Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1846

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-04-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
09-753559-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BT7153, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Feit 1 t/m 4: Geweldadige en meedogenloze roofoverval op een caravan en twee woningen, toebehorende aan verschillende leden van één familie. Waarbij verdachte samen met zijn mededaders op diep ingrijpende wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, alsmede op hun gevoel van veiligheid. Feit 5: Een aanrijding met een andere personenauto veroorzaakt door forse overschrijding van de maximumsnelheid en door op een kruispunt door rood licht te rijden, waardoor het een wonder was dat er geen doden zijn gevallen.

Uitspraak: gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek + ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 jaren. Toewijzing vorderingen benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/753559-09

Datum uitspraak: 16 april 2010

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] in 1981,

ingeschreven te [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam] te Alphen aan den Rijn.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 8 maart 2010 en 2 april 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.F. Baas en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. H.W. van Eeuwijk, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting (1) - ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen

aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer E]

en/of [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet al dan niet voorzien van

bivakmutsen en/of donkere kleding die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer E] en/of [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G] dreigend een of meer vuurwapens getoond en/of gedreigd daarmee te schieten en/of hen dwingend om geld gevraagd en/of die [slachtoffer B] geslagen/geschopt en/of die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer B] met tierips geboeid en/of die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer B] gedwongen meegenomen naar een of

meer woningen en/of die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer E] en/of [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G] gedwongen naar een of meer ruimten van een woning te gaan en daarin te verblijven en/of die [slachtoffer A] gedwongen in een auto te stappen/mee te rijden en/of die [slachtoffer E] met een vuurwapen in een been heeft geschoten, in elk geval die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer E] en/of [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G] gedurende enige tijd heeft belet te gaan en staan waar deze wensten;

2.

hij op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 3700

euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer E], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet al dan niet voorzien van bivakmutsen en/of donkere kleding die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer E] dreigend een of meer vuurwapens getoond en/of gedreigd daarmee te schieten en/of hen dwingend om geld gevraagd en/of die [slachtoffer E]

met een vuurwapen in een been heeft geschoten en/of hem gezegd dat men meer geld wilde en dat hij anders ook in zijn andere been zou worden geschoten, althans woorden van een dergelijke strekking;

3.

hij op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in

verening met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeeigening heeft /hebben weggenomen een of meer telefoons

en/of een of meer geldbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij

die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te

doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer E] en/of [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

met het oogmerk om zich en/of zijn mededader(s) wederrechtelijk te

bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D], heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een/of meer telefoons en/of een of meer geldbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C]

en/of [slachtoffer D], althans aan een ander dan verdachte en/of haar mededader(s)

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld daaruit dat verdachte

en/of zijn mededader(s) al dan niet voorzien van bivakmutsen en/of donkere

kleding die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer E] en/of [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G] dreigend een of meer vuurwapens heeft/hebben

getoond en/of gedreigd daarmee te schieten en/of hen dwingend om geld gevraagd

en/of die [slachtoffer B] geslagen/geschopt en/of die [slachtoffer A]

en/of die [slachtoffer B] met tierips geboeid en/of die [slachtoffer A]

en/of die [slachtoffer B] gedwongen meegenomen naar een of meer woningen en/of

die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C]

en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G] gedwongen

naar een of meer ruimten van een woning te gaan en daarin te verblijven;

4.

hij op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aan een

persoon genaamd [slachtoffer E], zwaar lichamelijk letsel heeft

toegebracht te weten een (dij)beenbreuk en/of een ernstige slagader- en/of

zenuwbeschadiging door met dat opzet met een vuurwapen een kogel in een been

van die [slachtoffer E] te schieten;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer E], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen een kogel in een been van die [slachtoffer E] te schieten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rijswijk ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [slachtoffer van feit 5], zijnde

bestuurder/inzittende van een personenauto (Kia) van het leven te beroven,

opzettelijk als bestuurder van een personenauto (Golf) de kruising van de

Provincialeweg/de Prinses Beatrixlaan met 't Haantje met een snelheid van

tenminste 117 kilometer per uur, althans met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum toegestane snelheid, is genaderd en opgereden en (daarbij) een voor

zijn rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd

(dat tenminste 7,5 seconden, althans geruime tijd rood licht uitstraalde) en/of, terwijl verdachte voornemens was om op voornoemde kruising naar rechts af te slaan, waarbij hij een andere dan de hiervoor bestemde rijstrook heeft gevolgd,waardoor verdachte's voertuig tegen een zich op die kruising bevindende auto (met als bestuurder [slachtoffer van feit 5]) is gebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rijswijk ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer van feit 5] (zijnde

bestuurder/inzittende van een personenauto), opzettelijk zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto

(Golf) de kruising van de Provincialeweg/ de Prinses Beatrixlaan met 't

Haantje met een snelheid van tenminste 117 kilometer per uur, althans met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum toegestane snelheid, is genaderd en

opgereden en (daarbij) een voor zijn rijrichting bestemd roodlicht uitstralend

verkeerslicht heeft genegeerd (dat tenminste 7,5 seconden, althans geruime

tijd rood licht uitstraalde) en/of, terwijl verdachte voornemens was om op voornoemde kruising naar rechts af te slaan, waarbij hij een andere dan de hiervoor bestemde rijstrook heeft gevolgd, waardoor hij tegen een zich op die kruising

bevindende auto (met als bestuurder [slachtoffer van feit 5]) is gebotst, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rijswijk, als verkeersdeelnemer, namelijk

als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, de

Provincialweg/ de Prinses Beatrixlaan en/of 't Haantje zich zodanig heeft

gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen:

hij, verdachte, heeft/is aldaar

- gereden met een snelheid van minimaal 117 kilometer per uur, althans

met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van

50 kilometer per uur en/of (vervolgens)

- de kruising van de Provincialeweg met 't Haantje met onverminderde snelheid

genaderd en/of opgereden en zich (daarbij) niet, althans onvoldoende ervan

vergewist dat voornoemde kruising vrij van verkeer was en/of (vervolgens)

- bij het oprijden van voornoemde kruising een voor zijn rijrichting bestemd

rood licht uitstralend verkeerslicht genegeerd (dat tenminste 7,5 seconden, althans geruime tijd rood licht uitstraalde) en/of, terwijl verdachte voornemens was om voornoemde kruising naar rechts af te slaan, waarbij hij een andere dan de hiervoor bestemde rijstrook heeft gevolgd,en/of (vervolgens)

- de controle over zijn motorrijtuig verloren tengevolge waarvan hij

met zijn motorrijtuig tegen een zich inmiddels op die kruising bevindende auto is gebotst,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer van feit 5]) zwaar lichamelijk letsel,

te weten een kneuzing van de borstkas en/of een nek kneuzing en/of een

hoofdwond, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit

tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

is ontstaan;

6.

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rotterdam en/of 's-Gravenhage, althans in

Nederland als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op

de weg, autosnelweg A20 en/of A13,

- onvoldoende afstand tot het voor hem rijdende voertuig heeft gehouden (te

weten ongeveer 3 meter) terwijl hij reed met een snelheid van (ongeveer) 111

kilometer per uur en/of

- heeft gereden met een snelheid van minimaal 170 kilometer per uur, althans

met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid en/of

(vervolgens)

- (meermalen) abrupt/plotseling van rijbaan heeft gewisseld zonder daarbij

richting aan te geven en/of

- met een snelheid van minimaal 170 kilometer per uur, althans met een zeer

hoge snelheid op de vluchtstrook heeft gereden en/of

- met een snelheid van minimaal 170 kilometer per uur, althans met een zeer

hoge snelheid op een rijstrook heeft gereden die (door middel van een rood

kruis boven de weg) voor het verkeer was afgesloten,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

7.

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rijswijk als bestuurder van een

motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een

verkeersongeval was veroorzaakt op de Provincialeweg/de Prinses Beatrixlaan

en/of 't Haantje, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat

ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te

weten [slachtoffer van feit 5]) letsel en/of schade was toegebracht;

8.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 23 februari 2009 tot en

met 09 april 2009 te Rijswijk, in elk geval in Nederland, een auto, merk Volkswagen, type Golf en voorzien van kenteken [nummer] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de auto wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt, kort en feitelijk weergegeven, erop neer dat verdachte samen met anderen een gewelddadige overval op een aantal woningen heeft gepleegd, waarbij geld is weggenomen en personen zijn bedreigd met vuurwapens, mishandeld, afgeperst en wederrechtelijk van hun vrijheid zijn beroofd. Hierbij is een persoon met een vuurwapen in zijn been geschoten en daarbij ernstig gewond geraakt.

