Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6505

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-11-2009
Datum publicatie
14-12-2009
Zaaknummer
09/750006-06 Kenmerk RK: 09/2165
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beschikking op verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoekschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/750006-06

Kenmerk RK: 09/2165

Beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1939 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

te dezer zake domicilie kiezende te Utrecht,

Schoolplein 5A (3581 PX), ten kantore van advocaat mr. D. Gürses,

ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 29 juni 2009, strekkende tot een vergoeding ten laste van de Staat van de kosten van zijn raadslieden tot een bedrag van in totaal € 7.764,75, vermeerderd met een bedrag van in totaal € 41,60 in verband met de door de raadsman ten behoeve van het onderzoek en de behandeling der zaak gemaakte reiskosten en € 275, danwel € 550,- indien de behandeling in raadkamer zal plaatsvinden, in verband met de kosten van het indienen en behandelen van dit verzoekschrift.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer.

De rechtbank heeft op 17 november 2009 dit verzoekschrift in raadkamer behandeld.

Verzoeker is -hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen- niet in raadkamer verschenen; wel aanwezig was zijn raadsman, mr. J.E. Jalandoni, advocaat te Utrecht.

De officier van justitie heeft in raadkamer geconcludeerd tot primair niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in het verzoekschrift, subsidiair tot afwijzing en meer subsidiair tot matiging van het verzoek.

Beoordeling van het verzoekschrift.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot behandeling van het verzoek.

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door de kennisgeving van niet verdere vervolging van de officier van justitie gedateerd 31 maart 2009. Het verzoek is derhalve tijdig ingekomen.

Ter zitting is, gelet op de verkaring van mr Jalandoni, gebleken dat het verzoek zo moet worden verstaan dat er een bedrag groot € 41,60 wordt verzocht voor reiskosten raadsman – verzoeker zat op dat moment gedetineerd – en een bedrag groot € 7.764,75 wordt verzocht voor kosten raadsman. Het in het verzoekschrift vermelde bedrag van € 7.806,35 is abusievelijk daarin opgenomen.

Uit het strafdossier en ter zitting is gebleken dat in de onderliggende strafzaak op last van de rechter aan de raadsman van verzoeker een toevoeging is afgegeven en dat die toevoeging niet is ingetrokken of beëindigd voordat de zaak was geëindigd.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van schadevergoeding op de voet van artikel 591a Sv. Verzoeker dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in het verzoek tot vergoeding van de kosten rechtsbijstand, waaronder ook reiskosten van de raadsman en de kosten voor rechtsbijstand in de onderhavige procedure.

De vragen in hoeverre de kosten voor de bemoeienis van twee advocaten van het kantoor van mr. Gürses redelijk te achten zijn, hoe de gelijktijdige bemoeienis van mr. Pestman met deze zaak en de contacten met hem zich verhouden met de thans verzochte kosten en de vraag welk deel van de kosten, deels gemaakt in de tijd dat verzoeker in beperkingen zat, niet in het kader van zijn bijstand gemaakt, maar voor besprekingen met de familie van verzoeker, blijven derhalve thans onbeantwoord.

Beslissing.

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoekschrift.

Aldus gedaan te 's-Gravenhage door mr. G.H.M. Smelt, rechter, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Terwel, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 november 2009.