Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5587

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-11-2009
Datum publicatie
07-12-2009
Zaaknummer
rolnummer: 350380 / KG ZA 09-1428
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Personen- en Familierecht. Afgifte stukken aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland en is het in het belang van de kinderen om ze de kerstvakantie door te laten brengen bij hun tante (eiseres) in Italië.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 20 november 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 350380 / KG ZA 09-1428 van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats], [provincie], Italië,

eiseres,

advocaat mr. R. de Falco te Amsterdam,

tegen:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland,

zetelende te 's-Gravenhage,

Bureau Jeugdzorg,

in persoon verschenen bij gevolmachtigden mevrouw P. Knol en

de heer W.E.D. van der Linden.

Bureau Jeugdzorg wordt hierna aangeduid als 'Bureau Jeugdzorg'.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 13 november 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiseres is de zuster van mevrouw [M]. (verder [M]). [M] is de moeder van de volgende twee, thans nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 2004] te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2005] te [geboorteplaats] (hierna gezamenlijk: de kinderen).

1.2. [M] is op 17 maart 2009 om het leven gebracht door haar echtgenoot, tevens de vader van de kinderen. Hun vader is inmiddels veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar.

1.3. Bureau Jeugdzorg heeft het gezag over de kinderen.

1.4. Na het verlies van hun moeder, verbleven de kinderen in een projectgezin. Vanaf 13 augustus 2009 verblijven de kinderen in een pleeggezin bij een familie in [verblijfplaats], [het pleeggezin].

1.5. Eiseres heeft twee zussen en een broer. Eén zus woont net als eiseres in Italië ([woonplaats]) en de andere zus woont in Noorwegen]. De broer, [B], woont in [woonplaats] (Verenigd Koninkrijk).

1.6. Bij brief van 29 september 2009 heeft eiseres aan Bureau Jeugdzorg het volgende, voor zover relevant, geschreven (waarbij eiseres wordt aangeduid met cliënte):

"Cliënte heeft u al in maart 2009 aangegeven dat zij de voogdij over de kinderen wenst en dat zij geraadpleegd en geïnformeerd wil worden en blijven over de gerechtelijke en overige juridische ontwikkelingen betreffende gezag, ondertoezichtstelling en (mogelijk) voogdij van de kinderen.

Desondanks ontvangt cliënte geen enkele informatie, u reageert geïrriteerd op de informatieverzoeken van cliënte, haar advocaten en het Italiaanse Consulaat en heeft cliënte met grote moeite de kinderen kunnen zien".

1.7. In reactie op voormelde brief heeft Bureau Jeugdzorg bij brief van 5 oktober 2009, voor zover relevant, het volgende aan eiseres geschreven:

"Wij hechten er aan met de familie te overleggen en hebben in [B] een vertegenwoordiger gevonden. Wij zullen hem informeren en waar nodig raadplegen, bij voorkeur per e-mail. Wij verzoeken uw cliënte dan ook zich met haar broer te verstaan.

Uw verzoek betreft informatie aan derden dient ons inziens op dit moment niet het belang van de kinderen".

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

2.1. Eiseres vordert - zakelijk weergegeven -:

primair

I. Bureau Jeugdzorg te bevelen om binnen drie dagen na dit vonnis afschriften van alle relevante informatie over het gezag, ondertoezichtstelling en andere maatregelen betreffende de kinderen, inclusief alle gerechtelijke stukken en beschikkingen daaromtrent, althans door de voorzieningenrechter te bepalen bescheiden, aan eiseres te verstrekken, op straffe van een dwangsom;

II. te bepalen dat eiseres omgang heeft met de kinderen vanaf 19 december 2009 tot en met 2 januari 2010 in [[Italië], althans gedurende een door de voorzieningenrechter te bepalen periode in de kerstvakantie, met de uitdrukkelijke toestemming om met de kinderen naar Italië te kunnen reizen en de verplichting om ze na afloop van de omgang terug naar Nederland te brengen, op straffe van een dwangsom indien Bureau Jeugdzorg de omgang niet mogelijk maakt;

Subsidiair

III althans een beslissing te nemen in goede justitie te bepalen.

2.2. Daartoe voert eiseres het volgende aan.

Eiseres is de tante van de kinderen. Tussen haar en de kinderen is vanaf de geboorte een nauwe band ontstaan. Zij zijn (met hun moeder) meerdere malen bij haar in Italië op bezoek geweest. Eiseres is in Nederland op bezoek geweest en zij zijn samen op vakantie in Ethiopië geweest waar de grootouders van de kinderen wonen. Verder hebben eiseres en de kinderen regelmatig telefonisch contact gehad toen hun moeder nog leefde.

