Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7567

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
826169 \ CV EXPL 09-1123
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0528, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nietigheid ontslag door niet binnen 26 wk vacature aan werknemers aan te bieden? Kennelijk onredelijk ontslag - gevolgen criterium aanhouding tot na arrest HR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-1000

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton

Locatie Delft

JW/EP

Rolnr. 826169 \ CV EXPL 09-1123

15 oktober 2009

Vonnis in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde: mr. S.I. Soekarman,

tegen

de stichting Stichting Ipse De Bruggen,

statutair gevestigd te Alphen aan den Rijn en kantoorhoudende te Zwammerdam,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. N.E.P. Gustings.

Partijen worden aangeduid als [eiseres] en Ipse de Bruggen.

Procedure

- de dagvaarding van 27 januari 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- comparitie van partijen van 10 juni 2009, oudende de comparitie van partijen;

- akte aan zijde Ipse de Bruggen;

- akte aan zijde [eiseres].

Rechtsoverwegingen:

1. Feiten.

a) Ipse de Bruggen is een zorginstelling die zorg en dienstverlening biedt aan meer dan 4000 mensen met een verstandelijke of meervoudige handicap op meer dan 90 locaties in Zuid-Holland. Deze cliënten kunnen bij Ipse de Bruggen wonen, werken, leren en recreëren. Een groot deel van de cliënten woont intern bij Ipse de Bruggen.

b) Ipse de Bruggen is in het bezit van een aantal wasserijen en één van de diensten die Ipse de Bruggen biedt, is dat cliënten tegen een geringe vergoeding hun kleding bij Ipse de Bruggen kunnen laten wassen. Om er voor te zorgen dat iedere cliënt van de wasserij het juiste kledingstuk terugkrijgt, dient elk kledingstuk te zijn voorzien van een label met de naam van de cliënt daarop. Deze dienst werd in het verleden ook aangeboden door de rechtsvoorgangers van Ipse de Bruggen.

c) [eiseres], geboren op 13 april 1951, is op 1 april 1988 bij (één van de rechtsvoorgangers van) Ipse de Bruggen in dienst getreden in de functie van naaister. Sedert 14 mei 2001 werkt [eiseres] 32 uren per week.

d) Sinds de aanvang van het dienstverband is het altijd de taak van [eiseres] geweest om de kleding van cliënten voor de wasserij te voorzien van een label (het zogenaamde merken) en om in voorkomende gevallen kleding van cliënten, beddengoed, gordijnen, bedrijfskleding, etcetera te herstellen.

e) Vanaf 1994 heeft werkgeefster diverse malen getracht om [eiseres] ook te werk te stellen in de wasserij, laatstelijk in 2006. [eiseres] heeft dat telkens geweigerd omdat zij daartoe op grond van medische redenen niet in staat was. [eiseres] is ook diverse malen medisch gekeurd. Vanwege twee herniaoperaties kan [eiseres] niet lang staan en is zij niet in staat om zware zaken te tillen of te dragen. Bovendien lijdt zij aan een lichte vorm van astma en is de lucht in de wasserij schadelijk voor haar gezondheid. [eiseres] bleef steeds werkzaam in haar oorspronkelijke functie. In de periode 1995-2000 heeft [eiseres] wel vouwwerk verricht voor de wasserij.

f) Vanaf 1 januari 2006 werden (in verband met wetswijzingen in de AWBZ en de WMO) na een directiebesluit en na overeenstemming met de Centrale Cliënten Raad) de kosten voor persoonsgebonden was- en herstelwerkzaamheden bij de cliënten (volledig) in rekening gebracht. Hierdoor is een terugloop in werkzaamheden ontstaan.

g) Vanaf 2006 hebben diverse gesprekken plaatsgevonden tussen mevrouw [A.] (Hoofd Facilitaire Diensten van Ipse de Bruggen; verder [A.] te noemen) en [eiseres]. Daarbij is onder meer aan de orde geweest dat er volgens Ipse de Bruggen te weinig reguliere werkzaamheden voor [eiseres] voorhanden waren en zijn door [A.] andere aanvullende werkzaamheden aangeboden. De besprekingen zijn vastgelegd in diverse brieven en gespreksverslagen.

