Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BL7050

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-03-2010
Datum publicatie
10-03-2010
Zaaknummer
09-753377-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Moord en brandstichting. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan moord op een 37-jarige vrouw. Hij heeft haar in haar eigen huis op huiveringwekkende wijze om het leven gebracht. Het slachtoffer is door verdachte in totaal twintig keer met een mes gestoken. Hij is in het huis brand gaan stichten, kennelijk met de bedoeling om zijn sporen uit te wissen. Gevangenisstraf van 15 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/753377-09

Datum uitspraak: 10 maart 2010

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zuid West, Huis van Bewaring "De Torentijd” te Middelburg,

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 september 2009, 11 december 2009 en 24 februari 2010.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.M. van der Kallen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. M.G. Cantarella, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

(feit 1:)

hij op of omstreeks 05 juni 2009 te Zevenhoven, gemeente Nieuwkoop, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans één maal, gestoken in de borststreek en/of de rug en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] bij haar badjas vastgepakt en/of (vervolgens) aan haar badjas opgetild en/of aan haar badjas meegesleept, tengevolge waarvan de badjas de hals/keel van die [slachtoffer] heeft afgeknepen/dichtgeknepen, althans samendrukkend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer] toegepast en/of

- op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] getrapt/gestampt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 juni 2009 te Zevenhoven, gemeente Nieuwkoop, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans één maal, gestoken in de borststreek en/of de rug en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] bij haar badjas vastgepakt en/of (vervolgens) aan haar badjas opgetild en/of aan haar badjas meegesleept, tengevolge waarvan de badjas de hals/keel van die [slachtoffer] heeft afgeknepen/dichtgeknepen, althans samendrukkend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer] toegepast en/of

- op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] getrapt/gestampt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

(feit 2:)

hij op of omstreeks 05 juni 2009 te Zevenhoven, gemeente Nieuwkoop, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning ([adres]), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een handdoekje en/of een vloerkleed en/of vitrage/gordijnen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan dat/die handdoekje en/of vloerkleed en/of vitrage/gordijnen geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de in die woning bevindende goed(eren), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 juni 2009 te Zevenhoven, gemeente Nieuwkoop, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in een woning ([adres]), met dat opzet een brandende aansteker, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met een handdoekje en/of een vloerkleed en/of vitrage/gordijnen, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de overige in die woning bevindende goed(eren)te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 5 juni 2009 [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, van het leven heeft beroofd, door haar meerdere malen met een mes te steken, haar hals dicht te knijpen en haar te trappen (feit 1 primair c.q. subsidiair) en dat hij diezelfde dag in haar woning ([adres]) brand heeft gesticht (feit 2 primair), dan wel dat hij daartoe een poging heeft gedaan (feit 2 subsidiair).

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte feit 1 primair en feit 2 primair heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder feit 1 primair tenlastegelegde op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte voorbedachte raad heeft gehad op het doden van [slachtoffer].

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit heeft de raadsman naar voren gebracht dat verdachte van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, omdat er sprake is van vrijwillige terugtred, hetzij geen gemeen gevaar voor goederen, hetzij een ondeugdelijke poging.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging1

De rechtbank gaat op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting uit van de volgende feiten en omstandigheden, die blijken uit de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen.

Melding op het politiebureau

Op 6 juni 2009, omstreeks 00.16 uur, zag een verbalisant verdachte en een vrouw het politiebureau van Alphen aan den Rijn binnenkomen. Zij hoorde dat verdachte tegen haar zei dat hij iemand had vermoord. De verbalisant zag dat de kleding van verdachte onder het bloed zat.2 De verbalisant heeft verdachte aangehouden en verdachte de cautie gegeven. Hierop hoorde de verbalisant verdachte uit zichzelf zeggen, dat hij [slachtoffer] had vermoord en dat door middel van messteken had gedaan.3

Aantreffen van het slachtoffer

Op 6 juni 2009, omstreeks 00.44 uur, arriveerden twee verbalisanten (hierna ook: verbalisant I en verbalisant II), bij het door verdachte opgegeven adres, [adres] te Zevenhoven. Verbalisant I opende de voordeur en hij zag een flinke rookontwikkeling vanuit de woonkamer recht voor hem en hij rook daarbij een sterke brandlucht. Tevens zag hij dat er op de grond in de woonkamer iets brandde op een oppervlakte van hooguit een vierkante meter. 4 Verbalisant II doofde met behulp van een brandblusser de vlammen in de woonkamer. Hierna opende verbalisant I de deur van het toilet en daar zag hij een vrouw in een zogenaamde foetushouding in de linker hoek van het toilet liggen. De tevens aanwezige ambulanceverpleegkundige onderzocht het slachtoffer en beide verbalisanten hoorden hem zeggen dat hij bij het slachtoffer geen ademhaling constateerde en dat zij dus was overleden.5

