Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7370

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
22-12-2009
Zaaknummer
887468 \ EJ VERZ 09-82708
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek beëindiging arbeidsovereenkomst. Verval functie en financieel onvermogen niet aannemelijk gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0994

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton

Locatie Delft

YK

Zaaknr. 887468 \ EJ VERZ 09-82708

29 oktober 2009

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap Persoon Outdoor Living B.V.,

gevestigd te Maasdijk,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. H.M. de Waard,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. M. Hüsen.

Partijen worden hierna aangeduid als Persoon Outdoor Living en [verweerder]

Procedure

- verzoekschrift, ter griffie ingekomen 8 september 2009;

- verweerschrift;

- mondelinge behandeling van 12 oktober 2009.

1 Feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de navolgende feiten.

1.1 Persoon Outdoor Living exploiteert een groothandel in tuinmeubilair, waarbij zij zich richt op de verkoop van tuinmeubilair in het hogere segment.

1.2 [verweerder], geboren op 23 juni 1953, is met ingang van 1 januari 2004 in loondienst van Persoon Outdoor Living, laatstelijk in de functie van General Manager tegen een salaris van € 3.885,- bruto per maand aanvankelijk op basis van een arbeidstijd van 40 uur thans op basis van 32 uur, te vermeerderen met vakantiegeld en overige emolumenten.

1.3 De werkzaamheden worden door [verweerder] gewoonlijk te Maasland verricht.

1.4 [verweerder] is vanaf 26 maart 2009 ten gevolge van een longembolie uitgevallen.

1.5 In het boekjaar (van 1 augustus) 2007- (31 juli) 2008 heeft Persoon Outdoor Living een verlies geleden van afgerond € 75.000,- (na belastingen).

1.6 Als gevolg van de slechte economische omstandigheden is de omzet over het boekjaar 2008-2009 achteruitgegaan.

2 Verzoek

Persoon Outdoor Living verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de kortst mogelijke termijn op grond van veranderingen in de omstandigheden, zonder toekenning van een vergoeding aan [verweerder]

Persoon Outdoor Living voert daartoe - naast voormelde feiten - het navolgende aan.

2.1 Als gevolg van het aanhouden van de slechte economische omstandigheden is de omzet over het boekjaar 2008-2009 aanzienlijk achteruitgegaan en het verlies zal uitkomen op meer dan € 375.000,-. Bedrijfseconomisch is de verwachting een verdere toename van de concurrentie binnen de branche en een nog lagere vraag door de huidige economische omstandigheden.

2.2 Persoon Outdoor Living heeft zich onder druk van de economische crisis, waarbij de omzet € 1.300.000,- ofwel 22% lager ten opzichte van de begroting is uitgevallen, genoodzaakt gezien kritisch naar de bedrijfsvoering te kijken en mogelijke besparingen te onderzoeken. Daarbij is Persoon Outdoor Living afhankelijk van de bank die een seizoensfinanciering moet verstrekken voor het boekjaar 2009-2010. De bank heeft laten weten ingrijpende kostenbesparingen als voorwaarde te stellen voor de voortzetting van de financiering.

2.3 Er zijn inmiddels besparingen gerealiseerd op het gebied van lease-auto's, telefoonkosten en computerkosten. Persoon Outdoor Living ziet geen mogelijkheden op die posten meer te bezuinigen dan zij al heeft gedaan en aangezien personeelskosten veruit de grootste vaste kostenpost zijn, is het onvermijdelijk om een aantal functies te laten vervallen.

2.4 De personeelsformatie bestond per 1 juni 2009 uit 13 vaste medewerkers. Binnen deze formatie is besloten de functies te laten vervallen van general manager, een vertegenwoordiger en een logistiek medewerker, waarmee minimaal € 150.000,- besparing kan worden gerealiseerd. De overeenkomsten met een vertegenwoordiger en logistiek medewerker zijn inmiddels beëindigd.

2.5 De functie van general manager, die door [verweerder] wordt vervuld, is uniek, zodat het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing is. Binnen de onderneming zijn er geen andere functies die qua opleiding, ervaring en aard van de werkzaamheden ongeveer overeenkomen.

2.6 Primair is Persoon Outdoor Living van oordeel dat de financiële positie van het bedrijf zodanig zwak is en de continuïteit van de onderneming in gevaar is dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op grond van bedrijfseconomische redenen op zo kort mogelijke termijn moet worden beëindigd.

