Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6862

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
17-12-2009
Zaaknummer
350452 - KG ZA 09-1436
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Verboden wijziging inschrijving na indienen. Geen raamovereenkomst. Correcte puntentelling. Beoordelaar betrokken bij meerdere inschrijvers, aanbesteding niet oneerlijk verlopen. Vorderingen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2009/124
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 350452 / KG ZA 09-1436

Vonnis in kort geding van 16 december 2009

in de zaak van

1. de besloten vennootschap HVL B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

2. de besloten vennootschap OUTDOOR MAINTENANCE COMPANY-GROUP

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

advocaat mr. T.H. Chen te ’s-Gravenhage,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon DE PROVINCIE ZUID-HOLLAND,

zetelende te ’s-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. M.C. Pinto te ’s-Gravenhage.

Eiseressen worden hierna aangeduid als ‘HVL’ en ‘OMC’ en gezamenlijk als ‘de Combinatie’. Gedaagde zal worden aangeduid als ‘de Provincie’.

1. De procedure

1.1. Bij exploot van 23 oktober 2009 heeft de Combinatie de Provincie doen dagvaarden om op 2 december 2009 te verschijnen ter terechtzitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank.

1.2. Ter zitting van 2 december 2009 is de zaak mondeling behandeld. Partijen hebben hun standpunten met pleitnotities en producties toegelicht. De Provincie en de Combinatie zijn voorts in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 4 december 2009 nog een akte respectievelijk een antwoordakte te nemen. Vooruitlopend op deze aktewisseling is de datum voor het vonnis bepaald op heden.

1.3. Op 2 december 2009 heeft de Provincie een akte houdende nadere productie genomen, met een productie. Op 4 december 2009 heeft de Combinatie een akte uitlating productie genomen.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 2 december 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Op 15 juli 2009 heeft de Provincie in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie een openbare Europese aanbesteding aangekondigd voor de levering, plaatsing, onderhoud, schadeherstel en exploitatie van abri’s, fietsenstallingen en fietskluizen (kenmerk 2009/S 133-194345). Het doel van de aanbesteding is het afsluiten van een overeenkomst met maximaal één leverancier voor het leveren, plaatsen, onderhouden, herstellen van schade en exploiteren van abri’s alsmede het leveren en plaatsen van fietsenstallingen behorende tot het areaal van de aanbestedende dienst. De aankondiging vermeldt dat dit areaal op dit moment 440 bushaltes telt, waarvan circa 330 bushaltes zijn voorzien van een abri. De looptijd van de opdracht is tien jaar, met de optie om twee maal met twee jaren te verlengen.

2.2. In het Beschrijvend Document bij de aanbesteding is bepaald dat als gunningscriterium de economisch meest voordelige inschrijving heeft te gelden, waarbij de subcriteria kwaliteit en de prijs elk voor 50% wegen.

2.3. Het subcriterium kwaliteit is in het Beschrijvend Document onderverdeeld in een Plan van Aanpak (50 punten), Productbeoordeling (40 punten) en Duurzaam Ondernemen (10 punten).

2.4. Voor het subcriterium prijs kunnen volgens het Beschrijvend Document 100 punten worden behaald, te berekenen met behulp van een prijzenblad dat als “Bijlage IV 2009 024 Prijzenblad haltemeubilair definitief.xls” aan potentiële inschrijvers ter beschikking is gesteld via de website www.aanbestedingskalender.nl.

2.5. In het prijzenblad wordt de totaalprijs berekend door – kort gezegd – optelling van enerzijds de prijzen voor onderhoud en schadeherstel (het onderdeel “Prijs Onderhoud en Schadeherstel”) en anderzijds de prijzen voor levering en plaatsing van abri’s, fietsenstallingen en fietskluizen (het onderdeel “Prijs levering en plaatsing t.b.v. vervanging en uitbreiding areaal”), een en ander verminderd met de aan de Provincie toekomende opbrengsten van de reclame-exploitatie van abri’s (het onderdeel “Prijs exploitatie”). Een vierde onderdeel van het prijzenblad, “Prijzen (optioneel)”, is niet van rekenkundige invloed op de totaalprijs.

