Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6463

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-11-2009
Datum publicatie
15-12-2009
Zaaknummer
348799 / KG ZA 09-1310
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Tegenstrijdig belang i.z.v. artikel 2:256 BW. Curator beroept zich terecht op vernietiging van een aantal overeenkomsten o.g.v. artikel 2:256 BW. Deze overeenkomsten zijn overigens zeer kort voor faillissement aangegaan. Vorderingen eisers afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 23 november 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 348799 / KG ZA 09-1310 van:

1. [eiser],

2. [eiseres],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. A. Vijftigschild te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg,

tegen:

[de curator] q.q. in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Villa Rozenrust B.V.,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

in persoon verschenen.

Eiser sub 1 wordt hierna aangeduid als '[eiser]', eiseres sub 2 als '[eiseres]', eiser sub 1 en eiseres sub 2 gezamenlijk als 'eisers' en gedaagde als 'de curator'.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 9 november 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Villa Rozenrust B.V. (hierna: Villa Rozenrust) is bij notariële akte van 15 juni 1999 opgericht door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bistrust B.V. (hierna: Bistrust), met benoeming van Bistrust als eerste bestuurder.

1.2. Villa Rozenrust heeft volgens artikel 3 van haar statuten (hierna: de statuten) tot doel de exploitatie van een horeca-onderneming, in de ruimste zin van het woord. In artikel 3 lid 2 sub b is bepaald dat Villa Rozenrust voorts bevoegd is tot "het verwerven, ontwikkelen, exploiteren, vervreemden en bezwaren van roerende zaken en registergoederen, effecten en overige vermogensbestanddelen".

1.3. In artikel 13 lid 2 van de statuten is, voor zover thans van belang, het volgende bepaald:

"Ingeval evenwel een directeur een belang heeft strijdig met dat van de vennootschap, is de daartoe door de algemene vergadering aan te wijzen persoon bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen.

Indien en zolang echter een directeur oprichter danwel middellijk of onmiddellijk enig aandeelhouder is van de vennootschap, is hij bevoegd de vennootschap ook in geval van tegenstrijdig belang te vertegenwoordigen."

1.4. De Stichting Continuïteit Villa Rozenrust (hierna: de Stichting) is thans bestuurder van Villa Rozenrust. De Stichting wordt op haar beurt vertegenwoordigd door [eiser].

1.5. Bistrust houdt 95% van de aandelen in het aandelenkapitaal van Villa Rozenrust en de Stichting houdt 5% van de aandelen van Villa Rozenrust.

1.6. Er is een stamrechtovereenkomst met datum 2005 opgemaakt tussen Stichting de Nederlandse Hartstichting (hierna: de werkgever), Villa Rozenrust en [eiseres] (hierna: de stamrechtovereenkomst). In de stamrechtovereenkomst is onder meer bepaald dat Villa Rozenrust het door de werkgever aan [eiseres] toegekende stamrecht met een waarde van € 82.768,-- overneemt van de werkgever. In artikel 4 is onder meer bepaald dat de periodieke uitkeringen aan [eiseres] toekomen in het jaar dat zij de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.

1.7. Villa Rozenrust heeft in mei 2006 aan eisers een lening verstrekt voor een bedrag in hoofdsom van € 150.000,-- ten behoeve van de (mede)financiering van een gedeelte van de door eisers aan Villa Rozenrust te betalen koopsom voor hun woonhuis (hierna: de lening). Tot meerdere zekerheid voor de terugbetaling van de lening is bij hypotheekakte van 10 mei 2006 een tweede hypotheekrecht ten gunste van Villa Rozenrust gevestigd.

