Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM0838

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
19-04-2010
Zaaknummer
329983 / HA ZA 09-0449
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedwongen overdracht van aandelen (uitstoting) op de voet van de wetsartikelen 2:336 t/m 2:341 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 336
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2010/51
JRV 2010, 509
JIN 2010/361
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 329983 / HA ZA 09-0449

Vonnis van 24 maart 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap LATRADE INTERNATIONAL BV,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat : mr. M. Tsoutsanis,

tegen

[gedaagde],

[woonplaats],

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

advocaat : mr. C.G.M. Liesker.

De rechtsoverwegingen

1. De rechtbank zal de procespartijen hierna kortweg aanduiden als "Latrade BV" en "[gedaagde]". De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende gedingstukken uit het griffiedossier:

- de dagvaarding van 22 januari 2009, met 7 producties;

- de akte van Latrade BV van 11 februari 2009;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 29 april 2009, met 39 producties;

- het tussenvonnis van 20 mei 2009, de beschikking van 24 juni 2009 en het instructieformulier van 31 augustus 2009 van de rechtbank;

- de vooraf ingezonden conclusie van antwoord in reconventie van 21 oktober 2009, met productie 8 van Latrade BV;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 4 november 2009;

- de faxbrief van mr. Tsoutsanis van 5 november 2009 met 1 bijlage, en de reactie daarop van mr. Reijns (= kantoorgenote van mr. Liesker) bij brief van 10 november 2009.

2. Ter zitting bleek een minnelijke regeling niet mogelijk. Daarna is vonnis bepaald, dat vandaag kan worden gewezen.

3. Deze zaak betreft vorderingen over en weer tot gedwongen overdracht van aandelen gebaseerd op de wetsartikelen 2:336 t/m 2:341 BW (uitstoting aandeelhouder). Latrade BV en [gedaagde] houden sinds november 2006 ieder 50% van het geplaatste aandelenkapitaal in de besloten vennootschap Happyliner Nederland BV te Alphen aan den Rijn, waarvan de activiteiten zijn gestaakt per september 2008. Enig directeur van Happyliner Nederland BV was sinds december 2006 [gedaagde], die echter per 1 juni 2008 ontslag heeft genomen als directeur. Sindsdien is een patstelling ontstaan, heeft de vennootschap daardoor geen bestuurder en geen activiteiten meer, en zijn de conflicten tussen beide aandeelhouders nog verder geëscaleerd.

4. In conventie én in reconventie vordert de desbetreffende 50%-aandeelhouder kort gezegd de uitstoting van de andere 50%-aandeelhouder op de voet van de wetsartikelen 2:336 t/m 2:341 BW, dit dus over en weer. Voor de vele details van de zaak en de uiteenlopende standpunten van partijen volstaat de rechtbank nu kortheidshalve met een verwijzing naar de aan partijen en hun advocaten bekende inhoud van alle gedingstukken met alle producties, hiervoor door de rechtbank opgesomd in rov. 1.

5. De rechtbank stelt voorop dat de vele beschuldigingen over en weer over wanbestuur, wanbetalingen, slecht ondernemerschap, slecht boekhouderschap en wat dies meer zij in het kader van deze procedure niet of nauwelijks relevant zijn. Het gaat naar de bedoelingen van de wetgever immers slechts om (wan)gedragingen als aandeelhouder die het belang van de vennootschap zodanig schaden, dat het voortduren van het aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer kan worden geduld. De enkele onverenigbaarheid van karakters is ook onvoldoende; vereist voor toewijzing zijn toerekenbare (wan)gedragingen als aandeelhouder van min of meer voortdurende aard waardoor het functioneren van de vennootschap in gevaar wordt gebracht omdat de besluitvorming wordt verlamd. Deze geschillenregeling beoogt met andere woorden in het belang van de vennootschap een uitweg te bieden uit een impasse bij ernstige onoverbrugbare geschillen tussen aandeelhouders.

6. Alles afwegende oordeelt de rechtbank dat er in dit geval sprake is van een zodanige impasse en verlamming van de besluitvorming als bedoeld door de wetgever dat ingrijpen door de rechter in het belang van de vennootschap en haar crediteuren geboden is. Gelet op al hetgeen over en weer is aangevoerd, is een keuze voor uitstoting van [gedaagde] en dus overdracht van diens aandelen aan Latrade BV naar het oordeel van de rechtbank het meest in het belang van de vennootschap Happyliner Nederland BV. Uit de stukken en het verhandelde ter comparitie volgt immers dat Latrade BV naar eigen zeggen bij monde van [persoon A jr.] van plan is bij verkrijging van 100 % van de aandelen zelf als bestuurder te zullen gaan optreden, de crediteuren te zullen gaan betalen, de vennootschap te zullen saneren en de activiteiten voort te zetten onder het aan een aan haar gelieerde vennootschap toebehorende beeldmerk Happyliner. [gedaagde] daarentegen zegt alle aandelen van Latrade BV te willen verwerven met als voornaamste doel slechts het afhouden van door vader en zoon [personen A sr. en A jr.] gestelde maar door [gedaagde] betwiste claims van de vennootschap op [gedaagde] zelf.