2.7 Reeds voordat de alarmerende financiële situatie van de onderneming in volle omvang bekend werd, was er sprake van een verstoring van de arbeidsverhoudingen tussen partijen. Vanaf november 2007 heeft [verweerder] in toenemende mate blijk gegeven van een negatieve werkhouding, terwijl hij ook voor wat betreft het stellen van prioriteiten en het afleveren van cijfermateriaal nalatig was. Diverse besprekingen en toezeggingen van de kant van [verweerder] om zich te verbeteren, hebben niet tot het gewenste resultaat geleid.

2.8 Door het uitvallen wegens ziekte van [verweerder] waren de problemen in de samenwerking tijdelijk van de baan. Bij de reïntegratie kwamen de problemen evenwel weer ten volle aan het licht en ondanks pogingen om via mediation de situatie te verbeteren, is dat niet gelukt. Na een tweetal gesprekken moest worden geconstateerd dat er geen uitzicht was op een herstel van vertrouwen en is de mediation beëindigd.

Minnelijk overleg tussen partijen over beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft evenmin resultaat gehad.

2.9 Doordat Persoon Outdoor Living in acute financiële problemen verkeert, waarbij de continuiteit van de onderneming in gevaar komt, is zij niet in staat [verweerder] enige vergoeding te betalen. Het is thans nog onzeker of de bank een krediet zal verlenen voor het aankomende seizoen. Gebeurt dat niet, dan betekent dat het einde van het bedrijf. Binnen het bedrijf is geen geld beschikbaar om een vergoeding te betalen, aangezien elke beschikbare euro moet worden aangewend voor de dagelijkse bedrijfsvoering en de bank geen aanvullend krediet zal verstrekken voor een ontslagvergoeding.

2.10 Voorzover toekenning van een vergoeding aan de orde zou moeten komen, is Persoon Outdoor Living van mening dat aan [verweerder] in deze een verwijt kan worden gemaakt. Dit verwijt betreft een negatieve werkhouding en onvoldoende functioneren, waardoor [verweerder] als MT lid medeverantwoordelijk is voor de slechte positie waarin het bedrijf zich bevindt. [verweerder] wordt verweten de kostenstruktuur te hoog te hebben laten oplopen, te laat en niet volledig management rapportages te hebben ingeleverd, met enorme achterstanden en foutieve informatie tot gevolg. Bovendien heeft hij een slechte communicatie en verstandhouding met collega's, verkeerde prioriteiten gesteld binnen zijn takenpakket en heeft hij met zijn "9 tot 5"-mentaliteit een negatief voorbeeld gegeven. In diverse gesprekken is aan de orde gekomen dat [verweerder] onvoldoende functioneerde. Zijn excuus was dat de werkdruk te hoog was en dat hij beter zou functioneren indien hij vier in plaats van vijf dagen per week zou kunnen werken. Met ingang van 1 januari 2008 is daarom zijn werkweek aangepast, evenwel met behoud van salaris. Desondanks heeft [verweerder] niet de nodige extra inzet en motivatie getoond, die van hem had mogen worden verwacht.

Voorzover Persoon Outdoor Living wel in staat zou zijn geweest een vergoeding te betalen, komt deze [verweerder] wegens disfunctioneren redelijkerwijs niet toe.

3 Verweer

Het verweer strekt primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair tot toekenning van een vergoeding aan [verweerder] en voorts tot veroordeling van Persoon Outdoor Living in de kosten die [verweerder] ter zake van rechtsbijstand heeft moeten maken.

[verweerder] voert daartoe het navolgende aan.

3.1 De situatie van de onderneming van Persoon Outdoor Living over het boekjaar 2007 - 2008 en 2008 - 2009 alsmede over het lopende boekjaar van 2009 - 2010 is niet zo problematisch als Persoon Outdoor Living doet voorkomen en is met name het gevolg van keuzes die Persoon Outdoor Living zelf heeft gemaakt.

