Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BM9270

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-05-2009
Datum publicatie
24-06-2010
Zaaknummer
AWB 08/5383 IB
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking ANBI. Eiseres organiseert recreatieve kampweken voor kinderen en tieners en doet dat met een missionair oogmerk. De rechtbank acht aannemelijk dat de verkondiging van het evangelie daarbij op de voorgrond staat en daarmee een levensbeschouwelijke doelstelling invulling krijgt, zodat eiseres ten minste in gelijke mate als het particuliere belang, het algemene belang dient. Dat de doelgroep van eiseres een beperkte groep mensen is, maakt dit niet anders. Gezien de omstandigheden dat de deelnemers aan de kampen slechts kleine bijdragen betalen, eiseres geen batige saldi van betekenis heeft en uitsluitend gebruik maakt van vrijwilligers die geen beloning ontvangen, kan niet worden gezegd dat eiseres haar werkzaamheden op commerciële basis verricht. De rechtbank oordeelt dat eiseres kan worden aangemerkt als een ANBI.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 08/5383 IB

Uitspraakdatum: 7 mei 2009

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

Stichting [X], gevestigd te [Z], eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder.

1 Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiseres, op een daartoe door haar ingediend verzoek van 18 december 2007 bij beschikking van 17 april 2008 kenbaar gemaakt dat zij niet wordt aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling in de zin van artikel 6.33, eerste lid, onder b van de Wet IB 2001 (hierna: ANBI).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaarschrift van 10 juni 2008 het door eiseres tegen deze beschikking gerichte bezwaarschrift ongegrond verklaard.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 17 juli 2008, ontvangen bij de rechtbank op 21 juli 2008, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan eiseres.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2009 te 's-Gravenhage.

Namens eiseres is daar in persoon verschenen [A].

Namens verweerder zijn verschenen drs. [B], [C] en [D].

Verweerder heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en een exemplaar daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan eiseres.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1 Artikel 2 van de statuten van eiseres luidt:

" 1. De stichting heeft ten doel: het uitdragen van het evangelie, en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

2. De Stichting tracht haar doel ondermeer te verwezenlijken door het organiseren van kampen voor kinderen en tieners, door vrijwilligers die zich volledig verenigen met het christelijke karakter van deze kampen en andere hieraan verwante acties".

In het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Rotterdam is eiseres ingeschreven als religieuze organisatie.

2.2 Jaarlijks organiseert eiseres een kampweek voor kinderen en tieners. Het dagprogramma tijdens een kampweek begint met een ontbijt. Daarna wordt er een Bijbelstudie gehouden. Vervolgens zijn de kinderen vrij en wordt de lunch gebruikt. In de middag wordt een spelactiviteit gehouden. De avond wordt begonnen met de avondmaaltijd. Daarna wordt een avondactiviteit georganiseerd, bij voorbeeld de vertoning van een film die een christelijke of daarmee te vergelijken strekking heeft. De kampleiding bestaat uit volwassen mannen en vrouwen met een positief christelijke opvatting en zijn afkomstig uit verschillende christelijke groeperingen. Tijdens de kampweken is een leider aanwezig met een theologische achtergrond die zorg heeft voor de deelnemers en de leiding.

2.3 De deelnemers aan deze kampen dienen een bedrag van € 120 ( voor de leeftijdscategorie 7 tot en met 11 jaar) en € 140 (voor de leeftijdscategorie 12 tot en met 16 jaar) voor hun deelname te betalen.

Het komt voor dat deelnemers het verschuldigde bedrag niet kunnen betalen. In dat geval wordt toegestaan dat betaling achterwege blijft.

Uit de staat van baten en lasten van eiseres blijkt dat zij over het jaar 2007 een verlies heeft geleden van € 475 en over het jaar 2008 een batig saldo heeft gerealiseerd van € 228.

Naast de bijdragen van de deelnemers bestaan de inkomsten uit vooral giften.

Het vermogen van eiseres per 1 januari en 31 december 2008 bedraagt respectievelijk € 2.730 en € 2.917.

3 Geschil

3.1In geschil is of eiseres kan worden aangemerkt als een ANBI.

3.2 Eiseres stelt dat zij met ingang van 1 januari 2008 als ANBI kan worden aangemerkt. Zij baseert zich hierbij op haar doelstelling en op het feit dat de kampweken op niet commerciële basis worden georganiseerd en gericht zijn op de verkondiging van het evangelie. Voorts wijst zij op de feitelijke gang van zaken tijden de kampweken.

Eiseres stelt dat de bijdragen die de deelnemers aan de kampen betalen aanzienlijk lager zijn dan de bedragen die commerciële partijen voor dergelijke kampactiviteiten in rekening plegen te brengen. Dit is mogelijk door de inzet van vele vrijwilligers. Eiseres betaalt geen beloningen aan kampleiders of -leidsters.

