Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BL5260

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
23-02-2010
Zaaknummer
354942 - KG ZA 09-1740
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding; gevorderd verbod op feitelijk handelen Staat (VWA) afgewezen wegens gebrek aan belang. Enerzijds geen aanwijzing dat de VWA bedrijf van eiseres zonder aanleiding zal stilleggen en anderzijds dient eiseres zich te houden aan het besluit van de minister zolang dit niet is vernietigd of aan de daartegen aangewende rechtsmiddelen geen schorsende werking is toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 5 februari 2010,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 354942 / KG ZA 09-1740 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[...],

gevestigd te [...],

eiseres,

advocaat mr. S.C. Borger te Rotterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit),

zetelende te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. G.J.S. ter Kuile te ’s-Gravenhage.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 28 januari 2010 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiseres exploiteert een volgens EG-regels erkende pluimveeslachterij. De Voedsel- en Waren Autoriteit (hierna: ‘de VWA’) is de door gedaagde aangewezen “bevoegde autoriteit” die de op grond van artikel 5 lid 5 van de Verordening (EG) 854/2004 verplichte keuringen uitvoert, waaronder de ante- en postmortemkeuringen. Hierbij geldt dat de postmortemkeuring van pluimvee door bedrijfskeurders kan worden uitgevoerd die onder de verantwoordelijkheid staan van de dierenarts van de VWA.

1.2. Tot 2004 handhaafde de VWA een maximale slachtsnelheid (hierna ook wel: ‘lijnsnelheid’) van 6.000 kuikens per uur voor slachterijen zonder splitter en een lijnsnelheid van 9.000 kuikens per uur voor slachterijen met splitter. In overleg met de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie is de pilot “verhoging lijnsnelheid bij pluimveeslachterijen” gehouden om te bezien of in Nederland de lijnsnelheid kon worden verhoogd. Na deze pilot, waaraan eiseres heeft deelgenomen, heeft de VWA voorwaarden geformuleerd waaronder slachterijen konden verzoeken om hun lijnsnelheid te verhogen tot maximaal 12.000 kuikens per uur.

1.3. Aan eiseres, die al bij brief van 30 oktober 2008 toestemming had gekregen om onder voorwaarden haar lijnsnelheid te verhogen, is bij brief van 1 februari 2009 definitief toestemming verleend om de lijnsnelheid te verhogen naar 12.000 kippen per uur.

1.4. Bij brief van 15 september 2009 heeft eiseres een pilotvoorstel ingediend bij de VWA met een gemotiveerd verzoek om haar lijnsnelheid te verhogen naar 13.000. Bij brief van 13 oktober 2009 heeft de VWA afwijzend gereageerd op dit verzoek. In deze brief schrijft [...], Programmaleider Dier bij de VWA, dat hij/zij het nog niet de tijd acht om afspraken te maken met de sector over onderzoek naar mogelijkheden, voorwaarden en eisen voor eventuele verdergaande verhoging van de lijnsnelheid.

1.5. Bij brief van 28 oktober 2009 heeft eiseres bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: ‘de minister’) bezwaar gemaakt tegen de weigering van toestemming. Bij brief van 19 november 2009 heeft [...], directeur-generaal Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van het Ministerie van LNV, aan eiseres meegedeeld dat hij/zij het eens is met de afwijzing door de VWA.

1.6. Tegen voornoemde beslissing heeft eiseres op 18 december 2009 beroep aangetekend bij de rechtbank Rotterdam. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter van die rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen houdende een schorsing van het bestreden besluit. Bij uitspraak van 18 januari 2010 is de gevraagde voorziening afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

1.7. Bij brieven van 7, 9 en 10 december 2009 heeft de VWA aan eiseres meegedeeld dat zij op respectievelijk 3, 7 en 8 december 2009 had geconstateerd dat de toegestane bandsnelheid (voorzieningenrechter: lijnsnelheid) ruimschoots was overschreden. In deze brieven heeft de VWA eiseres erop gewezen dat overtreding van de regels ertoe kan leiden dat de erkenning van het bedrijf als slachthuis kon worden geschorst of ingetrokken.

1.8. Bij brief van 11 december 2009 heeft de VWA eiseres het volgende meegedeeld:

“Indien medewerkers van de VWA op maandag 14 december 2009 opnieuw constateren dat u slacht met een bandsnelheid van meer dan 12.000 kuikens per uur dan zal de VWA, in verband met de risico’s voor de volksgezondheid, onmiddellijk de keuring en het toezicht op uw bedrijf staken.

Eerst nadat u heeft toegezegd dat de bandsnelheid niet hoger zal zijn dan maximaal 12.000 kuikens per uur en dit duidelijk zichtbaar is voor de medewerkers van de VWA zal de keuring en het toezicht weer kunnen worden hervat.”