7. Daar komt bij dat in deze procedure enerzijds aan Latrade BV toerekenbare structurele wangedragingen als aandeelhouder onvoldoende concreet zijn gesteld of gebleken, maar dat anderzijds voldoende concreet zijn gesteld en gebleken dergelijke wangedragingen van [gedaagde] als aandeelhouder. Naar het oordeel van de rechtbank volgt immers uit de stukken voldoende dat [gedaagde] als aandeelhouder na zijn eigen ontslagname als directeur structureel heeft geweigerd om mee te werken aan meerdere redelijke voorstellen van de zijde van 50%-aandeelhouder Latrade BV om uit de gerezen bestuursimpasse te komen, dat hij zelf geen reële voorstellen heeft gedaan en vooral dat hij heeft geweigerd om als 50%-aandeelhouder onvoorwaardelijk in te stemmen met de voorgestelde benoeming van Latrade BV of [persoon A jr.] als nieuwe directeur van de vennootschap. De door [gedaagde] daarbij gestelde harde voorwaarde van finale kwijting voor het door hem gevoerde beleid als directeur is in het licht van de gerezen conflicten weliswaar begrijpelijk en verstandig vanuit het eigen belang van [gedaagde] bezien, maar is bezien vanuit het perspectief en belang van de vennootschap naar het oordeel van de rechtbank onredelijk en onaanvaardbaar. De benoeming van een directeur is door de statuten van de vennootschap in handen gelegd bij de aandeelhouders, maar die kunnen door hun 50-50 verhouding in aandelenbelang en door hun conflicterende opvattingen niet uit de impasse komen waardoor de besluitvorming is verlamd en het functioneren en voortbestaan van de vennootschap evident in gevaar zijn.

8. De rechtbank zal dus in de zogenaamde eerste fase van deze procedure beslissen dat [gedaagde] zijn aandelen in de vennootschap gedwongen aan Latrade BV moet overdragen. Naar de bedoeling van de wetgever moet als hoofdregel nu een tweede fase in de procedure volgen met verplicht deskundigenbericht over de waarde van de aandelen als bedoeld in art. 2:339 BW. In de jurisprudentie zijn onder bijzondere omstandigheden echter wel eens uitzonderingen aangenomen op die verplichte inschakeling van deskundigen. In het wetsvoorstel Flex-BV wordt die verplichte waardebepaling door deskundigen eveneens geschrapt. De rechtbank is van oordeel dat een redelijke en praktische wetstoepassing ook in dit geval met zich brengt dat de rechtbank zelf de waarde van de over te dragen aandelen kan bepalen zonder inschakeling van deskundigen. Partijen zijn het er immers over eens dat de aandelen in de gegeven omstandigheden "wel iets maar niet veel" waard zijn, terwijl de aanzienlijke kosten van een deskundigenonderzoek naar de inschatting van de rechtbank de door die deskundigen te bepalen relatief geringe prijs verre zullen overtreffen.

9. Alles afwegende stelt de rechtbank in dit bijzondere geval zelf de door Latrade BV voor de aandelen van [gedaagde] te betalen prijs vast op de nominale waarde van die aandelen, dat is € 10.000,-. Aldus zal worden beslist. Tekst en strekking van de wetsartikelen 2:338 lid 2 en 2:341 lid 1 BW staan in de weg aan de door Latrade BV nog gevorderde uitvoerbaar verklaring bij voorraad van dit vonnis. Ook voor de gevorderde dwangsom (art. 611a e.v. Rv) en de gevorderde reële executie (art. 3:300 BW) ziet de rechtbank geen plaats, dit gezien het bepaalde in art. 2:341 lid 4 BW.

10. [gedaagde] moet als de in relevante mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Latrade BV in conventie en in reconventie, door de rechtbank begroot op € 72,25 deurwaarderkosten dagvaarding, € 262,- griffierecht, € 1.356,- salaris advocaat en € 205,- nakosten, dat is in totaal € 1.895,25, nog te vermeerderen met € 68,- indien betekening op kosten van Latrade BV plaatsvindt.

De beslissingen

De rechtbank in conventie en in reconventie:

- gebiedt [gedaagde] op de voet van de wetsartikelen 2:336 t/m 2:341 BW om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis al zijn aandelen in het geplaatste kapitaal van de besloten vennootschap Happyliner Nederland BV over te dragen aan Latrade BV tegen betaling door Latrade BV aan [gedaagde] van € 10.000,-;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Latrade BV van € 1.895,25 aan proceskosten, nog te vermeerderen met € 68,- indien betekening van dit vonnis op kosten van Latrade BV plaatsvindt;

- wijst af al wat door partijen in conventie en in reconventie meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Wien en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2010.