Voorts wordt verdachte verweten dat hij als bestuurder van een personenauto zeer gevaarlijk heeft gereden door op de snelweg de maximum toegestane snelheid fors te overschrijden en met zeer hoge snelheid te "kleven". Verder luidt de verdenking dat hij met die auto een aanrijding heeft veroorzaakt waarbij aan een andere persoon ernstig letsel is toegebracht en diens auto zwaar is beschadigd, terwijl verdachte bovendien na de aanrijding direct de plaats van het ongeval heeft verlaten. Het onder 7 tenlastegelegde feit betreft opzet- of schuldheling van de betreffende Volkswagen Golf.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de onder 1., 2., 3., 4.primair, 5.primair, 6., 7. en 8. tenlastegelegde feiten heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft - onder overlegging van schriftelijke pleitnotities - geconcludeerd tot vrijspraak van verdachte van de onder 1. tot en met 4. tenlastegelegde feiten betreffende de overval. Ook dient verdachte volgens de raadsman te worden vrijgesproken van de onder 5. en 6. tenlastegelegde feiten betreffende de aanrijding, nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte als bestuurder is opgetreden. Met betrekking tot het onder 7. tenlastegelegde feit (verlaten plaats aanrijding) heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, voor zover verdachte als betrokken bij het verkeersongeval kan worden aangemerkt in de zin van de wet. In verband met het onder 8. tenlastegelegde feit (heling auto) heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte de auto niet heeft bestuurd en ook niet op de hoogte was van het feit dat de auto van misdrijf afkomstig was, hetgeen eveneens tot vrijspraak dient te leiden.

3.3 Overwegingen van de rechtbank

Met betrekking tot de feiten 1 tot en met 4

De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ten aanzien van de bij dagvaarding onder 1. tot en met 4. tenlastegelegde feiten het volgende af (2).

Getuige [slachtoffer A] heeft op 2 september 2009 en op 9 september 2009 verklaringen afgelegd over een gewapende overval op haar en haar familie. Zij zag op 2 september 2009, omstreeks 21.30 uur, een man met een bivakmuts en een pistool haar caravan aan de Kalkovenweg 44 te Alphen aan den Rijn binnenkomen. De man - door de getuige aangeduid als man 1 - zei dat hij geld moest hebben. Zij zag dat er nog twee gewapende mannen met bivakmutsen bij waren. Zij hoorde dat de man zei: "Dat huis moet open, want daar is geld." Haar man, [slachtoffer B], kreeg een klap in zijn gezicht en een paar trappen tegen zijn been. Zij heeft de overvallers haar portemonnee gegeven waarin 300 à 400 euro zat. Er bleef gezegd worden dat zij en haar man de woning van haar ouders moesten openmaken. Zij werd onder schot gehouden en bedreigd met een vuurwapen en is met één van de mannen - door de getuige aangeduid als man 2 - naar de woning van haar ouders gelopen. Nadat zij had aangebeld, deed haar vader de deur open. De andere mannen kwamen vanuit de caravan met haar man naar het huis van haar ouders gelopen. Zij zijn naar binnen gegaan. In de woning waren haar ouders en haar twee kinderen [slachtoffer F] en [slachtoffer G] aanwezig. Zij moesten allemaal naar boven gaan en in een van de slaapkamers blijven. Toen er werd gezegd dat één van hen mee moest naar de woning van haar broer, heeft ze gezegd dat zij wel mee zou gaan. Zij is met man 1 en man 2 met de grijskleurige Mercedes van haar vader, [slachtoffer C], naar de woning van haar broer, [slachtoffer E], aan de [adres] gereden. Man 1 nam plaats achter het stuur, man 2 ging op de achterbank zitten. Zelf zat zij op de bijrijdersstoel. Op het moment dat zij wegreden deden beide overvallers hun bivakmutsen af. Ze zag dat man 2 een demper op zijn vuurwapen draaide. Bij de bovenwoning van haar broer moest zij aanbellen. Haar broer deed de deur open. Eén van de overvallers hoorde zij zeggen: "We moeten geld hebben", waarop haar broer zei: "Doe even rustig, kunnen we niet praten". Op dat moment hoorde zij een ploffend geluid, waarna haar broer op de grond viel en er bloed uit zijn been kwam. Zij begreep op dat moment dat haar broer was neergeschoten door de mannen. Zij was heel erg bang dat ook op haar geschoten zou worden. De schutter zei tegen haar broer: "We moeten geld hebben, anders schiet ik ook in je andere been". En tegen haar werd gezegd: "We moeten geld hebben, anders schieten we jou ook neer". Haar broer zei dat er geld in de keukenla lag. Eén van de mannen heeft geld uit de keukenla gepakt. Hierna is zij met de overvallers in de Mercedes van haar vader teruggereden naar het huis van haar ouders. Toen zat man 2 achter het stuur. Zelf zat zij weer op de bijrijdersstoel. Nadat de overvallers de woning van haar ouders hadden verlaten zag zij een rood met zwarte rechthoekige sporttas van het merk "Nike" in de woning staan. Omdat deze van een van de overvallers was, heeft ze de tas gepakt en naar buiten gegooid, aldus deze getuige. Zij geeft de volgende signalementen:

Man 1:

-blanke man met gebruinde huid, 175-180, slank postuur, 24-26 jaar, donkerbruin kort haar, plat op zijn hoofd, ong.75 kilo

-zwart vest, donkere broek, zwarte Baseball pet, zwarte glad glimmende bivakmuts met 1 gat rond de ogen, zwarte handschoenen

Man 2:

-blanke man met gebruinde huid, stevig postuur, 30-32 jaar oud, donkerbruin haar, 1.90 meter lang, rond de 95 kilo

-blauwe spijkerbroek, zwart vest, zwarte baseball pet, zwarte bivakmuts zoals man 1, zwarte handschoenen

Man 3:

-blanke man, 175-180 meter, 24-26 jaar, slank postuur

-zwarte kleding, bivakmuts zoals man 1, zwarte baseballpet, zwarte handschoenen

Man 2 had de leiding in haar ogen. Zij zou man 2 wel herkennen. Man 1 weet ik niet zeker. Man 3 zou zij niet herkennen, omdat zij hem niet heeft gezien zonder bivakmuts. (3)

Aangever [slachtoffer B] heeft onder andere verklaard dat hij door twee mannen, gekleed in donkere kleding en met bivakmutsen, in zijn caravan werd bedreigd met vuurwapens en op zijn neus werd geslagen. Een man had tie-raps bij zich en deed deze om zijn polsen. Op een bepaald moment kwam er nog een derde man in de caravan, die ook een zwarte bivakmuts op had, handschoenen aan had en een pistool in zijn hand vasthield. Hij voelde zich bedreigd doordat regelmatig een vuurwapen op hem en zijn vrouw werd gericht. Zijn vrouw en later, toen tegen hem was gezegd dat hij mee moest komen, ook hijzelf is met de mannen meegegaan naar de woning van zijn schoonouders. (4) Eén van de mannen vertelde dat hij vijf jaar had vastgezeten. (5)

Aangever [slachtoffer C] heeft onder andere verklaard dat hij in zijn woning was, samen met zijn twee kleinkinderen en zijn vrouw, [slachtoffer D], toen zijn dochter aanbelde. Hij opende de deur en zij zei dat het een overval was. Er kwamen drie mannen de woning binnen. De mannen hadden bivakmutsen op, waren gewapend en riepen: "We motten geld hebben". Op een gegeven moment werd er geroepen: "Allemaal naar boven". Ze zijn allen naar boven gegaan. Eén van de mannen volgde hen en hield hen onder schot. Daarna kwamen ook de andere twee overvallers naar boven. Voorts heeft deze getuige verklaard dat zijn auto een zilverkleurige Mercedes is, met een zwart dak. Hij heeft van zijn vrouw gehoord dat er duizend of tweeduizend euro uit haar tas was ontvreemd, aldus deze getuige. (6)

Aangever [slachtoffer D], echtgenote van [slachtoffer C], heeft verklaard dat mannen met vuurwapens haar woning binnenkwamen en om geld vroegen. Een man dreigde om te schieten. Zij zag dat [slachtoffer B] met tie-raps vastgebonden was. Een overvaller nam haar dochter mee naar buiten. De mannen spraken met een accent dat door haar werd herkend als Haags en afkomstig van een woonwagencentrum. (7) Uit haar portemonnee is ongeveer 300 euro weggenomen en ongeveer 1300 euro uit een handtas uit de kledingkast. (8)

Aangever [slachtoffer E] heeft verklaard dat hij zich op 2 september 2009 in zijn bovenwoning aan de [adres] te Alphen aan den Rijn bevond, toen om ongeveer 22.00 uur de deurbel ging. Hij zag voor de deur zijn zus [slachtoffer A] staan met daarachter een man met een bivakmuts op. Deze man had een vuurwapen in zijn rechterhand. Een tweede man stond beneden aan de trap. Ook deze man had een pistool in zijn handen; voorop dat vuurwapen zat een rond buisje. Toen hij een stap naar voren deed om te kijken of het vuurwapen van de man achter zijn zus echt was, hoorde hij een harde knal. Hij voelde pijn in zijn rechterbeen en zag bloed op dat been. Hij heeft de kogel zien liggen, die is volgens hem door het been heengegaan. Nadat er geschoten was, zag hij dat de eerste man zijn zus naar binnen duwde en dat de tweede man gelijk daarachter aan kwam. De eerste man begon te roepen: "Geld, geld, we motte geld hebben, we motte je centen hebben". Aangever zei toen dat er geld in het kastje lag en wees naar het keukenkastje. De eerste man liep naar het keukenkastje, opende het en pakte het geld eruit. De overvallers hebben 3.600 of 3.700 euro weggenomen. (9)