2.6. In paragraaf 5.3 van het Beschrijvend Document is over het gebruik van het prijzenblad onder meer bepaald:

“Het staat Inschrijvers vrij, om in de gegeven tabellen aanvullende rijen met gegevens op te nemen. Wijziging van de opzet en de lay-out van de tabellen is niet toegestaan. (…)

Het niet, niet volledig of niet indienen van de prijsopgaaf, en/of manipulatie van het prijsmodel kan leiden tot uitsluiting van verdere beoordeling van de Inschrijving.”

2.7. Door potentiële inschrijvers zijn vragen gesteld over de aanbesteding. In de Nota van Inlichtingen van 28 augustus 2009 zijn de navolgende vragen door de Provincie als volgt beantwoord:

“Vraag 15:

Een vraag aangaande de 40 punten die te behalen zijn op productbeoordeling is; hoe hard wordt welke eis beloond met punten / punten in mindering gebracht? Krijgt de “beste abri 40 punten en de 2e abri

0 punten?”. Met andere woorden, hoe worden de 40 punten verdeeld? Kunt u hierop concreet antwoord (inclusief puntenverdeling per eis aan het object) geven?

Antwoord:

In totaal worden aan de productbeoordeling maximaal 40 punten toegekend. Deze zijn als volgt verdeeld over de te beoordelen aspecten:

- algehele afwerking 5 punten

- materiaalgebruik 5 punten

- vandalismebestendigheid 5 punten

- uitstraling/esthetica 10 punten

- onderhoudsvriendelijkheid 5 punten

- gebruikersvriendelijkheid 10 punten

In geval op een aspect maximaal 5 punten kunnen worden gescoord loopt de score uiteen van 1 tot 5 punten. Iedere abri wordt los van de andere abri’s beoordeeld. Verschillende abri’s kunnen dus eenzelfde score behalen.

(…)

Vraag 57:

Welke gegevens mag de inschrijver in de aanvullende tabellen vrij opnemen. (…)

Antwoord:

De inschrijver mag naar eigen inzicht aanvullende informatie aanreiken. Hetgeen gevraagd in de aanbestedingsleidraad betreft minimumeisen (…)

(…)

Vraag 59:

De gevraagde optionele prijzen, tellen die mee in de weging?

Antwoord:

Nee.

Vraag 60:

Waarvoor dienen de optionele prijzen?

Antwoord:

Om zicht te krijgen op prijzen voor producten en diensten die onderdeel uitmaken van deze aanbesteding, maar die geen onderdeel zijn van het gunningscriterium prijs.

Vraag 61:

Indien de exploitant ervoor kiest om geen reclame te voeren in de huidige abri’s in verband met de (te) korte terugverdientijd van de bijbehorende investering.

Is de afdracht “opbrengst reclame exploitatie” dan alleen van toepassing bij de vervangen abri’s?

Antwoord:

Ja. In het invullen van het prijzenblad kan er van worden uitgegaan dat de gevraagde opbrengst uit exploitatie alleen van toepassing is op abri’s waar ook daadwerkelijk reclame wordt geëxploiteerd. Voor de prijsvorming wordt er van uitgegaan dat dit alle abri’s betreft. In een deel van de abri’s zal geen reclame worden gevoerd. De daadwerkelijke opbrengst (per periode) zal steeds op basis van daadwerkelijk realisatie worden bepaald.”

2.8. Met een e-mail van 3 september 2009 heeft de Combinatie de Provincie erop gewezen dat het op grond van het Beschrijvend Document mogelijk is om een irreële inschrijving te doen. Deze bestaat (kort gezegd) hierin dat een inschrijver bij het onderdeel “Prijs exploitatie” een irreëel hoge opbrengst van de reclame-exploitatie kan bieden, met een lagere totaalprijs als gevolg, terwijl in de praktijk slechts een fractie van deze opbrengst wordt gerealiseerd.

2.9. In een tweede Nota van Inlichtingen, van 4 september 2009, heeft de Provincie de volgende rectificatie opgenomen, die vervolgens op 8 september 2009 ook in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie (kenmerk 2009/S 172-247475) is gepubliceerd:

“Aanvullende eis bij het invullen van het prijzenblad.

Indien aanbieder besluit op het prijzenblad een bedrag in te vullen bij het onderdeel “Prijs Exploitatie” committeert de aanbieder zich aan het exploiteren van minimaal 150 abri’s binnen 6 jaar.”

