Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9713

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-03-2010
Datum publicatie
31-03-2010
Zaaknummer
09/665033-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft aan een vrouw in haar gezicht injecties ter verfraaiing van haar uiterlijk toegediend zonder dat zij hiervoor de benodigde opleiding had gevolgd. Deze injecties zijn ondeskundig uitgevoerd waardoor ernstig letsel aan de neus van deze vrouw is toegebracht. Voorts heeft verdachte, zonder daartoe te zijn gerechtigd, in Nederland niet geregistreerde geneesmiddelen in bezit gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

parketnummer : 09/665033-09

datum uitspraak : 31 maart 2010

(verkort vonnis)

De rechtbank ’s-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,

wonende [adres]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 17 maart 2010.

Verdachte, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. H. von Hegedus-Faouzi, advocaat te Zoetermeer, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd. Mr. C.J. Vermaase heeft de vordering namens de benadeelde partij ter terechtzitting nader toegelicht.

De officier van justitie mr. I. Mannen heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de haar bij dagvaarding onder 1. primair en onder 2. ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2709,20, althans in ieder geval tot een bedrag van € 2.654,60 en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het meer of overig gevorderde. Daarnaast heeft de officier van justitie aangevoerd dat de door de benadeelde partij gevraagde proceskostenvergoeding (94,--, eigen bijdrage rechtsbijstand) ook voor vergoeding in aanmerking komt.

De tenlastelegging.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1. zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 mei 2008 tot en met

19 mei 2008 te [P], aan een persoon, genaamd

[X], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten:

- het (plaatselijk) afsterven van weefsel in de neus van die [X] en/of

- belemmering van de toevoer van voeding en/of bloed naar de weefsels in de neus van die

[X] en/of

- (ten gevolge daarvan) (uitgebreide) necrose (zijnde 'ongecontroleerde celdood') in de neus,

althans (gedeeltelijke) afsterving van de neus van die [X], blz 78 pv) en/of

- (daarbij) een bacteriële infectie in de neus van die [X],

heeft toegebracht, door opzettelijk:

- acht, althans een of meer, injecties met een callogeen en/of een (ander) geneesmiddel,

althans een werkzame stof, in het gezicht van die [X] te geven en/of

- (vervolgens) in de neus van die [X] (een) injectie(s) met 'Amazingel' en/of een

(ander) geneesmiddel, althans met een werkzame stof, te geven en/of

- (vervolgens) in de neus van die [X] (een) injectie(s) met een mengsel van

'Amazingel' en xylocaine, althans celocaine, althans een anestetisch middel en/of een

(ander) geneesmiddel, in ieder geval een mengsel van werkzame stoffen, te geven en/of

- (vervolgens) (een verpakking met) ijsklontjes/koud water op/tegen de neus/het gezicht van

die [X] te leggen/aan te brengen, althans (een verpakking met) ijsklontjes/koud water

aan die [X] te geven en/of die [X] te zeggen dat zij (om de pijn die die [X]

voelde te verminderen) die (verpakking met) ijsklontjes/koud water op/tegen haar

neus/gezicht moest leggen/duwen (ten gevolge waarvan de doorbloeding in de neus van die

[X] juist werd afgeremd) en/of

- daarbij (telkens) onvoldoende hygiëne te betrachten en/of daarbij onvoldoende hygiënische

middelen (waaronder steriele, althans aan de daarvoor geldende normen voldoende

injectienaalden) te gebruiken en/of

- daarbij (één of meer van) die injecties met onvoldoende deskundigheid uit te voeren;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 mei 2008 tot en met

19 mei 2008 te [P] grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig:

- acht, althans een of meer, injecties met een callogeen en/of een (ander) geneesmiddel,

althans een werkzame stof, in het gezicht van [X] te geven en/of

- (vervolgens) in de neus van die [X] (een) injectie(s) met 'Amazingel' en/of een

(ander) geneesmiddel, althans met een werkzame stof, te geven en/of

- (vervolgens) in de neus van die [X] (een) injectie(s) met een mengsel van

'Amazingel' en xylocaine, althans celocaine, althans een anestetisch middel en/of een

(ander) geneesmiddel, in ieder geval een mengsel van werkzame stoffen, te geven en/of

- (vervolgens) (een verpakking met) ijsklontjes/koud water op/tegen de neus/het gezicht van

die [X] te leggen/aan te brengen, althans (een verpakking met) ijsklontjes/koud water

aan die [X] te geven en/of die [X] te zeggen dat zij (om de pijn die die [X]

voelde te verminderen) die (verpakking met) ijsklontjes/koud water op/tegen haar

neus/gezicht moest leggen/duwen (ten gevolge waarvan de doorbloeding in de neus van die