1.8. Er is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen Villa Rozenrust, eisers en de commanditaire vennootschap Mediashare (hierna: Mediashare), vertegenwoordigd door de middellijk beherend vennoot [eiser], gedateerd 1 mei 2007 (hierna: de vaststellingsovereenkomst). In de vaststellingsovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:

"Overwegende dat:

- [eiseres] uit hoofde van een stamrechtovereenkomst die op 25 januari 2005 tussen de De Nederlandse Hartstichting en [eiseres] werd gesloten en op grond van welke stamrechtovereenkomst een bedrag groot € 82.768,- (...) als koopsom werd gestort op rekening van Villa Rozenrust een bedrag groot € 82.768,- (...) van Villa Rozenrust heeft te vorderen, jaarlijks te verhogen met een marktconforme rekenrente;

Villa Rozenrust van Mediashare te vorderen heeft een bedrag van € 53.532,- (...);

- [eiseres] tezamen met [eiser] het registergoed [adres] te (...) [woonplaats] heeft gekocht op basis van een koop- en aannemingsovereenkomst en ter zake van de oplevering in verbouwde staat van dit registergoed meerdere disputen zijn ontstaan waarvan, niet limitatief hier worden genoemd:

o Het nog altijd niet volledig opgeleverd zijn van het registergoed conform de gesloten overeenkomst;

o [...];

- [eiseres] en [eiser] meerdere kosten ten behoeve van Villa Rozenrust hebben voorgeschoten en nog voorschieten door betalingen aan leveranciers van Villa Rozenrust en dat deze gang van zaken al in 2004 is aangevangen;

- [eiseres] en [eiser] van Villa Rozenrust op 10 mei 2006 een lening hebben verkregen ter (mede)financiering van het door [eiser] en [eiseres] gekochte registergoed [adres] te (...) [woonplaats];

- Dat deze verkregen lening een looptijd heeft van tien jaar en dat op deze lening door [eiser] en [eiseres] rente is verschuldigd aan Villa Rozenrust;

- Dat de bovenbedoelde rente door van Brussel en [eiseres] met instemming van Villa Rozenrust jaarlijks in rekening courant wordt verrekend;

- [...];

Zijn op 1 mei 2007 overeengekomen als volgt:

1. [Eiser] en [eiseres] hebben het recht al hun vorderingen op Villa Rozenrust op elk moment dat zij verkiezen geheel of gedeeltelijk te verrekenen met alle schulden die zij op enig moment hebben aan Villa Rozenrust, waaronder begrepen de onder hypothecaire zekerheid (2e inschrijving) aan hen verstrekte lening;

2. Tot de vorderingen die [eiser] en [eiseres] met Villa Rozenrust kunnen verrekenen behoren in ieder geval:

- Het bedrag groot € 82.768,- (...), vermeerderd met de bijgeschreven rente;

- Alle rentebetalingen uit hoofde van de door Villa Rozenrust verstrekte lening welke rentebetalingen steeds op 1 januari van elk jaar voor het gehele jaar worden verrekend zolang vaststaat dat [eiser] en [eiseres] na verrekening per saldo van Villa Rozenrust te vorderen zullen hebben;

- Alle door [eiser] en [eiseres] voor Villa Rozenrust betaalde betalingen aan crediteuren van Villa Rozenrust;

- Alle overige tussen [eiser], [eiseres] en Villa Rozenrust overeengekomen boetes, verrekeningen en kortingen als gevolg van de koop- en aannemingsovereenkomst van het registergoed [adres] te (...) [woonplaats];

3. Dat het in de koop- en aannemingsovereenkomst ter zake van het registergoed [adres] te (...) [woonplaats] opgenomen boetebeding wordt gelimiteerd tot een maximum van € 70.000,-, zijnde 10% van de koop- en aanneemsom welk bedrag bij ondertekening van deze vaststellingsovereenkomst door Villa Rozenrust aan [eiser] en [eiseres] is verschuldigd;

4. Dat het registergoed [adres] te (...) [woonplaats] na betaling dan wel verrekening van deze gelimiteerde boete door [eiser] en [eiseres] wordt geaccepteerd als opgeleverd onder additionele verrekening van zaken die ook door Villa Rozenrust aan de aannemers onbetaald is gebleven zoals (...) totaal begroot op € 18.500,- (...);

5. Dat [eiser] bereid is in dit kader de vordering van Villa Rozenrust op Mediashare tot een bedrag van € 53.532,- (...) middels hun rekening courant te verrekenen zodat Villa Rozenrust niets meer van Mediashare te vorderen heeft.