3.2 Het verlies over een jaar 2007 - 2008 is mede het gevolg van eenmalige uitgaven ten gevolge van de verhuizing. Zo is er € 40.000,- gestoken in de aanleg van de tuin en is € 20.000,- besteed aan een openingsfeest ter gelegenheid van het nieuwe bedrijfspand. De tuin is voor € 25.460,- op de balans terug te vinden, terwijl het geen bedrijfsterrein is maar de privé tuin van de heer [A.], directeur-aandeelhouder. Verder eindigde het boekjaar 2007 - 2008 met een ongekend hoge voorraad van € 1.458.473,-. [A.] was zelf voor de inkoop van de voorraden verantwoordelijk en heeft daarmee een risico genomen van onverkoopbaarheid doordat de smaak van consumenten verandert. De voorraad is inderdaad uiteindelijk onverkoopbaar gebleken waardoor de overblijvende voorraad tegen een lagere prijs is verkocht. Overigens werd in 2008 nog wel een bedrag van € 64.000,- aan dividend aan de holding van [A.] uitgekeerd.

3.3 De current ratio van de onderneming over het boekjaar 2007- 2008 is 1,47 hetgeen inhoudt dat het bedrijf liquide was. De verhouding tussen de omzet en het werkkapitaal bedroeg tussen 10 en 20%, hetgeen eveneens gezond is.

3.4 Over het boekjaar 2008 - 2009 zijn nog geen definitieve cijfers bekend, zodat daarover ook maar beperkt conclusies kunnen worden getrokken. Wel is duidelijk dat het bedrijf in december 2008 een zeer hoge orderportefeuille van € 3.300.000,-had. Nadelig is wel geweest dat het bedrijf in de loop van 2009 relatief weinig herhalingsorders wist te realiseren, waardoor de omzet op ongeveer € 4.700.000,- is uitgekomen.

3.5 Persoon Outdoor Living koopt haar goederen hoofdzakelijk in Zuid-Oost Azië in en rekent in dollars af. Daarvoor worden dollars ingekocht, maar voor het risico van eventuele koersverliezen was in het boekjaar 2008 - 2009 geen voorziening getroffen. Door het koersverschil niet af te dekken is ongeveer 60% van de dollars ingekocht tegen een hogere koers dan was begroot hetgeen in een tegenvaller van bijna € 200.000,- resulteerde.

3.6 Vanaf april 2009, na de uitval van [verweerder] wegens ziekte, is een interimmanager aangetrokken. De kosten daarvan zijn aanzienlijk en zijn op de begroting van 2008 - 2009 opgenomen voor € 45.260,-.

3.7 Uit de beschikbare exploitatiebegroting tot en met juni 2009, kan afgeleid worden dat er een lager verlies wordt gerealiseerd dan de door Persoon Outdoor Living genoemde € 375.000,-.

3.8 Over het boekjaar 2009 - 2010 is de omzet begroot op ongeveer 4 miljoen, doch dit is met een courantere voorraad aan de zeer lage kant. Uit cijfers van het Productschap Tuinbouw, Tuinbranche Nederland en Plantpubliciteit Holland blijkt immers dat de omzet over de eerste helft van het jaar 2009 in de tuinbranche stabiel is gebleven.

3.9 Verder valt op dat de salariskosten erg hoog zijn. Zo is € 105.000,- opgenomen voor ingehuurd personeel administratie/MT. Daarnaast is onder de post logistiek een bedrag opgenomen van € 95.000,-. Dat bedrag is aan de hoge kant omdat een medewerkster is vertrokken en daarvoor een externe ZZP-er is ingeschakeld. Die ZZP-er staat ook op de begroting voor een bedrag van € 33.000,-. Ook valt op dat de managementfee voor [A.] niet relevant omlaag gegaan; de verlaging van 1,4% hangt waarschijnlijk samen met een lagere bijtelling van de lease auto, omdat [A.] in de lease-auto van [verweerder] is gaan rijden.

3.10 Tenslotte is het [verweerder] bekend dat de bank ook in het boekjaar 2009 - 2010 krediet zal blijven verlenen.

3.11 Van een reorganisatie om bedrijfseconomische redenen is geen sprake. De medewerker logistiek heeft zelf opgezegd en daarvoor is een ZZP-er in de plaats voorkomen, zodat van een kostenreductie geen sprake is. Een andere medewerkster, die langdurig ziek was, heeft het dienstverband in overleg met Persoon Outdoor Living beëindigd. Ten aanzien van de functie van [verweerder] zelf wijst hij op de brief van [A.] van 23 april 2009, waarin onder andere staat: " Omdat de functie General Manager binnen onze organisatie essentieel is en deze plek niet onbemand kan zijn, heb ik met onmiddellijke ingang iemand op deze positie gezet voor een periode van tenminste drie maanden.". Gelet op de door Persoon Outdoor Living gepresenteerde cijfers is die persoon ook in het lopende boekjaar binnen de onderneming actief tegen een salaris dat het dubbele bedraagt van hetgeen [verweerder] verdient.