In het dossier bevindt zich een medische verklaring d.d. 11 maart 2010 van [naam], arts. Deze vermeldt dat bij betrokkene [slachtoffer E] een schotwond in het rechter bovenbeen is waargenomen, waarbij het bovenbeensbot gebroken en de grote slagader van het bovenbeen beschadigd, evenals de grote zenuw die naar het onderbeen gaat. Ook was er sprake van een syndroom waarbij de doorbloeding en functie van de onderbeensweefsels binnen een beperkte ruimte bedreigd werden door verhoogde druk in die ruimte. Op het moment van de verklaring is niet vast te stellen of het letsel, in het bijzonder het zenuwletsel, uitzicht laat op volkomen genezing. De genezingsduur wordt geschat op 9 tot 12 maanden. (10)

Op grond van deze bewijsmiddelen staat voldoende vast dat de genoemde aangevers/getuigen het slachtoffer zijn geworden van wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal van een geldbedrag van € 3.700,-- van [slachtoffer E] en van geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer A] en [slachtoffer D] met geweld en bedreiging met geweld door een aantal in vereniging opererende daders, overeenkomstig de beschrijving daarvan in de tenlastelegging onder 1, 2 en 3 primair. Ook staat vast dat aan [slachtoffer E] zwaar lichamelijk letsel is toebracht zoals is tenlastegelegd onder 4. Hierover is tussen de officier van justitie en de verdediging geen discussie geweest. Het onderzoek ter terechtzitting heeft zich toegespitst op de vraag of verdachte kan worden aangemerkt als (mede)dader van deze feiten. Verdachte heeft stellig ontkend dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan de onderhavige feiten.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

De rechtbank heeft de mogelijkheid in ogenschouw genomen dat verdachte niet betrokken is bij de tenlastegelegde feiten. Daarvoor zou bijvoorbeeld kunnen pleiten dat uit het dossier blijkt dat er geen biologische sporen van verdachte zijn aangetroffen op de plaatsen van de overval. Dit zou als ontlastend kunnen worden opgevat, ware het niet dat de overvallers allen handschoenen droegen en (tenminste geruime tijd) bivakmutsen, die niet zijn achtergebleven. Onder die omstandigheden ligt het niet in de lijn der verwachting dat sporen van de daders worden gevonden; de handschoenen moeten ook geacht worden te zijn gedragen met het doel geen sporen achter te laten.

De rechtbank is echter op grond van het onderzoek ter terechtzitting op grond van de hierna te noemen wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat verdachte de onderhavige feiten heeft begaan.

Op de avond van de overval, omstreeks 22.15 uur, heeft de getuige [ I ] een auto door rood licht zien rijden op de kruising van de Eisenhowerlaan en de Burgemeester Bruins Slotsingel te Alphen aan de Rijn. Iets verderop kwam de getuige een drietal politieauto's met optische- en geluidssignalen tegen. Van het kenteken van de auto heeft de getuige genoteerd "[nummer]?". Van de [cijfers van kenteken] is zij niet helemaal zeker, wel van [de lettercombinatie van het kenteken]. (11)

Uit onderzoek is gebleken dat een personenauto Mercedes met kenteken [nummer] op naam staat van [medeverdachte]. [medeverdachte] is op 4 april 2009 als verdachte van diefstal gehoord en heeft toen verklaard dat hij een neef heeft, genaamd [naam verdachte], dat zijn neef iemand heeft neergeschoten waar hij bij was, dat [naam verdachte] een beetje kaal wordt, 27 jaar oud is, groter is dan hijzelf en een fors postuur heeft. Verder heeft [medeverdachte] verklaard dat hij vijf jaar heeft vastgezeten en dat zijn vriendin ook op een kamp woont. Uit de politieregisters bleek voorts dat [verdachte] veelvuldig voorkwam ter zake gewelds- en vermogensdelicten. Naar aanleiding van het voorgaande zijn foto's van de verdachten uit de politieregisters opgevraagd. Als bijlage bij het betreffende proces-verbaal (12) zijn deze foto's in het dossier opgenomen. Op de foto nummers PL.1580:09:738 is [medeverdachte] afgebeeld en op PL.1580:09:737 verdachte. (13)

Onder de woning van [slachtoffer E] is autobedrijf [ X ] gevestigd. Op de door autobedrijf [ X] ter beschikking gestelde en ter terechtzitting getoonde camerabeelden heeft wijkagent [naam agent] op 8 oktober 2009 verdachte (die volgens [naam agent] 'Batsi' wordt genoemd) herkend als een van de mannen die blijkens deze beelden en de verklaringen van de getuigen [ II ] (14) en [ III ] (15) op 1 september 2009 een bezoek hebben gebracht aan het terrein aan de [adres] te Alphen aan den Rijn. [naam agent] kent verdachte uit hoofde van zijn functie en verklaart dat verdachte woonachtig is op een woonwagencentrum in Den Haag. (16)

Op 13 oktober 2009 zijn aan de getuige [slachtoffer A] door middel van een beeldscherm achtereenvolgens 9 foto's getoond, elke foto vier seconden. De getuige heeft daarbij verklaard: "Foto 1 die ik zag, leek er wel veel op, maar ik weet het niet zeker." Op de vraag of de door haar bedoelde persoon zich in de selectie bevond, heeft zij gezegd: "Voor 90% denk ik foto 1, maar ik heb de foto te kort gezien." De foto van verdachte nam in de fotoselectie plaats 1 in. (17)

Als getuige nader omtrent deze fotoconfrontatie gehoord door de rechter-commissaris heeft [slachtoffer A] verklaard dat de man die zij bij de politie op de foto aanwees, de man was die op de heenweg achterin de auto zat en die de geluidsdemper op zijn wapen draaide. Voorts heeft zij over die man verklaard dat hij de schutter was die haar broer heeft beschoten en die ook op haar richtte. Dat hij de baas was heeft zij afgeleid uit het feit dat hij zei wat er ging gebeuren in het huis van haar ouders, dat hij haar opdrachten gaf en dat hij zei dat er niets met de kinderen zou gebeuren. Bovendien zag zij dat één van de andere overvallers naar hem luisterde. (18)

De zojuist bedoelde, op 1 september 2009 opgenomen en ter terechtzitting afgespeelde camerabeelden worden in het proces-verbaal als volgt beschreven (19):

"De op het beeldmateriaal aanwezige tijdsaanduiding in het geel wijkt 15 minuten af van de werkelijke tijd. Dit betekent dat het in werkelijkheid 15 minuten vroeger was.

01-sept-2009 11:06:57 (1e bezoek)

Twee personen komen het terrein van autohandel [ X ] oplopen. De voorste man is gekleed in het grijs en draagt tweekleurige schoenen. De achterste man draagt een hel blauwe joggingbroek, een beige sweater met aan de voorzijde een zwarte opdruk met tekst. Deze man draagt een baseball pet in de kleuren blauw en zwart. Zij lopen in de richting van de geopende roldeur die niet zichtbaar is. De voorste man is kennelijk in gesprek met garage-eigenaar [ getuige II ]. De man in de blauwe broek loopt naar buiten en gaat naar twee personen in het zwart gekleed, die op de weg staan. Kennelijk spreekt hij de twee personen aan, die daarna uit beeld verdwijnen. De man in de blauwe broek loopt weer terug richting roldeur en verdwijnt uit beeld om vervolgens iets later met de man waarmee hij was gekomen, het terrein af te lopen en uit beeld te verdwijnen.

01-sep-2009 16.44:52 ( 2e bezoek)

Drie mannen betreden komende vanaf de [adres] het terrein met de te koop staande personenauto's van autobedrijf [ X ]. Gezien de kleding betreffen dit dezelfde personen die om 11:06:57 een bezoek brachten aan [ getuige II ]. De derde man is in het donker gekleed, heeft donker haar en draagt een schoudertas.

01-sep-2009 16:45:10: Te zien is dat de tas gedeeltelijk rood van kleur is. 16:46:06: De mannen worden toegesproken door de buurman [ getuige III ]."

De rechtbank heeft aan de hand van de foto's en camerabeelden waargenomen dat beide eerstgenoemde mannen een pet dragen.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij nooit eerder in Alphen aan den Rijn is geweest, afgezien van een tweetal bezoeken aan een persoon in het detentiecentrum in februari, maart 2009. (20) Op de vraag of hij wel eens bij een autobedrijf in Alphen aan den Rijn is geweest, heeft hij geantwoord: "Nog nooit" en op de vraag of hij dat zeker weet: "Ja." Verder heeft hij verklaard dat hij niet voor een autobedrijf naar Alphen aan den Rijn hoeft en dat hij wel zeker weet dat hij daar niet geweest is. Hij kan niet zijn herkend, want hij is daar niet geweest.

De getuige [ II ], heeft op 9 september 2009 het volgende verklaard. (21)

"Ik ben eigenaar van het bedrijf [ X ] Auto's. Op de gevel is een beveiligingscamera aanwezig. [slachtoffer E] woont boven mijn bedrijf.

Op dinsdag 1 september 2009 was ik omstreeks 11.00u in mijn garage aanwezig. Er kwamen twee mannen binnenlopen die vroegen of ik een snelle auto voor ze had. Ik vertelde dat ik geen snelle auto's had staan. Hierna hebben ze nog wat rondgekeken en zijn ze weggegaan. Zij vertelden dat zij uit Utrecht kwamen. Ik sprak met een van de twee, en heb niet zo goed op de ander gelet.

* Man A: 1.80 lang, fors postuur, weinig haar, bijna kaal. Donkergekleurd sweatshirt met donkerblauwe spijkerbroek. Duidelijk Nederlands, soort straattaal, dialect, weet niet wat voor soort.

