Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6515

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-04-2009
Datum publicatie
10-03-2010
Zaaknummer
318966 / JE RK 09-2204
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlening van een nieuwe machtiging uithuisplaatsing in een accomodatie voor gesloten jeugdzorg voor een meerderjarige op grond van artikel 29a jo. 29b van de Wet op de Jeugdzorg. In principe strijdig met artikel 5 EVRM, maar jeugdige en moeder stemmen beiden in met het verzoek. Strekking van artikel 5 EVRM is niet dat jeugdigen de zorg en behandeling die zij nodig hebben én zelf ook wensen, zouden moeten ontberen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Kinderrechter

Zaak/rekestnummer: 318966 / JE RK 08-2204

Datum uitspraak: 28 april 2009

Nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

BESCHIKKING op het verzoekschrift van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Den Haag Zuid/Rijswijk (hierna te noemen: Bureau Jeugdzorg).

Het verzoekschrift heeft betrekking op de jeugdige:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

kind van:

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent.

De jeugdige verblijft feitelijk in de justitiële jeugdinrichting Rentray te [plaats].

Procesgang

Op 2 september 2008 heeft Bureau Jeugdzorg een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot machtiging de jeugdige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de termijn van het indicatiebesluit.

Bureau Jeugdzorg heeft daarbij een indicatiebesluit met de daarbij behorende aanvraag

overgelegd.

Aangezien Bureau Jeugdzorg een verzoek heeft gedaan tot plaatsing van de jeugdige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, is bij beschikking d.d. 8 september 2008 aan de Raad voor Rechtsbijstand te 's-Gravenhage bevolen een advocaat aan de minderjarige toe

te voegen.

De kinderrechter heeft voorts kennis genomen van:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 23 september 2008, waarvan

de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd, waarbij de kinderrechter de

Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden heeft gemachtigd de jeugdige gedurende dag en

nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 29 september

2008 tot 29 december 2008 en de behandeling van het verzoek voor het overige heeft

aangehouden tot een terechtzitting op een nader te bepalen datum en tijdstip;

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 25 november 2008, waarvan

de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd, waarbij de kinderrechter de

Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden heeft gemachtigd de jeugdige gedurende dag en

nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 29 december

2008 tot 29 april 2009, de behandeling van het verzoek voor het overige heeft aangehou-

den tot de terechtzitting van 28 april 2009 en de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden

heeft verzocht vóór 21 april 2009 schriftelijk rapport uit te brengen;

- een schriftelijk verzoek machtiging plaatsing gesloten jeugdzorg meerderjarige van Bureau

Jeugdzorg d.d. 13 maart 2009, ingekomen ter griffier op 16 maart 2009, met als bijlagen

een indicatiebesluit d.d. 13 maart 2009, de onderbouwing geïndiceerde zorg jeugdbescher-

ming en de Tussenevaluatie Behandelplan van Rentray d.d. 30 januari 2009.

Het verzoekschrift is op 28 april 2009 opnieuw ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- mevrouw M. Wesdijk namens Bureau Jeugdzorg;

- de jeugdige, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. L.E. Calis.

Beoordeling

De moeder is conform de wettelijke vereisten op geroepen, doch zij is niet verschenen.

De kinderrechter constateert derhalve dat de moeder niet bereid is zich te doen horen, zodat toepassing van artikel 29f van de Wet op de Jeugdzorg achterwege kan blijven.

Mevrouw Westdijk heeft meegedeeld dat het verzoek van Bureau Jeugdzorg d.d. 13 maart 2009 niet dient te worden beschouwd als een nieuw verzoek maar als een verzoek tot

wijziging van het verzoek van Bureau Jeugdzorg d.d. 27 augustus 2008 en wel in die zin dat thans wordt verzocht om de machtiging voor gesloten jeugdzorg te verlenen tot 1 augustus 2009.

Zij heeft hiertoe naar voren gebracht dat de jeugdige de dag volgend op de zitting weer bij de moeder thuis zal gaan wonen en dat, hoewel er een positieve ontwikkeling bij de jeugdige valt waar te nemen, hij en ook zijn moeder zeer intensieve hulp nodig hebben om zijn leven thuis weer in te richten en op te bouwen. Deze hulp wordt door Rentray gegeven in de vorm van een Functional Family Therapy(FFT)-traject, dat inmiddels is gestart en dat ongeveer tot 1 augustus 2009 zal lopen, een scholings- en trainingsproject (STP) en een verplicht contact van de jeugdige met een ITB'er van Rentray. De machtiging dient ook als 'stok achter de deur', want als de jeugdige zich herhaaldelijk niet aan de afspraken houdt, zal hij moeten terugkeren naar Rentray.