h) In november 2007 vond op het filiaal te Nootdorp een werkbespreking plaats waarbij bekend werd gemaakt dat de medewerkers van de wasserij ook moesten gaan merken. Voor deze werkzaamheden zijn nieuwe werkroosters opgesteld, waarbij is bepaald dat iedere medewerker alleen mag merken op de data zoals vermeld op het rooster.

i) In februari 2008 heeft [A.] [eiseres] meegedeeld dat zij er in is geslaagd gedeeltelijk ander passend werk voor [eiseres] te vinden (buiten vouwwerk in de linnenkamer), te weten receptiewerkzaamheden. Volgens Van

Lienden waren deze werkzaamheden passend en zouden die niet leiden tot een wijziging van de arbeidsovereenkomst van [eiseres]; de functie van [eiseres] (coupeuse) zou ongewijzigd blijven, evenals haar salaris. [eiseres] heeft deze werkzaamheden niet aanvaard.

j) In april 2008 heeft Ipse de Bruggen aan het CWI toestemming gevraagd om [eiseres] voor 12 uren per week te mogen ontslaan op grond van bedrijfseconomische redenen. Vanwege het feit dat de herstelwerkzaamheden waren teruggelopen, zou volgens Ipse de Bruggen de functie van [eiseres] voor 12 uren per week ophouden te bestaan. Voor deze 12 uren per week heeft Ipse de Bruggen [eiseres] weliswaar ander werk aangeboden als receptioniste/gastvrouw, maar [eiseres] heeft dit aanbod niet aangenomen omdat volgens [eiseres] er nog voldoende werk voor haar was als naaister. [eiseres] heeft in die procedure gesteld dat de omvang van de werkzaamheden van het merken van de kleding onverminderd hoog bleef, terwijl [eiseres] herstelwerkzaamheden bleef verrichten met betrekking tot gordijnen, beddengoed, bedrijfskleding, etcetera. Alleen herstelwerkzaamheden voor cliënten waren volgens haar sinds 2006 verminderd omdat deze werkzaamheden apart in rekening werden gebracht.

k) Bij brief van 6 juni 2008 heeft het CWI aan Ipse de Bruggen toestemming verleend om [eiseres] voor 12 uren per week te ontslaan. In de beschikking staat uitdrukkelijk vermeld dat aan deze toestemming de voorwaarde wordt verbonden dat de werkgever binnen 26 weken na bekendmaking van de toestemming geen werknemer in dienst zal nemen voor het verrichten van werkzaamheden van dezelfde aard, dan nadat zij degene voor wie de toestemming tot opzegging is verleend, in de gelegenheid heeft gesteld haar vroegere werkzaamheden op de bij de werkgever gebruikelijke voorwaarden te hervatten.

l) Verder wordt in de beschikking gesteld: "Niet-naleving van de gestelde voorwaarde heeft tot gevolg dat de beëindiging van de arbeidsverhouding wordt geacht zonder mijn toestemming te zijn geschied.".

m) Ipse de Bruggen heeft vervolgens per brief van 17 juni 2008 de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2008 opgezegd.

n) Tot 1 augustus 2008, werkte [eiseres] 32 uren per week tegen een bruto maandloon van € 1.976,91 exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Vanaf 1 augustus 2008 werkt [eiseres] onder protest voor slechts 20 uren per week bij Ipse de Bruggen tegen een bruto maandloon van € 1.235,65 exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

o) In de bedrijfskrant van Ipse de Bruggen d.d. 1 augustus 2008 is een vacature per 1 september 2008 geplaatst met als omschrijving van de werkzaamheden "herstellen, aanpassen en merken van kleding van onze cliënten" met als werklocatie Zwammerdam voor 15-18 uur per week. Het betrof een functie voor de tijdelijke duur van een half jaar.

p) [eiseres] heeft in oktober 2008 met de betreffende locatie (Zwammerdam) contact opgenomen met de vraag of zij die werkzaamheden kon gaan uitvoeren. Aan haar werd hierop meegedeeld dat dit niet mogelijk was omdat de functie reeds vervuld was per 1 september 2008 door iemand anders.

