Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BL5263

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-01-2010
Datum publicatie
23-02-2010
Zaaknummer
354981 - KG ZA 09-1749
Rechtsgebieden
Civiel recht
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding, gevorderd gebod tot staken of schorsen strafrechtelijke vervolging eiseres afgewezen. De door de ovj gestelde voorwaarde aan de verwijdering van de signalering van eiseres in het opsporingsregister kan niet als onredelijk worden beoordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 12 januari 2010,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 354981 / KG ZA 09-1749 van:

[...],

wonende te [...],

eiseres,

advocaat mr. J. Stam te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie, meer speciaal het Openbaar Ministerie) ,

zetelende te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. E.C. Gijselaar te 's-Gravenhage.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 5 januari 2010 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiseres en [...] (hierna: ‘de vader’) hebben gedurende ongeveer vijftien jaar een affectieve relatie gehad. Tijdens deze relatie zijn drie, thans nog minderjarige, kinderen (hierna: ‘de kinderen’) geboren. De vader heeft de kinderen erkend. Aanvankelijk was alleen de moeder belast met het gezag over de kinderen. Na het uiteengaan van partijen zijn de kinderen bij eiseres in [...] blijven wonen.

1.2. Na het beëindigen van de relatie in december 2007 zijn eiseres en de vader verwikkeld in meerdere juridische procedures met betrekking tot de afwikkeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen, het gezag over de kinderen en een bezoekregeling met de kinderen.

1.3. Bij verzoekschrift van 20 augustus 2008 aan de rechtbank Utrecht heeft de vader (onder meer) verzocht om hem mede te belasten met het (gezamenlijk) gezag over de kinderen. Op vordering van de vader heeft de rechtbank Utrecht bij vonnis in kort geding van 22 augustus 2008 eiseres verboden om, gedurende de periode dat bovengenoemde bodemprocedure aanhangig was, zich met de kinderen in Spanje te vestigen.

1.4. Bij (tussen)beschikking van 7 november 2008 heeft de rechtbank Utrecht bepaald dat aan eiseres en de vader voortaan gezamenlijk het gezag toekomt over de kinderen en dat de voorlopige verblijfplaats van de kinderen voorlopig in [...], althans in Nederland is. Het verzoek van eiseres om met de kinderen naar Spanje te verhuizen is afgewezen. Deze beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Daarnaast heeft de rechtbank Utrecht het (aanvullend) verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen en een omgangsregeling vast te stellen, aangehouden. Ten slotte heeft de rechtbank overwogen dat het (gewijzigde) verzoek van de vader om belast te worden met het eenhoofdig gezag, bij handhaving van dat verzoek, verwezen zal worden naar de meervoudige kamer. Eiseres is in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking.

1.5. Bij (tussen)beschikking van 17 juni 2009 van de rechtbank Utrecht is eiseres niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om zich met de kinderen in Spanje te mogen vestigen.

1.6. Begin september 2009 is eiseres zonder overleg met de vader en zonder achterlating van het nieuwe adres met de kinderen naar Spanje verhuisd. Op 15 september 2009 heeft de vader aangifte gedaan van de onttrekking van de minderjarigen aan het ouderlijk gezag. Hierop zijn eiseres en de kinderen gesignaleerd in het opsporingsregister (hierna: ‘OPS’).

1.7. Bij beschikkingen van 4 september 2009 en 16 oktober 2009 heeft de rechtbank Utrecht de kinderen onder toezicht gesteld van Stichting Bureau Jeugdzorg.

1.8. Bij (eind)beschikking van 11 november 2009 heeft de rechtbank Utrecht de vader belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

1.9. Bij beschikking van 1 december 2009, uitvoerbaar bij voorraad, heeft het hof Amsterdam de tussenbeschikking van 7 november 2008 van de rechtbank Utrecht vernietigd en de vader belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.

1.10. Op 28 december 2009 is namens de officier van justitie eiseres voorgesteld om de signalering in OPS te verwijderen wanneer eiseres de kinderen op afspraak zal overdragen aan de vader. Eiseres heeft niet ingestemd met dit voorstel.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

2.1. Eiseres vordert – zakelijk weergegeven – gedaagde te veroordelen om met onmiddellijke ingang alle handelingen in het kader van de strafvervolging, althans het arrestatiebevel, ten aanzien van eiseres te staken en/of te schorsen, zolang dit in het kader van de door eiseres gevoerde procedures benodigd is.

2.2. Daartoe voert eiseres het volgende aan.

Het is in het belang van alle betrokkenen (zowel die van eiseres als die van de vader en de kinderen) dat eiseres en vader een regeling kunnen treffen terzake de financiële afwikkeling van hun relatie en het gezag over en de verblijfplaats van de kinderen. Zolang evenwel de kans bestaat dat eiseres in Nederland vervolgd wordt, wordt de mogelijkheid om een regeling te treffen veel kleiner. Zolang de vervolging haar boven het hoofd hangt, kan eiseres niet in persoon verschijnen op de terechtzittingen die de komende maanden worden gehouden in de tussen partijen gevoerde procedures en ook niet deelnemen aan bijvoorbeeld mediation. Op deze wijze kan zij haar belangen en die van haar kinderen niet optimaal verdedigen en blijft de huidige situatie voortduren.