Desgevraagd heeft mevrouw Westdijk meegedeeld, dat het FFT-traject en het STP alleen ingezet kunnen worden als er een machtiging voor een gesloten plaatsing is.

Tevens heeft mevrouw Wesdijk meegedeeld dat de moeder niet ter zitting is verschenen omdat zij moet werken en het lastig voor haar is om vrij te krijgen.

Mr. Calis heeft meegedeeld dat de jeugdige en de moeder het eens zijn met het verzoek.

Tevens heeft zij meegedeeld, dat het belangrijk is dat het FFT-traject zal worden doorlopen.

Voorts heeft zij meegedeeld dat het goed gaat met de jeugdige, dat hij meer inzicht heeft gekregen, dat zijn verloven goed verlopen, dat hij heeft gesolliciteerd bij [bedrijf] en dat er derhalve vertrouwen is in het weer thuis wonen, maar dat het wel goed is dat er een machtiging als 'stok achter de deur' zal zijn.

De jeugdige heeft meegedeeld akkoord te gaan met het verzoek.

Voorts heeft hij meegedeeld dat hij ook als vrijwilliger bij de Voedselbank gaat helpen en dat hij met ingang van september a.s. weer naar school zal gaan.

De kinderrechter overweegt als volgt:

Ingevolge het bepaalde in artikel 29a juncto artikel 29b van de Wet op de jeugdzorg (Wjz)

bestaat de mogelijkheid een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te verlengen ten aanzien van een jeugdige meerderjarige (tot 21 jaar), indien deze machtiging gold ten tijde van de aanvang van zijn meerderjarigheid.

Uit recente jurisprudentie over deze materie (onder andere van het Gerechtshof te

's-Gravenhage van 26 maart 2009, LJN:BH9207) volgt dat toepassing van het bepaalde in artikel 29a van de Wjz in relatie tot gesloten jeugdzorg in beginsel in strijd is met het bepaalde in artikel 5 van het EVRM, welk artikel het recht op vrijheid en veiligheid waarborgt. Uitgangspunt hierbij is dat in het geval van plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg sprake is van vrijheidsbeneming zoals bedoeld in voormelde verdragsbepaling. Indien hiervan sprake is, dient artikel 29a van de Wjz buiten toepassing te worden gelaten. In voormelde uitspraak heeft het Gerechtshof de mogelijkheid open gelaten dat bijzondere feitelijke situaties denkbaar zijn waarin niettemin toepassing van artikel 29a van de Wjz kan plaatsvinden.

In het onderhavige geval is naar het oordeel van de kinderrechter sprake van een feitelijke situatie die zodanig is om, niettegenstaande het hiervoor overwogene, toepassing te geven aan artikel 29a van de Wjz in het licht van gesloten jeugdzorg. Deze omstandigheden bestaan er uit dat de jeugdige en de moeder zich hiertegen niet verzetten en dat de jeugdige, die weliswaar de dag na de terechtzitting weer bij zijn moeder thuis zal gaan wonen, zodanig ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, dat het noodzakelijk wordt geacht dat hij -en ook zijn moeder- zeer intensieve hulp krijgen om zijn leven thuis weer in te richten en op te bouwen. De kinderrechter is daarbij van oordeel dat het noodzakelijk is dat de jeugdige zijn behandeling bij Rentray op een goede manier af moet kunnen ronden, teneinde terugval van de jeugdige te voorkomen. Hoewel de kinderrechter het een onwenselijke situatie acht dat dit in deze alleen gerealiseerd blijkt te kunnen worden in het kader van een machtiging voor een gesloten plaatsing, is de kinderrechter van oordeel dat de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid vergt dat de noodzakelijke hulp hiervoor dient te kunnen worden ingezet. Daarbij overweegt de kinderrechter dat de strekking van artikel van het EVRM niet is dat jeugdigen de zorg en behandeling die zij nodig hebben èn zelf ook wensen, zouden moeten ontberen.

Gelet op het vorenstaande zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden de jeugdige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b lid 1 van de Wet op de Jeugdzorg van 29 april 2009 tot 1 augustus 2009, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 13 maart 2009.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 april 2009, in tegenwoordigheid van A.J. Fioole als griffier.