Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BL5696

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-02-2010
Datum publicatie
24-03-2010
Zaaknummer
AWB 08/5264
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1431, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inlenersaansprakelijkheid. Ook een ontbonden en vereffende BV kan aansprakelijk worden gesteld. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingadvies 2010/8.12
V-N 2010/21.3.4
FutD 2010-0817
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 4, meervoudige kamer

Procedurenummers: AWB 08/5264 IW

Uitspraakdatum: 18 februari 2010

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[X] Agro B.V. gevestigd geweest zijnde te [Z], eiseres,

en

de ontvanger van de Belastingdienst [te P], verweerder.

IPROCESVERLOOP

1.1Verweerder heeft eiseres bij beschikking van 24 januari 2007 op grond van artikel 34 IW 1990, subsidiair artikel 35 IW 1990 voor een bedrag van € 101.258 aansprakelijk gesteld voor door [A] Tuinbouwservice B.V. (voorheen [B] Uitzendbureau B.V. en hierna: de vennootschap) onbetaald gelaten naheffingsaanslagen loonbelasting en omzetbelasting over de jaren 2000 en 2001.

1.2Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 5 juni 2008 het bedrag van de aansprakelijkheidstelling verminderd tot € 83.867.

1.3Eiseres heeft daartegen bij brief van 15 juli 2008, door de rechtbank ontvangen op 16 juli 2008, beroep ingesteld.

1.4Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5Het onderzoek ter zitting in beide zaken heeft plaatsgevonden op 4 februari 2009 en 14 april 2009 te 's-Gravenhage. Eiseres heeft zich op beide zittingen laten vertegenwoordigen door [C] en mr. [D] en op de tweede zitting tevens door mr. [E]. Namens verweerder zijn op beide zittingen verschenen [F], [G] en [H].

IIFeiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1De vennootschap is op 25 september 1999 opgericht en bij besluit van de Kamer van koophandel haaglanden te Den Haag ex artikel 2:19a BW bij gebrek aan baten ambtshalve ontbonden per 30 januari 2003.

2.2In 2000 en 2001 heeft eiseres gebruik gemaakt van personeel van de vennootschap.

2.3Met dagtekening 12 september 2003 zijn een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en een naheffingsaanslag omzetbelasting beide over het tijdvak van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 opgelegd ten name van de vennootschap.

2.4Met dagtekening 29 december 2005 zijn een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en een naheffingsaanslag omzetbelasting beide over het tijdvak van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 opgelegd aan "De Vereffenaar van de ontbonden rechtspersoon [de vennootschap]".

2.5Met dagtekening 2 juni 2006 zijn een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en een naheffingsaanslag omzetbelasting beide over het tijdvak van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001 opgelegd ten namen van "De Vereffenaar van de ontbonden rechtspersoon [de vennootschap], KvK Haaglanden, [a-straat 1], [postcode] [Q]".

2.6.Hierna zullen de onder 2.3 tot en met 2.5 bedoelde naheffingsaanslagen tezamen ook worden aangeduid als: de naheffingsaanslagen.

2.7 De naheffingsaanslagen met dagtekening 12 september 2003 en 29 december 2005 zijn alle betekend aan het parket van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag op respectievelijk 19 september 2003 en 29 december 2005. De naheffingsaanslagen met dagtekening 2 juni 2006 zijn op 1 juni 2006 betekend aan de Kamer van Koophandel Haaglanden te Den Haag.

2.8Bij besluit van de op 13 november 1003 gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van eiseres is besloten eiseres per diezelfde datum te ontbinden.

IIIGeschil

3.1Overeenkomstig de daartoe tussen partijen gemaakte afspraak is het geschil beperkt tot de vraag of verweerder eiseres, nadat zij was ontbonden en vereffend, aansprakelijk kon stellen.

3.2Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

IVOVERWEGINGEN

4.1 Tussen partijen is niet in geschil dat de onderhavige beschikking aansprakelijkstelling is vastgesteld nadat eiseres was vereffend.

4.2.Eiseres heeft het standpunt ingenomen dat zij als ontbonden en vereffende vennootschap niet aansprakelijk gesteld kon worden. Anders dan zij heeft betoogd, kan echter niet worden volgehouden dat de beschikking aansprakelijkstelling niet bekend kon worden gemaakt omdat er - kort gezegd - geen schuldenaar meer was tot wie deze beschikking zich richt.

Weliswaar is in artikel 2:19, zesde lid, BW bepaald dat een rechtspersoon in geval van vereffening ophoudt te bestaan op het tijdstip dat de vereffening eindigt, maar indien na het tijdstip waarop de rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser opkomt, kan de vereffening ingevolge artikel 2:23c, eerste lid, BW op verzoek van die schuldeiser door de rechtbank worden heropend. In dat geval herleeft de rechtspersoon ter afwikkeling van die heropende vereffening. Voorts zal bij een verzoek tot heropening van de vereffening - indien het gaat om een beschikking aansprakelijkstelling - de ontvanger zijn verzoek moeten staven en een beschikking aansprakelijkstelling dienen over te leggen waaruit blijkt dat de ontbonden en vereffende rechtspersoon nog aansprakelijk gehouden wordt.

4.2Het beroep van eiseres op de uitspraak van het gerechtshof Arnhem van 15 mei 2008, LJN: BD2381, faalt. De Hoge Raad heeft deze uitspraak vernietigd bij arrest van 18 december 2009, nr. 08/02641, LJN: BJ4910. De rechtsoverwegingen in dat arrest geven geen aanleiding anders te oordelen dan hiervoor in 4.2 is verwoord.

4.3Het voorgaande leidt tot ongegrondverklaring van het beroep.

VProceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

VIBESLISSING

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. L. de Loor-Alwin, mr. J.P.F. Slijpen en mr. K.M. Braun, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. Holdert.

Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2010

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.