Eiseres is onmiddellijk naar Ethiopië gekomen toen zij hoorde dat haar zuster was omgebracht. Zij heeft al in maart 2009 aan Bureau Jeugdzorg kenbaar gemaakt dat zij de voogdij over de kinderen wenst. Eiseres is niet alleen een bloedverwant van de kinderen, maar heeft ook met hen een familieband ('family life') in de zin van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (verder EVRM). Zij heeft daarom het volste recht om de voogdij over de kinderen te verzoeken ingevolge de artikelen 1:295 en 1:299 van het Burgerlijk Wetboek (verder BW) en wenst dat zo spoedig mogelijk te doen. Om dat recht doeltreffend te kunnen uitoefenen moet eiseres echter weten waar de kinderen wonen, wat hun huidige juridische status is, of zij onder toezicht staan, wie het gezag over hen uitoefent, op basis van welke beschikkingen dat is bepaald, onder welke voorwaarden en voor hoe lang. De weigering van Bureau Jeugdzorg om die informatie te verstrekken is onbegrijpelijk (zie onder 1.7). Eiseres begrijpt niet waarom deze geheimhouding in het belang van de kinderen zou kunnen zijn.

Verder heeft Bureau Jeugdzorg weinig samenwerking verleend om de omgang tussen eiseres en de kinderen te bevorderen. Eiseres heeft afspraken gemaakt om de kinderen te zien, maar deze werden door Bureau Jeugdzorg als niet 'echt' bestempeld. De toezeggingen om de kinderen op 23 juli 2009 en 12 augustus 2009 te zien, zijn door Bureau Jeugdzorg ingetrokken. Eiseres heeft de kinderen in de afgelopen acht maanden slechts twee keer gezien en slechts voor korte perioden. Tijdens de laatste ontmoeting heeft eiseres met pijn in haar hart moeten vaststellen dat de kinderen, ook vanwege hun jonge leeftijd, haar niet onmiddellijk herkenden en dat zij hun moedertaal (Amari) beginnen te vergeten. Het is eiseres duidelijk dat zonder tussenkomst van een rechter de omgang tussen haar en de kinderen steeds afhankelijk zal zijn van de goede wil van Bureau Jeugdzorg dat tot nu toe die goede wil niet heeft getoond. Op basis van artikel 1:377f van het BW zal eiseres binnenkort verzoeken dat een omgangsregeling wordt bepaald tussen haar en de kinderen. In afwachting daarvan wenst zij reeds de mogelijkheid te hebben om de kinderen tijdens de kerstvakantie bij zich in Italië te hebben. Aan de kinderen zal van te voren duidelijk uitgelegd worden dat het slechts om een (korte) vakantie gaat, net als voorgaande jaren ook het geval was, en dat zij daarna terug zullen gaan naar hun pleegouders in [verblijfplaats]. In Italië wonen immers ook andere familieleden (een andere tante) en daar kunnen ook andere familieleden gemakkelijk op bezoek komen, zoals de grootouders uit Ethiopië, de oom uit [woonplaats] en de tante uit Noorwegen. In Italië kan de hele familie bij elkaar zijn en de festiviteiten vieren. Bovendien zullen er neefjes en nichtjes aanwezig zijn. Zij kunnen een vrolijker Kerstmis vieren dan in Nederland, zonder familie. De kinderen zullen na afloop van de vakantie uiteraard terug naar Nederland worden gebracht.

2.3. Bureau Jeugdzorg voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Bureau Jeugdzorg heeft als primair verweer aangevoerd dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar vorderingen nu zij aan haar vorderingen geen spoedeisend belang ten grondslag heeft gelegd. Anders dan Bureau Jeugdzorg heeft betoogd, heeft eiseres voldoende gesteld ter onderbouwing van het spoedeisend belang bij een voorziening in kort geding. Daartoe verwijst de voorzieningenrechter naar het hiervoor onder 2.2 weergegeven betoog van eiseres. Het verweer van Bureau Jeugdzorg wordt daarom verworpen.

3.2. De vordering onder 2.1.I zal wegens onvoldoende belang worden afgewezen nu Bureau Jeugdzorg ter zitting het volgende heeft toegezegd. De rechtbankbeschikking van 23 mei 2009 betreffende de voogdij en het daaraan ten grondslag liggende rapport van de Raad voor de Kinderbescherming zullen aan mr. R. de Falco, de advocaat van eiseres, worden verzonden, zodra Bureau Jeugdzorg de schriftelijke verklaringen van eiseres en de onder 1.5 vermelde familieleden heeft ontvangen waarin tenminste staat vermeld dat mr. De Falco in het vervolg de contactpersoon en vertegenwoordiger van de familie is en niet (meer) de broer van eiseres. Partijen zijn het erover eens dat mr. De Falco de meest geschikte contactpersoon en vertegenwoordiger is, omdat hij (beroepsmatig gezien) een professional is, in Nederland woont en hij bovendien Nederlands én Italiaans spreekt. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat Bureau Jeugdzorg zich aan haar toezegging zal houden.

