Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BL0577

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-12-2009
Datum publicatie
26-01-2010
Zaaknummer
09-3292 / 353683
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kinderrechter verleent vervangende toestemming tot het verrichten van een medische behandeling (vaccinatie tegen Mexicaanse griep) van een minderjarige bij een crisisplaatsing in pleeggezin. Naar het oordeel van de kinderrechter is in dezen sprake van een ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 264
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 446
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2010/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 09-3292

Zaaknummer: 353683

Datum beschikking: 10 december 2009

Vervangende toestemming medische behandeling

Beschikking op het op 2 december 2009 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, [vestiging] (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige A.], geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats];

kind van:

[de moeder] (verder de moeder),

wonende te [adres]

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,

en erkend door

[de vader] (verder de vader),

wonende te [adres]

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

In deze procedure worden tevens als belanghebbenden aangemerkt:

[de pleegouders]verder de pleegouders), wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres.

De minderjarige verblijft feitelijk bij de pleegouders.

Procesgang

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 17 april 2009 de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige verlengd van 29 april 2009 tot 29 april 2010.

De kinderrechter heeft voorts kennisgenomen van:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 2 december 2009, waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd, waarbij het verzoek om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 800, derde lid, Wetboek van Rechtsvordering, is afgewezen en waarbij de behandeling van het verzoek is aangehouden;

- een schriftelijke notitie d.d. 9 december 2009 van de griffier van deze rechtbank inzake een telefonisch onderhoud tussen de griffier en de pleegouders, waarbij de pleegouders hebben medegedeeld niet ter terechtzitting te zullen verschijnen;

- een faxbericht van de huisarts van de minderjarige, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 9 december 2009, betreffende een medische verklaring voor een vaccinatie tegen de Mexicaanse griep voor de minderjarige.

Op 10 december 2009 is het verzoek van Bureau Jeugdzorg ter terechtzitting behandeld.

Ter terechtzitting is verschenen:

- mevrouw T. Appels, namens Bureau Jeugdzorg.

Na de terechtzitting is ingekomen een faxbericht d.d. 10 december 2009 van Bureau Jeugdzorg.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het verlenen van vervangende toestemming voor een medische behandeling op grond van artikel 1:264 van het Burgerlijk Wetboek.

Beoordeling

De vader en de moeder zijn conform de wettelijke vereisten opgeroepen, doch niet verschenen.

Mevrouw Appels heeft ter terechtzitting namens Bureau Jeugdzorg aangegeven dat er tussen de ouders en Bureau Jeugdzorg alleen sprake is van schriftelijk contact. Er is geen contact tussen de ouders en de minderjarige. De minderjarige verblijft in een projectgezin van Horizon. In het pleeggezin verblijven pleegkinderen. Het pleeggezin voert ook crisisplaatsingen uit. Het Ministerie van Volksgezondheid geeft aan dat de minderjarige in de risicogroep voor de Mexicaanse griep valt omdat zij zich in de leeftijdscategorie van zes maanden tot vijf jaar bevindt. De minderjarige is een jaar oud. De pleegouders zijn van mening dat een vaccinatie tegen de Mexicaanse griep noodzakelijk is voor de minderjarige omdat bij crisisplaatsingen niet zeker kan worden gesteld dat alle kinderen reeds zijn ingeënt. Bureau Jeugdzorg hanteert bij plaatsingen van kinderen in pleeggezinnen een standaardprocedure waarbij inenting tegen de Mexicaanse griep een vereiste is. Wanneer een kind nog niet is ingeënt, dan wordt aan de ouders toestemming gevraagd. Dit is de eerste keer in deze regio dat de ouders geen toestemming hebben verleend. De ouders hebben hun standpunt echter niet gemotiveerd. Het gezag wordt door de ouders feitelijk niet uitgeoefend. In oktober 2009 is ook een onderzoek naar een verderstrekkende maatregel gestart bij de Raad voor de Kinderbescherming. Ook de huisarts is van oordeel dat de minderjarige dient te worden ingeënt. De minderjarige is overigens een gezond kind.

De kinderrechter overweegt het volgende:

Voor het geval een minderjarige onder toezicht is gesteld en de gezaghebbende ouder weigert in te stemmen met diens medische behandeling kent artikel 1:264 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor minderjarigen jonger dan twaalf jaar een specifieke regeling. Deze regeling houdt in dat de kinderrechter, op verzoek van Bureau Jeugdzorg, vervangende toestemming kan geven indien een medische behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige te voorkomen. Bij de beoordelingsvrijheid die de kinderrechter ingevolge het bepaalde in artikel 1:264 BW heeft, komt naar het oordeel van de kinderrechter mede betekenis toe aan het bepaalde in artikel 3 lid 1 van het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK), waarbij de kinderrechter in het midden laat of deze bepaling rechtstreekse werking heeft. Het belang van het kind dient bij de beoordeling van het verzoek om vervangende toestemming een overweging van eerste orde te zijn, ook al kunnen in voorkomend geval andere belangen zwaarder wegen.