* Man B: Iets korter, 1.70-1.80, normaal postuur. Petje, grijze trui, licht gekleurde broek. Onverzorgd, stoppelbaard.

Na ongeveer drie minuten verlieten ze de showroom.

Toen ze net weg waren, kwam de buurman [Getuige IV ] vertellen dat er nog twee mannen buiten hadden gestaan die erbij hoorden, twee Marokkanen. Hij waarschuwde mij omdat hij dit vreemd vond.

Dezelfde avond werd ik omstreeks 19.00 uur aangesproken door mijn buurman [ getuige III ], die vertelde dat er drie vreemde mannen op mijn terrein waren geweest, op zoek naar auto met glazen dak. Ik herkende dit verhaal van de twee mannen, ik had hun namelijk verteld dat ik maar een iets snellere auto had met een glazen dak. Ik had hier de volgende dag, woensdag 2 september, toch wel een slecht gevoel over.

Op donderdag 3 september 2009 heb ik naar de beveiligingsbeelden bekeken. Ik zag dat de mannen waarover ik heb verklaard, goed op de beelden stonden. Ik herkende ze omstreeks 11.00 uur. Ik zag echter dat zij omstreeks 17.00u weer over het terrein liepen, nu met z'n drieën. Ik heb de beelden inmiddels ter beschikking van de politie gesteld. Als de beelden een tijdstip aangeven is het in werkelijkheid 15 minuten later.

U toont mij twee politiefoto's. De ene man herken ik niet als een van de twee mannen. De ander op foto nr p11580:09:737 herken ik voor 100% als man A."

Getuige [ III ], heeft op 3 september 2009 het volgende verklaard. (22)

"Op dinsdag 1 september omstreeks 17.00 uur zag ik drie jongens aan komen lopen vanaf de openbare doorgaande weg van de [adres]. Ik zag dat de mannen direct naar parkeerterrein [slachtoffer E] liepen en naar de luxe auto's daar. Ik vertrouwde het niet en ben naar die parkeerplaats toegelopen. Ik heb die jongens even in de gaten gehouden. Ik zag dat de drie jongens tussen de auto's doorliepen en steeds weer naar boven keken, naar de bovenwoning waar [slachtoffer E] verblijft. Ik wist dat [slachtoffer E] er niet was en ook [ getuige II ] was er niet meer. Ik heb vervolgens de jongens aangesproken. De grootste, blanke man reageerde op mij en zei: "Ben ik hier om 17.00 uur om een auto met een glazen dak te kopen, is er niemand." Ik zei hem dat hij er dan toch niets te zoeken had. Ik hoorde de blanke man zeggen: "Woont de eigenaar daar boven, is hij er niet?" of woorden van gelijke strekking. Ik zei dat hem dat niets aanging. Wat mij opviel was dat de man echt plat Haags sprak, alsof hij van een woonwagenkamp of uit de Schilderswijk kwam.

Ik zag vervolgens dat de drie mannen weer terugliepen in de richting van de doorgaande openbare weg van de [adres]. Ik zag vervolgens dat er nog twee getinte jongens achter een geparkeerde vrachtwagen vandaan komen. Ik kan u het volgende signalement geven. Stevige man:

* blank, 180-190 cm, breed/krachtig postuur, 25-30 jaar oud, iets langere bakkebaarden, baseballpetje met witte klep. Kort model jack, grijze trainingsbroek van stof.

De anderen waren beiden getinte mannen, de latere twee waren dezelfde types. Ik had geen goed gevoel bij deze mannen."

Voorts heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de bij verdachte in gebruik zijnde mobiele telefoon. In het daarvan opgemaakte proces-verbaal wordt vermeld dat de telefoon met nummer 06-[--------] op 1 september 2009 heeft aangestraald op een tweetal zendmasten in Alphen aan den Rijn en Koudekerk aan de Rijn, in de nabijheid van de plaats(en) van de overval. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het zou kunnen dat hij de telefoon met dit nummer gebruikte. (23)

Uit de verklaringen van [ getuigeII ] en [ getuige III ] in combinatie met de overige genoemde bewijsmiddelen, in het bijzonder het onderzoek betreffende de genoemde mobiele telefoon, leidt de rechtbank af dat verdachte op twee verschillende tijdstippen op de dag voor de overval in de nabijheid van de woning van [slachtoffer E] is geweest. Hij heeft dit uiteindelijk ook, ter terechtzitting van 2 april 2009, erkend. Kennelijk heeft verdachte daarover dus aanvankelijk gelogen, naar de rechtbank aanneemt om de waarheid, te weten dat hij de situatie met het oog op de overval samen met anderen kwam afleggen, te bemantelen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 1 september 2009 wel bij autobedrijf [ X ] is geweest en dat hij een van de personen is die op de camerabeelden van autobedrijf [ X ] te zien zijn. Hij zou daar zijn geweest om naar een auto te kijken. Hij was aanvankelijk bij een bedrijf in Boskoop op zoek naar een Renault Mégane die hij op internet had gezien, maar die al weg was. Op instigatie van de autohandelaar zouden zij vervolgens naar Alphen aan den Rijn zijn gereden, omdat daar wel een dergelijke auto zou staan. Dit bleek niet het geval, maar er zou 's middags wel een Renault komen. Daarom heeft verdachte met de eigenaar van het bedrijf afgesproken dat hij 's middags om 16.30 uur terug zou komen. Hij is daar alleen naartoe gereden. De eigenaar was er toen echter niet, aldus verdachte ter terechtzitting. De autohandelaar uit Boskoop van de ochtend was er volgens verdachte ook. Dit hadden zij niet afgesproken. Verdachte had hem wel over de afspraak verteld en hij vermoedt dat hij was gekomen om eventuele provisie te ontvangen. Verdachte verklaart verder dat hij bij de politie helemaal niet heeft ontkend dat hij bij dit bedrijf zou zijn geweest; hij zou meer in algemene zin de overval hebben ontkend. Verder zou hij niet over het bezoek op 1 september hebben willen verklaren, omdat hij bang was dat hij dan ook schuldig zou worden bevonden aan de overval.

Deze verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd voor het feit dat hij eerst heeft ontkend dat hij bij het autobedrijf in Alphen aan den Rijn was geweest, strookt niet met de hierboven weergegeven inhoud van de van zijn verhoren opgemaakte processen-verbaal en is ook overigens, onder meer gelet op de overwegend andersluidende verklaringen van [ getuige II ] en [ getuige III ] omtrent hetgeen met de mannen op het terrein is besproken, niet aannemelijk, mede in aanmerking genomen hetgeen de rechtbank hierna nog zal opmerken omtrent het postuur van de man die door verdachte wordt aangemerkt als autohandelaar. De rechtbank houdt het er daarom voor dat verdachte niet over zijn bezoek aan het bedrijf van [ getuige II ] op 1 september 2009 heeft gesproken om de waarheid te verbloemen.

Verder zijn camerabeelden van rond het tijdstip van de overval op cd-rom beschikbaar en ter terechtzitting afgespeeld, eveneens afkomstig van autobedrijf [ X ] (zie noot 22). In het betreffende proces-verbaal wordt de volgende beschrijving van deze beelden gegeven. "02-sept-2009 22:18:46 (overval)

Mercedes personenauto met donker dak komt het terrein van autohandel [ X ] oprijden vanaf de [adres] uit de richting van het BP tankstation, met ontstoken verlichting.

02-sept-2009 22:19:01

Als bestuurder stapt een manspersoon uit, gekleed in een lichte broek en donkere trui/sweater. Op het hoofd draagt hij een pet. De naast hem zittende vrouw stapt uit. Beiden lopen in de richting van de deur die toegang geeft tot de trap naar de woning van het slachtoffer [slachtoffer E]. Man op achterbank stapt aan de rechterkant uit auto en loopt richting deur.

02-sept-2009 22:24:24

Man die eerder als passagier was uitgestapt, in het grijs gekleed met een tweekleurige pet op, verschijnt als eerste weer in beeld en stapt achter het stuur. In zijn linkerhand draagt hij een lichtkleurige zak. Vrouw stapt weer in als passagier. Achterin stapt de eerdere bestuurder.

02-sept-2009 22:24:51 Bestuurder rijdt achteruit, steekt het voertuig uit en rijdt weg in de richting van het BP tankstation."

De rechtbank heeft verdachte ter terechtzitting naar zijn lengte en gewicht gevraagd; hij heeft hierop geantwoord dat hij 1,83 m lang is en 106 kg weegt. In detentie zou hij 4 of 5 kg zijn aangekomen. De rechtbank heeft zelf waargenomen dat hij een stevig postuur heeft. In het bijzonder heeft verdachte een relatief zwaar onderlichaam. De rechtbank heeft verdachte gevraagd of hij in de rechtszaal een stukje heen en weer wilde lopen, hetgeen hij heeft gedaan. Daarbij heeft zij waargenomen dat verdachte een specifieke manier van lopen heeft, die overigens moeilijk te omschrijven valt.