2.10. De Provincie heeft voorts het prijzenblad zo aangepast, dat onder “Prijs Exploitatie” één enkele post “150 abri’s”is opgenomen.

2.11. Meerdere partijen hebben tijdig ingeschreven op de aanbesteding, waaronder de Combinatie (dat wil zeggen: HVL en OMC met twee identieke inschrijvingen, die hierna als één inschrijving van de Combinatie zullen worden aangeduid) en OFN B.V. (hierna: OFN).

2.12. De Combinatie heeft bij haar inschrijving een prijzenblad ingediend waarop zij een aanvullende post “155 extra abri’s” heeft opgenomen bij het onderdeel “Prijs exploitatie”. Voor dit onderdeel heeft de Combinatie een reclameopbrengst van € 3.085.000,-- voor 10 jaar opgegeven, te weten € 450.000,-- voor 150 abri’s en € 2.635.000,-- voor 155 extra abri’s.

2.13. Op 15 september 2009 zijn de door de inschrijvers aangeboden producten beoordeeld.

2.14. Bij e-mail van 18 september 2009 heeft de Provincie aan de Combinatie en OFN verzocht om hun prijzenbladen opnieuw in te vullen onder verwijdering van toegevoegde posten. De e-mail vermeldt onder meer:

“Ik verzoek u geen wijzigingen in de sheet door te voeren en enkel en alleen de gearceerde velden in te vullen.

(…)

Voor de volledigheid wil ik erop wijzen dat:

De aangeboden prijzen zoals reeds opgenomen in uw offerte voor ‘onderhoud en schadeherstel’ niet gewijzigd mogen worden.”

2.15. Op 22 september 2009 heeft de Combinatie per e-mail een gewijzigd prijzenblad in concept toegestuurd aan de Provincie. Hierop is de toegevoegde post “extra abri’s” verwijderd. De Combinatie heeft voor de (resterende) post “150 abri’s” een reclameopbrengst van € 1.542.500,-- voor 10 jaar opgegeven.

2.16. Bij e-mail van 22 september 2009 heeft de Provincie aan de Combinatie bericht dat zij akkoord is met het door de Combinatie aangeleverde prijzenblad.

2.17. Bij e-mail van 23 september 2009 heeft de Combinatie een getekende versie van het onder 1.12 vermelde prijzenblad aan de Provincie toegezonden.

2.18. Bij brief van 8 oktober 2009 heeft de Provincie aan de Combinatie bericht dat de opdracht voorlopig is gegund aan OFN.

2.19. Op 16 oktober 2009 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de Combinatie en de Provincie. In dit gesprek heeft de Provincie uiteengezet dat zij bij de beoordeling van het criterium prijs niet de naar aanleiding van haar e-mail van 18 september 2009 aangepaste prijzenbladen heeft vergeleken, maar de oorspronkelijke bij de inschrijving ingediende prijzenbladen, waarbij zij voor het onderdeel “Prijs exploitatie” uitsluitend de post “150 abri’s” bij haar weging heeft betrokken.

3. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

3.1. Na ter zitting van 3 december 2009 haar eis te hebben verminderd, vordert de Combinatie (zakelijk weergegeven) de Provincie te gelasten de aanbesteding te staken en gestaakt te houden en haar te gebieden, zo zij nog tot gunning van de opdracht wenst over te gaan, om de opdracht op basis van deze aanbesteding opnieuw aan te besteden met inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling, zorgvuldigheid en transparantie, een en ander op straffe van een dwangsom. Subsidiair vordert de Combinatie die voorzieningen te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht.

3.2. Aan haar vordering legt de Combinatie het volgende ten grondslag.

Ten aanzien van het criterium prijs heeft de Provincie in de eerste plaats toegegeven dat niet alleen de eerste aanbieding van de Combinatie, maar ook die van OFN een uitbreiding bij het onderdeel “Prijs exploitatie” bevat ten opzichte van de kennelijke wens van de provincie om slechts een prijs voor 150 abri’s te beoordelen. Daarmee baseert de Provincie haar gunningsbeslissing uiteindelijk op een interpretatie van een tweetal inschrijvingen die volgens haar in strijd zijn met haar wens. De Combinatie kan deze interpretatie niet beoordelen, in elk geval acht zij die interpretatie ten aanzien van haar eigen prijs onjuist. De Combinatie heeft immers onvoorwaardelijk een reductie aangeboden op in totaal 305 abri’s en is daarmee in hoge mate tegemoet gekomen aan de wens van de provincie om ingeval van reclame-exploitatie tenminste 150 abri’s aan te bieden. In de aanbestedingsdocumenten stond nergens dat bij de prijs voor exploitatie moest worden uitgegaan van maximaal 150 abri’s. De Provincie had ook toegestemd in de toevoeging van gegevens zoals de Combinatie heeft gedaan. De Provincie is daarom ten onrechte uitgegaan van de lage reclameopbrengst uit het oorspronkelijke door de Combinatie ingediende prijzenblad.