Identificatie van het slachtoffer

De dode vrouw bleek te zijn [slachtoffer].6

Doodsoorzaak

Op het lichaam van [slachtoffer] is op 6 juni 2009 door F.R.W. Groot, arts en patholoog, bij het Nederlands Forensisch Instituut, sectie verricht.7 Uit het sectieverslag is gebleken dat bij [slachtoffer] (hierna ook te noemen: het slachtoffer) zeer veel letsels zijn waargenomen. Er waren circa twintig scherprandige huidklievingen met onderliggende steekkanalen. Dit was het gevolg van veelvuldige inwerking van uitwendig perforerend en/of snijdend mechanisch geweld. De steekrichtingen waren legio. In de steekkanalen lagen onder andere de beide longen, het hart, de lever en de linker nier. Gezien de bloeduitstortingen waren deze letsels bij leven opgelopen en ze zouden het intreden van de dood reeds zonder meer kunnen verklaren op basis van functionele uitval van onder andere de longen. Er waren tevens meerdere bloeduitstortingen in de weke delen van de hals, er was duidelijke roodheid van het slijmvlies van de luchtpijp en er waren puntvormige bloeduitstortinkjes in de slijmvliezen van de oogleden. Er was ook sprake van een grote onderhuidse bloeduitstorting links hoog aan het hoofd met verscheuring van de onderhuidse weke delen. Dit was het gevolg van substantieel botsend uitwendig mechanisch geweld.

De algehele conclusie van de artspatholoog naar aanleiding van de sectie is dat de dood van het slachtoffer is veroorzaakt door bloedverlies en functionele uitval van onder andere de longen ten gevolge van meervoudig steekletsel, mogelijk in combinatie met zuurstofgebrek door samendrukkend geweld op de hals.8

De verklaring van verdachte

Verdachte is meerdere keren bij de politie gehoord en heeft steeds eensluidend verklaard. Ter terechtzitting is hij bij zijn eerder afgelegde verklaringen gebleven. Verkort weergegeven heeft hij het volgende verklaard over hetgeen volgens hem op 5 juni 2009 is voorgevallen.

Verdachte kwam op 5 juni 2009 rond 21:10 uur met zijn auto aan bij het huis van het slachtoffer. Voordat hij bij het slachtoffer naar binnenging pakte hij zijn mes uit het handschoenenvakje van zijn auto.9 Kort na 22:50 uur vertelde het slachtoffer hem dat hij een huis in België toegewezen had gekregen en dat hij hiervoor de volgende week moest tekenen. Het slachtoffer ging haar tanden poetsen en zij zei tegen verdachte, dat hij zolang de tijd had om te vertellen wat hij wilde en dat zij anders zou gaan bellen om ervoor te zorgen dat [broer verdachte], de broer van verdachte, iets zou worden aangedaan. Bij verdachte sloegen op dat moment de stoppen door. Hij stond op, vouwde zijn mes open, liep in drie passen naar het slachtoffer toe en stak haar in haar rug aan de rechterzijde. Het slachtoffer draaide zich om en pakte verdachte beet. Door het bloed dat op de grond lag, gleden verdachte en het slachtoffer uit en vielen beiden op de grond. Op de grond stak verdachte op het slachtoffer in. Hij probeerde haar in haar borstgedeelte te raken. Het slachtoffer strompelde daarna weg, waarop verdachte haar bij haar kraag pakte en hard tegen de wc-deur aangooide. Verdachte trok de wc-deur open, gooide het slachtoffer naar binnen en schopte haar drie keer tegen haar hoofd.10 Daarbij pakte hij met beide handen de deurpost vast en trapte met een neerwaartse beweging tegen haar hoofd.11

Hierop is verdachte door het huis gaan lopen, heeft hij de mobiele telefoon van het slachtoffer gepakt en de gordijnen die aan de schuifpui hingen in brand gestoken door een aansteker eronder te houden. Ook heeft hij een handdoekje dat in de keuken hing aangestoken, maar deze heeft hij ook weer uitgetrapt. Hij hoopte dat het hele huis af zou afbranden.

