Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4689

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-11-2009
Datum publicatie
30-11-2009
Zaaknummer
349101 - KG ZA 09-1336
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige overheidsdaad? De Belastingdienst Toeslagen heeft niet onrechtmatig gehandeld door de hem gedane mededeling aan eiseres aangesloten vraagouders terzake de beeindiging van de registratie van eiseres. De Belastingdienst Toeslagen mag in beginsel op informatie van de gemeente afgaan en dat geldt te meer nu hij, gelet op de voorgeschiedenis, m.b.t. de verwijdering van de registratie van eiseres, geen reden had om de informatie van de gemeente in twijfel te trekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 24 november 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 349101 / KG ZA 09-1336 van:

[eiseres]

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. M.I. Houben te Amsterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën, meer speciaal de Belastingdienst Toeslagen),

zetelende te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. W.I. Wisman te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als [eiseres] en 'de Belastingdienst Toeslagen'.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 12 november 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. [Eiseres] is een gastouderbureau dat bemiddelt tussen vraagouders die op zoek zijn naar kinderopvang en gastouders die deze opvang faciliteren.

1.2. In een beschikking van 1 juli 2008, opgenomen in de brief van 1 juli 2008 van het college van burgemeester en wethouders te [woonplaats] (hierna: het college te [woonplaats]), staat, voor zover relevant, vermeld:

''(...)

Op 10 april 2008 heeft de GGD ZHZ een aangekondigde inspectie verricht bij [eiseres]. (...) U hebt naar aanleiding van de inspectie een rapport van de GGD ontvangen. U bent in de gelegenheid gesteld te reageren op het rapport alvorens deze definitief is geworden. Uw zienswijze is toegevoegd aan het rapport. Op 20 juni 2008 hebben wij dit rapport van de GGD ZHZ ontvangen.

Handhaving

In het inspectierapport is geconcludeerd dat [eiseres] niet voldoet aan de eisen van de Wet kinderopvang. In onderstaand overzicht hebben wij aangegeven welke actie wij van u verwachten en binnen welke termijn de overtreding beëindigd moet zijn.

(...)

Herinspectie

De toezichthouder van de GGD ZHZ zal een volledige herinspectie verrichten. Wij zullen bestuurlijke sanctiemiddelen gebruiken indien opnieuw blijkt dat u dan nog steeds niet voldoet aan de in de brief genoemde punten. (...)"

1.3. Uit een door de Kamer van Koophandel te Midden-Nederland op 23 juli 2008 afgestempeld document ''opgaaf betreffende wijzigingen'' blijkt dat [eiseres] heeft opgegeven dat haar onderneming per die datum verplaatst is van [woonplaats] naar Hoogeveen.

1.4. Bij brief van 28 juli 2008 heeft [eiseres] aan de gemeente [woonplaats] verzocht om haar uit het register van kinderopvang te schrijven nu zij gaat verhuizen naar Hoogeveen om daar haar activiteiten verder voort te zetten.

1.5. In een beschikking van 17 oktober 2008, opgenomen in de brief van 17 oktober 2008 van het college te [woonplaats] aan [eiseres], staat, voor zover relevant, vermeld:

"(...)

Inleiding

In het kader van de handhaving op de kwaliteit van de kinderopvang heeft u op 1 juli 2008 van ons een aanwijzing gekregen. (...). Uit het inspectierapport van de GGD was gebleken dat uw gastouderbureau [eiseres] niet voldoet aan de eisen van de Wet Kinderopvang.(...)

Toezicht GGD

De GGD heeft afspraken met u gemaakt voor een herinspectie op 4 augustus 2008. Deze afspraak is op uw verzoek verplaatst naar 11 augustus 2008. U hebt aangegeven dat u niet in staat was om binnen de hersteltermijnen de overtredingen te kunnen herstellen. U hebt telefonisch, zowel aan mevrouw Berkelmans van de gemeente, als aan mevrouw Peels, toezichthouder van de GGD, aangegeven te stoppen met het gastouderbureau. Op basis van die mededeling heeft de herinspectie van uw gastouderbureau, gepland op 11 augustus, niet meer plaatsgevonden. Mevrouw Berkelmans heeft u verzocht om ons schriftelijk te bevestigen dat u inderdaad stopt met gastouderbureau [eiseres]. Helaas hebben wij tot op heden geen schriftelijke bevestiging ontvangen.