q) Namens [eiseres] heeft haar gemachtigde per brief van 17 november 2008 primair de vernietigbaarheid van het aan [eiseres] gegeven ontslag ingeroepen en bericht dat [eiseres] zich beschikbaar hield om op eerste afroep de bedongen werkzaamheden onmiddellijk te hervatten. Daarnaast is de loondoorbetaling gevorderd.

r) Bovendien is in voormeld schrijven gesteld dat er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag nu de opzegging is geschied op grond van een voorgewende/valse reden. Op die grond vorderde [eiseres] in de brief dan ook herstel van de dienstbetrekking. Daarnaast heeft de gemachtigde van [eiseres] Ipse de Bruggen gewezen op het feit dat de opzegging onregelmatig was, nu Ipse de Bruggen niet de juiste opzegtermijn in acht had genomen. [eiseres] had op 1 januari 1999 de leeftijd van 47 jaar, hetgeen betekende dat zij onder de 'oude' regeling valt en in haar geval een opzegtermijn geldt van 25 weken zonder korting.

s) Op 20 november 2008 hebben de gemachtigde van [eiseres] en de gemachtigde van Ipse de Bruggen over voormelde brief telefonisch contact gehad. De gemachtigde van Ipse de Bruggen heeft in dat gesprek toegegeven dat vanwege de fusie Ipse de Bruggen over het hoofd heeft gezien dat de functie in Zwammerdam beschikbaar was voor [eiseres]. De gemachtigde van Ipse de Bruggen kon tijdens dat gesprek geen uitsluitsel geven of de functie nog beschikbaar was, maar zij deelde mee dat indien dat wel het geval was de functie aan [eiseres] zou worden aangeboden. De gemachtigde van Ipse de Bruggen merkte daarbij op dat het wel ging om een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van 6 maanden. De gemachtigde van Ipse de Bruggen kon echter niet bevestigen dat de arbeidsovereenkomst voor 32 uren per week nog in stand was.

t) Het vorenstaande heeft de gemachtigde van Ipse de Bruggen per fax van 1 december 2008 herhaald.

u) De gemachtigde van [eiseres] heeft vervolgens per faxbrief van 2 december 2008 verzocht om een bevestiging dat de 'oude' arbeidsovereenkomst nog in stand was.

v) Op 9 en 18 december 2008 heeft de gemachtigde van Ipse de Bruggen telefonisch meegedeeld dat [eiseres] de 1e week vanaf 5 januari 2009 moest gaan werken op locatie Zwammerdam. Op 23 december 2008 heeft [eiseres] zelf telefonisch contact opgenomen met de locatie te Zwammerdam.

w) Begin januari 2009 heeft de gemachtigde van Ipse de Bruggen de gemachtigde van [eiseres] nogmaals gebeld met de mededeling dat schriftelijk inhoudelijk zou worden gereageerd op de brief van 2 december 2008.

x) In een brief van 8 januari 2009 heeft Ipse de Bruggen die reactie gegeven. In de brief aan de gemachtigde van [eiseres] heeft Ipse de Bruggen onder meer meegedeeld dat zij de vacature abusievelijk niet aan [eiseres] heeft voorgelegd, hetgeen toe te schrijven zou zijn aan een fusie die had plaatsgevonden. Ipse de Bruggen wilde [eiseres] de mogelijkheid bieden de functie (die voor 6 maanden gold) voor onbepaalde tijd aanbieden. Ipse de Bruggen zou [eiseres] voorts betalen conform haar inschaling (FWG 30), hoewel de functie een lagere inschaling had (FWG 20). Hiermee zou de functie op het niveau zijn zoals deze was voor de opzegging. Het was wenselijk dat [eiseres] de functie zo snel mogelijk zou gaan vervullen.

y) Bij faxbrief van 12 januari 2009 heeft Ipse de Bruggen het telefoongesprek van 8 januari 2009 met de gemachtigde van [eiseres] aan hem bevestigd. In de brief werden voormeld aanbod en de wenselijkheid van een snelle vervulling van de functie herhaald.

z) Op 23 januari 2009 rappelleerde Ipse de Bruggen per faxbrief naar de gemachtigde van [eiseres].