In de tweede plaats heeft te gelden dat de Provincie kan niet terugkomen op haar verzoek tot wijziging van de eerste aanbieding en op haar schriftelijke goedkeuring van de opzet van de tweede aanbieding.

In de derde plaats kan de grens tussen verplichte en optionele onderdelen in het prijzenblad verschillend worden geïnterpreteerd, waardoor onduidelijk is of bepaalde werkzaamheden die zijn opgesomd in de optionele lijst, nu wel of niet onder het eerste onderdeel (onderhoud en schadeherstel) moesten worden meegenomen.

Deze verwarring hangt samen met het feit dat de aanbesteding een raamovereenkomst betreft met één ondernemer. Er is echter niet voldaan aan het vereiste van artikel 32 lid 7 Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) dat een dergelijke raamovereenkomst alle voorwaarden voor toekomstige opdrachten moet bevatten. Daarnaast is de 10-jarige looptijd van de raamovereenkomst in strijd met artikel 32 lid 5 Bao dat bepaalt dat raamovereenkomsten geen langere looptijd mogen hebben dan vier jaar.

Ten aanzien van het criterium kwaliteit heeft te gelden dat inschrijvers de instructies over het proefmodel anders hebben geïnterpreteerd; de proefmodellen wijken te zeer af van elkaar en dit geeft ruimtelijk een ander eindruk. Daarnaast blijkt uit de motivering van de gunningsbeslissing van een merkwaardige puntentelling, namelijk een puntentelling waaruit moet worden afgeleid dat de beoordelaars met decimalen hebben gewerkt. Dit is uiterst onwaarschijnlijk. Verder is het lidmaatschap van de heer Bubberman van de beoordelingscommissie in strijd met het beginsel van gelijke behandeling (vergelijk GEA 17 maart 2005, T-160/03 Afcon). Bubberman is een autoriteit op het gebied van abri’s en betrokken bij het ontwerp van OFN.

3.3. De Provincie voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling

Vooraf

4.1. De bezwaren van de Combinatie komen er in de kern genomen op neer dat volgens haar verschillende interpretaties mogelijk zijn van de verplichtingen die voortvloeien uit het Beschrijvend Document, en met name van de wijze waarop die verplichtingen in het prijzenblad moeten worden ingevuld. De Combinatie acht dit in strijd met de beginselen van gelijke behandeling, transparantie en zorgvuldigheid.

4.2. Bij de beoordeling wordt het volgende vooropgesteld. Het transparantiebeginsel strekt ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Dit impliceert dat alle voorwaarden van de gunningsprocedure in de aanbestedingsdocumenten worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, zodat de behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de juiste draagwijdte kan begrijpen en de aanbestedende dienst in staat is om na te gaan of de inschrijvingen beantwoorden aan de gestelde criteria (vergelijk Hof van Justitie 29 april 2004, C-496, 99). Dat brengt niet alleen mee dat alle inschrijvers op gelijke wijze worden behandeld, maar ook dat zij, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaatsvindt. Hieruit vloeit voort dat deelnemers aan een aanbesteding vooraf moeten weten op welke wijze en op grond van welke criteria zij beoordeeld worden.

Het criterium prijs

4.3. Ter beoordeling staat eerst de stelling van de Combinatie dat de Provincie bij de beoordeling van de inschrijvingen niet had mogen uitgaan van de oorspronkelijke, bij de inschrijving ingediende prijzenbladen. De Provincie spreekt dit tegen en zij voert aan dat het naar aanleiding van haar verzoek van 13 september 2009 aangepaste prijzenblad van de Combinatie een ongeoorloofde wijziging bleek te bevatten. De Combinatie heeft in haar tweede prijzenblad het bedrag voor het onderdeel “Prijs exploitatie” aangepast, waarmee zij zich niet heeft gehouden aan het voorschrift geen wijzigingen door te voeren, aldus de Provincie.