Slotbepalingen

Alle bestaande en toekomstige verrekeningsverboden en verrekeningsbeperkingen, uit welke rechtsverhouding tussen Villa Rozenrust en/of [eiser] en/of [eiseres] en/of Mediashare dan ook voortvloeiend worden hierbij als niet van toepassing verklaard.

[...].

[Eiser] en [eiseres] hebben op elk moment het recht van Villa Rozenrust zekerheden te verlangen voor hun vordering. Villa Rozenrust zal in het geval zo'n verzoek haar bereikt tot het uiterste inspannen de gevraagde zekerheid te verschaffen."

1.9. Villa Rozenrust en eisers hebben een pandakte getekend gedateerd 31 mei 2007 en geregistreerd op 19 november 2007 (hierna: de pandakte), waarin Villa Rozenrust aan eisers verpandt alle rechten en vorderingen die Villa Rozenrust heeft op Exploitatie- en Beheermaatschappij Klein Persijn B.V. (hierna: Klein Persijn) uit hoofde van de verkoop van een registergoed door Villa Rozenrust, na contractovername, aan Klein Persijn. In de pandakte wordt tevens vermeld dat "de vorderingen" tenminste bestaan uit de in verband met de voornoemde verkoop door Villa Rozenrust aan Klein Persijn verstrekte lening met een hoofdsom van € 175.000,--, welke lening eerst tien jaar na de aanvang afgelost zal worden.

1.10 Villa Rozenrust heeft met de Stichting een "overeenkomst van koop en verkoop" gesloten gedateerd 17 april 2008 en geregistreerd 22 april 2008 (hierna: de koopovereenkomst), waarin onder meer is bepaald dat Villa Rozenrust de onder 1.9 genoemde vordering die zij op Klein Persijn heeft ten bedrage van pro resto € 160.000,-- (hierna: de vordering Klein Persijn) verkoopt aan de Stichting. Tevens is opgenomen dat betaling van de koopsom door de Stichting heeft plaatsgevonden door overname door de Stichting van een aantal schulden die Villa Rozenrust aan derden heeft, waaronder (i) een schuld uit hoofde van een stamrecht toegekend aan [eiseres] voor een bedrag van € 100.000,--, (ii) een schuld uit hoofde van rekening-courant met [eiser] ten bedrage van € 45.000,-- en (iii) een schuld uit hoofde van rekening-courant met [eiseres] ten bedrage van € 15.000,--, alle bedragen inclusief aangegroeide rente.

1.11. Op 13 mei 2008 is Villa Rozenrust in staat van faillissement verklaard met aanstelling van de curator als curator.

1.12. Bij aangetekende brief van 15 september 2008 heeft de curator onder meer aan eisers medegedeeld dat hij, voor zover nodig, de in de pandakte genoemde verpanding van de vorderingen vernietigt. Tevens wordt vermeld dat de curator aanspraak maakt op onmiddellijke (terug)betaling van de hoofdsom van de lening, te vermeerderen met de verschuldigde rente, en dat deze vordering conform artikel 7 van de hypotheekakte van 10 mei 2006 niet verrekenbaar is.

1.13. Bij aangetekende brief van 15 september 2008 heeft de curator aan de Stichting onder meer medegedeeld dat hij van mening is dat de vordering Klein Persijn niet rechtsgeldig is gecedeerd aan de Stichting. Tevens wordt in deze brief vermeld dat de curator, voor zover nodig, de koopovereenkomst vernietigt op grond van artikel 42 Faillissementswet (Fw).

1.14. Bij aangetekende brief van 15 september 2008 heeft de curator aan Klein Persijn onder meer medegedeeld dat volgens hem de vordering Klein Persijn niet rechtsgeldig is gecedeerd aan de Stichting en dat deze vordering eigendom is (gebleven) van Villa Rozenrust. Tevens geeft de curator aan dat de lopende renteverplichtingen vanaf datum faillissement dienen te worden voldaan op de bankrekening ten name van de curator inzake Villa Rozenrust. Tot slot vermeldt de curator in deze brief dat hij, voor zover nodig, de overdracht van de vordering Klein Persijn als paulianeus heeft gekwalificeerd en heeft vernietigd.