De rechtbank heeft op de ter terechtzitting afgespeelde camerabeelden waargenomen dat de lichaamsbouw en het postuur van degene die op 2 september 2009 eerst achterin de Mercedes zat en in tweede instantie als bestuurder instapt, sterke gelijkenis vertoont met het postuur en de lichaamsbouw van verdachte. De manier waarop deze persoon op de beelden loopt -al is dit maar een klein stukje te zien- vertoont voorts gelijkenis met de wijze waarop verdachte zich lopend voortbeweegt.

De rechtbank stelt voorts vast dat de verschijning van verdachte redelijk past bij het door de getuige [slachtoffer A] gegeven signalement.

Verder merkt de rechtbank op dat de lichaamsbouw, het postuur en de manier van lopen van de mededader, zoals deze op de 's avond opgenomen beelden is te zien, een sterke gelijkenis vertonen met de persoon met wie verdachte op 1 september 2009 's ochtend en 's middags in de nabijheid van de woning van [slachtoffer E] is geweest.

Ten slotte hebben de getuigen [slachtoffer F] en [slachtoffer G] (de kinderen van de getuigen [slachtoffer A] en [slachtoffer B]) verklaard dat één van de overvallers een horloge van het merk Audemars Piguet droeg. (24) Bij een doorzoeking van de verblijfplaats van verdachte op is 23 november 2009 is een (kopie)horloge van dit merk aangetroffen. (25)

Resumerend zijn de volgende bewijsmiddelen met betrekking tot betrokkenheid van verdachte voorhanden:

* de verklaring van [slachtoffer A] bij gelegenheid van de fotoconfrontatie;

* de leugenachtige verklaring van verdachte dat hij op 1 september 2009 niet bij het autobedrijf [ X ] in Alphen aan den Rijn is geweest, kennelijk bedoeld om te verbergen dat hij daar met anderen de situatie wilde verkennen met het oog op de overval;

* de eigen waarneming van de rechtbank omtrent het postuur, de lichaamsbouw en de gang van de daders van de overval bij de woning van [slachtoffer E] op de camerabeelden in combinatie met de eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting betreffende het postuur en de lichaamsbouw van verdachte;

* het aantreffen van een soortgelijk (kopie-)horloge bij verdachte als bij de overval door één van de daders is gedragen.

De raadsman heeft aangevoerd dat aan de herkenning van verdachte door [slachtoffer A] niet te veel waarde moet worden gehecht, nu deze kennelijk met grote twijfel is omgeven, terwijl ook de kwaliteit van de waarnemingen van de getuige met de nodige scepsis behoort te worden bezien. Er was sprake van zeer slechte waarnemingsomstandigheden, aldus de raadsman. De getuige stond gezien de situatie onder grote spanning, het was relatief donker, het ging om een korte tijd dat de bivakmutsen afwaren en de man waarover de getuige verklaart zat op de achterbank, terwijl zij voorin zat.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat als uitgangspunt met betrekking tot de onderhavige waarneming heeft te gelden haar gedetailleerde en concrete verklaring daarover bij de rechter-commissaris. Daar heeft zij verklaard dat zij de beide overvallers in de auto heeft bekeken en in hun gezicht heeft kunnen zien bij het licht van lantaarnpalen, terwijl bovendien bij het openen van de deur van de auto de binnenverlichting aanspringt en de lamp na het dichtdoen van de deur nog even brandt en dan langzaam uitgaat. Op de beelden die op 2 september 2009 ten tijde van de overval op de woning van [slachtoffer E] zijn gemaakt en ter terechtzitting nóg eens, specifiek met het oog op de verlichting zijn afgespeeld, heeft de rechtbank zelf waargenomen dat de binnenverlichting van de door de overvallers gebruikte auto geruime tijd heeft gebrand, zowel voorafgaand aan het uitstappen als voorafgaand aan het vertrek van de auto vanaf de locatie [adres]. Voorts is op de beelden zichtbaar dat de overvallers geen bivakmutsen dragen en blijkt dat bij het wegrijden de overvaller die bij aankomst op de achterbank had gezeten op de bestuurdersstoel plaatsneemt, terwijl de andere overvaller op de achterbank gaat zitten. Daarmee heeft de getuige naar het oordeel van de rechtbank voldoende gelegenheid gehad zich een indruk te vormen van het gezicht van de daders.

De getuige heeft verder verklaard dat de black-out waarover zij in haar tweede politieverklaring heeft gesproken, pas optrad toen haar broer werd beschoten. Daarvoor had zij dat nog niet. De rechtbank overweegt hierover dat het een feit van algemene bekendheid is dat in een spannende situatie aanzienlijke hoeveelheden adrenaline vrijkomen met als effect een grotere alertheid en een scherper waarnemingsvermogen. Hoewel dit niet niet altijd en bij iedereen het geval hoeft te zijn, zijn er in dit geval geen aanwijzingen voor een verminderd waarnemingsvermogen bij de getuige. Dat de getuige de daders slechts bij kunstlicht heeft kunnen waarnemen, betekent niet dat van herkenning geen sprake zou kunnen zijn. Wellicht zou het kunnen verklaren waarom zij niet 100% zeker is van de herkenning, naast het feit dat een foto slechts een tweedimensionaal beeld van een driedimensionale werkelijkheid geeft.

Blijkens het proces-verbaal met betrekking tot de fotoconfrontatie is deze uitgevoerd met inachtneming van het daarvoor geldende protocol. (26) Dat de confrontatie daaraan niet heeft voldaan, is door de verdediging ook niet betoogd. Voorts overweegt de rechtbank dat de getuige weliswaar heeft verklaard de beelden van het terrein bij autobedrijf [ X ] eerder te hebben gezien op televisie, maar daarop zijn - naar de rechtbank ter terechtzitting heeft waargenomen - gezichten niet herkenbaar.

De rechtbank ziet dus geen aanleiding de onderhavige verklaring van de getuige omtrent haar herkenning van verdachte als de door haar bedoelde dader niet voor het bewijs te gebruiken.

Op grond van de genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger op 2 september 2009 betrokken is geweest bij de onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde feiten zoals hierna in de bewezenverklaring is opgenomen.

Met betrekking tot de feiten 5 tot en met 8

Ten aanzien van de onder 5. tot en met 8. tenlastegelegde feiten leidt de rechtbank uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af. (27)

Uit het relaas van de opsporingsambtenaren van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 9 april 2009 blijkt dat zij op de A20 en vervolgens op de A13 een grijze Volkwagen Golf [kenteken] met twee mannelijke inzittenden zagen rijden. De bijrijder droeg een spijkerbroek, waarop op een van de bovenbenen een opdruk was genaaid. De randen van het stiksel van deze opdruk waren gerafeld. De bestuurder van de Volkswagen Golf reed met een gecorrigeerde snelheid van 111 kilometer per uur op ongeveer 3 meter afstand van het voertuig dat voor hem reed. Nadat verbalisanten met optische- en geluidssignalen de achtervolging van het voertuig hadden ingezet, zagen zij dat de bestuurder, die op dat moment op de meest linker van drie rijstroken reed, met hoge snelheid en plotseling naar rechts stuurde en over rijstroken 2 en 3 naar de vluchtstrook stuurde zonder daarbij richting aan te geven. Het voertuig ging vervolgens op de vluchtstrook rijden.Verbalisanten zagen de auto vervolgens met 170 kilometer per uur op een rijstrook rijden, terwijl op de matrixborden boven deze rijstrook rode kruizen stonden afgebeeld. De afstand tot de Volkswagen Golf werd snel groter. Verbalisanten hebben de achtervolging om 14.04 uur gestaakt en hoorden 10 minuten later dat de achtervolgde Volkswagen Golf een aanrijding had veroorzaakt. (28)

Aangever [slachtoffer van feit 5] verklaart op 11 april 2009 dat hij op 9 april 2009 omstreeks 14.00 uur in zijn personenauto (Kia, groen) op 't Haantje te Rijswijk reed in de richting van de Beatrixlaan. Nadat het voor hem bestemde verkeerslicht groen licht uitstraalde is hij de kruising opgereden. Hij zag een grijze Volkswagen Golf met heel hoge snelheid de kruising naderen. Hij zag dat deze auto nooit op tijd zou kunnen stoppen. Hij is zelf gelijk gestopt om deze auto voorrang te verlenen. Hij zag en hoorde dat de bestuurder begon te remmen en zag de auto naar rechts slippen. Hij zag dat de personenauto zijn auto zou gaan raken en heeft in een reactie daarop zijn gordel losgemaakt en heeft zich naar de passagierskant laten vallen, daarbij met zijn handen zijn hoofd beschermend. [slachtoffer van feit 5] voelde dat zijn auto door de Volkswagen Golf werd geraakt en hij werd door de cabine geslingerd. Zijn auto kwam tot stilstand tegen een verkeerslicht. Hij voelde erg veel pijn en is na het ongeval naar het ziekenhuis vervoerd. Hij hoorde omstanders roepen dat de inzittenden van de auto die hem had aangereden, waren gevlucht. (29)

Uit de (ongedateerde) medische verklaring van [naam], arts, blijkt dat [slachtoffer van feit 5] een hoofdwond had op het achterhoofd en kneuzingen van de nek en borstkas. Het is onbekend of sprake is van blijvend letsel of dat volledig herstel zal optreden en als dat het geval is, binnen welke termijn. (30)