3.3 Verweerder is van mening dat eiseres niet het algemene nut dient. Hij voert daartoe aan dat zij haar activiteiten op commerciële basis organiseert en dat tijdens de kampweken de nadruk ligt op de recreatieve tijdsbesteding.

3.4 Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot het aanmerken van eiseres als een ANBI.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

3.5 Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

4 Beoordeling van het geschil

4.1In artikel 6.33 van de Wet IB 2001 (hierna; de Wet) is geen definitie opgenomen van een ANBI. Wel worden blijkens deze wetsbepaling daartoe ook kerkelijke en levensbeschouwelijke instellingen gerekend. Weliswaar zijn in de artikelen 41a en 41b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 bepalingen opgenomen die betrekking hebben op een ANBI, doch deze hebben uitsluitend betrekking op de toepassing van het gestelde in het tweede en derde lid van artikel 6.33 van de Wet, te weten de procedure van het aanwijzen van een ANBI. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat met de invoering van het ANBI-regime geen wijziging van de inhoud van het ANBI-begrip is beoogd. Daarom dient voor de beoordeling of sprake is van een ANBI te rade worden gegaan bij de jurisprudentie ter zake.

4.2 In zijn arrest van 31 oktober 1979, nr. 19 464, BNB 1979/314 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de beoordeling van de vraag of eiseres kan worden aangemerkt als een ANBI niet zozeer van belang is wat de doelomschrijving van de betreffende instelling is maar evenzeer waaruit haar feitelijke werkzaamheden bestaan.

4.3 In het onderhavige geval organiseert eiseres kampweken voor kinderen en tieners met een missionair oogmerk. Gelet op het dagprogramma tijdens deze kampweken, de persoonlijke overtuiging van de kampleiding en de geloofwaardige toelichting van eiseres ter zitting acht de rechtbank aannemelijk dat tijdens de kampweken de verkondiging van het evangelie op de voorgrond staat. Het recreatieve karakter van de kampweken staat in dienst van de doelstelling van eiseres. De rechtbank oordeelt dat de feitelijke werkzaamheden van eiseres in overeenstemming zijn met haar doelstelling.

4.4. De omstandigheid dat de doelgroep tot wie eiseres zich richt een beperkte groep mensen is brengt op zich niet met zich mee dat dit de aanmerking van eiseres als een ANBI in de weg staat (vergelijk HR 18 december 1985, nr. 22 937, BNB 1986/103).

4.5 Nu de werkzaamheden van eiseres zijn gericht op de evangelieverkondiging onder kinderen en tieners is de rechtbank van oordeel dat hiermede een levensbeschouwelijke doelstelling invulling krijgt en dat zij daarmee ten minste in gelijke mate als het particuliere belang, het algemene belang dient en om die reden kan worden aangemerkt als een ANBI (vergelijk HR 13 juli 1994, nr. 29 926, BNB 1994/280).

4.6 De rechtbank verwerpt de stelling van verweerder dat eiseres haar werkzaamheden op commerciële basis verricht en dat om die reden zij niet kan worden aangemerkt als een ANBI. Verweerder heeft niet weersproken dat, de bijdragen die de deelnemers aan de kampen betalen aanzienlijk lager zijn dan in het economische verkeer voor vergelijkbare activiteiten in rekening plegen te worden gebracht. Daarbij komt dat eiseres geen batige saldi van betekenis heeft gerealiseerd en uitsluitend gebruik maakt van vrijwilligers die geen beloning ontvangen.

4.7 Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat eiseres kan worden aangemerkt als een ANBI.

4.8 Verweerder heeft desgevraagd te kennen gegeven dat hij ANBI-beschikkingen pleegt af te geven onder de volgende (standaard-)voorwaarden:

"De aanmerking geldt voor onbepaalde tijd, maar de Belastingdienst kan controleren of uw instelling (nog) aan de voorwaarden voldoet. U ontvangt daarvoor een Opgaaf Algemeen nut beogende instelling. Deze moet u altijd invullen en terugsturen naar de Belastingdienst.

Deze beslissing is gebaseerd op artikel 6.33 Wet inkomstenbelasting 2001 en geldt zolang u voldoet aan de eisen voor een dergelijke instelling."

Gesteld noch gebleken is dat er aanleiding is van deze voorwaarden af te wijken.

4.9 Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld dat eiseres kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

6 Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de beschikking;

- bepaalt dat eiseres onder de in 4.8 geciteerde voorwaarden met ingang van 1 januari 2008 wordt aangemerkt als ANBI;

- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 288 vergoedt.

Aldus vastgesteld door: mr. J.P.F. Slijpen, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. van Lingen.

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2009.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.