Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8632

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
15-04-2010
Zaaknummer
AWB 09/3687
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toepassing bestuurlijke lus met toepassing van artikel 8:51a Awb. Gebreken in motivering bezwaararbeidsdeskundige voor wat betreft geschiktheid voor geduide functies in relatie tot vastgestelde beperkingen. Hersteltermijn drie weken. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 1, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/3687 WAO

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[A], wonende te [plaats], eiser, gemachtigde mr. A.J. Wintjes

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

I PROCESVERLOOP

Op 17 februari 2010 heeft deze rechtbank tussenuitspraak gedaan. Deze is op dezelfde dag aan partijen verzonden.

II OVERWEGINGEN

In de tussenuitspraak van 17 februari 2010 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken na verzending van de tussenuitspraak de in die tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebreken die kleven aan het bestreden besluit van 14 april 2009 te herstellen.

Verweerder heeft deze termijn ongebruikt laten verstrijken en evenmin is om verlenging van deze termijn verzocht.

Gelet hierop en de rechtsoverwegingen opgenomen in de tussenuitspraak is het beroep gegrond en dient het bestreden besluit te worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb.

Uit het ongebruikt laten verstrijken van de bovengenoemde hersteltermijn door verweerder trekt de rechtbank de conclusie dat verweerder de geconstateerde gebreken kennelijk niet kan repareren. Aangezien aan het primaire besluit van 29 oktober 2008 dezelfde gebreken kleven, ziet de rechtbank aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen.

Verweerder wordt in de door eiser gemaakte proceskosten in zowel bezwaar als beroep veroordeeld, waarbij met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht het gewicht van de zaak is bepaald op 1 (gemiddeld) en voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (het indienen van een bezwaar- en beroepschrift en het verschijnen op de hoorzitting in bezwaar en het verschijnen ter zitting in beroep) 4 punten worden toegekend, met een waarde per punt van € 322,--.

III BESLISSING

De rechtbank ’s-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

Verklaart het beroep gegrond.

Vernietigt het bestreden besluit van 14 april 2009.

Bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Verklaart het bezwaar gegrond.

Herroept het primaire besluit van 29 oktober 2008.

Bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht, te weten € 41,--, vergoedt.

Veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 1288,--, welke kosten verweerder aan eiser dient te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. J. van Dort, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.M. Kraan.

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2010.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak van 17 februari 2010 kan binnen zes weken na verzending van deze uitspraak tegelijkertijd hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.