Op vrijdag 11 september 2009 heeft [slachtoffer van feit 5] telefonisch tegenover de politie verklaard dat hij na de aanrijding 10 weken niet heeft kunnen werken door het lichamelijk letsel dat hij door de aanrijding had opgelopen. Vervolgens heeft hij twee weken niet volledig zelfstandig zijn werkzaamheden kunnen uitvoeren en drie weken later heeft hij nog regelmatig last van duizelingen zijn hoofd. (31)

Medeverdachte [ A ] verklaart dat hij samen met [verdachte] in een grijze Volkswagen Golf reed en dat zij op de grens van Delft en Rijswijk een aanrijding kregen. De auto werd bestuurd door [verdachte] en hij was zelf bijrijder. Hij is samen met de bestuurder weggerend na het ongeval. (32) [medeverdachte A ] verklaart verder dat [verdachte] de bestuurder was van de Golf tijdens de aanrijding en het harde rijden op de snelweg vanaf Rotterdam. Hij zag dat [verdachte] het voertuig afremde op het moment dat hij zag dat het rood licht uitstraalde. Hij heeft nog geprobeerd te remmen en het groene busje te ontwijken, maar dat lukte niet. Hij wist dat de kans heel groot was dat de bestuurder en eventuele passagiers ernstig gewond zouden kunnen zijn. De klap was namelijk erg hard. (33)

Kort nadat de aanrijding had plaatsgevonden, werd aan de binnenzijde van de auto aan de linkerzijde van het stuur een op bloed gelijkende substantie aangetroffen. De politie hoorde van omstanders dat twee personen weggerend waren. De verbalisanten zagen twee mannen wegrennen en hebben verdachte op aanwijzen van omstanders verdachte aangehouden. Tijdens de aanhouding van verdachte bleek hij bloed op zijn linkerhand en op zijn mond te hebben. Verdachte [medeverdachte A ] had geen bloed op zijn lichaam. (34)

Aan de hand van de sporen en overige bevindingen bij het technische onderzoek heeft [naam], senior-ongevallenanalist van politie Haaglanden, berekend dat op 9 april 2009 het voor de Volkswagen Golf bestemde verkeerslicht tenminste 7,5 seconden rood licht heeft uitgestraald en dat de snelheid van de Volkswagen Golf minimaal ongeveer 117 kilometer per uur heeft bedragen Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 50 km/u. (35)

Tijdens de aanhouding droeg medeverdachte [medeverdachte A ], een spijkerbroek met een opdruk op de rechter broekspijp, ter hoogte van het bovenbeen. Van de aanhouding van [medeverdachte A] is een foto gemaakt, waarop de opdruk duidelijk zichtbaar is en tevens is te zien dat de randen van de opdruk gerafeld zijn. Verdachte was ten tijde van zijn aanhouding geheel in het zwart gekleed. (36)

Verdachte heeft bij de politie ontkend dat hij in de bewuste Volkswagen Golf heeft gezeten. Eerst ter terechtzitting heeft hij verklaard dat dat wel het geval is geweest, maar dat niet hij, maar [medeverdachte A ] de auto heeft bestuurd. [medeverdachte A] zou op de bewuste kruising rechtsaf hebben willen slaan, omdat daar de auto van verdachte stond, die slechts kort daarvoor bij [medeverdachte A ] was ingestapt. (37)

Gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank deze verklaring niet geloofwaardig. Anders dan de verdediging acht de rechtbank gelet op de onder 3.3 genoemde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten de bestuurder is geweest van de Volkswagen Golf. Dat verdachte tussen het moment waarop de Volkswagen Golf op de snelweg A13 werd gesignaleerd en het moment van de aanrijding als bijrijder zou zijn ingestapt, acht de rechtbank uitgesloten, gezien het zeer geringe tijdsverloop van 10 minuten in combinatie met de door de Volkswagen Golf afgelegde route.

De officier van justitie heeft primair poging tot doodslag ten laste gelegd. Gelet op de buitensporige snelheid waarmee verdachte ten tijde van het ongeval moet hebben gereden en daarmee om 14.00 uur 's middags door rood licht een kruising is opgereden waarop zich verkeer bevond, is de rechtbank van oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een aanrijding zou plaatsvinden en dat een ander daarbij zodanig letsel zou oplopen dat hij of zij daaraan zou overlijden. Aldus is sprake van voorwaardelijk opzet op poging doodslag, zodat de rechtbank het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zal verklaren.

Aanvulling met betrekking tot feit 8

Uit onderzoek naar de kentekenplaten die op de bij de aanrijding betrokken Volkswagen Golf zijn aangetroffen [kenteken] blijkt dat deze kentekenplaten behoren bij een ander chassisnummer dan het chassisnummer van de betreffende Volkswagen Golf. Bij controle van het chassisnummer van de Volkswagen Golf, blijkt dat deze als gestolen is gesignaleerd sinds 23 februari 2009, onder nummer [proces verbaalnummer]. (38)

Op 23 februari 2009 heeft [naam aangever] aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, merk Volkswagen Golf, met het kenteken [nummer]. Genoemde auto is weggenomen te Koedijk, gemeente Langedijk. Het proces-verbaal van aangifte is geregistreerd onder nummer [proces verbaalnummer]. (39)

De kentekenplaten [kentekennummer] bleken ook te zijn weggenomen, in Dordrecht. (40)

Nu de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld dat verdachte als bestuurder van de Volkswagen Golf moet worden aangemerkt, acht de rechtbank ook de tenlastegelegde opzetheling van de auto door verdachte wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft ontkend dat hij de bestuurder is geweest en heeft, hoewel dit wel op zijn weg lag, geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat hij de gestolen auto met valse kentekenplaten onder zich had.

De rechtbank acht dus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 8, impliciet primair, heeft begaan.

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad - dat :

1.

hij op tijdstippen op 2 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer A] en [slachtoffer B] en [slachtoffer C] en [slachtoffer D] en [slachtoffer E] en [slachtoffer F] en [slachtoffer G] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders met dat opzet al dan niet voorzien van bivakmutsen en donkere kleding die [slachtoffer A] en [slachtoffer B] en [slachtoffer C] en [slachtoffer D] en [slachtoffer E] en [slachtoffer F] en [slachtoffer G] dreigend vuurwapens getoond en gedreigd daarmee te schieten en hen dwingend om geld gevraagd en die [slachtoffer B] geslagen/geschopt en die [slachtoffer B] met tierips geboeid en die [slachtoffer A] en die [slachtoffer B] gedwongen meegenomen naar een of meer woningen en die [slachtoffer A] en [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en [slachtoffer D] en [slachtoffer F] en [slachtoffer G] gedwongen naar een of meer ruimten van een woning te gaan en daarin te verblijven en die [slachtoffer A] gedwongen in een auto te stappen/mee te rijden en die [slachtoffer E] met een vuurwapen in een been geschoten;

2.

hij op 2 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 3700 euro, toebehorende aan [slachtoffer E], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer A] en [slachtoffer E], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen met dat opzet al dan niet voorzien van bivakmutsen en donkere kleding die [slachtoffer A] en [slachtoffer E] dreigend vuurwapens hebben getoond en/of hebben gedreigd daarmee te schieten en hen dwingend om geld hebben gevraagd en die [slachtoffer E] met een vuurwapen in een been hebben geschoten en hem hebben gezegd dat men meer geld wilde en dat hij anders ook in zijn andere been zou worden geschoten;

3.

hij op 2 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer A] en [slachtoffer D], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A] en [slachtoffer B] en [slachtoffer C] en [slachtoffer D] en [slachtoffer F] en [slachtoffer G], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld daaruit dat verdachte en zijn mededaders, al dan niet voorzien van bivakmutsen en donkere kleding die [slachtoffer A] en [slachtoffer B] en [slachtoffer C] en [slachtoffer D] en [slachtoffer F] en [slachtoffer G] dreigend vuurwapens hebben getoond en gedreigd daarmee te schieten en hen dwingend om geld gevraagd en die [slachtoffer B] geslagen/geschopt en die [slachtoffer A] en die [slachtoffer B] met tierips geboeid en die [slachtoffer A] en die [slachtoffer B] gedwongen meegenomen naar een woning en die [slachtoffer A] en [slachtoffer B] en [slachtoffer C] en [slachtoffer D] en [slachtoffer F] en [slachtoffer G] gedwongen naar een of meer ruimten van een woning te gaan en daarin te verblijven;

4.

hij op 2 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aan een persoon genaamd [slachtoffer E], zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten een dijbeenbreuk en een ernstige slagader- en zenuwbeschadiging, door met dat opzet met een vuurwapen een kogel in een been van die [slachtoffer E] te schieten;

5.

hij op 9 april 2009 te Rijswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [slachtoffer van feit 5], zijnde bestuurder/inzittende van een personenauto (Kia) van het leven te beroven, opzettelijk als bestuurder van een personenauto (Golf) de kruising van de Provincialeweg/de Prinses Beatrixlaan met 't Haantje met een snelheid van

tenminste 117 kilometer per uur is genaderd en opgereden en daarbij een voor zijn rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd (dat tenminste 7,5 seconden rood licht uitstraalde), waardoor verdachte's voertuig tegen een zich op die kruising bevindende auto (met als bestuurder [slachtoffer van feit 5]) is gebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 9 april 2009 in Nederland als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, autosnelweg A20 en A13,

- onvoldoende afstand tot het voor hem rijdende voertuig heeft gehouden (te weten ongeveer