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

2.1. Eisers vorderen - zakelijk weergegeven - de curator te veroordelen:

(i) de buitengerechtelijke vernietiging door de curator van de pandakte te herroepen;

(ii) de buitengerechtelijke vernietiging door de curator van de koopovereenkomst te herroepen;

(iii) volledige medewerking te verlenen aan de uitvoering van de in de vaststellingsovereenkomst vastgelegde afspraken over een algeheel en onbeperkt verrekeningsrecht;

(iv) binnen één week na de betekening van het te wijzen vonnis royement te verlenen voor de 2e hypothecaire inschrijving die Villa Rozenrust heeft op het woonhuis van eisers;

(v) de buitengerechtelijke vernietiging dan wel de ongeldig verklaring door de curator van de stamrechtovereenkomst te herroepen;

(vi) in de proceskosten,

alles onder de voorwaarde dat indien de curator binnen één week na het in deze te wijzen vonnis in gebreke blijft aan de inhoud hiervan te voldoen, het vonnis in de plaats komt van de medewerking van de curator.

2.2. Daartoe voeren eisers - samengevat - het volgende aan. De curator stelt zich ten onrechte op het standpunt dat de verpanding door Villa Rozenrust van de vordering Klein Persijn aan eisers paulianeus is. Deze verpanding vloeit voort uit de vaststellingsovereenkomst waarin is bepaald dat eisers het recht hebben om zekerheden te verlangen van Villa Rozenrust, zodat er geen sprake is van een onverplichte rechtshandeling. Bovendien is de pandakte ruim een jaar voor het faillissement gesloten. Daarnaast stelt de curator zich ten onrechte op het standpunt dat eisers geen recht op verrekening hebben van de vorderingen die eisers op Villa Rozenrust hebben met de schulden die zij aan Villa Rozenrust dienen te voldoen. Het verrekeningsrecht van eisers vloeit voort uit de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst is van een latere datum dan de onder 1.7 genoemde hypotheekakte waarin een standaard verrekeningsverbod is opgenomen. Eisers stellen voorts dat er bij de totstandkoming van de stamrechtovereenkomst geen sprake was van een tegenstrijdig belang, in de zin van artikel 2:256 van het Burgerlijk Wetboek (BW), van [eiser] met Villa Rozenrust. Eisers hebben een spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen, omdat de ABN AMRO bank het aan Villa Rozenrust verstrekte krediet heeft opgeëist en [eiser] op grond van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de terugbetaling hiervoor zal worden aangesproken. ABN AMRO is bereid om eisers in privé een financiering te verstrekken voor het bedrag waarvoor [eiser] aansprakelijk is, maar wenst daarvoor als zekerheid een tweede hypothecaire inschrijving op het woonhuis van eisers. Het is voor eisers dus van groot belang dat zij vrij over de door hen te verstrekken zekerheden kunnen beschikken met het oog op financiering van de aanspraak uit hoofdelijke aansprakelijkheid. Tot slot heeft [eiseres] er belang bij dat haar stamrecht op korte termijn wordt afgestort bij een onafhankelijke financiële partij, omdat het gaat om haar oudedagsvoorziening.

2.3. De curator voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Eisers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in financiële moeilijkheden komen te verkeren indien de gevraagde voorzieningen niet worden toegewezen, nu de ABNAMRO het aan Villa Rozenrust verstrekte krediet heeft opgeëist en [eiser] op grond van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de terugbetaling hiervan zal worden aangesproken. Hiermee is de spoedeisendheid voldoende gegeven.

3.2. Nog daargelaten dat de vorderingen genoemd onder 2.1 sub (i), (ii) en (v) in kort geding niet toewijsbaar zijn, gezien het declaratoire karakter hiervan, geldt het volgende.