3.12 Ook van andere wijzigingen in de omstandigheden is geen sprake. Pas na het uitvallen wegens ziekte is aan [verweerder] gemeld dat hij niet goed zou hebben gefunctioneerd. Weliswaar heeft in augustus 2008, op verzoek van [verweerder], een gesprek plaatsgevonden, maar dat betrof de zorgen die [verweerder] zich maakte over de zakelijke ontwikkelingen bij de onderneming. Hij had de problemen wel aan [A.] gerapporteerd, maar kreeg het gevoel dat de urgentie daarvan niet overkwam. Zo heeft hij er op gewezen dat de koersrisico's ten onrechte niet waren afgedekt en achtte hij een wekelijks management overleg gewenst. In dat gesprek is geen kritiek op zijn functioneren gegeven.

3.13 Na het gesprek in augustus 2008 verslechterde de exploitatiesituatie van de onderneming, waardoor het werk voor bijvoorbeeld debiteuren en crediteuren beheer en het betalingsverkeer verdubbelde. Opmerkingen daarover werden niet gewaardeerd.

Op verzoek van de bank werd in november 2008 een financiële deskundige aan het MT toegevoegd; dit werd de persoonlijke accountant van [A.], de heer [B.]. Deze nam onder andere de rapportages aan de bank voor zijn rekening. Dat betekent dat een deel van de verwijten die in deze aan [verweerder] worden gemaakt, ook aan [B.] moeten worden gemaakt.

3.14 Omdat voor begin april 2009 een belangrijk gesprek met de bank gepland stond wilde [verweerder] zo snel mogelijk na 26 maart 2009 weer aan het werk gaan, hoewel voor een longembolie een hersteltermijn van 4 - 6 maanden staat. Daaruit en uit het feit dat hij steeds fulltime beschikbaar was voor reizen ten behoeve van de inkoop en deelname aan beurzen blijkt dat [verweerder] geen van "9 tot 5"-mentaliteit had.

[verweerder] bleek echter teveel van zijn lichaam te vergen en heeft zich vervolgens opnieuw (volledig) ziek moeten melden. Het hielp daarbij niet dat [A.] hem na het gesprek bij de bank ronduit negatief bejegende.

3.15 Tijdens de ziekte van [verweerder] is [A.] alleen op 20 april 2009 bij hem geweest, met als enige doel zijn laptop op te halen. Vervolgens heeft [A.] [verweerder] per brief op 23 april 2009 laten weten dat zijn functie voorlopig door iemand anders wordt vervuld en dat hem uitdrukkelijk niet is toegestaan om contact te hebben met leveranciers, bankrelaties en andere partijen. Naar het verloop van de ziekte van [verweerder] is niet gevraagd.

3.16 Op 21 mei 2009 is [verweerder] vervolgens verzocht om de lease-auto en telefoon aan Persoon Outdoor Living te retourneren, op grond van de stelling dat deze alleen zakelijk zouden worden gebruikt. Ten aanzien van laptop en telefoon geldt dat [verweerder] deze ook privé gebruikte en afspraken omtrent inleveren van deze zaken tijdens ziekte zijn niet gemaakt. Niettemin heeft [verweerder] aan het verzoek van Persoon Outdoor Living voldaan.

3.17 In de brief van Persoon Outdoor Living van 22 juli 2009 wordt [verweerder] het verwijt gemaakt dat hij op 4 en 9 juni 2009 voor een gesprek is uitgenodigd, maar niet is verschenen. De eerste uitnodiging ontving [verweerder] pas een dag na de geplande datum voor het gesprek en het tweede gesprek werd telefonisch door de arbodienst afgezegd. Overigens had [verweerder] in zijn brief van 27 mei 2009 aan Persoon Outdoor Living laten weten dat hij een en ander op 12 juni 2009 met de bedrijfsarts wilde bespreken en er was geen reden waarom het noodzakelijk zou zijn al voor die tijd een gesprek te plannen.