1.9. Op 22 december 2009 heeft de minister een ‘handhavingsbesluit’ genomen. In dit besluit – waarin geen maatregelen worden aangezegd – wordt eiseres er nogmaals op geattendeerd dat zij de maximale lijnsnelheid van 12.000 kuikens per uur moet naleven en dat het niet naleven van de maximale lijnsnelheid tot verregaande maatregelen kan leiden, waaronder schorsing of intrekking van de erkenning van het slachthuis van eiseres.

Bij brief van 18 januari 2010 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen deze beslissing.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

2.1. Eiseres vordert na vermindering van eis – zakelijk weergegeven – gedaagde te gebieden op alle werkdagen van de week medewerking te verlenen aan de slachtactiviteiten, meer in het bijzonder door op die dagen de antemortem- en postmortemkeuringen uit te voeren.

2.2. Daartoe voert eiseres het volgende aan.

Het (dreigen met het) stopzetten van de keuringen is een feitelijk handelen, dat ertoe zou leiden dat het bedrijf van eiseres feitelijk wordt stilgelegd. Hierdoor dreigt eiseres omzetschade te lijden. Het dreigen met het stopzetten is détournement de pouvoir. Indien de VWA meent dat sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift, dan dient zij een handhavingsbesluit te nemen dat eiseres – desgewenst – bij de bestuursrechter kan aanvechten. Het stopzetten van keuringen is geen geoorloofd handhavingsmiddel.

Eiseres heeft een spoedeisend belang bij de toewijzing van haar vordering, aangezien zij ernstige schade zal leiden indien de VWA haar dreigement uitvoert.

2.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Nu eiseres aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd dat de VWA jegens haar onrechtmatig handelt door te dreigen haar medewerking aan de keuringen stop te zetten, is de burgerlijke rechter – in dit geval de voorzieningenrechter in kort geding – bevoegd tot kennisneming van de vordering.

3.2. De vraag is vervolgens of eiseres ook ontvankelijk is in haar vordering. Indien voor haar een met voldoende waarborgen omklede snelle rechtsgang openstaat waarin zij een met het kort geding vergelijkbaar resultaat kan bereiken, dient zij in deze procedure niet- ontvankelijk verklaard te worden.

3.3. Eiseres heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat zij niet bij de bestuursrechter kan opkomen tegen de in de brief van 11 december 2009 vervatte waarschuwing. Op grond van de uitspraak van 15 april 2008 van de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (LJN: BD0629), moet de beslissing om al dan niet te komen keuren beschouwd worden als een feitelijke handeling, aldus eiseres. Volgens eiseres is het (dreigen met) stopzetten van de keuringen dan ook niet gelijk te stellen met het staken van het bedrijf op grond van een handhavingsmaatregel.

Gedaagde heeft zich daarentegen op het standpunt gesteld dat de in de brief van 11 december 2009 vervatte waarschuwing is geabsorbeerd door het handhavingsbesluit van 22 december 2009 waarin (nogmaals) is aangekondigd dat overschrijding van de maximale lijnsnelheid kan leiden tot (onder meer) het intrekken of schorsen van de erkenning van het slachthuis van eiseres. In de visie van gedaagde dient eiseres niet-ontvankelijk te worden verklaard, aangezien tegen het handhavingsbesluit bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstaan.

3.4. Naar voorlopig oordeel kan de door de VWA op 11 december 2009 gegeven waarschuwing niet gezien worden als een onderdeel van de beslissing van 22 december 2009. De door de VWA aangekondigde stopzetting van de keuringen wordt daarin immers niet herhaald. Aangezien een waarschuwing niet op rechtsgevolg is gericht, kan tegen de brief zelf ook geen bestuursrechtelijk rechtsmiddel aangewend worden. Gelet op het voorgaande is eiseres ontvankelijk in haar vordering.

3.5. Niet in geschil is dat voor eiseres een bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat of heeft opengestaan tegen het niet later dan op 22 december 2009 genomen besluit van de minister, waarbij zij is verplicht de lijnsnelheid van 12.000 kuikens per uur niet te overschrijden. Eiseres heeft daarvan ook gebruik gemaakt, gezien haar bezwaar- en beroepschriften van 28 oktober 2009, 18 december 2009 en 18 januari 2010. Het belang van een uitspraak in kort geding is voor eiseres gelegen in de schade die voor haar zou ontstaan als gedaagde haar bedrijf feitelijk zou stilleggen, zoals de VWA heeft aangekondigd voor het geval dat bij eiseres opnieuw een overtreding van de door de minister gestelde norm zal worden vastgesteld. Dit belang is echter onvoldoende voor toewijzing van de gevraagde voorziening. Enerzijds is immers niet gesteld of gebleken dat de VWA zonder aanleiding het bedrijf van eiseres zal stilleggen en anderzijds dient eiseres zich te houden aan het besluit van de minister, zolang dit niet is vernietigd of aan de daartegen aangewende rechtsmiddelen geen schorsende werking is toegekend. De conclusie luidt derhalve dat de vordering moet worden afgewezen.

3.6. Eiseres zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt eiseres in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.078,-, waarvan € 816,- aan salaris advocaat en € 262,- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2010.

WJ