Vaststellingsovereenkomst

3.3. Ter zitting heeft de curator een beroep gedaan op de nietigheid, althans heeft hij de vernietiging ingeroepen, van de vaststellingsovereenkomst, omdat [eiser] wegens (indirect) tegenstrijdig belang in de zin van artikel 2:256 BW niet bevoegd was Villa Rozenrust bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst te vertegenwoordigen. Ten aanzien hiervan wordt het volgende overwogen.

3.4. Vaststaat dat Villa Rozenrust is opgericht door Bistrust. De curator heeft vervolgens onbetwist aangevoerd dat [eiser] niet middellijk of onmiddellijk enig aandeelhouder is van Villa Rozenrust. Dit betekent dat, gelijk de curator heeft aangevoerd, ingeval een directeur een belang heeft dat strijdig is met het belang van Villa Rozenrust de door de algemene vergadering van aandeelhouders van Villa Rozenrust (hierna: de ava) op grond van artikel 13 lid 2 van de statuten aangewezen persoon bevoegd is Villa Rozenrust te vertegenwoordigen. Gesteld noch aannemelijk is geworden dat [eiser] door een aanwijzingsbesluit van de ava is aangewezen om Villa Rozenrust in geval van een tegenstrijdig belang te vertegenwoordigen. Dit betekent dat in dit kort geding tot uitgangspunt moet worden genomen dat [eiser] in geval van een (indirect) tegenstrijdig belang niet bevoegd is Villa Rozenrust te vertegenwoordigen.

3.5. De vraag die vervolgens beoordeeld moet worden is of het in hoge mate waarschijnlijk is te achten dat bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst sprake is geweest van een (indirect) tegenstrijdig belang. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vraag vooralsnog bevestigend moet worden beantwoord. Hiertoe is het volgende van belang.

3.6. Uitgangspunt voor het bestaan van tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 2:256 BW is of de betrokken (indirecte) bestuurder, in deze [eiser], te maken heeft met zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of hij zich bij zijn handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming, welke vraag slechts kan worden beantwoord met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval (zie ook HR 29 juni 2007, NJ 2007, 420).

3.7. Vaststaat dat [eiser] ten tijde van het aangaan van de vaststellingsovereenkomst (indirect) bestuurder was van Villa Rozenrust. Voorts is van belang dat in artikel 3 van de vaststellingsovereenkomst is bepaald dat [eiser] en zijn echtgenote [eiseres] in privé een gemaximeerde boete van € 70.000,-- van Villa Rozenrust vorderen in verband met een in "de koop- en aannemingsovereenkomst" opgenomen boetebeding met betrekking tot hun privé woonhuis. Waarom Villa Rozenrust deze gemaximeerde boete verschuldigd zou zijn hebben eisers, tegenover de gemotiveerde betwisting door de curator, echter niet aannemelijk gemaakt. Zo hebben zij niet gesteld dat Villa Rozenrust jegens eisers tekort zou zijn geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van voornoemde "koop- en aannemingsovereenkomst". Voorts heeft de curator erop gewezen dat het opmerkelijk is dat in artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst is bepaald dat [eiser] in privé bereid is een vordering die Villa Rozenrust heeft op Mediashare, waarvan [eiser] overigens middellijk beherend vennoot is, te verrekenen in de rekening-courant verhouding die hij met Villa Rozenrust heeft. De achterliggende reden van deze verrekening hebben eisers niet, althans onvoldoende, nader uiteengezet. Het lijkt erop, gelijk de curator heeft aangevoerd, dat eisers met de vaststellingsovereenkomst een verrekeningsbevoegdheid hebben willen creëren voor vorderingen die eisers in privé hebben op Villa Rozenrust. Deze vorderingen betreffen onder meer een vordering uit hoofde van de stamrechtovereenkomst die ziet op een pensioenvoorziening voor [eiseres] in privé en een vordering ter zake van het privé woonhuis van eisers.