aa) Per brief en per faxbrief van 27 januari 2009 reageerde de gemachtigde van [eiseres] op de faxbrief van 26 (23?) januari 2009. Hij deelde daarin mee, dat hij geen fax of andere correspondentie van 12 januari dan wel enige datum daarna ontvangen had. Daarom was de dagvaarding inmiddels op 23 januari 2009 betekend. Voorts deelde de gemachtigde mee dat zijn cliënte zonder meer bereid was de werkzaamheden in Zwammerdam te aanvaarden, indien haar werkzaamheden in Nootdorp waren komen te vervallen; naar de mening van [eiseres] was dat echter niet het geval, nu een groot deel van haar werkzaamheden door haar collega's uit de wasserij werden uitgevoerd.

bb) Bij brief van 2 maart 2009 heeft Ipse de Bruggen [eiseres] een voorstel gedaan waarbij de werkzaamheden te Zwammerdam voor 12 uren coulancehalve aan haar werden aangeboden; de arbeidsovereenkomst zou dan volledig in stand blijven en geacht worden nimmer te zijn beëindigd. De brief is (ook) persoonlijk aan [eiseres] overhandigd door [A.].

cc) [A.] heeft een verslag opgemaakt naar aanleiding van voormelde overhandiging. Het verslag vermeldt voorts onder meer, dat [A.] [eiseres] op woensdagmorgen om 7.30 uur zou bellen om te vragen of [eiseres] met [A.] naar Zwammerdam zou gaan of op eigen gelegenheid. Ook vermeldt het verslag dat [eiseres] op woensdagmorgen heeft gezegd dat zij (op advies van haar gemachtigde) niet naar Zwammerdam ging.

dd) Bij faxbrief van 3 maart 2009 heeft de gemachtigde van [eiseres] naar Ipse de Bruggen gereageerd op de brief van Ipse de Bruggen d.d. 2 maart 2009.

ee) Bij brief van 5 maart 2009 reageerde Ipse de Bruggen op de faxbrief van 5 (3?) maart 2009. In de brief is onder meer meegedeeld dat de loonbetaling aan [eiseres] per 4 maart 2009 was gestopt (voor de betreffende 12 uur). Ten aanzien van de gehanteerde opzegtermijn vermeldt de brief dat de (inmiddels ingeschakelde) raadsvrouwe van Ipse de Bruggen het standpunt van de gemachtigde van [eiseres] deelde en dat het verschuldigde loon over de regelmatige opzegtermijn alsnog aan [eiseres] zou worden betaald.

2. Vordering; gronden van de vordering.

2.1. [eiseres] vordert, voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

a. te verklaren voor recht dat [eiseres] tijdig de vernietigbaarheid van het haar verleende ontslag heeft ingeroepen en dat dit ontslag nietig is;

b. Ipse de Bruggen te veroordelen om [eiseres] weer toe te laten tot haar werkzaamheden binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn en met bepaling van een dwangsom van € 250,- per dag voor elke dag dat Ipse de Bruggen in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

c. Ipse de Bruggen te veroordelen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:

1. het aan [eiseres] toekomende achterstallig bruto loon, zijnde € 741,26 bruto per maand, vermeerderd met de emolumenten en 8 % vakantietoeslag, vanaf 1 augustus 2008 tot en met de dag waarop de arbeidsovereenkomst regelmatig zal zijn beëindigd, op grond van artikel 7:628 van het Burgerlijk Wetboek, zijnde een bedrag van € 4.447,5625 (sic) bruto (loon periode 1 augustus 2008 t/m 23 januari 2009 excl. vakantietoeslag);

2. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 ad 50 % over alle gevorderde loonbedragen die Ipse de Bruggen aan [eiseres] te laat heeft voldaan, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

3. een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over de som der voornoemde bedragen, vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

Subsidair:

d. te verklaren voor recht dat het aan [eiseres] gegeven ontslag kennelijk onredelijk is;

e. om Ipse de Bruggen te veroordelen om [eiseres] weder te werk te stellen en haar weer toe te laten tot haar werkzaamheden binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn en met bepaling van een dwangsom van € 250,- per dag voor elke dag dat Ipse de Bruggen in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

f. Ipse de Bruggen te veroordelen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:

1. het aan [eiseres] toekomende achterstallig bruto loon, zijnde EUR 741,26 bruto per maand, vermeerderd met de emolumenten en 8 % vakantietoeslag, vanaf 1 augustus 2008 tot en met de dag waarop de arbeidsovereenkomst regelmatig zal zijn beëindigd, op grond van artikel 7:628 van het Burgerlijk Wetboek, zijnde een bedrag van € 4.447,5625 (sic) bruto (loon periode 1 augustus 2008 t/m 23 januari 2009 excl. vakantietoeslag);

2. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 ad 50 % over alle gevorderde loonbedragen die Ipse de Bruggen aan [eiseres] te laat heeft voldaan, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

3. een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over de som der voornoemde bedragen, vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

dan wel, voor het geval de kantonrechter mocht oordelen dat de dienstbetrekking niet kan worden gecontinueerd Ipse de Bruggen te veroordelen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:

4. een schadevergoeding gelijk aan het bedrag dat [eiseres] zou hebben verdiend tot haar pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar, dan wel een schadevergoeding gelijk de kantonrechtsformule gebaseerd op het aantal gewogen dienstjaren van 28, gelijk aan een bedrag van € 20.755,28 bruto.

Meer subsidair

g. Ipse de Bruggen te veroordelen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:

5. de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:680 BW over 25 weken opzegtermijn, groot € 4.632,88;

6. een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over de som der voomoemde bedragen, vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

Nog meer subsidiair:

h. Ipse de Bruggen te veroordelen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:

7. de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:680 BW over 3 maanden opzegtermijn, groot € 2.232,78;

8. een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over de som der voornoemde bedragen, vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

alles met veroordeling van Ipse de Bruggen in de kosten van deze procedure, een bedrag aan salaris van [eiseres] daaronder begrepen.

2.2. [eiseres] legt aan haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, het volgende ten grondslag.

a. Een schriftelijke reactie op de brief van 2 december 2008 heeft [eiseres] nooit van Ipse de Bruggen ontvangen. [eiseres] is ook niet opgedragen om te gaan werken voor 12 uren per week in Zwammerdam.

b. Nu Ipse de Bruggen de functie in Zwammerdam niet aan [eiseres] heeft aangeboden, terwijl die functie inmiddels vervuld is door een andere medewerkster, heeft dat tot gevolg dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder de vereiste toestemming ex artikel 6 BBA is geschied.

c. Bij brief van 17 november 2008 heeft de gemachtigde van [eiseres] namens [eiseres] de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen.

d. [eiseres] vordert primair een verklaring van recht dat het ontslag nietig is, loondoorbetaling tot het moment dat haar arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal eindigen en wedertewerkstelling.

e. Voor het geval de kantonrechter zou oordelen dat het ontslag wel met de vereiste toestemming is gegeven, is [eiseres] van mening dat in dit geval sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag nu de opzegging is geschied op grond van een voorgewende/valse reden. Stichting Ipse heeft immers gesteld dat de werkzaamheden van [eiseres] zijn komen te vervallen terwijl dit niet het geval is.

f. Sinds de aanvang van het dienstverband is het altijd de taak van [eiseres] geweest om de kleding van cliënten voor de wasserij te voorzien van een label (het zogenaamde merken) en om in voorkomende gevallen kleding van cliënten, beddengoed, gordijnen, bedrijfskleding, etcetera te herstellen. Sinds 2006 worden de herstelwerkzaamheden apart bij cliënten in rekening gebracht, hetgeen geleid heeft tot een vermindering van herstelwerkzaamheden. De werkzaamheden van het merken van kleding bleven echter onverminderd hoog en die werkzaamheden is [eiseres] blijven doen.

g. Vervolgens heeft Ipse de Bruggen in 2007 de werkzaamheden van de medewerksters van de wasserij uitgebreid door hen opdracht te geven om ook kleding te gaan merken, hetgeen geleid heeft tot een vermindering van werk voor [eiseres], om hieropvolgend aan het CWI een ontslagvergunning te vragen voor [eiseres] voor 12 uren per week met als reden dat haar werkzaamheden zijn afgenomen. Met andere woorden, eerst haalt Ipse de Bruggen werkzaamheden weg bij [eiseres] om deze werkzaamheden te verdelen onder haar collega's van de wasserij om vervolgens aan het CWI een ontslagvergunning te vragen met als reden het vervallen van een deel van de werkzaamheden van [eiseres].

