Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BL8020

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-11-2009
Datum publicatie
29-03-2010
Zaaknummer
304353 FA RK 08-998
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank oordeelt dat het huwelijk naar Keniaans recht een rechtsgeldig huwelijk is, dat in principe als zodanig in Nederland kan worden erkend. Naar het oordeel van de rechtabnk is er geen grond om de erkenning uitzondering te laten lijden op grond van de Nederlandse openbare orde, nu de openbare orde slechts in zeer beperkte mate betrokken is geweest bij het huwelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 08-998

Zaaknummer: 304353

Datum beschikking: 23 november 2009

Erkenning huwelijk

Beschikking

op het op 5 februari 2008 ingekomen verzoekschrift van:

[de vrouw],

verzoekster,

wonende te [plaats A] (Kenia),

advocaat mr. P. Ograjensek te Echt.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- een brief met bijlagen d.d. 11 maart 2008 van de zijde van verzoekster;

- het verweerschrift;

- een brief met bijlage d.d. 21 april 2009 van de zijde van verzoekster.

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank zal bepalen, althans voor recht zal verklaren dat het tussen de ouders van verzoekster rechtsgeldig tot stand gekomen huwelijk hier te lande wordt erkend.

Op 5 oktober 2009 is de zaak ter terechtzitting behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van verzoekster en de ambtenaar.

Na de terechtzitting zijn de volgende stukken ontvangen:

- het faxbericht met bijlagen d.d. 28 oktober 2009 van de zijde van de verzoekster, waaruit blijkt dat beide ouders van verzoekster zijn overleden zodat zij niet als belanghebbenden bij het verzoek zijn aan te merken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De rechtbank acht zich op grond van artikel 9 sub b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd van het verzoek kennis te nemen. Daarbij is van belang dat verzoekster heeft aangegeven dat haar belang bij het doen van het onderhavige verzoek is gelegen in het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Zulks kan slechts worden bereikt door middel van het vaststellen van de rechtsgeldigheid van het huwelijk van de ouders van verzoekster (hierna: het huwelijk) en de erkenning daarvan in Nederland indien de Nederlandse rechter zich daarover uitspreekt. Weliswaar zou verzoekster in Kenia mogelijk de rechtsgeldigheid van het huwelijk kunnen laten vaststellen, maar voldoende aannemelijk is dat zij ten behoeve van het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit het huwelijk vervolgens alsnog in Nederland dient te laten erkennen. Voorts is van belang dat voldoende aannemelijk is dat de Nederlandse autoriteiten in Kenia zich vooralsnog op het standpunt hebben gesteld dat verzoekster niet de Nederlandse nationaliteit bezit omdat zij niet staande een (rechtsgeldig) huwelijk is geboren en tevens niet is geadopteerd door haar biologische vader, terwijl de Keniaanse autoriteiten zich op het standpunt stellen dat aan verzoekster de Keniaanse nationaliteit niet kan worden verleend omdat zij de Nederlandse nationaliteit zou bezitten. In die situatie is het naar het oordeel van de rechtbank voor verzoekster feitelijk onmogelijk om een gerechtelijke procedure buiten Nederland te voeren waarin tegemoet kan worden gekomen aan het door haar gestelde belang.

De rechtbank zal op de beoordeling van het verzoek Nederlands recht toepassen als haar interne recht.

Ontvankelijkheid

Anders dan de ambtenaar is de rechtbank van oordeel dat het verzoek niet moet worden opgevat als een verzoek als bedoeld in artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek (BW), maar dat het verzoek rechtstreeks is gebaseerd op artikel 5 van de Wet conflictenrecht huwelijken (hierna: WCH). Daarnaast heeft verzoekster aannemelijk gemaakt dat zij een gerechtvaardigd belang heeft bij het verzoek, zodat zij daarin kan worden ontvangen.

Geldigheid huwelijk

Verzoekster is, blijkens een door haar overgelegde geboorteakte, op [geboortedatum] 1969 geboren als dochter van [de heer A] en [mevrouw B]. Verzoekster stelt dat haar ouders op [huwelijksdatum] 1968 in Kenia volgens Taita gewoonterecht met elkaar in het huwelijk zijn getreden. De vader van verzoekster was ten tijde van het sluiten van dit huwelijk reeds getrouwd, welk eerste huwelijk gedurende de gehele huwelijkse periode van het huwelijk met de moeder van verzoekster stand heeft gehouden. Dit eerste huwelijk van de vader van verzoekster was eveneens in Kenia gesloten, volgens Teso gewoonterecht.

Ten bewijze van het huwelijk van haar ouders (hierna: het huwelijk) heeft verzoekster onder meer stukken overgelegd met betrekking tot de vaststelling van de ontbinding van het huwelijk op [datum ] 1971. Op basis van deze stukken acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat de ouders van verzoekster inderdaad van [huwelijksdatum] 1968 tot omstreeks [datum ] 1971 naar Taita gewoonterecht getrouwd zijn geweest.