3.8. Tegen deze achtergrond is de voorzieningenrechter van oordeel dat de curator voldoende omstandigheden naar voren heeft gebracht die zodanig van invloed kunnen zijn geweest op de besluitvorming van [eiser] dat hij zich op grond van artikel 2:256 BW niet in staat had mogen achten het belang van Villa Rozenrust met de vereiste integriteit en objectiviteit te behartigen, zodat hij zich van het aangaan van de vaststellingsovereenkomst had moeten onthouden. Dat eisers sinds 2004 geld in Villa Rozenrust zouden hebben "gestopt" en dat daarmee crediteuren van Villa Rozenrust zouden zijn betaald, zoals eisers stellen, maakt dit oordeel niet anders. Integendeel, deze omstandigheid onderstreept dat [eiser] en [eiseres] als "financier" van de in financiële moeilijkheden verkerende Villa Rozenrust een persoonlijk belang hebben en dit belang loopt niet noodzakelijkerwijs samen met het belang van Villa Rozenrust.

3.9. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de curator voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst sprake was van een tegenstrijdig belang en dat [eiser] niet bevoegd was om Villa Rozenrust bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst te vertegenwoordigen.

3.10. Nu, gezien het voorgaande, in dit kort geding tot uitgangspunt moet worden genomen dat de vaststellingsovereenkomst op grond van artikel 2:256 BW nietig is, komt daarmee tevens de rechtsgrond te ontvallen voor door eisers gestelde verrekeningsbevoegdheid van hun vorderingen die zij op Villa Rozenrust stellen te hebben met de schulden die zij aan Villa Rozenrust moeten voldoen. Tevens kunnen eisers geen beroep (meer) doen op de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen "slotbepaling", waarin is bepaald dat alle "bestaande verrekeningsverboden" niet van toepassing worden verklaard. Dit betekent dat de voorzieningenrechter ten aanzien van de onder 1.7 bedoelde lening, anders dan eisers stellen, het ervoor moet houden dat de curator een beroep kan doen op het in artikel 7 opgenomen verrekeningsverbod van de tussen Villa Rozenrust en eisers gesloten hypotheekakte. Voorts heeft de curator onbetwist aangevoerd dat eisers de lening nog niet hebben terugbetaald aan Villa Rozenrust, zodat hij zich terecht op het standpunt kan stellen dat royement van het tweede hypotheekrecht niet in het belang is van de boedel van Villa Rozenrust.

Pandakte

3.11. Eisers hebben aangevoerd dat zij op grond van de vaststellingsovereenkomst gerechtigd waren om zekerheden van Villa Rozenrust te verlangen en dat Villa Rozenrust dus niet onverplicht haar vordering op Klein Persijn heeft verpand aan eisers. Dit betoog slaagt niet. Hiervoor is immers overwogen dat ervan uitgegaan moet worden dat de vaststellingsovereenkomst nietig is. Daarmee is deze rechtsgrond voor de verpanding door Villa Rozenrust komen te vervallen.

3.12. Daarnaast heeft de curator nog aangevoerd dat de pandakte eveneens nietig, althans vernietigbaar, is wegens tegenstrijdig belang in de zin van artikel 2:256 BW. Gezien het in 3.6 genoemde uitgangspunt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het in hoge mate waarschijnlijk is te achten dat dit standpunt van de curator in een bodemprocedure stand zal houden. Zoals hiervoor reeds is overwogen bij 3.8, hebben [eiser] en [eiseres] een eigen belang als "financier" van Villa Rozenrust en dit belang gaat niet noodzakelijkerwijs samen met het belang van Villa Rozenrust. Daar komt bij dat (achteraf bezien) een rechtsgrond voor de verpanding ontbreekt. Een en ander betekent dat eisers niet in de vereiste mate aannemelijk hebben gemaakt dat de curator de nietigheid van de pandakte niet kan inroepen op grond van artikel 2:256 BW.

3.13. Gezien het voorgaande kan in het kader van dit kort geding verder in het midden blijven of de verpanding een paulianeuse rechtshandeling is, die op grond van artikel 42 Fw in verbinding met artikel 43 Fw (tevens) vernietigbaar is.