Verdachte heeft vervolgens zijn tas buiten op de motorkap van zijn auto gezet waarna hij weer terug naar het slachtoffer is gelopen omdat hij er niet zeker van was of ze dood was. Hij trok de wc-deur open en hoorde het slachtoffer kreunen. Toen heeft hij haar nog drie keer gestoken, schuin onder haar oksel aan de rechterzijde. Verdachte hoorde een gorgelend geluid en zag dat het slachtoffer stopte met ademen. Verdachte is terug naar zijn auto gelopen en is hiermee weggereden.12

Nadat verdachte door een verbalisant werd geconfronteerd met het aantal messteken dat aan het slachtoffer was toegebracht, verklaarde hij dat hij zich niet kon herinneren dat hij het slachtoffer twintig keer had gestoken, maar dat het niet anders kan dan dat hij al die messteken heeft toegebracht.13

Sporenonderzoek

De uit het sporenonderzoek verkregen resultaten ondersteunen de verklaringen van verdachte. 14

Moord

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte voorbedachte raad had op het doden van het slachtoffer.

Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad is voldoende dat komt vast te staan dat de verdachte tijd had zich te beraden op het te nemen besluit of het genomen besluit, zodat hij gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

De rechtbank constateert dat verdachte bij gelegenheid van zijn tweede verhoor door de politie (9 juni 2009) heeft verklaard dat hij denkt dat hij de beslissing om het slachtoffer iets aan te doen had genomen op vrijdag 5 juni 2009 tijdens het telefoongesprek met [A] om 15:45 uur. Hij wist toen nog niet hoe hij het zou doen, maar hij wist alleen dat hij het slachtoffer van het leven zou beroven.

Voorts heeft verdachte verklaard dat hij wist dat hij het met het mes zou doen toen de DVD, die hij en het slachtoffer die avond hebben bekeken, was afgelopen. Hij wist alleen nog niet hoe laat hij het zou doen en of hij het wel zou kunnen.15

Ter terechtzitting heeft verdachte zijn hiervoor weergegeven verklaringen genuanceerd en aangegeven dat hij op de bewuste avond niet naar het slachtoffer is toegegaan met de intentie om haar te doden, maar dat hij naar haar toe is gegaan met de bedoeling om de dreiging die hij van het slachtoffer en haar omgeving ervaarde “om te draaien”, waarbij hij de rechtbank niet geheel duidelijk heeft kunnen maken wat hij hiermee bedoelde. Wat daar verder van zij, ook ter zitting heeft hij verklaard dat de optie om het slachtoffer te doden al wel meerder keren door zijn hoofd was geschoten, onder meer en naar zijn idee laatstelijk tijdens voornoemd telefoongesprek met [A], maar het was te erg om daarover na te denken.16 Dit laatste sluit aan bij zijn verklaring tegenover de politie waarin hij ook heeft aangegeven dat hij gedurende twee weken meerdere keren alle opties had doorgenomen en dat één van zijn opties eruit bestond dat hij het slachtoffer iets zou aandoen.17

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte in elk geval – al enige tijd voordat hij het slachtoffer doodde – de optie om haar te doden serieus in overweging heeft genomen en hij moet mitsdien de betekenis en gevolgen van een dergelijke daad hebben onderkend. Door, op het moment dat het slachtoffer haar tanden stond te poetsen, op te staan, een mes te trekken, het slachtoffer van achteren te benaderen en op haar in te steken heeft verdachte, naar het oordeel van de rechtbank, de daad bij het woord gevoegd en ervoor gekozen deze optie uit te voeren. Onder deze omstandigheden kan dan niet meer worden gesproken van een opwelling. Dat geldt zeker nu verdachte is doorgegaan tot hij zeker wist dat het slachtoffer het leven had gelaten. Immers, nadat hij al meermalen op het slachtoffer had ingestoken en haar de wc had ingegooid, is hij door het huis gaan lopen, heeft hij de gordijnen en een doekje in brand gestoken, heeft hij zijn tas gepakt en is hij naar zijn auto gelopen, om daarna terug te keren naar het slachtoffer en nogmaals meerdere keren op haar in te steken. Ook gedurende dit tijdsbestek heeft verdachte de mogelijkheid gehad om zich te beraden op zijn genomen besluit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er bij verdachte sprake was van voorbedachte raad.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 5 juni 2009 te Zevenhoven schuldig heeft gemaakt aan de moord op [slachtoffer] door haar met een mes meermalen in de borst, rug en elders in haar lichaam te steken. Dat hij daarbij ook samendrukkend geweld op de hals heeft uitgeoefend, acht de rechtbank niet bewezen nu daarvoor, naast de conclusie van de artspatholoog18, in het dossier geen aanwijzingen gevonden kunnen worden.