3.18 Op aanraden van de arboarts heeft onder begeleiding van een mediator een gesprek plaatsgevonden. Uit de houding van [A.] bleek geen enkele bereidheid om tot een oplossing en tot reïntegratie te komen. Op 22 juli 2009 heeft Persoon Outdoor Living de conclusie getrokken dat de arbeidsovereenkomst beëindigd moest worden. Pas in de brief van die datum komt voor het eerst ter sprake dat er bedrijfseconomische redenen zouden zijn voor de beëindiging van het dienstverband. Dat komt niet geloofwaardig over, temeer niet omdat er nog steeds een interim-manager binnen het bedrijf actief is en [A.] kort voor 22 juli 2009 de functie van general manager nog als "onmisbaar" had bestempeld.

3.19 Vanwege de voortdurende arbeidsongeschiktheid, waardoor verband met een opzegverbod bestaat en wegens het niet voldoende aangetoond zijn van de noodzaak tot ontslag wegens bedrijfseconomische redenen, moet het verzoek worden afgewezen. Als de kantonrechter oordeelt dat toch ontbonden moet worden, dient een vergoeding aan [verweerder] te worden toegekend, nu de gewijzigde omstandigheden in het geheel niet aan hem te wijten zijn. In dit verband geldt dat [verweerder] niet in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp, zodat Persoon Outdoor Living moet worden veroordeeld tot (gedeeltelijke) vergoeding van de door [verweerder] gemaakte kosten van rechtsbijstand.

4 Beoordeling

4.1 De kantonrechter heeft zich er van vergewist of het verzoek verband houdt met een opzegverbod zoals bedoeld in artikel 7:685 BW.

4.2 De primaire grond waar Persoon Outdoor Living haar verzoek op baseert betreft de noodzaak tot reorganisatie, in welk kader zij de functie van [verweerder] en twee andere werknemers laat vervallen.

4.3 [verweerder] heeft gemotiveerd weersproken dat de functie van general manager is of zal vervallen en heeft in dat verband gewezen op een email van de directeur van april 2009, waarin deze de functie van general manager juist als essentieel bestempelt en om die reden wegens het uitvallen van [verweerder] wegens ziekte aankondigt die functie te doen vervullen door een extern ingehuurde manager. Ook ten tijde van de mondelinge behandeling is die interim manager, zoals onweersproken is gesteld door [verweerder], nog fulltime in functie, terwijl Persoon Outdoor Living betoogt dat de reorganisatie met ingang van 1 augustus 2009 tot een aanpassing van de organisatie had moeten leiden.

4.4 Het verweer van [verweerder] dat de twee andere personeelsleden van wie de functie volgens Persoon Outdoor Living zou moeten vervallen, niet zijn ontslagen, maar zelf ontslag hebben genomen en ten aanzien van de functie van logistiek medewerker door een ZZP-er is vervangen, is door Persoon Outdoor Living niet weersproken.

4.5 Persoon Outdoor Living heeft zich ter onderbouwing van de noodzaak van de reorganisatie beroepen op slechte financiële resultaten en eisen van de bank.

Met betrekking tot die resultaten heeft Persoon Outdoor Living de jaarrekeningen van 2007-2008 en (ter gelegenheid van de mondelinge behandeling) van 2008-2009 alsmede een "aangescherpte" begroting over 2009-2010 overgelegd.

4.6 Na een in 2006-2007 gerealiseerde winst van € 326.442,-, terzake waarvan aan de enige aandeelhouder van Persoon Outdoor Living een dividend van € 64.000,- is toegekend dat in het daarop volgende boekjaar is betaald, heeft het resultaat 2007-2008 een verlies te zien gegeven van afgerond € 75.000,-. Met betrekking tot dat verlies heeft [verweerder] gesteld dat in dat boekjaar diverse uitzonderlijke kosten tot ongeveer die hoogte zijn genomen, verband houdende met de verhuizing van de onderneming. Die stellingen zijn door Persoon Outdoor Living niet althans niet voldoende weersproken.

4.7 De jaarcijfers over het boekjaar 2008-2009 tonen een aanzienlijk afgenomen omzet en mede ten gevolge daarvan ontstaan verlies van afgerond € 377.000,-. De accountant vermeldt daarbij dat de daling van de brutomarge mede is veroorzaakt door het niet afdekken van de koersrisico's, terwijl Persoon Outdoor Living verklaard heeft dat voor het lopende boekjaar die voorziening wel is getroffen. De kosten over dat boekjaar zijn in absolute getallen uitgedrukt nagenoeg gelijk gebleven, onder meer doordat voor afgerond € 62.000,- kosten voor ingehuurd personeel zijn gemaakt.