Koopovereenkomst

3.14. De curator stelt zich met betrekking tot de koopovereenkomst eveneens op het standpunt dat deze nietig, althans vernietigbaar, is wegens tegenstrijdig belang in de zin van artikel 2:256 BW. Met betrekking tot dit standpunt geldt hetzelfde als wat hiervoor op dit punt ten aanzien van de pandakte is overwogen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het in hoge mate waarschijnlijk is te achten dat ook dit standpunt van de curator in een bodemprocedure stand zal houden. Zoals al is overwogen bij 3.8, heeft [eiser] een eigen belang als "financier" van Villa Rozenrust en dit belang gaat niet noodzakelijkerwijs samen met het belang van Villa Rozenrust. Voorts is opmerkelijk, gelijk de curator heeft aangevoerd, dat het weinig actief dat Villa Rozenrust nog had is overgedragen aan haar bestuurder, te weten de Stichting, en dat dit bovendien zeer kort voor de datum van het faillissement van Villa Rozenrust is geschied. Daar komt nog bij dat een rechtsgrond voor de overdracht van de vordering Klein Persijn ontbreekt. Een en ander betekent dat eisers niet in de vereiste mate aannemelijk hebben gemaakt dat de curator de nietigheid van de koopovereenkomst niet kan inroepen op grond van artikel 2:256 BW. Overigens hebben eisers evenmin aannemelijk gemaakt waarom zij belang hebben bij de onder 2.1 sub (ii) genoemde vordering, nu de koopovereenkomst is gesloten tussen Villa Rozenrust en haar bestuurster de Stichting.

3.15. Gezien het voorgaande kan in het kader van dit kort geding verder in het midden blijven of de koopovereenkomst een paulianeuse rechtshandeling is, die op grond van artikel 42 Fw in verbinding met artikel 43 Fw (tevens) vernietigbaar is.

Stamrechtovereenkomst

3.16. Eisers hebben evenmin in de vereiste mate aannemelijk gemaakt dat het standpunt van de curator dat de stamrechtovereenkomst wegens indirect tegenstrijdig belang nietig, althans vernietigbaar is, in een bodemprocedure geen stand zal houden. Hiertoe is het volgende van belang.

3.17. Bij het aangaan van de stamrechtovereenkomst ging het enerzijds om het belang van de in financiële moeilijkheden verkerende Villa Rozenrust, te weten het kunnen beschikken over liquide middelen, en anderzijds de pensioenbelangen van de echtgenote van [eiser]. [eiser] stond bij het aangaan van de stamrechtovereenkomst dus in een bijzondere situatie tot Villa Rozenrust. Deze voornoemde belangen zijn, zoals hiervoor ook al is overwogen ten aanzien van de vaststellingsovereenkomst en de pandakte, geen noodzakelijkerwijs samenlopende belangen. Voorts kan in dit kort geding, gezien de betwisting door de curator, niet worden vastgesteld of het in de stamrechtovereenkomst genoemde bedrag van € 82.768,-- ook daadwerkelijk is betaald aan Villa Rozenrust en/of van dit geld andere crediteuren van Villa Rozenrust zijn betaald. Daarnaast heeft de curator nog aangevoerd dat het gezien de (beperkte) doelomschrijving van Villa Rozenrust maar de vraag is of Villa Rozenrust de stamrechtovereenkomst mocht aangaan. Tegen deze achtergrond heeft de curator voldoende omstandigheden naar voren gebracht die zodanig van invloed kunnen zijn geweest op de besluitvorming van [eiser], dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of [eiser] zich bij het handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van Villa Rozenrust.

3.18. In hun stelling dat toepassing van artikel 2:256 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geoordeeld, kunnen eisers in het kader van dit kort geding niet worden gevolgd. Daarvoor ontbreken voldoende bijzondere omstandigheden die daarop zouden kunnen duiden. De enkele omstandigheid dat de stamrechtovereenkomst voor [eiseres] een belangrijk deel van haar oudedagsvoorziening vormt, is in dit kader onvoldoende. Overigens heeft [eiseres] thans nog geen recht op een periodieke uitkering, nu zij niet gesteld heeft dat zij thans de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.

Conclusie

3.19. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er onvoldoende grond is om (één van) de vorderingen van eisers te kunnen toewijzen. De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen. Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst af de vorderingen;

- veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de curator begroot op € 262,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2009.

Adz