h. Verder stelt de werkgever ten onrechte in deze procedure dat [eiseres] als enige herstelwerkzaamheden verrichtte. Dat is onjuist. Andere medewerksters van de wasserij verrichtten in voorkomende gevallen ook herstelwerkzaamheden, zelfs na het ontslag van [eiseres]. Daar komt bij dat na het ontslag van [eiseres] een medewerkster is aangenomen voor dezelfde werkzaamheden als die van [eiseres].

i. [eiseres] vordert dan ook subsidiair op grond van kennelijk onredelijk ontslag herstel van dienstbetrekking, dan wel een schadevergoeding gelijk aan een bedrag dat [eiseres] zou hebben verdiend tot haar pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar, nu zij thans 57 jaar is en daarom de kans dat zij voor 12 uren per week eenzelfde baan zal vinden vrijwel nihil is, dan wel een schadevergoeding gelijk de kantonrechtsformule gebaseerd op het aantal gewogen dienstjaren van 28, gelijk aan een bedrag van € 20.755,28 bruto.

j. Tot slot is [eiseres] van mening dat de opzegging onregelmatig is, nu niet de juiste opzegtermijn in acht is genomen. [eiseres] had op 1 januari 1999 de leeftijd van 47 jaar, hetgeen betekent zij onder de 'oude' regeling valt. Ingevolge de artt 1639i en 1639j BW (oud) is de opzegtermijn afhankelijk van de duur van de dienstbetrekking en de leeftijd van de betrokken werknemer, waarbij de opzegtermijn van de werkgever wordt verlengd met een week voor elk vol jaar dat de werknemer na het bereiken van de leeftijd van 45 jaar bij de werkgever in dienst is geweest. Cliënte is 57 jaar en meer dan 13 jaren bij Ipse de Bruggen in dienst. In dat geval geldt een opzegtermijn van 25 weken zonder korting.

k. Voor het geval de kantonrechter mocht oordelen dat het ontslag rechtsgeldig is gegeven, terwijl er ook geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, stelt [eiseres] dat er sprake is van een onregelmatig ontslag, nu niet tegen de juiste dag is opgezegd en vordert zij over de opzegtermijn haar loon.

3. Verweer.

3.1. Ipse de Bruggen voert gemotiveerd verweer en heeft geconcludeerd [eiseres] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, dan wel die vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

3.2. Op het gevoerde verweer zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4. Beoordeling van de standpunten.

4.1. In deze procedure is op 10 juni 2009 een comparitie van partijen (na antwoord) gehouden waarbij de vorderingen van [eiseres] en de daartegen aangevoerde verweren van Ipse de Bruggen uitgebreid zijn besproken. Partijen hebben toen hun stellingen en weren volledig kunnen aanvoeren en daarbij kunnen reageren op de standpunten van de andere partij.

4.2. De zaak is daarna aangehouden om de mogelijkheden van een minnelijke regeling en/of een oplossing via mediation te beproeven.

4.3. Uit de door parijen na de comparitie genomen aktes volgt dat een minnelijke regeling niet tot stand is gekomen en dat een mediationtraject evenmin is opgestart.

Ipse de Bruggen heeft verzocht vonnis te wijzen. [eiseres] heeft aangevoerd dat een groot aantal punten in de conclusie van antwoord (deels aantoonbaar) weerlegd kunnen worden. [eiseres] heeft om die reden verzocht bij conclusie van repliek op de conclusie van antwoord te mogen reageren.

4.4. De kantonrechter ziet geen aanleiding het verzoek van [eiseres] toe te wijzen. Zoals hiervoor sub 4.1. reeds is overwogen hebben partijen over en weer uitgebreid op elkaars stellingen en weren kunnen reageren en de kantonrechter acht zich thans voldoende voorgelicht om in casu vonnis te kunnen wijzen. De noodzaak als bedoeld in artikel 132 lid 2 en 3 Rv. doet zich naar het oordeel van de kantonrechter niet voor.

