Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BL5626

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-02-2010
Datum publicatie
25-02-2010
Zaaknummer
343554 / HA RK 09-379
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorlopig deskundigenonderzoek. Verzoek in strijd met goede procesorde, omdat in de bodemprocedure reeds op korte termijn een comparitie naar antwoord plaatsvindt. Voorts is er reeds een onafhankelijk onderzoeksrapport uitgebracht. Toewijzing van het verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

JKL

zaaknummer / rekestnummer: 343554 / HA RK 09-379

Beschikking van 25 februari 2010

in de zaak van:

[verzoekster],

gevestigd te [vestigingsplaats verzoekster],

verzoekster,

advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei te 's-Gravenhage,

t e g e n:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HYDRO SYSTEMS HOLLAND B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal,

verweerster,

advocaat: mr. P.A. Speijdel te Enschede.

Partijen worden hierna aangeduid met "[verzoekster]" en "HSH".

1. Het procesverloop

1.1 [verzoekster] heeft op 21 juli 2009 een verzoekschrift ingediend waarin zij de rechtbank verzoekt een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen.

1.2 Bij brief van 15 oktober 2009 heeft mr. Spreijdel bericht dat HSH tegen het verzoek verweer wenst te voeren.

1.3 Op 28 december 2009 is een aanvullend verzoekschrift ingekomen en op 12 januari 2010 een aanvullend verweerschrift. Bij telefax van 14 januari 2010 heeft mr. Van der Klei nog een korte nadere reactie met een nagekomen productie aan de rechtbank toegezonden.

1.4 De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaats gevonden op donderdag 14 januari 2010. Namens [verzoekster] zijn verschenen haar beide directeuren, [directeur 1 verzoekster ] en [directeur 2 verzoekster], vergezeld van mr. Van der Klei. Namens HSH is verschenen haar directeur, [directeur verweerster], vergezeld van mr. P.A. Speijdel.

2. Het verzoek

2.1 [verzoekster] voert het volgende aan. Zij is een onderneming die zich bezig houdt met het leveren van benodigdheden ten behoeve van vooral de kassenbouw. Met name plaatst zij installaties in kassen voor verlichting en voor verwarming. Zij is in contact gekomen met Fiwihex en met de [directeur verweerster]. Fiwihex is een bedrijf dat zogenaamde warmtewisselaars ontwikkelt. Fiwihex bouwt die wisselaars niet zelf, maar geeft derden toestemming om te bouwen en vraagt daarvoor een licentie. Fiwihex is met [directeur verweerster] overeengekomen dat haar units door [directeur verweerster] zouden worden geproduceerd. [verzoekster] zou vervolgens de Fiwihex units adviseren aan kassenbouwers, de units bestellen bij HSH en installeren bij de kassenbedrijven. [verzoekster] is geconfronteerd met grote aantallen lekkende Fiwihex units. Sommige units bleken direct lek te zijn wanneer het systeem op druk werd gezet en andere units bleken na korte tijd in gebruik te zijn geweest te lekken. In het aanvullend verzoekschrift heeft [verzoekster] aangevoerd dat door de lekkage thans ook sprake is van versneld roesten en vergaan van het vlechtwerk.

3. Het verweer

3.1 HSH betwist dat zij ondeugdelijke warmtewisselaars heeft geleverd. Zij voert daarbij het volgende aan. [verzoekster] probeert met het onderhavige verzoek onder haar betalings-verplichtingen jegens HSH uit te komen. Bij deze rechtbank is reeds een bodem-procedure aanhangig waarbij door HSH betaling wordt gevorderd van een aantal facturen. [verzoekster] wist dat de warmtewisselaars, afhankelijk van de omgeving, door buitenzijdige corrosie aangetast zouden worden. Er is in april 2005 reeds een deskundigenrapport door WTN Corrosion Consultancy uitgebracht waaruit dit blijkt. Dit rapport was bij [verzoekster] bekend voordat het contract tussen partijen in 2007 tot stand kwam. [verzoekster] heeft bewust het risico van versnelde corrosie aanvaard. Op 24 september 2009 is nog een onafhankelijk Frans testrapport verschenen van CTIFL. Voorts wordt een onafhankelijk Nederlands onderzoeksrapport verwacht op 1 maart 2010. De vraag of er ondanks voormeld Frans rapport en het te verwachten Nederlandse rapport nu nog een deskundige benoemd moet worden, dient om proceseconomische redenen te worden beantwoord in de bodemprocedure.