3.3. Voorts is ter beoordeling de vraag of het in het belang van de kinderen is om ze de kerstvakantie door te laten brengen bij hun tante (eiseres) in Italië. Bureau Jeugdzorg beantwoordt deze vraag negatief. Hiertoe heeft zij het volgende aangevoerd. Het feit dat eiseres de kinderen verschillende keren in het verleden heeft gezien toen de moeder met de kinderen bij eiseres op bezoek kwam, levert geen 'family life' op tussen de kinderen en eiseres. Los van de vraag of er sprake is van 'family life' is het in dit stadium niet goed voor de kinderen om met kerst op vakantie naar Italië te gaan. Het zou te verwarrend voor hen zijn en hun angst vergroten. Nadat er intensief aan de kinderen is gewerkt in het projectgezin, zitten ze nu in een goed hechtingsproces met hun pleegouders. Daarnaast spreken de kinderen geen Engels, kunnen ze Amari (de taal van hun ouders) niet goed meer begrijpen en spreekt de familie geen Nederlands. [Minderjarige 1], de oudste, geeft tijdens de bezoeken aan haar oom en tante niet te begrijpen en geen Engels te willen horen. De kinderen zouden zich in Italië door de taalproblemen meer eenzaam voelen omdat ze niet begrepen zullen worden. In de toekomst zou het een idee kunnen zijn om de kinderen samen met hun pleegouders naar Italië te laten gaan om daar de familie te ontmoeten. De pleegouders zijn bereid hierover na te denken. De bezoeken met de familie zijn waardevol voor de kinderen, maar met de contactduur en de contactfrequentie moet voorzichtig worden omgegaan. De kinderen hebben een zware emotionele tijd achter de rug. [Minderjarige 1] reageert heftig op bezoeken van de familie. Zij vindt het leuk, maar na de bezoeken klampt zij zich vast aan haar pleegouders, is zij erg aanhankelijk en stelt steeds de vraag of zij toch wel bij haar pleegouders mag blijven wonen. Zij heeft duidelijkheid nodig voor de toekomst. Ook [minderjarige 2], de jongste, hangt erg aan zijn pleegouders en heeft eveneens behoefte aan duidelijkheid waar hij en zijn zus voortaan blijven wonen. Daarnaast heeft [minderjarige 2] ook problemen met zijn concentratie. Zijn gedrag is zo zorgelijk dat de pleegouders naar een kinderpsychiater gaan om ondersteuning te krijgen in zijn opvoeding. Voorgaande betekent niet dat de kinderen geen omgang met eiseres kunnen hebben. Er hebben reeds verschillende bezoeken plaatsgevonden: op 20 april 2009, twee maal ten tijde van het verblijf van de kinderen in het projectgezin en op 25 september 2009. Om voldoende ruimte te behouden om goed in te groeien in het pleeggezin is een maandelijks bezoek met de familie van eiseres aangewezen, aldus Bureau Jeugdzorg.

3.4. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Vooralsnog kan in het midden worden gelaten de vraag of eiseres een nauwe persoonlijke betrekking heeft opgebouwd met de kinderen op grond waarvan zij in beginsel recht heeft op omgang met de kinderen. Met Bureau Jeugdzorg is de voorzieningenrechter van oordeel dat het niet in het belang van de kinderen is om ze de kerstvakantie door te laten brengen bij eiseres in Italië. Op grond van de onder 3.3 vermelde argumenten, aan de juistheid waarvan de voorzieningenrechter geen reden heeft te twijfelen, wordt dezerzijds voldoende aannemelijk geacht dat de kinderen zich in een bijzonder moeilijke en onzekere periode bevinden. Zij zijn in een keer beroofd van hun vader en hun moeder, en proberen zich thans te hechten in het pleeggezin. Hun grote kwetsbaarheid maakt dat uiterst behoedzaam met hen moet worden omgegaan en dat ingrijpende en onrust veroorzakende factoren in de opvoedingssituatie moeten worden vermeden. De kinderen hebben rust, structuur en duidelijkheid nodig, zodat zij het overlijden van hun moeder kunnen verwerken. Een kerstvakantie in Italië met tante en andere familieleden is daarmee in strijd. Met Bureau Jeugdzorg moet ernstig worden gevreesd dat een dergelijk verblijf, met alle drukte en emoties vandien, voor de kinderen aanmerkelijk teveel zal zijn en hun angst en verwarring slechts zal vergroten. De vordering onder 2.1.II zal derhalve worden afgewezen.

3.5. Eiseres zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt eiseres in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van eiseres begroot op € 1.078,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 262,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.G. Kok en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2009.

mb