[X] juist werd afgeremd) en/of

- daarbij (telkens) onvoldoende hygiëne te betrachten en/of daarbij onvoldoende hygiënische

middelen (waaronder steriele, althans aan de daarvoor geldende normen voldoende

injectienaalden) te gebruiken en/of

- daarbij (één of meer van) die injecties met onvoldoende deskundigheid uit te voeren,

waardoor het aan haar schuld te wijten is geweest dat die [X] zwaar lichamelijk letsel, te weten:

- het (plaatselijk) afsterven van weefsel in de neus van die [X] en/of

- belemmering van de toevoer van voeding en/of bloed naar de weefsels in de neus van die

[X] en/of

- (ten gevolge daarvan) (uitgebreide) necrose (zijnde 'ongecontroleerde celdood') in de neus,

althans (gedeeltelijke) afsterving van de neus van die [X] en/of

- (daarbij) een bacteriële infectie in de neus van die [X], heeft bekomen, althans

zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening

van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan,

terwijl dat misdrijf is gepleegd in de uitoefening van enig ambt of beroep;

2. zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 mei 2008 tot en met

18 augustus 2008 te [P], opzettelijk een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning geldt, althans waarvoor (op dat moment) geen handelsvergunning was afgegeven, te weten Amazingel en/of New Formula en/of Amazingel gemengd met een anestetisch middel en/of Xylocaine, in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld en/of heeft ingevoerd;

Bespreking van het bewijsverweer.

Namens verdachte is door de raadsvrouw een verweer gevoerd dat primair strekt tot bewijsuitsluiting op grond van een onherstelbaar vormverzuim in het vooronderzoek. Daartoe is aangevoerd dat de doorzoeking van de behandelruimte van verdachte op onrechtmatige wijze heeft plaatsgevonden.

De raadsvrouw heeft hiertoe –onder overlegging van schriftelijke pleitnotities- aangevoerd dat verdachte geen (schriftelijke) toestemming aan de opsporingsambtenaren heeft gegeven om haar woning te doorzoeken. Het in het dossier aanwezige briefje (proces-verbaal, bladzijde 83), waarin verdachte die toestemming zou hebben gegeven, kan naar haar mening niet als een dergelijke toestemming gelden. Verdachte is de Nederlandse taal niet machtig en heeft derhalve niet kunnen begrijpen wat de inhoud van dit briefje was. Voorts is het niet duidelijk of de op genoemd briefje geplaatste handtekening daadwerkelijk door verdachte zelf is geplaatst.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Blijkens het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 19 augustus 2009 (blz. 95) is door verdachte schriftelijk toestemming gegeven om haar behandelkamer te doorzoeken, terwijl uit het ambtsedige proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van 15 november 2009 (blz. 7) blijkt dat deze toestemming van verdachte tot doorzoeking is verkregen na gebruikmaking van een tolk in de Thaise taal. Deze tolk heeft aan haar de inhoud van de op schrift gestelde toestemming toegelicht.

De rechtbank heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van genoemde ambtsedige processen-verbaal. Dit betekent dat verdachte in haar eigen taal op de hoogte is gebracht van het feit dat haar werd gevraagd toestemming te verlenen tot doorzoeking van haar behandelruimte, dat zij daartoe haar toestemming ook heeft verleend en die toestemming (schriftelijk) heeft bevestigd door ondertekening van het in de Nederlandse taal opgesteld briefje, waarvan de inhoud aan haar bekend is gemaakt. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de doorzoeking van de behandelkamer van verdachte op rechtmatige wijze is geschied.

Hetgeen hiervoor door de rechtbank is overwogen brengt met zich dat het subsidiair gevoerde verweer, strekkende tot verdiscontering in de strafmaat van hetzelfde door de raadsvrouw aangevoerde vormverzuim, geen bespreking meer behoeft.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder 1. primair is ten laste gelegd, zodat zij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring1.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1. in de periode van 18 mei 2008 tot en met 19 mei 2008 te [P] grovelijk onvoorzichtig en onachtzaam en nalatig heeft gehandeld door:

