Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6506

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-11-2009
Datum publicatie
14-12-2009
Zaaknummer
09/750006-06 Kenmerk RK: 09/1772
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beschikking op verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoekschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/750006-06

Kenmerk RK: 09/1772

Beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1939 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

te dezer zake domicilie kiezende te Amsterdam,

Keizersgracht 560-562 (1017 EM), ten kantore van advocaat mr. M. Pestman,

ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 25 mei 2009, strekkende tot een vergoeding ten laste van de Staat van de kosten van zijn raadslieden tot een bedrag van in totaal

€ 40.055,29, vermeerderd met een bedrag van € 275, danwel € 540,- indien de behandeling in raadkamer zal plaatsvinden, in verband met de kosten van het indienen en behandelen van dit verzoekschrift.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer.

De rechtbank heeft op 17 november 2009 dit verzoekschrift in raadkamer behandeld.

Verzoeker is -hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen- niet in raadkamer verschenen; wel aanwezig was zijn raadsvrouw, mr. S. Hopman, advocaat te Amsterdam.

De officier van justitie heeft in raadkamer geconcludeerd tot primair niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in het verzoekschrift, subsidiair tot afwijzing en meer subsidiair tot matiging van het verzoek.

Beoordeling van het verzoekschrift.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot behandeling van het verzoek.

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door de kennisgeving van niet verdere vervolging van de officier van justitie gedateerd 31 maart 2009. Het verzoek is derhalve tijdig ingekomen.

In deze procedure wordt, naast de forfaitaire vergoeding van € 540,-, verzocht om vergoeding van de kosten van de Filippijnse raadslieden van verzoeker, in het klaagschrift geduid als kosten ex artikel 591a Sv.

Uit het strafdossier en ter zitting is gebleken dat in de onderliggende strafzaak op last van de rechter aan de raadsman van verzoeker een toevoeging is afgegeven en dat die toevoeging niet is ingetrokken of beëindigd voordat de zaak was geëindigd. Eveneens is gebleken dat de advocaten van het kantoor van mr. Pestman, de toegevoegd raadsman, hun werkzaamheden hebben verricht op basis van die toevoeging.

Reeds gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de uitzonderingssituatie, als bedoeld in artikel 591a, tweede lid, Sv. zich voordoet , zodat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek tot vergoeding van de kosten rechtsbijstand, waaronder ook de kosten voor rechtsbijstand in de onderhavige procedure.

De vragen in hoeverre de kosten van buitenlandse raadslieden onder de vergoeding van artikel 591a Sv vallen, of de constatering van de rechtbank dat naast de urenspecificatie facturen/declaraties aan [verzoeker] ontbreken niet in de weg staat aan de toewijsbaarheid van het verzochte, of de overgelegde urenspecificatie voldoende duidelijk en specifiek is om te kunnen beoordelen of de berekende kosten redelijk zijn en ten slotte de vraag in hoeverre de kosten ook inderdaad redelijk zijn – waarbij onder andere de mogelijkheid van vermenging van kosten voor werkzaamheden ten behoeve van onderzoek in een eventuele Filippijnse (straf)zaak, de noodzaak van meer dan één Filippijnse advocaat en de werkzaamheden verricht in de periode dat verzoeker in beperkingen zat betrokken zouden moeten worden – blijven gelet daarop onbeantwoord.

Beslissing.

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoekschrift.

Aldus gedaan te 's-Gravenhage door mr. G.H.M. Smelt, rechter, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Terwel, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 november 2009.