Brandstichting

De raadsman van verdachte heeft primair naar voren gebracht dat verdachte vrijwillig is teruggetreden omdat hij het vuur deels zelf heeft uitgemaakt; de brandstichting is dus niet voltooid.

Uit voornoemde bewijsmiddelen is reeds gebleken dat de verbalisanten die als eersten op de plaats van het delict waren, hebben geconstateerd dat de vloer in de woonkamer brandde. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij de gordijnen met een aansteker in brand heeft gestoken.19 Door de technische recherche is een Forensisch Technisch Sporenonderzoek verricht op de plaats van het delict. Uit dit onderzoek is gebleken dat in de woonkamer van perceel [adres] twee brandhaarden aanwezig waren. Beide brandhaarden bevonden zich op de vloer in de woonkamer. Aangegeven wordt dat de brandhaard op het vloerkleed vermoedelijk was veroorzaakt doordat de brandende vitrage op het vloerkleed was gevallen. Een technische oorzaak van het ontstaan van de brand op deze plaatsen kon worden uitgesloten.20

De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande blijkt dat er daadwerkelijk brand in de woning was en dat kan worden uitgesloten dat deze brand is veroorzaakt door een ander dan verdachte. Zij is dan ook van oordeel dat sprake is van een voltooide brandstichting en dat er aldus van een vrijwillige terugtred geen sprake kan zijn.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake was van gemeen gevaar voor

goederen. De rechtbank overweegt hieromtrent dat de vloer in de huiskamer brandde en dat de gehele woning en de in de woning aanwezige goederen hierdoor vlam hadden kunnen vatten, zodat er wel degelijk sprake was van gemeen gevaar voor goederen.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht in de woonkamer van perceel [adres], terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en de in die woning bevindende goederen te duchten was.

Nu de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte de brandstichting in voltooide vorm heeft begaan, komt zij niet meer toe aan bespreking van het meer subsidiaire verweer, inhoudende dat de poging tot brandstichting een ondeugdelijke poging betrof.

3.4 De bewezenverklaring

Op grond van het onder 3.3 overwogene acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht – zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende kennelijke schrijf- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad – de inhoud van de tenlastelegging dat:

(feit 1:)

hij op 05 juni 2009 te Zevenhoven, gemeente Nieuwkoop, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een mes meermalen gestoken in de borststreek en de rug en elders in het lichaam van die [slachtoffer], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

(feit 2:)

hij op 05 juni 2009 te Zevenhoven, gemeente Nieuwkoop, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning, [adres], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met vitrage/gordijnen, ten gevolge waarvan die vitrage/gordijnen gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en de in die woning bevindende goederen te duchten was.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Omtrent de persoon van de verdachte is een psychologisch en psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport, gedateerd 8 september 2009, opgemaakt door drs. M.H. Keppel, GZ-psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, en een rapport, gedateerd 6 september 2009, opgemaakt door drs. R. Thomassen, psychiater en vast gerechtelijk deskundige. Beide deskundigen komen tot de conclusie dat bij verdachte geen sprake was van een ziekelijke stoornis dan wel een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens ten tijde van het plegen van de feiten, zodat hij volledig toerekeningsvatbaar wordt geacht.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt deze tot de hare. De rechtbank acht verdachte derhalve volledig toerekeningsvatbaar en strafbaar voor het bewezenverklaarde.

6. De straf

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de duur van de straf voor verdachte overzichtelijk te houden.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt voorts het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan moord op de 37-jarige [slachtoffer]. Hij heeft haar in haar eigen huis op huiveringwekkende wijze om het leven gebracht. [Slachtoffer] is door verdachte in totaal twintig keer met een mes gestoken. De eerste messteek gaf verdachte toen zij in de keuken met haar rug naar hem toe stond. Vervolgens heeft hij met het mes een groot aantal keren op haar ingestoken. Verdachte heeft haar daarna in het toilet gegooid en daar heeft hij haar een aantal keren op haar hoofd en lichaam getrapt. Hij heeft haar met ernstig letsel laten liggen. Hij is in het huis brand gaan stichten, kennelijk met de bedoeling om zijn sporen uit te wissen. Hij heeft de mobiele telefoon van het slachtoffer gepakt, kennelijk om te voorkomen dat zij nog om hulp zou kunnen bellen. Het slachtoffer moet gedurende die laatste minuten in grote eenzaamheid en met hevige pijn voor haar leven hebben gevochten. Verdachte heeft haar echter iedere kans op overleving op brute wijze ontnomen. Hij is terug gelopen naar het toilet en hij heeft haar - nadat hij hoorde dat ze nog kreunde - nog drie messteken toegebracht. Hij is pas gestopt met steken toen hij zag dat zij stopte met ademen. Hieruit blijkt dat verdachte er, zoals hij zelf reeds heeft bevestigd, alles aan heeft gedaan om haar te doden.