4.5. De primaire grondslag van de vordering van [eiseres] is gebaseerd op volgens haar bestaande de nietigheid van het ontslag, omdat Ipse de Bruggen binnen 26 weken na de beslissing van het CWI (6 juni 2008) een werknemer in dienst heeft genomen voor het verrichten van werkzaamheden van gelijke aard als waarvoor de toestemming tot opzegging werd verleend.

4.6. Dit betoog faalt. Weliswaar heeft Ipse de Bruggen [eiseres] niet in kennis gesteld van het bestaan van de vacature in Zwammerdam per 1 september 2008 en haar die functie niet aangeboden, maar daarmee heeft Ipse de Bruggen naar het oordeel van de kantonrechter de door het CWI gestelde voorwaarde niet geschonden. Dit is reeds niet het geval omdat geen sprake is van een passende functie, gelet op de omvang van de vacature (15 tot 18 uur per week) terwijl [eiseres] de functie slechts voor 12 uren zou kunnen vervullen, terwijl voorts [eiseres] voor het vervullen van die functie per dag vier uren met het openbaar vervoer zou moeten reizen (totaal dus 8 uren in twee dagen voor 12 uren werk) hetgeen - mede gelet op de aanzienlijke reiskosten die dat met zich zou brengen - als niet redelijk en niet haalbaar moet worden aangemerkt. In het midden kan dan nog blijven dat dit slechts een tijdelijke functie voor een half jaar betrof, zodat ook daarom geen sprake kan zijn van een passende functie die Ipse de Bruggen aan [eiseres] had moeten aanbieden. Dat Ipse de Bruggen dat (coulancehalve) toch heeft gedaan, maakt dat oordeel niet anders.

Indien en voor zover Ipse de Bruggen derhalve de functie (onherroepelijk) aan een ander heeft aangeboden (en laten vervullen) betekent dat niet dat zij daarmee de voorwaarde heeft geschonden. Of van een feitelijke indiensttreding door een andere medewerker sprake is geweest kan verder, bij gebrek aan belang, in het midden blijven.

4.7. De primair gevorderde verklaring voor recht dat [eiseres] de vernietigbaarheid van het gegeven ontslag tijdig heeft ingeroepen en dat dit ontslag nietig is zal, gelet op het vorenstaande, worden afgewezen. Dat dient vanzelfsprekend ook te gelden voor hetgeen primair verder is gevorderd.

4.8. De subsidiaire grondslag van de vordering van [eiseres] is gebaseerd op de stelling dat de opzegging kennelijk onredelijk is omdat deze is gedaan op grond van een voorgewende of valse reden. [eiseres] heeft daartoe aangevoerd dat de werkzaamheden van [eiseres] volgens Ipse de Bruggen zijn komen te vervallen, terwijl dit volgens [eiseres] niet het geval is.

4.9. Ook dit betoog faalt. Vast staat dat de werkzaamheden vanaf 2006 zijn teruggelopen. Weliswaar heeft [eiseres] aangevoerd dat er voor haar nog wel voldoende (merk)werkzaamheden voorhanden waren en zijn, maar dit betreft werkzaamheden die (ook) worden verricht door werknemers binnen de linnenkamer. De in dat verband aangevoerde stelling van [eiseres] dat die werkzaamheden niet bij de linnenkamer behoren faalt, nu uit de functieomschrijving van een medewerker linnenvoorziening (produktie 3a bij de conclusie van antwoord) aantoonbaar blijkt dat die stelling onjuist is. Voorts zou het weliswaar mogelijk zijn de werkzaamheden van andere medewerksters (uit de linnenkamer) aan [eiseres] toe te bedelen, waardoor er wel nog voldoende werkzaamheden voor [eiseres] voorhanden zouden zijn, maar de toepassing van die mogelijkheid zou er toe leiden dat die andere medewerksters (nagenoeg) uitsluitend belast zouden moeten worden met het verrichten van de onaangename(re) en zwaardere werkzaamheden, hetgeen in een groter geheel als ongewenst moet worden aangemerkt. Daarom zijn nu juist in 2007 de roosters ontworpen om de werkzaamheden op een correcte en eerlijke manier te verdelen. Dat daarbij de werkzaamheden van [eiseres], of een deel daarvan, over de andere werknemers zou(den) zijn verdeeld is niet komen vast te staan.