3 meter) terwijl hij reed met een snelheid van (ongeveer) 111 kilometer per uur en

- heeft gereden met een snelheid van minimaal 170 kilometer per uur en vervolgens

- meermalen abrupt/plotseling van rijbaan heeft gewisseld zonder daarbij richting aan te

geven en

- met een snelheid van minimaal 170 kilometer per uur op de vluchtstrook heeft gereden, en - met een snelheid van minimaal 170 kilometer per uur op een rijstrook heeft gereden die

door middel van een rood kruis boven de weg voor het verkeer was afgesloten,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt;

7.

hij op 9 april 2009 te Rijswijk als bestuurder van een motorrijtuig door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de Provincialeweg/de Prinses Beatrixlaan en/of 't Haantje, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [slachtoffer van feit 5]) letsel was toegebracht en terwijl hij wist dat hierbij schade aan een ander (te weten [slachtoffer van feit 5]) was toegebracht;

8.

hij op 9 april 2009 te Rijswijk een auto, merk Volkswagen, type Golf en voorzien van kenteken [nummer] voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden

krijgen van de auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de hem bij dagvaarding onder 1., 2., 3. als 1e en 2e cumulatief/alternatief, 4., primair, 5., primair, 6., 7. en 8., impliciet primair, tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, alsmede dat aan verdachte (ten aanzien van het onder 5. tenlastegelegde feit) een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier jaren wordt opgelegd.

6.2. Het standpunt van de verdediging

Met uitzondering van het onder 7. tenlastegelegde feit heeft de raadsman van verdachte - gelet op zijn conclusies, strekkende tot vrijspraak - geen verweren met betrekking tot de strafmaat gevoerd. Met betrekking tot het onder 7. tenlastegelegde feit heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gelet op de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In dit verband neemt de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft op 2 september 2009, samen met twee mededaders, een zeer gewelddadige en meedogenloze roofoverval gepleegd op een caravan en twee woningen, toebehorende aan verschillende leden van één familie. Verdachte is hiertoe samen met zijn mededaders, gekleed in donkere kleding, met handschoenen, bivakmutsen en voorzien van wapens, binnengedrongen in de woonruimtes van de slachtoffers. Onder hen bevonden zich ouderen en minderjarige kinderen, twee jongetjes van twaalf jaar. De overval ging gepaard met veel geweld, bedreigingen en intimidatie. De slachtoffers zijn niet alleen met vuurwapens bedreigd; één van hen is daadwerkelijk zonder duidelijke aanleiding met een vuurwapen in zijn been geschoten, waaraan hij zwaar lichamelijk letsel heeft overgehouden. Bovendien is er een slachtoffer mishandeld en zijn zijn handen vastgebonden met tie-raps. Ook zijn de slachtoffers onder voortdurende bedreiging met vuurwapens bevolen om naar een slaapkamer van één van de woningen te gaan en daar te blijven. Verder is een slachtoffer onder bedreiging van vuurwapens gedwongen om met de auto van haar vader, eveneens slachtoffer, naar de woning van haar broer te rijden. In beide woningen zijn geldbedragen weggenomen.

Aldus handelende heeft verdachte samen met zijn mededaders op diep ingrijpende wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, alsmede op hun gevoel van veiligheid, nu dezen immers in hun eigen woonruimte, althans in die van hun (schoon/groot)ouders, werden overvallen, terwijl zij zich uitgerekend daar veilig zouden moeten voelen. Hun levens zijn ernstig ontregeld door deze angstaanjagende gebeurtenis.

De slachtoffers hebben in onzekerheid verkeerd of zij het er wel levend vanaf zouden brengen, zoals ook uit hun verklaringen blijkt. Behalve angst hebben verdachte en zijn mededaders door hun handelen aanzienlijk lichamelijk letsel en financiële schade veroorzaakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke misdrijven hiervan langdurig geestelijke problemen ondervinden. Dat ook in deze zaak de gevolgen voor de slachtoffers zeer ingrijpend zijn, blijkt uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen. Bovendien schokt een feit als het onderhavige de rechtsorde en draagt - met name door het gewelddadige karakter daarvan - bij aan het ontstaan en in stand houden van in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid, ook bij anderen dan degenen die daarvan rechtstreeks het slachtoffer zijn.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich kennelijk alleen laten leiden door hun zucht naar geld, zonder ook maar één moment stil te staan bij de gevolgen van hun handelen voor de slachtoffers.

Daarnaast heeft verdachte op 10 april 2009 als bestuurder van een personenauto door zijn rijgedrag meerdere malen het overige verkeer in gevaar gebracht en is hij op klaarlichte dag en op een druk verkeerspunt met forse overschrijding van de maximumsnelheid door rood licht gereden, waardoor hij een aanrijding met een andere personenauto heeft veroorzaakt. Het is een wonder dat daarbij geen doden zijn gevallen, want de kans daarop was aanzienlijk. Verdachte heeft hierna de plaats van het ongeval verlaten zonder zich te bekommeren om het gewonde slachtoffer.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte d.d. 22 maart 2010. Daaruit blijkt dat verdachte reeds een groot aantal malen eerder is veroordeeld voor vermogens-, geweldsmisdrijven en verkeersdelicten, ook tot lange gevangenisstraffen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat op de bewezenverklaarde feiten niet anders kan worden gereageerd dan met een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur heeft de rechtbank in het bijzonder rekening gehouden met het grote aantal slachtoffers van de overval, het gewelddadige karakter daarvan doordat er daadwerkelijk is geschoten, het gecompliceerde en langdurige genezingsproces van het door het schot aan [slachtoffer E] toegebrachte letsel en het aan [slachtoffer van feit 5] toegebrachte letsel. Gelet op de gewetenloze manier waarop verdachte met de belangen van anderen omgaat, is het zowel vanuit een oogpunt van vergelding als vanuit een oogpunt van het voorkomen van nieuwe door hem te plegen strafbare feiten van belang dat hij gedurende langere tijd uit de maatschappij wordt verwijderd. De relatief jeugdige leeftijd van verdachte en het feit dat hij niet lang geleden vader is geworden kunnen daar geen verandering in brengen.

Verder acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier jaren passend ten aanzien van de onder 5 bewezenverklaarde poging tot doodslag in het verkeer.

Gelet op de lengte van de gevangenisstraf en de ontzegging van de rijbevoegdheid zal de rechtbank verdachte voor de overtreding, bewezenverklaard onder 6, schuldigverklaren zonder daarvoor een afzonderlijke straf op te leggen.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregel

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van vorderingen tot schadevergoeding:

a.) [slachtoffer A] (€ 2.000,-);

b.) [slachtoffer B] (€ 1.150,-);

c.) [slachtoffer E] (€ 13.058,40);

d.) [slachtoffer C] (€ 1.073,20);

e.)- [slachtoffer D] (€ 2.759,20), en

f.) [slachtoffer van feit 5] (€ 750,-).

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer A], [slachtoffer B], [slachtoffer E] en [slachtoffer van feit 5].

De officier van justitie heeft tevens geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van:

- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer C] tot een bedrag van € 814,09, en

- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer D] tot een bedrag van € 2.000,-, en tot niet-ontvankelijk verklaring van deze benadeelde partijen voor het overige.

De officier van justitie heeft met betrekking tot de toegewezen vorderingen van alle benadeelde partijen de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft - nu de verdediging heeft geconcludeerd tot vrijspraak van verdachte ten aanzien van de aan de vorderingen ten grondslag liggende tenlastegelegde feiten - afwijzing van de vorderingen bepleit en - subsidiair - tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Ad. a.)

[slachtoffer A] heeft zich als benadeelde partij gevoegd terzake van de vordering tot vergoeding van immateriële schade, groot € 2.000,-.

De vordering is met de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden voldoende gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in de bij dagvaarding onder 1. tot en met 3. aan verdachte ten laste gelegde en bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering en zal deze vordering volledig toewijzen, nu het gevorderde bedrag, gelet op de ondergane angst van de benadeelde partij voor zichzelf en haar gezins- en familieleden en de gevolgen van die angst, redelijk is te achten. Voorts zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade op de bewezenverklaarde pleegdatum van 2 september 2009 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1. tot en met 3. bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer A] van een bedrag groot € 2.000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan.

Ad. b.)

[slachtoffer B] heeft zich als benadeelde partij gevoegd terzake van de vordering tot vergoeding van immateriële schade, groot € 1.150,-.

De vordering is met de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden voldoende gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in de bij dagvaarding onder 1. en 3. aan verdachte ten laste gelegde en bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering en zal deze vordering volledig toewijzen, omdat gelet op de angst voor zichzelf, zijn gezin en familie en het mishandelen en vastbinden van de handen van de benadeelde partij sprake is van een redelijk bedrag. Voorts zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade op de bewezenverklaarde pleegdatum van 2 september 2009 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1. en 3. bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer B] van een voorschotbedrag groot € 1.150,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan.

Ad. c.)

[slachtoffer E], heeft zich als benadeelde partij gevoegd terzake van de vordering tot vergoeding van materiele (€ 5.058,40) en immateriële (€ 8.000,-) schade, groot € 13.058,40, welk bedrag blijkens de toelichting een voorschot betreft.

De vordering is met de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in de bij dagvaarding onder 1., 2. en 4. aan verdachte ten laste gelegde en bewezenverklaarde feiten.

