Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BK9762

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-01-2010
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
AWB 08/42499, 08/19891
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

kop

Intrekking besluit, omzetting beroep in beroep tegen niet tijdig nemen van een besluit, Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, ingebrekestelling

samenvatting

Het petitum van het beroep richt zich na intrekking van het besluit op verzoek van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Nu dit verzoek is gedaan na de inwerkingtreding van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, acht de rechtbank de bepalingen van deze wet van toepassing. Verweerder heeft het besluit een dag voor het onderzoek ter zitting ingetrokken en mag er op dat moment bekend mee worden verondersteld dat niet tijdig is beslist. Eiseres is eerst op dat moment met de intrekking van het besluit en daarmee met de overschrijding van de beslistermijn geconfronteerd. Gelet op het voorgaande kan van eiseres redelijkerwijs niet worden gevergd dat zij het bestuursorgaan in gebreke stelt. Bovendien heeft verweerder ook thans, nu het verweerder met de conversie van het beroep duidelijk is dat eiseres zich op het standpunt stelt dat de beslistermijn is overschreden, niet binnen de daarvoor geldende termijn alsnog beslist. Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep kan dan ook achterwege blijven. Nu er niet binnen de voor het nemen van een besluit gestelde termijn op bezwaar is beslist, dient verweerder binnen twee weken alsnog een besluit op het bezwaar te nemen. Verweerder verbeurt een dwangsom van € 100,-- voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van

€ 10.000,--.

Wetsverwijzingen
Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:12
Algemene wet bestuursrecht 6:18
Algemene wet bestuursrecht 6:19
Algemene wet bestuursrecht 8:55d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2010/116

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector Bestuursrecht

Zittinghoudende te Amsterdam

zaaknummer: AWB 08/42499 en 08/19891 BEPTDN

V-nr: *

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter

in het geding tussen:

eiseres en verzoekster [naam], geboren [datum] in 1978, van Afghaanse nationaliteit, (hierna: eiseres),

gemachtigde: mr. F. Kiliç, advocaat te Amsterdam

en:

de staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. M. Remmerswaal, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 juni 2008 heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 29 mei 2008 tot verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 onder de beperking “gezinshereniging/vorming bij echtgenoot [naam]” afgewezen. Het daartegen op 3 juni 2008 ingestelde bezwaar is bij besluit van 17 november 2008 ongegrond verklaard. Op 2 december 2008 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiseres tegen dit besluit ontvangen. Op dezelfde datum heeft eiseres verzocht het petitum van het eerder op 3 juni 2008 ingediende verzoek om een voorlopige voorziening te wijzigen, in die zin dat thans wordt verzocht om een verbod op uitzetting tot op het beroep is beslist. Bij brief van 18 november 2009 heeft verweerder het bestreden besluit op bezwaar ingetrokken. Bij brief van dezelfde datum heeft eiseres verzocht het petitum van het beroep te wijzigen in die zin dat het zich richt tegen het met een besluit gelijkgesteld niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast heeft eiseres het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken met het verzoek om veroordeling van verweerder in de proceskosten en het griffierecht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2009. Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

2. Overwegingen

1. De rechtbank overweegt als volgt.

1.1 Ingevolge artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het bestuursorgaan binnen zes weken of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb is ingesteld - binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.

1.2 Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijk gesteld.

1.3 Ingevolge artikel 6:18, eerste lid, van de Awb brengt het aanhangig zijn van bezwaar of beroep tegen een besluit geen verandering in een los van het bezwaar of beroep reeds bestaande bevoegdheid tot intrekking of wijziging van dat besluit.

1.4 Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, wordt, indien een bestuursorgaan een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 6:18, het bezwaar of beroep geacht mede te zijn gericht tegen het nieuwe besluit, tenzij dat besluit aan het bezwaar of beroep geheel tegemoet komt.

1.5 Op 18 november 2009 heeft verweerder het besluit van 17 november 2008 ingetrokken.

1.6 Het beroep van eiseres richt zich op verzoek van eiseres met toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:18, eerste lid, van de Awb, tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op bezwaar.

1.7 Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Nu op 18 november 2009, derhalve na inwerkingtreding van deze wet, is verzocht het beroep te richten tegen het met een besluit gelijkgesteld niet tijdig nemen van een besluit, acht de rechtbank de bepalingen van deze wet van toepassing.

1.8 Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, kan het beroepschrift worden ingediend zodra:

a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en

b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

Ingevolge artikel 6:12, vierde lid, van de Awb is het beroep niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

1.9 Ingevolge artikel 6:12, derde lid, van de Awb, kan, indien redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden gevergd dat hij het bestuursorgaan in gebreke stelt, het beroepschrift worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.

1.10 Nu verweerder het besluit op 18 november 2009, een dag voor het onderzoek ter zitting, heeft ingetrokken en daarmee op dat moment ermee bekend mag worden verondersteld dat niet tijdig is beslist op het bezwaarschrift en eiseres eerst op dat moment met de intrekking van het besluit en daarmee de overschrijding van de beslistermijn is geconfronteerd, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval van eiseres redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij het bestuursorgaan in gebreke stelt. De rechtbank stelt bovendien vast dat verweerder ook thans, na de intrekking van het besluit en het door eiseres converteren van het beroep in een beroep tegen het niet tijdig beslissen, op welk moment het verweerder duidelijk was dat eiseres zich op het standpunt stelt dat de beslistermijn is overschreden, niet binnen de daarvoor geldende termijn alsnog heeft beslist. Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook achterwege blijven.

2. De rechtbank stelt vast dat, doordat is volstaan met het intrekken van het bestreden besluit en niet opnieuw op het bezwaar van 3 juni 2008 is beslist, niet binnen de ingevolge artikel 7:10 van de Awb voor het nemen van een besluit gestelde termijn op het bezwaar is beslist.

3. Gelet op het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb zal de rechtbank verweerder opdragen binnen een termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar te nemen.

4. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat verweerder een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 10.000,-.

5. Gelet op het voorgaande is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep en het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 644,-- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verzoekschrift; waarde per punt € 322,--) als kosten van verleende rechtsbijstand. Aangezien ten behoeve van eiseres een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient ingevolge het tweede lid van artikel 8:75 van de Awb de betaling van dit bedrag te geschieden aan de griffier.

6. Uit de gegrondverklaring volgt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 290,- dient te vergoeden.

3. Beslissing

De rechtbank:

in de zaak geregistreerd onder nummer: AWB 08/42499,

- verklaart het beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen een van besluit gegrond;

- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

- bepaalt dat verweerder binnen twee weken na de datum van verzending van deze uitspraak een besluit op het bezwaarschrift van eiseres dient te nemen;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 10.000,-;

De rechtbank/ voorzieningenrechter,

in alle zaken:

- veroordeelt verweerder in de proceskosten, begroot op € 644-- (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), te betalen aan de griffier.

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht ad € 290,-- (zegge: tweehonderdnegentig euro) vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Jonkers, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A.M. Beer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2010.

De griffier

is verhinderd de uitspraak te ondertekenen De voorzitter

Afschrift verzonden op:

Conc: ES

Coll: SH

D: B

VK

Tegen de uitspraak op het beroep staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt vier weken. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.