4. De beoordeling

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 202 Rv kan de rechter een voorlopig deskundigenonderzoek bevelen. Een verzoek daartoe dient te worden toegewezen als het deskundigenbericht er mede toe kan dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen rapport zekerheid te verkrijgen omtrent voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden, zodat beter kan worden beoordeeld of het raadzaam is een procedure te beginnen of voort te zetten. Het verzoek kan worden afgewezen als het geen betrekking heeft op feiten die met een deskundigenonderzoek kunnen worden bewezen of indien de rechter feiten en omstandigheden aanwezig oordeelt op grond waarvan moet worden aangenomen dat verzoeker misbruik maakt van zijn bevoegdheid een deskundigenonderzoek te verzoeken, of dat toewijzing van het verzoek strijdig is met een goede procesorde of moet afstuiten op een ander zwaarwichtig bezwaar.

4.2 In beginsel kan een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenonderzoek ook tijdens een reeds aanhangige bodemprocedure worden gedaan. Niettemin is de rechtbank van oordeel dat het onderhavige verzoek, gelet op de fase waarin de bodemprocedure (zaak/rolnummer 338521 / HA ZA 09-1770) zich thans bevindt, in strijd is met een goede procesorde. In de bodemprocedure is een comparitie na antwoord bepaald op 17 maart 2010, terwijl er een onafhankelijk Nederlands onderzoeksrapport nog vóór de comparitie beschikbaar zal zijn. [verzoekster] heeft niet toegelicht waarom desondanks nu nog een nieuw onderzoek nodig is. Tegen deze achtergrond brengen de eisen van een goede procesorde mee dat nu eerst de comparitie wordt gehouden en dat daarna op basis van de tot dan toe ingebrachte gedingstukken door de comparitierechter een beslissing zal worden genomen. Toewijzing van het verzoek in dit stadium betekent een doorkruising van genoemde bodemprocedure. De comparitierechter kan ook in de bodemprocedure, anders dan in de onderhavige verzoekschriftprocedure, indien hij aanleiding ziet een deskundigen-onderzoek te gelasten, beter beoordelen welke concrete vragen door een in dat geval te benoemen deskundige beantwoord dienen te worden. Niet valt uit te sluiten dat een (eventueel) deskundigenonderzoek daardoor kan worden beperkt en sneller en goedkoper kan worden uitgevoerd.

4.3 Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende. Een aantal van de door [verzoekster] voorgestelde vragen leent zich op het eerste gezicht niet voor beantwoording door een deskundige. De vragen die betrekking hebben op wat [verzoekster] in het licht van de samenwerkingsafspraken van HSH mocht verwachten (ook met betrekking tot de in 2005 t/m 2008 geproduceerde units) zijn juridische vragen, die door de rechtbank zullen moeten worden beantwoord. In deze verzoekschriftprocedure is door [verzoekster] niet aannemelijk gemaakt dat de rechtbank voor het antwoord op die vragen een (nieuw) deskundigenrapport nodig heeft. Voorts valt niet uit te sluiten dat de comparitie-rechter, ook zonder tussenkomst van een deskundige, kan constateren - eventueel door een comparitie ter plaatse/descente - of er sprake is van lekkage van de onderhavige units.

4.4 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek dient te worden afgewezen.

BESLISSING:

De Rechtbank wijst het verzoek af

Deze beschikking is gegeven door mr. Punt, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.