4.4. Uit de overgelegde aanbestedingsdocumenten blijkt dat aan potentiële inschrijvers vooraf op heldere wijze kenbaar is gemaakt dat zij geen wijzigingen in de sheet mochten doorvoeren en dat zij enkel en alleen de gearceerde velden dienden in te vullen. Uit deze documenten blijkt voorts dat het inschrijvers op zichzelf vrijstond om in de gegeven tabellen van het prijzenblad aanvullende rijen met gegevens op te nemen, zonder dat die extra gegevens van invloed zouden zijn op de beoordeling; het toevoegen van prijzen die een rol spelen bij de weging, was niet toegestaan (zie 2.6). Een dergelijke wijze van aanvullen duidt, zoals de Provincie terecht heeft betoogd, op manipulatie van het prijsmodel. Verder is het voorgeschreven prijzenblad duidelijk geformuleerd en niet voor meerdere uitleg vatbaar: het onderdeel “Prijs exploitatie” bevat één enkele post voor 150 abri’s. Hieruit volgt dat de Combinatie zich bij het onderdeel “Prijs exploitatie” diende te beperken tot de opgave van een verwachte exploitatieopbrengst van 150 abri’. Zij heeft op het prijzenblad bij haar inschrijving echter een tweede post voor 155 extra abri’s toegevoegd en deze laten meetellen bij de door haar begrootte totale exploitatieopbrengst. In verband hiermee heeft de Provincie de Combinatie bij e-mail van 18 september 2009 verzocht haar prijzenbladen opnieuw in te vullen onder verwijdering van toegevoegde posten.

4.5. Naar aanleiding hiervan heeft de Combinatie de post voor 155 extra abri’s verwijderd, maar tegelijk heeft zij de exploitatieopbrengst voor 150 abri’s ten opzichte van haar eerdere opgave naar boven bijgesteld met een lagere inschrijfsom tot gevolg. Daarmee heeft de Combinatie haar inschrijving na het moment van indienen inhoudelijk gewijzigd. Een dergelijke wijziging is volgens vaste rechtspraak niet toegestaan. Naar voorlopig oordeel heeft de Provincie daarom terecht teruggegrepen op het oorspronkelijke, bij de inschrijving ingediende prijzenblad van de Combinatie waarbij de Provincie op het onderdeel “Prijs exploitatie” alleen de opgave voor 150 abri’s liet meetellen bij de berekening van de totaalprijs. Het verweer van de Provincie op dit punt slaagt dus, nog daargelaten dat de Provincie overeenkomstig artikel 5.3 van het Beschrijvend Document de Combinatie hiervoor in beginsel ook had kunnen uitsluiten van de aanbestedingsprocedure.

Raamovereenkomst?

4.6. Aan de orde is dan het standpunt van de Combinatie dat uit de aanbestedingsdocumenten moet worden afgeleid dat sprake is van een onvolledige, en in looptijd ontoelaatbaar lange raamovereenkomst. Volgens haar is sprake van strijdigheid met artikel 32 lid 5 en 7 Bao.

4.7. De voorzieningenrechter volgt de Combinatie hierin niet. In de tot de aanbestedingsdocumenten behorende conceptovereenkomst voor de opdracht is, in samenhang met (onder meer) het Beschrijvend Document en de inschrijving van de winnende inschrijver die deel uitmaken van de overeenkomst, het voorwerp van de opdracht nauwkeurig bepaald. Het gaat hier in essentie om één vastomlijnde opdracht voor het leveren, plaatsen, onderhouden, herstellen van schade en exploiteren van abri’s alsmede het leveren en plaatsen van fietsenstallingen, waarbij de hoeveelheid straatmeubilair in het Beschrijvend Document overwegend vooraf is vastgesteld. Weliswaar laat de conceptovereenkomst ruimte voor latere opdrachten (bijvoorbeeld naar aanleiding van een door vandalisme vernield bushokje), maar deze zijn naar voorlopig oordeel verhoudingsgewijs van zodanig geringe betekenis, dat de conceptovereenkomst daardoor niet, althans niet ten volle het karakter van een raamovereenkomst krijgt. Een van de wezenlijke kenmerken van een raamovereenkomst is dat deze, anders dan de onderhavige conceptovereenkomst, (rand)voorwaarden schept voor latere (deel)opdrachten; de nadruk ligt op de deelopdrachten. Het accent bij de onderhavige conceptovereenkomst ligt echter in hoge mate op de in detail gespecificeerde werkzaamheden ten aanzien van een grotendeels vastgestelde hoeveelheid straatmeubilair. Hieraan doet niet af dat de conceptovereenkomst zelf op verschillende plaatsen rept over de ‘raamovereenkomst’; deze enkele aanduiding doet het hiervoor beschreven karakter van de conceptovereenkomst niet verschuiven. Uit het voorgaande volgt dat het bepaalde in artikel 32 lid 5 en 7 Bao geen toepassing vindt.

