Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5227

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-11-2009
Datum publicatie
17-12-2009
Zaaknummer
314031 HA RK 08-682
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN); Kaapverdië. Minderjarige bij geboorteaangifte erkend door een (met een andere vrouw) gehuwde man. Rechtbank stelt vast dat tussen erkenner en de moeder van de minderjarige een band bestaat die in voldoende mate met huwelijk op een lijn valt te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

JKL

zaaknummer / rekestnummer: 314031 / HA RK 08-682

Beschikking van 19 november 2009

in de zaak van:

[vertegenwoordiger],

wonende te [woonplaats],

als wettelijk vertegenwoordiger van [verzoeker],

verzoeker,

advocaat: mr. T. Sönmez,

t e g e n:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(Immigratie- en Naturalisatiedienst)

zetelende te 's-Gravenhage,

belanghebbende,

vertegenwoordigd door mr. C.M. Meijer en mr. L.C.M. Hakkaart.

Partijen worden hierna aangeduid met "[wettelijk vertegenwoordiger]", "[verzoeker]" en "de IND".

1. Het procesverloop

1.1 [wettelijk vertegenwoordiger] heeft op 25 juli 2008 een verzoekschrift ingediend waarin hij de rechtbank verzoekt vast te stellen dat [verzoeker] in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.

1.2 Bij brief van 13 juli 2009 heeft de IND zich voor wat betreft het verzoekschrift gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Mr. Meijer heeft namens de IND telefonisch aan de griffier doorgegeven geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling van het verzoekschrift.

1.3 In reactie op het standpunt van de IND heeft mr. L.A.E. Timmer namens [wettelijk vertegenwoordiger] verwezen naar hetgeen in het verzoekschrift is gesteld. Zij heeft telefonisch aan de griffier laten weten af te zien van een mondelinge behandeling van het verzoekschrift. De officier van justitie heeft schriftelijk te kennen gegeven zich aan te sluiten bij de conclusie van de IND en geen prijs te stellen op een mondelinge behandeling van het verzoekschrift.

2. De beoordeling

2.1 [verzoeker] is geboren op 25 oktober 1992 te [geboorteplaats] (Kaapverdië). In de op 21 mei 1993 opgemaakte geboorteakte staat vermeld dat [verzoeker] de dochter is van [wettelijk vertegenwoordiger] en van [vriendin] en dat beide ouders ongehuwd zijn. [wettelijk vertegenwoordiger] heeft bij Koninklijk Besluit van 28 augustus 1991 de Nederlandse nationaliteit verkregen.

2.2 Uit een uittreksel van de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente [woonplaats] blijkt dat [wettelijk vertegenwoordiger] van 20 maart 1991 tot 9 mei 1996 gehuwd is geweest met een andere vrouw, te weten [echtgenote].

2.3 De IND heeft aan de Nederlandse ambassade te Dakar een aantal vragen voorgelegd met betrekking tot de rechtsgeldigheid van de geboorteakte van [verzoeker] en met betrekking tot de gestelde erkenning door [wettelijk vertegenwoordiger]. Uit de daarop ontvangen antwoorden concludeert de rechtbank dat door de vermelding van de naam van [wettelijk vertegenwoordiger] op de geboorteakte van [verzoeker] voldoende is aangetoond dat [verzoeker] bij het opstellen van de geboorteakte op 21 mei 1993 door [wettelijk vertegenwoordiger] is erkend. Uit de door de IND overgelegde (vertaalde) artikelen uit het Kaapverdisch Burgerlijk Wetboek leidt de rechtbank voorts af dat erkenning door een (met een andere vrouw) gehuwde man in Kaapverdië niet wordt uitgesloten.

2.4 Ten tijde van de geboorte van [verzoeker] was van kracht de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) 1985. Op grond van artikel 4, lid 1, RWN 1985 werd Nederlander de minderjarige vreemdeling die door een Nederlander werd erkend. Een erkenning gedaan door een op het tijdstip van de erkenning met een andere vrouw gehuwde man is echter op grond van het bepaalde in artikel 1:204, lid 1, aanhef en onder e van het Burgerlijk Wetboek nietig, tenzij de rechtbank heeft vastgesteld dat aannemelijk is dat tussen de man en de moeder een band bestaat of heeft bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen of dat tussen de man en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.

2.5 Met betrekking tot het vorenstaande neemt de rechtbank in overweging dat ná de geboorte van [verzoeker] uit de relatie van [wettelijk vertegenwoordiger] en [vriendin] op 1 oktober 2000 en op 4 december 2003 nog twee kinderen zijn geboren. Voorts heeft [wettelijk vertegenwoordiger] fotokopieën van documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij bedragen heeft overgeboekt naar [vriendin]. Hij heeft aangevoerd dat deze bedragen waren bestemd om in het levensonderhoud te voorzien van [vriendin] en de drie kinderen.

2.6 Hoewel [wettelijk vertegenwoordiger] woonachtig is in Nederland en [vriendin] in Kaapverdië, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank tussen hen - gelet op het vorenstaande - een band die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. De erkenning in Kaapverdië is derhalve vatbaar voor erkenning binnen de Nederlandse rechtssfeer. De erkenning heeft plaatsgevonden bij het opstellen van de geboorteakte op 21 mei 1993.

2.7 Uit het vorenstaande volgt dat [verzoeker] op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 1, RWN 1985 door erkenning op 21 mei 1993 door [wettelijk vertegenwoordiger] de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.

BESLISSING:

De rechtbank stelt vast dat [verzoeker], geboren op 25 oktober 1992 te [geboorteplaats] Kaapverdië vanaf 21 mei 1993 in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.C. Punt en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.