Overwegingen

Onder verwijzing naar het aanwijzingsbesluit stellen wij vast dat het gastouderbureau [eiseres] belangrijke en essentiële regels uit de Wet Kinderopvang overtreedt. Die overtredingen duren tot op de dag van vandaag voort. Verder bent u als houder van het gastouderbureau niet bereid op korte termijn een einde te maken aan de overtredingen en te voldoen aan de Wet Kinderopvang. U hebt niet meegewerkt aan een controle door de GGD en heeft, nadien, zelfs mondeling aangegeven met de exploitatie van het gastouderbureau te stoppen. Op grond van deze voorgeschiedenis en feiten en omstandigheden stellen wij vast dat het gastouderbureau wordt geëxploiteerd in strijd met belangrijke en essentiële voorschriften uit de Wet Kinderopvang.

Die situatie vinden wij niet acceptabel en mag niet langer voortduren, mede gelet op de belangen van de ouders van kinderen die gebruikmaken van het gastouderbureau. Uitschrijving uit het register van kinderopvang achten wij daarom een gepaste sanctie, gelet op de ernst van de overtredingen.(...)

Besluit gemeente

Omdat uw gastouderbureau niet aan de kwaliteitseisen voldoet verwijderen wij u, op grond van artikel 46, vierde lid van de Wet Kinderopvang en artikel 9, tweede lid van de Regeling Wet Kinderopvang, met ingang van 20 oktober 2008 uit het register Kinderopvang gemeente [woonplaats].

Op grond van artikel 9, derde lid van de Regeling Wet Kinderopvang hebben wij de verwijdering van gegevens uit het register bekend gemaakt in de Stad [woonplaats] van 21 oktober2008.

(...)"

1.6. Het college te [woonplaats] heeft [eiseres] met ingang van 20 oktober 2008 uit het register van kinderopvang verwijderd.

1.7. De Belastingdienst Toeslagen heeft bij brief van 12 juni 2009 aan diverse vraagouders aangesloten bij [eiseres], voor zover relevant, bericht:

"(...)

Wij hebben de gegevens die u hebt opgegeven voor kinderopvangtoeslag gecontroleerd. Naar aanleiding van de controle passen wij uw gegevens voor kinderopvangtoeslag 2008 en 2009 aan. Hieronder leg ik uit waarom wij uw kinderopvangtoeslag aanpassen.

Toelichting op de aanpassing

Eén van de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag voor opvang via een gastouderbureau is dat het gastouderbureau is geregistreerd bij de gemeente. De registratie van uw gastouderbureau is beëindigd per 20 oktober 2008. Dit betekent dat u vanaf deze datum geen recht meer hebt op kinderopvangtoeslag voor opvang via dit gastouderbureau.

(...)"

1.8. Uit een uittreksel van 10 juli 2009 van de Kamer van Koophandel voor Noord-Nederland volgt dat [eiseres] statutair gevestigd is te Gemeente [woonplaats] en dat haar vestigingsadres in [vestigingsplaats] gelegen.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

2.1. [eiseres] vordert - zakelijk weergegeven - de Belastingdienst Toeslagen te veroordelen op straffe van een dwangsom een rectificatie te versturen aan alle vraagouders welke door de Belastingdienst Toeslagen zijn aangeschreven met de mededeling dat [eiseres] geen registratie zou kennen als vereist in de Wet kinderopvang en dat het ontbreken van deze registratie derhalve geen grondslag is voor het niet toekennen dan wel terugvorderen van de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang van deze vraagouders.