Voor de uitleg van het begrip medische behandeling sluit de kinderrechter aan bij de begripsomschrijving daaromtrent in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Naar het oordeel van de kinderrechter betreft de vaccinatie tegen de influenza A (HN1N1), hierna ook: de Mexicaanse griep, een preventieve maatregel, ertoe strekkende een persoon voor het ontstaan van een ziekte te behoeden, die in die zin moet worden geduid als een medische behandeling in de zin van artikel 7:446 BW.

De vraag rijst vervolgens of sprake is van een ter voorkoming van een ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige noodzakelijke medische behandeling. De wetgever licht niet verder toe wat precies moet worden verstaan onder een behandeling die noodzakelijk is ter voorkoming van een ernstig gevaar voor de gezondheid.

De kinderrechter stelt in dit verband voorop dat bij wet van 18 juli 2009 (Stb. 2009, 361) de Wet publieke gezondheid is gewijzigd en in artikel 1, onder e, groep A de Nieuwe Influenza A (H1N1) is ingevoegd. Dit betekent dat de Mexicaanse griep een infectieziekte betreft waarbij een gegrond vermoeden bestaat van besmettelijkheid en een ernstig gevaar voor de volksgezondheid. Aangezien sprake is van een epidemie is de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de Minister) belast met de leiding van de bestrijding van de betreffende griep. Op 9 november 2009 heeft de Minister in navolging van het advies van de Gezondheidsraad van diezelfde datum besloten dat, voor zover relevant, kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot en met vier jaar in aanmerking komen voor vaccinatie. Vaccinatie is niet verplicht. Blijkens het advies van de Gezondheidsraad hebben kinderen jonger dan 5 jaar een hoger risico op complicaties (zoals longontsteking) en op ernstige secundaire bacteriële infecties. Hoewel, aldus de Gezondheidsraad, het risico op opname in ziekenhuis en intensive care groter is bij kinderen met reeds bestaand onderliggend lijden, worden ook regelmatig voorheen gezonde jonge kinderen opgenomen. De kinderartsen geven blijkens het advies aan dat er sprake is van een flinke toename van ernstig zieke jonge kinderen in het ziekenhuis. Het aanvullende advies van de deskundigen om kinderen van nul tot en met vier jaar oud te beschermen tegen influenza A/H1N1 heeft primair tot doel het tegengaan of afremmen van de omvangrijke ziektelast onder jonge kinderen en van een ernstig beloop van de ziekte leidend tot ziekenhuisopname. Een secundair doel betreft de implicaties voor de opnames in de PICU's (pediatric intensive care units).

Naar het oordeel van de kinderrechter is in dezen sprake van een ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige. De kinderrechter neemt in aanmerking dat de Mexicaanse griep een infectieziekte betreft waarbij een gegrond vermoeden bestaat van besmettelijkheid en een ernstig gevaar voor de volksgezondheid alsmede dat bij kinderen jonger dan vijf jaar een hoger risico bestaat op complicaties en ernstig secundaire bacteriële infecties en ten slotte dat sprake is van een flinke toename van ernstig zieke jonge kinderen in het ziekenhuis en regelmatig voorheen gezonde jonge kinderen worden opgenomen. Voorts acht de kinderrechter van belang dat de minderjarige verblijft in een pleeggezin waarvan blijkens het faxbericht van Bureau Jeugdzorg d.d. 10 december 2009 de vader de Mexicaanse griep al heeft gehad en daarvan erg ziek is geweest, alsmede dat de huisarts (mede) hierom van oordeel is dat de minderjarige dient te worden ingeënt. Gelet op dit advies en nu eveneens op advies van de huisarts alle drie de andere minderjarige kinderen van het pleeggezin, van respectievelijk drie, zeven en negen jaar oud, inmiddels gevaccineerd zijn, derhalve ook de kinderen ouder dan vijf jaar, is kennelijk volgens de huisarts in het pleeggezin sprake van een verhoogd risico op de Mexicaanse griep. De omstandigheid dat blijkens het advies van de Gezondheidsraad geen sprake is van een verhoogde sterftekans door de Mexicaanse griep staat naar het oordeel van de kinderrechter niet in de weg aan de conclusie dat sprake is van een ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige.

Vaccinatie is naar het oordeel van de kinderrechter noodzakelijk om genoemd gevaar te voorkomen. Niet ter zake doet dat vaccinatie niet verplicht is. Het gaat erom dat vaccinatie noodzakelijk is om tegen de griep, althans een mogelijk ernstig beloop daarvan te worden beschermd.

Toewijzing van het verzoek acht de kinderrechter in het belang van de minderjarige. De ouders hebben hun weigering niet gemotiveerd en zijn niet verschenen ter zitting. Er zijn ook geen feiten en omstandigheden gebleken die tot de conclusie moeten leiden dat het belang van de minderjarige bij toewijzing van het verzoek dient te wijken voor het belang van de ouders bij de uitoefening van hun gezagsrecht.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verleent vervangende toestemming tot het verrichten van een medische behandeling van voormelde minderjarige;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2009, in tegenwoordigheid van

N. Knopper als griffier.