Tenslotte heeft [eiseres] nog aangevoerd dat na haar ontslag nog een medewerkster is aangenomen voor het verrichten van dezelfde werkzaamheden als [eiseres], maar nu [eiseres] die stelling - voor zover die betreft een andere medewerkster dan die voor de functie in Zwammerdam - op geen enkele wijze nader heeft geadstrueerd met bewijzen, dient daaraan als onvoldoende onderbouwd voorbij te worden gegaan.

4.10. Het vorenstaande betekent dat er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is van een valse of voorgewende reden en dat de gevorderde verklaring voor recht op deze grondslag dus moet worden afgewezen. Datzelfde dient te gelden voor de door [eiseres] ingestelde nevenvorderingen op deze grondslag.

4.11. Hetgeen door [eiseres] subsidiair is gevorderde (hiervoor sub 2.1. onder f. 4.) ziet kennelijk op de betaling van een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag op grond van het zogenaamde gevolgencriterium.

De kantonrechter ziet op dit punt aanleiding de procedure aan te houden in afwachting van een door de Hoge Raad te wijzen arrest, waarbij naar verwachting uitspraak zal worden gedaan over de in kwesties als deze te hanteren grondslagen. Nu die uitspraak thans gepland staat op 13 november 2009 zal dit naar verwachting geen ontoelaatbare vertraging van de procedure met zich brengen. Dat geldt ook indien de uitspraak van de Hoge Raad wellicht (en onverhoopt) op een later tijdstip zal worden vastgesteld.

4.12. De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar de rolzitting van 17 december 2009 op welke zitting [eiseres] zich zal dienen uit te laten over de vordering op dit punt (kennelijk onredelijk ontslag op grond van het gevolgencriterium), met inachtneming van het oordeel van de Hoge Raad ter zake. Ipse de Bruggen zal dan in een later stadium mogen reageren. Mocht het arrest van de Hoge Raad alsdan nog niet zijn gewezen, dan kunnen partijen zich op de rol van 17 december 2009 uitlaten over de termijn van verdere aanhouding voor uitlating, dan wel anderszins hun mening geven.

4.13. Op voormelde datum (17 december 2009 dan wel de eventuele latere aanhoudingsdatum als het arrest nog niet zou zijn gewezen) dient [eiseres] zich tevens uit te laten over de (meer subsidiair) gevorderde gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:680 BW over 25 weken opzegtermijn ad € 4.632,88 en de (nog meer subsidiair) gevorderde gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:680 BW over 3 maanden opzegtermijn ad € 2.252,78. Met name dient [eiseres] zich uit te laten of en zo ja in hoeverre die vordering(en) inmiddels door Ipse de Bruggen is/zijn voldaan en tot welke gevolgen dat voor de ingestelde vordering(en) op dit punt zou moeten leiden.

Ipse de Bruggen mag ook op dit punt op een later nader te bepalen zitting reageren.

4.14. De kantonrechter zal thans als volgt beslissen.

4.15. Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.

Beslissing:

De kantonrechter:

1. wijst de primaire vordering van [eiseres] (verklaring voor recht met betrekking tot vernietigbaarheid en nietigheid van de opzegging, plus nevenvorderingen) af;

2. wijst de subsidiaire vordering van [eiseres] (verklaring voor recht kennelijk onredelijke opzegging op grond van valse/voorgewende reden, plus nevenvorderingen tot wedertewerkstelling en salarisbetaling c.a.) af;

en alvorens verder te beslissen:

3. verwijst deze zaak voor het overige naar de rolzitting van dit gerecht van donderdag

17 december te 11.00 uur, voor uitlaten aan de zijde van [eiseres] (als het arrest van de Hoge Raad tijdig is gewezen), dan wel aan de zijde van beide partijen (als voormeld arrest nog niet of niet tijdig mocht zijn gewezen) zoals hiervoor sub 4.12. en 4.13 overwogen;

Aldus gewezen door mr. J. van der Windt, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.