2.2. Daartoe voert [eiseres] het volgende aan.

De Belastingdienst Toeslagen heeft aan diverse vraagouders van [eiseres] brieven doen toekomen waarin ten onrechte wordt medegedeeld dat [eiseres] de op grond van de Wet kinderopvang vereiste registratie niet zou kennen en dat zij als gevolg daarvan geen recht meer hebben op kinderopvangtoeslag voor opvang via [eiseres]. [eiseres] heeft echter steeds voldaan aan haar wettelijke registratieplicht. Zij is eerst ingeschreven geweest in de Kamer van Koophandel te Midden-Nederland. Vanwege de verhuizing van [eiseres] van [woonplaats] naar [vestigingsplaats] zij sinds eind juli 2008 daar uitgeschreven en staat zij thans ingeschreven in de Kamer van Koophandel voor Noord-Nederland. De gemeente [woonplaats] heeft [eiseres] pas per 20 oktober 2008 uit het register van kinderopvang uitgeschreven, terwijl zij vanaf 1 augustus 2008 reeds ingeschreven stond in de gemeente Hoogeveen en zij sinds die datum aldaar haar onderneming exploiteert. De gemeente [woonplaats] is (te) laat geweest met het verwerken van de verhuizing van [eiseres] uit haar gemeentelijke registers. De Belastingdienst Toeslagen is nalatig geweest bij het inwinnen van informatie omtrent de registratie van [eiseres]. Als gevolg van de door de Belastingdienst Toeslagen ten onrechte gedane mededelingen lijdt [eiseres] (imago)schade. Vraagouders kunnen immers geen tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang meer krijgen nu de Belastingdienst Toeslagen zich op het standpunt heeft gesteld dat [eiseres] geen geregistreerd gastouderbureau betreft, zodat deze vraagouders de bemiddeling van hun kinderopvang door een ander bureau laten plaatsvinden. Gelet hierop heeft [eiseres] spoedeisend belang bij toewijzing van haar vordering.

2.3. De Belastingdienst Toeslagen voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Kern van het geschil betreft de vraag of de Belastingdienst Toeslagen onrechtmatig heeft gehandeld door de hem gedane mededeling aan bij [eiseres] aangesloten vraagouders ter zake de beëindiging van de registratie van [eiseres].

3.2. Op grond van artikel 5 lid 1 Wet kinderopvang heeft een ouder aanspraak op een kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten indien het betreft kinderopvang in een geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Bij de aanvraag van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang dient de ouder de instelling, het adres en de postcode van het kindercentrum of gastouderbureau te vermelden.

3.3. Ingevolge de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) vindt de toekenning, herziening en uitbetaling c.q. verrekening en terugbetaling van tegemoetkomingen, evenals de verlening en uitbetaling van voorschotten, plaats door de Belastingdienst Toeslagen. Voor beslissingen van de Belastingdienst Toeslagen op grond van de Awir met betrekking tot de kinderopvangtoeslag heeft de ouder als belanghebbende te gelden. Uit artikel 26 Awir volgt dat een terugbetaling van een te hoge tegemoetkoming of voorschot door de belanghebbende in zijn geheel dient plaats te vinden.

3.4. Vaststaat dat de Belastingdienst Toeslagen in zijn brieven van 12 juni 2009 aan de vraagouders van [eiseres] te [woonplaats] heeft medegedeeld dat [eiseres] geen registratie zou kennen als vereist in de Wet kinderopvang en dat als gevolg daarvan de kinderopvangtoeslag wordt aangepast. Voorts staat vast dat de Belastingdienst Toeslagen vervolgens beschikkingen aan de betreffende vraagouders heeft afgegeven op grond van de Awir met betrekking tot de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.

3.5. Vooropgesteld wordt dat indien de door de Belastingdienst Toeslagen aan de vraagouders gedane mededeling met betrekking tot de registratie van [eiseres] onjuist was en er op basis van deze onjuiste mededeling aan ouders ten onrechte tegemoetkomingen zijn onthouden mogelijk sprake is van onrechtmatig handelen jegens deze ouders. Denkbaar is voorts dat deze ouders als gevolg daarvan schade lijden. De juistheid van de hieraan ten grondslag liggende beschikkingen kan echter niet aan de civiele rechter worden voorgelegd nu tegen beschikkingen van de Belastingdienst Toeslagen op grond van de Awir met betrekking tot de aanspraak van een ouder op kinderopvangtoeslag immers bezwaar en vervolgens beroep bij de bestuursrechter openstaat. Indien en voor zover de wetgever een bijzondere rechter heeft aangewezen om kennis te nemen van een bepaald geschil, is - gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen - de weg naar de civiele rechter, in dit geval in kort geding, in beginsel afgesloten. De discussie tussen partijen met betrekking tot de vraag of de betreffende vraagouders op grond van artikel 5 lid 1 en lid 5 onder c van de Uitvoeringsregeling Awir gehouden zijn om de wijziging van het adres van het geregistreerde kindercentrum of gastouderbureau aan de Belastingdienst Toeslagen mede te delen, dient dan ook in de bestuursrechtelijke procedure tussen de Belastingdienst Toeslagen en de desbetreffende ouders gevoerd te worden.