Het criterium kwaliteit

4.8. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de stelling van de Combinatie dat inschrijvers de instructies over het proefmodel anders hebben geïnterpreteerd omdat de proefmodellen in de visie van de Combinatie te zeer van elkaar afwijken. De Combinatie heeft deze stelling tegenover het gemotiveerde verweer van de Provincie onvoldoende onderbouwd. Het wekt weinig bevreemding wanneer verschillende inschrijvers bij een aanbesteding als de onderhavige ook verschillende en daarmee afwijkende producten aanbieden. Dit is inherent aan de concurrentie tussen aanbieders waar het gaat om hun producten. Ook hier wijken de door de inschrijvers getoonde producten enigszins van elkaar af. Daarmee is echter nog niet gezegd dat de inschrijvers de instructies uit de aanbestedingsdocumenten verschillend hebben geïnterpreteerd. De Combinatie heeft in zoverre onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat de in 4.2 beschreven regel is geschonden, zoals zij heeft betoogd.

4.9. Het betoog van de Combinatie dat sprake is van een merkwaardige (en naar de rechtbank begrijpt: daarmee ondeugdelijke) puntentelling ten aanzien van het criterium kwaliteit, slaagt evenmin. Ter zitting heeft de Provincie aan de hand van rekenvoorbeelden en citaten uit de scoretabel genoegzaam toegelicht dat de eindscores gemiddelden zijn van de door de individuele beoordelaars toekende scores en dat dit het gebruik van decimalen bij de eindscores rekenkundig verklaart.

De rol van Bubberman

4.10. Ten slotte heeft de Combinatie het resultaat van de aanbesteding ter discussie gesteld vanwege de rol die een van de beoordelaars in deze aanbestedingsprocedure, Bubberman, heeft gespeeld bij het ontwerp van de abri van de winnende inschrijver, OFN.

4.11. De Provincie heeft de door de Combinatie gestelde betrokkenheid van Bubberman niet betwist. De voorzieningenrechter is evenwel van oordeel dat de Combinatie, ofschoon betrokkenheid van een beoordelaar bij een inschrijver uiterst onwenselijk is, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beoordeling van de inschrijvingen hierdoor in dit geval oneerlijk is verlopen. Tussen partijen is niet in geschil dat Bubberman een autoriteit is op het terrein van het ontwerp van abri’s en dat hij een vergelijkbare rol heeft gespeeld bij de ontwerpen van abri’s van andere aanbieders, waaronder ook de Combinatie. De Combinatie heeft voorts niet weersproken dat de door hem toegekende scores geen doorslaggevende (rekenkundige) betekenis hebben gehad voor de uiteindelijke uitkomst van de aanbestedingsprocedure. Onder deze omstandigheden vormt het enkele lidmaatschap van Bubberman onvoldoende reden voor de gevorderde heraanbesteding.

Resumerend

4.12. Uit het voorgaande volgt dat het verweer van de Provincie op alle onderdelen slaagt. Dit leidt ertoe dat de vordering van de Combinatie zal worden afgewezen met veroordeling van de Combinatie, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt de Combinatie in de kosten van deze procedure, tot dusverre aan de zijde van de Provincie begroot

op € 1.078,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 262,-- aan griffierecht;

- bepaalt dat indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis aan deze proceskostenveroordeling zal zijn voldaan, wettelijke rente hierover is verschuldigd;

- verklaart de proceskostenveroordeling en de bepaling over de wettelijke rente uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2009.

mlh