- in de neus van [X] injecties met 'Amazingel' te geven en

- vervolgens in de neus van die [X] injecties met een mengsel van

'Amazingel' en xylocaine, althans een anesthetisch middel te geven en

- ijsklontjes/koud water aan die [X] te geven en die [X] te zeggen dat zij (om de

pijn die die [X] voelde te verminderen) die ijsklontjes/koud water op/tegen haar

neus/gezicht moest leggen en

- daarbij die injecties met onvoldoende deskundigheid uit te voeren,

waardoor het aan haar schuld te wijten is geweest dat die [X] zwaar lichamelijk letsel, te weten:

- uitgebreide necrose in de neus, althans gedeeltelijke afsterving van de neus van die [X] en

- een bacteriële infectie in de neus van die [X], heeft bekomen;

en:

2. zij in de periode van 18 mei 2008 tot en met 18 augustus 2008 te [P], opzettelijk een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten New Formula en Amazingel gemengd met een anesthetisch middel en/of Xylocaine in voorraad heeft gehad.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft aan een vrouw in haar gezicht injecties ter verfraaiing van haar uiterlijk toegediend zonder dat zij hiervoor de benodigde opleiding had gevolgd. Deze injecties zijn ondeskundig uitgevoerd waardoor ernstig letsel aan de neus van deze vrouw is toegebracht.

Voorts heeft verdachte, zonder daartoe te zijn gerechtigd, in Nederland niet geregistreerde geneesmiddelen in bezit gehad.

De rechtbank heeft voorts gelet op het feit dat verdachte blijkens een op haar betrekking hebbend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 24 februari 2010 in Nederland niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland, regio Den Haag, van 2 september 2009, opgemaakt en ondertekend door [reclasseringswerker], reclasseringswerker, en [unitmanager], unitmanager. De rapporteurs komen tot de conclusie dat het niet aannemelijk lijkt dat verdachte zich wederom met behandelingen als hier aan de orde zal inlaten, omdat zij nogal geschrokken is van alle commotie rondom deze zaak. Anderzijds zijn de rapporteurs van mening dat verdachte weinig schuldbewust is en weinig blijk geeft van enig mededogen jegens het slachtoffer. Ten aanzien van een mogelijke taakstraf wijzen de rapporteurs er op dat verdachtes geringe kennis van de Nederlandse taal het communiceren op de werkvloer lastig zal maken, maar dat dit haar ook een positieve stimulans kan geven om het Nederlands beter te gaan beheersen. Bij oplegging van een voorwaardelijk strafdeel achten zij reclasseringstoezicht niet geïndiceerd.

De rechtbank acht de oplegging van een werkstraf van na te noemen duur passend en geboden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de reclassering, ondanks verdachtes gebrekkige kennis van de Nederlandse taal, de oplegging van een taakstraf niet heeft afgeraden en de uitvoering ervan mogelijk heeft geacht. Tevens zal de rechtbank – teneinde verdachte in de toekomst te weerhouden om onbevoegd geneeskundige handelingen in haar (massage)praktijk te verrichten- een voorwaardelijke gevangenisstraf aan haar opleggen.

De vordering van de benadeelde partij

[X] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2811,-- (waarvan € 2600,-- ter zake van immateriële schade).

De rechtbank acht deze vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 2.600,--, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1. subsidiair bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de post reiskosten, dit deel van de vordering toewijzen tot een bedrag van (14 bezoeken van 13,6 km. à € 0,26 =) € 49,50. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de afstand tussen de woning van de benadeelde partij en het Rode Kruis Ziekenhuis te Beverwijk volgens de ANWB routeplanner 6,8 kilometer bedraagt. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering tot schadevergoeding, nu dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 2.649,50.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op € 94,-- (eigen bijdrage voor rechtsbijstand) en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1. subsidiair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.649,50, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [X].

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen

- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 57 en 308 van het Wetboek van Strafrecht,

- 40 van de Geneesmiddelenwet en

- 1, 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het bij dagvaarding onder 1. primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1. subsidiair en onder 2. ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van het onder 1.subsidiair bewezenverklaarde feit :

aan haar schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt;

ten aanzien van het onder 2. bewezenverklaarde feit :

opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 40 van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van honderdtachtig uren;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van negentig dagen;

veroordeelt verdachte te dier zake voorts tot:

een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

bepaalt dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [X] een bedrag van € 2.649,50 en veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 94,-- en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat zij dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.649,50, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [X];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van zesendertig dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mrs A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzitter,

M.M. Meessen en M.C. Bruining, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Wagter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 maart 2010.

1 De rechtbank heeft enkele type- en/of taalfouten verbeterd. Verdachte is door de verbetering niet in haar verdediging geschaad.