Nu het huwelijk is gesloten vóór de ratificatie van het Haags Huwelijksverdrag 1978 en de inwerkingtreding van de WCH, dient de vraag of het huwelijk rechtsgeldig is gesloten beantwoord te worden naar de ongeschreven regels van het commune internationaal privaatrecht zoals die voordien golden. Naar het oordeel van de rechtbank is er echter voldoende aanleiding om het in artikel 9 Haags Huwelijksverdrag en artikel 5 WCH vervatte beginsel van de begunstiging van de huwelijksvrijheid te beschouwen als de codificatie van dit reeds voordien in het ongeschreven commune internationaal privaatrecht geldende beginsel, zodat het beoordelingskader van het onderhavige verzoek in zoverre kan worden teruggevonden in de artikelen 9 Haags Huwelijksverdrag en 5 WCH (vgl. de parlementaire geschiedenis van de goedkeuring van het Haags Huwelijksverdrag, Kamerstukken II 1987-1988, 20 504, nr. 3, p. 8-9).

Ten tijde van het sluiten van het huwelijk gold derhalve het uitgangspunt dat de rechtsgeldigheid van een huwelijk moet worden beoordeeld naar het recht van de Staat waar het huwelijk is voltrokken, in dit geval Keniaans recht. Indien het huwelijk naar Keniaans recht rechtsgeldig is gesloten, wordt het in principe in Nederland als zodanig erkend (vgl. artikel 9 Haags Huwelijksverdrag en artikel 5 lid 1 WCH). Deze erkenning lijdt slechts uitzondering, indien de erkenning onverenigbaar zou zijn met de Nederlandse openbare orde (de zogenaamde openbare orde exceptie, vgl. artikel 14 Haags Huwelijksverdrag en artikel 6 WCH).

Ter onderbouwing van haar standpunt dat het huwelijk naar Keniaans recht rechtsgeldig is gesloten, heeft verzoekster een rapport van het Internationaal Juridisch Instituut (hierna: het IJI) van 23 februari 2009 overgelegd. In dit rapport concludeert het IJI - kort gezegd - dat volgens gewoonterecht gesloten huwelijken naar Keniaans recht rechtsgeldige huwelijken zijn. Daaraan doet volgens het IJI niet af dat het huwelijk een polygaam huwelijk was, nu naar Keniaans recht een eerder volgens gewoonterecht gesloten huwelijk niet in de weg staat aan het sluiten van een tweede naar gewoonterecht gesloten huwelijk. Het IJI concludeert dan ook dat het huwelijk naar Keniaans recht een rechtsgeldig huwelijk is.

De rechtbank maakt de conclusies van het IJI tot de hare en oordeelt dat het huwelijk naar Keniaans recht een rechtsgeldig huwelijk is, dat in principe als zodanig in Nederland kan worden erkend.

Naar het oordeel van de rechtbank is er geen grond om de erkenning uitzondering te laten lijden op grond van de hiervoor genoemde openbare orde exceptie. In dat kader acht de rechtbank van belang dat het huwelijk buiten Nederland is gesloten, dat zowel de eerste echtgenote van de vader van verzoekster als de moeder van verzoekster de Keniaanse nationaliteit bezaten en dat de ouders van verzoekster nooit in Nederland hebben gewoond. De enige connectie met de Nederlandse openbare orde is gelegen in het feit dat de vader van verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezat. Nu er echter vanuit moet worden gegaan dat de vader van verzoekster uit vrije wil met twee vrouwen tegelijk in het huwelijk is getreden, acht de rechtbank deze connectie van ondergeschikt belang. Naar het oordeel van de rechtbank is de Nederlandse openbare orde daarom slechts in zeer beperkte mate betrokken geweest bij het huwelijk. De rechtbank concludeert derhalve dat de openbare orde exceptie niet van toepassing is, zodat het huwelijk in Nederland moet worden erkend.

Omdat verzoekster heeft aangegeven dat haar belang bij het doen van het onderhavige verzoek is gelegen in het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit, merkt de rechtbank ten overvloede nog het volgende op. De hiervoor weergegeven conclusie met betrekking tot de rechtsgeldigheid en de erkenning van het huwelijk brengt met zich dat verzoekster op grond van artikel 305 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat ten tijde van haar geboorte op [geboortedatum] 1969 gold, het wettige kind is van haar vader. Daarmee heeft verzoekster op grond van artikel 1 onder a van de destijds geldende Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap bij haar geboorte van rechtswege de Nederlandse nationaliteit verkregen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat het op [huwelijksdatum] 1968 in Kenia tussen [de heer A], en [mevrouw B], gesloten huwelijk naar Keniaans recht rechtsgeldig is en derhalve in Nederland als zodanig moet worden erkend;

bepaalt dat verzoekster en de ambtenaar de eigen proceskosten dragen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. F.J. Verbeek, C.L. Strop en H. Lenters, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2009.