Eiseres kan zich niet verenigen met het voorstel van de officier van justitie. De reden hiervoor is dat eiseres van mening is dat het nooit de bedoeling van de vader is geweest dat de kinderen daadwerkelijk bij hem komen wonen. Eiseres is altijd een goede moeder geweest en het moet mogelijk zijn om met de vader tot een goede regeling te komen met betrekking tot het gezag over en de omgang met de kinderen, ook indien zij hun hoofdverblijf in Spanje hebben.

Gelet op het voorgaande is het in het belang van alle partijen dat de vervolging van eiseres voor een periode van drie à vier maanden wordt geschorst. Eiseres zegt toe om tijdens de schorsing van de vervolging naar Nederland te komen en een verklaring af te leggen bij het Openbaar Ministerie en om alsdan de (eventuele) dagvaarding in ontvangst te nemen.

2.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Tussen partijen staat ter discussie of van gedaagde verlangd kan worden dat hij de strafrechtelijke vervolging van eiseres tijdelijk staakt dan wel schorst.

3.2. Hoewel niet uitdrukkelijk door eiseres gesteld, heeft zij aan haar vordering ten grondslag gelegd dat gedaagde jegens haar onrechtmatig handelt. Daarmee is de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, in dit geval de voorzieningenrechter in kort geding, gegeven. Eiseres is in haar vordering ook ontvankelijk, aangezien haar voor hetgeen zij wil bereiken thans geen andere mogelijkheden – in het bijzonder ook geen strafrechtelijke rechtsgang - ten dienste staan.

3.3. Bij de beoordeling van het geschil staat voorop dat bij gedaagde, meer in het bijzonder het Openbaar Ministerie (hierna: ‘OM’), het vervolgingsmonopolie rust en hem dientengevolge een ruime beleidsvrijheid toekomt bij de vraag of een strafrechtelijk onderzoek moet worden ingesteld en zo ja, op welke wijze dit onderzoek dient te geschieden. De beslissingen dienaangaande kan de voorzieningenrechter in kort geding in beginsel slechts marginaal toetsen. Dit betekent dat er alleen dan een rol voor de voorzieningenrechter is weggelegd indien geoordeeld moet worden dat het OM in redelijkheid niet had kunnen komen tot de door hem genomen beslissingen.

3.4. Eiseres komt op tegen de voorwaarde om de kinderen op afspraak over te dragen aan de vader die de officier van justitie heeft verbonden aan het voorstel om de signalering in OPS van eiseres en haar kinderen te verwijderen. In de visie van eiseres is het niet in het belang van de kinderen om hen aan de vader over te dragen aangezien zijn leven er niet op is ingericht om de kinderen te verzorgen, terwijl eiseres altijd de verzorgende ouder – en een goede moeder – is geweest. Volgens eiseres dient de signalering (tijdelijk) verwijderd te worden, zodat zij in vrijheid met de vader een regeling kan treffen die in het belang van de kinderen is.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan dit betoog van eiseres er niet toe leiden dat haar vordering moet worden toegewezen. Redengevend hiervoor is het volgende.

3.5. Uit de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikkingen van de rechtbank Utrecht en het hof Amsterdam, respectievelijk uitgesproken op 11 november 2009 en 1 december 2009, volgt dat vader thans belast is met het eenhoofdig gezag over de kinderen en dat de kinderen derhalve hun hoofdverblijf bij hem in Nederland hebben. Uit het vonnis in kort geding van 22 augustus 2008 volgt voorts dat ten tijde van overbrenging van de kinderen naar Spanje, in september 2009, eiseres en de vader gezamenlijk belast waren met het ouderlijk gezag en dat de voorlopige verblijfplaats van de kinderen (voorlopig) in Nederland was bepaald. Door zonder toestemming van de vader met de kinderen naar Spanje te verhuizen, heeft eiseres zich mogelijk schuldig gemaakt aan kinderontvoering.

Gelet op het voorgaande dienen de kinderen zo spoedig mogelijk naar Nederland, naar hun vader, te worden teruggebracht. Dat dit niet in het belang van de kinderen zou zijn is niet aannemelijk geworden. Het argument dat de vader nooit een verzorgende rol heeft gehad is door de rechtbank en het hof meegewogen. Desalniettemin hebben beide instanties geoordeeld dat het juist in het belang van de kinderen is dat de vader belast wordt met het eenhoofdig gezag en dat de kinderen derhalve hun gewone verblijfplaats bij hem hebben.

Tegen deze achtergrond kan de door de officier van justitie gestelde voorwaarde niet als onredelijk beoordeeld worden.

3.6. Gelet op het voorgaande dient de vordering van eiseres te worden afgewezen. Eiseres zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

-veroordeelt eiseres in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.078,-, waarvan € 816,- aan salaris advocaat en € 262,- aan griffierecht;

-verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2010.

WJ