4.8 De begroting over 2009-2010 gaat uit van een omzet van € 4.000.000,-, een fractie lager dan de over 2008-2009 gerealiseerde omzet en resulteert in een marginale winst voor belastingen. De kostenuitsplisting die in die begroting is gehanteerd laat een hoger bedrag aan lonen, sociale lasten, pensioenlasten en diverse personeelskosten van bij elkaar geteld € 668.800,-. zien dan die posten in de jaarrekening 2008-2009 bedragen, namelijk € 650.866,-. Bij praktisch gelijkblijvende of zelfs licht stijgende kosten wordt dan ook toch break-even of zelfs een marginaal positief resultaat verwacht. Kennelijk is in die begroting toch niet met een serieuse personeelsreductie althans niet met een personeelsreductie zonder daartegenoverstaande hogere kosten voor in te huren krachten gerekend, zodat de conclusie van Persoon Outdoor Living dat het beëindigen van het dienstverband met [verweerder] noodzakelijk is, met de begroting niet voldoende onderbouwd is.

4.9 Ook de stelling van Persoon Outdoor Living dat de bank aanpassing in de personele bezetting als voorwaarde voor het voortzetten van de kredietfaciliteit stelt, is niet aannemelijk gemaakt.

4.10 Bovendien blijkt uit de jaarstukken dat Persoon Outdoor Living, ook na het verlies over 2008-2009 nog over een eigen vermogen van € 471.146,-. (waarvan reserves ad € 225.766,-.) beschikt, terwijl de kortlopende schuld aan de bank is teruggelopen.

4.11 Sinds 26 maart 2009 is [verweerder] - met een korte onderbreking in april - arbeidsongeschikt ten gevolge van een longembolie. Van reïntegratie is (nog) geen sprake geweest. Persoon Outdoor Living heeft naar aanleiding van een vraag gesteld dat de kosten van het salaris van [verweerder] bij arbeidsongeschiktheid zijn verzekerd, zodat die kosten niet op het exploitatieresultaat drukken.

4.12 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat in dit geval (nog) geen sprake is van een zodanige verandering in de omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op grond van bedrijfseconomische redenen billijkheidshalve na korte tijd behoort te eindigen.

4.13 Subsidiair heeft Persoon Outdoor Living haar verzoek gebaseerd op een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding door een negatieve werkhouding en onvoldoende functioneren van [verweerder] [verweerder] heeft gemotiveerd weersproken dat hem ter zake van zijn functioneren een verwijt is gemaakt of kan worden gemaakt. Persoon Outdoor Living heeft haar stelling alleen onderbouwd door overlegging van haar brief van 22 juli 2009, waarin zij stelt al vanaf november 2007 niet tevreden te zijn over de werkhouding van [verweerder], echter enig bewijs brengt zij daar niet voor bij, terwijl dat juist wel van haar verwacht mag worden. Het bestaan van een verstoorde arbeidsverhouding door het functioneren van [verweerder] is dan ook onvoldoende onderbouwd. Daar komt bij dat Persoon Outdoor Living de verwijten eerst aan het papier heeft toevertrouwd op een moment dat [verweerder] ten gevolge van een longembolie al enige tijd was uitgevallen en zich al bij Persoon Outdoor Living had beklaagd omtrent haar bejegening van hem in het bijzonder met betrekking tot het tijdens ziekte verlangen van afgifte van laptop, telefoon en lease-auto. Voor zover er al enige verstoring in de verhouding is opgetreden is dat aan Persoon Outdoor Living toe te rekenen, nu zij [verweerder] niet behoorlijk en afdoende heeft kunnen uitleggen op welke grond zij aanspraak kon maken op afgifte van voormelde zaken. Dat de daarop gevolgde mediation niet succesvol is afgerond doet er niet aan af dat de kantonrechter in dit stadium onvoldoende grond aanwezig acht om het subsidiaire verzoek te honoreren.

4.14 Op voormelde gronden wordt het verzoek wordt afgewezen. Wat partijen verder hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking nu dat de beslissing in deze niet anders maakt.

4.15 De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding om Persoon Outdoor Living in de proceskosten als na te noemen te veroordelen.

Beslissing

De kantonrechter:

1. wijst het verzoek af;

2. veroordeelt Persoon Outdoor Living in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op € 400,- voor salaris van de gemachtigde van [verweerder], onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde BTW.

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.E. Kastein, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 oktober 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.