Met betrekking tot de vordering tot vergoeding van zowel de immateriële als de materiele schade zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering en zal deze vordering volledig toewijzen, nu de gevorderde bedragen redelijk kunnen worden geacht. Voorts zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade op de bewezenverklaarde pleegdatum van 2 september 2009 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1. 2. en 4. bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer E] van een voorschotbedrag groot € 13.058,40, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan.

Ad. d.)

[slachtoffer C] heeft zich als benadeelde partij gevoegd terzake van de vordering tot vergoeding van materiele en immateriële schade, groot € 1.073,29.

De vordering is met de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden voldoende gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in de bij dagvaarding onder 1. en 3. aan verdachte ten laste gelegde en bewezenverklaarde feiten.

Met betrekking tot de vordering tot vergoeding van zowel de materiële als de immateriële schade zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering en zal deze vordering volledig toewijzen. Dit geldt eveneens voor zover de vordering betrekking heeft op de posten 2 en 3 ('Temazepam'), nu het maken van reiskosten voor ziekenhuisbezoek van de zoon [slachtoffer E] krachtens het burgerlijk recht voor toewijzing in aanmerking komt en het gebruik van slaapmiddelen onder de omstandigheden begrijpelijk en redelijk is.

De rechtbank zal derhalve de vordering derhalve volledig toewijzen en zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade op de bewezenverklaarde pleegdatum van 2 september 2009 is ontstaan.

Een en ander brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1. en 3. bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer C] van een voorschotbedrag groot € 1.073,29, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan.

Ad. e.)

[slachtoffer D] heeft zich als benadeelde partij gevoegd terzake van de vordering tot vergoeding van materiele en immateriële schade, groot € 2.759,20.

De vordering is met de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in de bij dagvaarding onder 1. en 3. aan verdachte ten laste gelegde en bewezenverklaarde feiten.

Met betrekking tot de vordering tot vergoeding van immateriële schade zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering en zal deze vordering volledig toewijzen. Dit geldt eveneens voor zover de vordering betrekking heeft op de posten 2 (reiskosten ziekenhuis) en 3 (weggenomen geld) ten aanzien van een bedrag van € 1.600,-, zijnde het bedrag dat de benadeelde partij heeft genoemd in haar aangifte.

De rechtbank zal derhalve de vordering gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 2.659,20- en zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade op de bewezenverklaarde pleegdatum van 2 september 2009 is ontstaan.

Een en ander brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1. en 3. bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer D] van een voorschotbedrag groot € 2.659,20 , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan.

Ad. f.)

[slachtoffer van feit 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 750,-, welk bedrag betrekking heeft op het deel van de schade dat nog niet op andere wijze aan de benadeelde partij is vergoed.

De vordering is echter niet nader toegelicht of met bescheiden onderbouwd.

De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien niet duidelijk is welke schade de benadeelde partij precies heeft geleden en welke kosten de benadeelde partij inmiddels vergoed heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat de vordering om die redenen niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

8. De inbeslaggenomen goederen

8.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot teruggave van het inbeslaggenomen (kopie) horloge, merk Audemars Piguet aan verdachte.

8.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de onttrekking aan het verkeer van het genoemde horloge gelasten, nu aannemelijk is dat sprake is van een vermoedelijk illegale kopie en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd kan worden geacht met de wet.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 9a, 24c, 36f, 45, 47, 57, 282, 287, 302, 312 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht;

- 5, 7, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1., 2., 3. eerste cumulatief/alternatief, 4. primair, 5. primair, 6., 7. en 8. impliciet primair tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1.:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feiten 2. en 3. eerste cumulatief/alternatief:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4. primair:

zware mishandeling;

ten aanzien van feit 5. primair:

poging tot doodslag;

ten aanzien van feit 6.:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

ten aanzien van feit 7.:

overtreding van artikel 7 van de Wegenverkeerswet 1994;

ten aanzien van feit 8., impliciet primair:

opzetheling;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte ten aanzien van de onder 1. tot en met 5. en onder 7. en 8. bewezenverklaarde feiten tot:

een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt verdachte terzake van het onder 5. primair bewezenverklaarde feit voorts tot:

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier jaren;

bepaalt dat ten aanzien van het onder 6. bewezenverklaarde feit aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van na te noemen benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

(a.) [slachtoffer A], een bedrag van € 2.000,-,

(b.) [slachtoffer B], een bedrag van € 1.150,- en

(c.) [slachtoffer E], een bedrag van € 13.058,40 en

(d.) [slachtoffer C], een bedrag van € 1.073,29,

telkens vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop de respectieve vorderingen zijn voldaan en met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst de vordering tot schadevergoeding van na te noemen benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

(e.) [slachtoffer D] een bedrag van € 2.659,20,

vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan en met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer D] voor het meer of overige gevorderde niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding, en dat zij dit gedeelte van de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer van feit 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat deze de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van bedragen, respectievelijk groot:

a.) € 2.000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [slachtoffer A], en bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen hechtenis;

b.) € 1.150,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [slachtoffer B], en bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 21 dagen hechtenis;

c.) € 13.058,40, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [slachtoffer E], en bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen hechtenis;

d.) € 1.073,29, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [slachtoffer C], en bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen hechtenis;

e.) € 2.659,20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 september 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [slachtoffer D], en bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 dagen hechtenis;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn eventuele mededader(s) aan (een of meerdere van) de benadeelde partijen, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de eventuele mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

onttrekt aan het verkeer een (kopie)horloge, merk Audemars Piguet.

Dit vonnis is gewezen door

mrs N.B. Verkleij, voorzitter,

H.J. van Kooten en J.L.M. Luiten, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Wagter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2010.

Mr. Verkleij is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

(1) De wijziging van de tenlastelegging behelst de cursief gedrukte passages.

(2) Waar in dit vonnis ten aanzien van de onder 1. tot en met 4. tenlastegelegde feiten wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het ambtsedig, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakte proces-verbaal met het nummer [proces verbaalnummer] van politie Hollands Midden. Waar wordt verwezen naar paginanummers, betreft dit de pagina's van voornoemd en doorgenummerd proces-verbaal, met bijlagen.

(3) Processen-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer A], blz. 33 tot en met 37 en blz. 41 tot en met 44.

(4) Processen-verbaal van verhoor [slachtoffer B], blz. 45 tot en met 49.

(5) Idem, blz. 48 net onder het midden.

(6) Verklaring [slachtoffer C], blz. 59 tot en met 64.

(7) Verklaring [slachtoffer D], blz. 71 en 72.

(8) Verklaring [slachtoffer D], blz. 77.

(9) Verklaring [slachtoffer E], blz. 80 en 81.

(10) Medische verklaring, blz. 1020.

(11) Verklaring getuige [ I ], blz. 203 en 204.

(12) Proces-verbaal van bevindingen, blz. 205 en 206.

(13) Blz. 208 tot en met 210.

(14) Proces-verbaal van verhoor getuige [ II ], blz. 104.

(15) Proces-verbaal van verhoor getuige [ III ], blz. 95 en 96.

(16) Proces-verbaal bevindingen, blz. 152.

(17) Proces-verbaal van bevindingen, blz. 163.

(18) Proces-verbaal verhoor van getuigen d.d. 25 maart 2010, getuige [slachtoffer A], onder 8.

(19) Proces-verbaal van bevindingen blz. 132; cd-rom in dossier.

(20) Verklaring verdachte, blz. 191.

(21) Proces-verbaal van verhoor getuige [II], blz. 104 e.v.

(22) Verklaring [getuige III ], blz. 97.

(23) Proces-verbaal bevindingen, blz. 227.

(24) Verklaring [slachtoffer F], blz. 87, en verklaring [slachtoffer G], blz. 93-94.

(25) Proces-verbaal van binnentreden en doorzoeking van de rechter-commissaris d.d. 23 november 2009.

(26) Proces-verbaal bevindingen, blz. 154.

(27) Waar in dit vonnis ten aanzien van de onder 5. tot en met 7. tenlastegelegde feiten wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het ambtsedig, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakte proces-verbaal met het nummer [proces verbaalnummer] van politie Haaglanden. Waar wordt verwezen naar paginanummers, betreft dit de pagina's van voornoemd en doorgenummerd proces-verbaal, met bijlagen.

(28) Proces-verbaal van bevindingen, politie Rotterdam-Rijnmond, nummer [proces verbaalnummer], blz. 58 en 59.

(29) Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer van feit 5], blz. 44 en 45.

(30) Aanvraagformulier medische informatie, blz. 49.

(31) Loopproces-verbaal, blz. 13.

(32) Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte A ], blz. 93 en 94.

(33) Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte A ], blz. 85.

(34) Loopproces-verbaal, blz. 12 ,en proces-verbaal van aanhouding verdachte, blz. 22.

(35) Proces-verbaal van bevindingen, verkeersongevallenanalyse, blz. 118 tot en met 120.

(36) Proces-verbaal, blz. 12, en het fotoblad, blz. 154.

(37) Proces-verbaal van de terechtzitting, verklaring verdachte

(38) Proces-verbaal van bevindingen, blz. 7 en 8.

(39) Verklari ng van [naam aangever], blz. 33 tot en met 35.

(40) Loopproces-verbaal, blz. 7 onderaan.