicitaties buiten het eigen functiegebied uitgesloten. Wel wordt dan met betrokkene een loopbaangesprek gevoerd, waarin mogelijk afspraken over de toekomst worden gemaakt, teneinde verminderde motivatie te voorkomen en behoud van betrokkene te waarborgen. Dit beleid is per direct van kracht geworden.

6.5 Naar het oordeel van de rechtbank zal ook deze verruiming van het tot dusver geldende beleid voor eiser geen soelaas bieden. De luchtverkeersleider is immers nog steeds een knelpuntfunctie, zodat eiser naar verwachting door zijn commandant onmisbaar zal worden verklaard. Hij blijft dan uitgesloten van sollicitaties buiten zijn eigen functiegebied. Bovendien zal een loopbaangesprek met eiser, behoudens thans niet voorziene interne ontwikkelingen binnen de LVL, naar verwachting slechts de conclusie opleveren dat eiser zijn loopbaanwensen alleen buiten de LVL kan realiseren.

Uitgaande van deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat het langer beperken van eiser in zijn loopbaanmogelijkheden als in het voorgaande besproken in zodanige mate in strijd komt met goed werkgeverschap dat dit rechtens niet langer kan worden aanvaard. Van eiser kan in redelijkheid niet worden verlangd dat hij zich - voor zover thans valt te overzien - blijvend neerlegt bij een situatie, waarin zijn loopbaan bij de Klu noodgedwongen een einde neemt bij een functie binnen de LVL met de rang van kapitein. Tot dit oordeel bestaat temeer aanleiding, nu eiser zich zeer loyaal heeft opgesteld naar het functiegebied luchtverkeersleiding, blijkens zijn huidige tijdelijke plaatsing geschikt wordt geacht voor een majoorsfunctie en bewust heeft gekozen voor voortzetting van zijn loopbaan bij de Klu. Er komt bij een langdurige functievervulling in een knelpuntfunctie een moment waarop zelfs het huidige beleid van verweerder (conform de genoemde circulaire van 12 januari 2009) uit een oogpunt van goed personeelsbeleid niet langer als toereikend kan worden aanvaard. Dat moment is voor eiser thans gepasseerd. De voor eiser geldende beperkingen dienen per direct te vervallen, zodat het hem is toegestaan te solliciteren naar majoorsfuncties buiten de LVL met een "algemeen"-codering en hij bij dergelijke sollicitaties in beschouwing wordt genomen.

6.6 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het beroep, voor zover gericht tegen het onderdeel van de beslissing op bezwaar van 7 januari 2009 waarin verweerder de afwijzing van eisers verzoek om buiten de LVL te mogen solliciteren naar functies op majoorsniveau met een "algemeen"-codering heeft gehandhaafd, gegrond dient te worden verklaard en het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen op dit onderdeel van het bezwaar met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

7.1 De rechtbank ziet in dit geval aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 322,- en een wegingsfactor 1) in verband met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

7.2 Nu eiser tevens in de bezwaarfase heeft verzocht om verweerder in de proceskosten te veroordelen, komen thans ook die kosten voor vergoeding in aanmerking. Die kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,- (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting, met een waarde per punt van € 322,- en een wegingsfactor 1) in verband met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

III. Beslissing

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het onderdeel van het bestreden besluit van 7 januari 2009, houdende de afwijzing van eisers verzoek hem financieel gelijk te stellen aan majoor, ongegrond;

- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het onderdeel van het bestreden besluit van 7 januari 2009, houdende de afwijzing van eisers verzoek buiten de LVL te mogen solliciteren, gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 7 januari 2009 in zoverre;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen ten aanzien van eisers verzoek om buiten de LVL te mogen solliciteren, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten in bezwaar en beroep ten bedrage van € 1.288,-, welke bedrag de Staat der Nederlanden (Ministerie van Defensie) aan eiser dient te vergoeden;

- bepaalt dat voormelde rechtspersoon aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,- vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.W. Sentrop, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. Woldring.

Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2010.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.