Verdachte heeft haar het grootste recht dat een mens heeft, het recht op leven, ontnomen. Bovendien heeft hij de nabestaanden en vrienden hun zus, dochter en vriendin voor altijd afgenomen en daarmee onherstelbaar leed toegebracht, zoals in de ter zitting voorgedragen slachtofferverklaringen treffend tot uiting is gekomen.

Ook de samenleving is door dit feit getroffen. Het behoeft geen uitleg dat dit soort excessieve geweldsfeiten de rechtsorde in ernstige mate schokt en het gevoel van onveiligheid in de samenleving versterkt.

De rechtbank is van oordeel dat op deze feiten niet anders kan worden gereageerd dan met een langdurige gevangenisstraf.

De rechtbank neemt voorts de jonge leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat uit het hem betreffend Uittreksel Justitiële documentatie blijkt dat hij niet eerder voor een misdrijf is veroordeeld in aanmerking.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de proceshouding van verdachte maar kent hieraan geen matigende werking toe. Hij heeft zich weliswaar kort na het plegen van de moord aangegeven bij de politie, hij heeft gedurende het strafrechtelijk onderzoek openheid van zaken gegeven en hij heeft ter zitting uitgebreid en, naar de rechtbank aanneemt, welgemeend zijn spijt betuigd, maar de rechtbank neemt in dit kader ook in overweging dat verdachte eerst heeft geprobeerd om zijn sporen te wissen door brand te stichten in de woning en hij heeft zich onderweg ontdaan van het moordwapen.

Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte heeft aangegeven dat hij [slachtoffer] heeft vermoord omdat zij hem samen met een ander zou hebben bedreigd om zijn familie en vriendin iets aan te doen. De rechtbank is van oordeel dat, daargelaten dat dit onvoldoende aannemelijk is geworden, verdachte hoe dan ook tal van andere, wel aanvaardbare opties zou hebben gehad om onder de vermeende druk van [slachtoffer] uit te komen. De beslissing van verdachte om [slachtoffer] van het leven te beroven kan dan ook op geen enkele wijze rechtvaardiging vinden in het door verdachte aangevoerde motief.

Op grond van dit alles en met name gelet op de ernst, de gruwelijkheid en de onherstelbaarheid van het geweldsdelict, acht de rechtbank een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend en geboden.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 6.447,36 subsidiair 67 dagen hechtenis ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven zich te kunnen vinden in gehele toewijzing van de vordering benadeelde partij.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij], wonende te [woonplaats], een bedrag van € 6.447,36, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 6.447,36 ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [benadeelde partij].

Tevens bepaalt de rechtbank dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 67 dagen.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 57, 157 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

moord;

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

[benadeelde partij], een bedrag van € 6.447,36;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot

€ 6.447,36, ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [benadeelde partij], [adres];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 67 dagen ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij];

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van Rens, voorzitter,

mrs Knijff en Renckens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Dekker, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2010.

Mr. Knijff is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer 2009202906 (p. 1 t/m 2319) van de politie Hollands Midden, met bijlagen.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p.48, zesde en zevende alinea.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 49, derde alinea.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 52, vijfde en zevende alinea.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 53, tweede, derde en vijfde alinea; proces-verbaal van bevindingen, p. 59, tweede alinea.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 81.

7 Deskundigenrapport Nederlands Forensisch Instituut van 14 september 2009, sectienummer 2009-194/FG041, F.R.W. v.d. Groot, arts en patholoog, p. 2204-2216.

8 Deskundigenrapport Nederlands Forensisch Instituut van 14 september 2009, sectienummer 2009-194/FG041, F.R.W. v.d. Groot, arts en patholoog, p. 2207, laatste alinea; p. 2208, tweede alinea.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 253, eerste alinea; p. 258, zesde alinea; p. 259, 16e en 17e alinea.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 253; p. 260-262.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 269, vierde alinea.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 261-262; p. 271.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 281.

14 Deskundigenrapport Nederlands Forensisch Instituut, biologische sporen en DNA-materiaal, d.d. 28 juli 2009, dr. I.E.P.M. Blom, p. 2172-2179.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 294, vijfde tot en met tiende alinea.

16 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 263, eerste alinea.

18 Zie voetnoot 8.

19 Zie voetnoot 12.

20 Relaas proces-verbaal Forensisch Technisch Onderzoek, p. 2008, laatste alinea; p. 2009, eerste alinea.