3.6. De voorzieningenrechter komt vervolgens toe aan de vraag of de Belastingdienst Toeslagen onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres]. Hiervan kan sprake zijn indien voldoende aannemelijk is geworden dat de Belastingdienst Toeslagen niet in redelijkheid tot de aan de vraagouders gedane mededeling met betrekking tot de registratie van [eiseres] had mogen komen. Aldus dient in het onderhavige geval te worden beoordeeld of de Belastingdienst Toeslagen zijn mededeling dat de registratie van [eiseres] is beëindigd per 20 oktober 2008 redelijkerwijs mocht baseren op gegevens uit het register kinderopvang van de gemeente [woonplaats].

3.7. Uit artikel 45 Wet kinderopvang volgt dat degene die voornemens is een kindercentrum of gastouderbureau in exploitatie te nemen daarvan melding doet aan het college van burgemeester en wethouders. Dit college houdt een register bij van gemelde kindercentra en gastouderbureaus en hij houdt toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot de kwaliteit. Het college wijst daartoe ambtenaren van de GGD als toezichthouder aan. De GGD kan onderzoek doen naar de naleving van de relevante wet- en regelgeving. Op grond van artikel 9 lid 2 van de Regeling Wet kinderopvang kan het college het kindercentrum of gastouderbureau verwijderen uit het hiervoor bedoelde gemeentelijke register indien uit onderzoek als bedoeld in artikel 62 Wet Kinderopvang is gebleken dat het kindercentrum of gastouderbureau de bij en krachtens de wet gegeven voorschriften niet of in onvoldoende mate naleeft.

3.8. De Belastingdienst Toeslagen heeft ter zitting aangevoerd dat de door hem gedane mededeling uitsluitend is gedaan aan de vraagouders die bij hun aanvraag [eiseres] te [woonplaats] hebben opgegeven als het gastouderbureau door tussenkomst waarvan de door hen genoten gastouderopvang plaatsvond, zodat deze mededeling dan ook niet anders kan worden begrepen dat de registratie van [eiseres] te [woonplaats] is beëindigd. Voorts heeft de Belastingdienst Toeslagen betoogd dat hij zijn mededeling heeft gebaseerd op gegevens uit het register van de gemeente [woonplaats]. Daartoe wordt verwezen naar de overgelegde publicatie op de website van deze gemeente. Deze informatie op het register van de gemeente [woonplaats] strookt volgens de Belastingdienst Toeslagen ook met de inhoud van de brieven van deze gemeente van 1 juli 2008 en 17 oktober 2008 waarin - kort samengevat - de gemeente [woonplaats] aanleiding heeft gezien om met ingang van 20 oktober 2008 over te gaan tot verwijdering van [eiseres] uit het register kinderopvang omdat aan belangrijke en essentiële regels van de Wet kinderopvang niet werd voldaan en niet, zoals door [eiseres] is gesteld, wegens een verhuizing naar de gemeente Hoogeveen. De registratie van [eiseres] te [woonplaats] was per 20 oktober 2008 dan ook op die gronden vervallen zodat de mededeling van de Belastingdienst Toeslagen dan ook niet onjuist is, aldus de Belastingdienst Toeslagen.

3.9. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Belastingdienst Toeslagen voldoende feiten en omstandigheden aangevoerd welke met zich brengen dat geen sprake is van een door de Belastingdienst Toeslagen gedane onjuiste mededeling aan de vraagouders omtrent de beëindiging van de registratie van [eiseres] te [woonplaats]. Daartoe is het volgende redengevend. Vaststaat dat naar aanleiding van de door de GGD Zuid-Holland Zuid op 10 april 2008 verrichtte inspectie bij [eiseres] in het definitieve inspectierapport van de GGD Zuid-Holland Zuid is geconcludeerd dat [eiseres] niet voldoet aan de eisen van de Wet kinderopvang. Voorts staat vast dat naar aanleiding van dit inspectierapport het college te [woonplaats] bij brief van 1 juli 2008 aan [eiseres] een schriftelijke aanwijzing heeft gegeven om de in het rapport weergegeven overtredingen binnen een bepaalde termijn ongedaan te maken. Bij de in de brief van 17 oktober 2008 vervatte beschikking heeft het college onder verwijzing naar het aanwijzingsbesluit van 1 juli 2008 vastgesteld dat [eiseres] belangrijke en essentiële regels uit de Wet kinderopvang overtreedt. Op die grond heeft hij [eiseres] met ingang van 20 oktober 2008 uit het register kinderopvang van de gemeente [woonplaats] verwijderd. Het college te [woonplaats] heeft op de website van de gemeente [woonplaats] gepubliceerd dat [eiseres] vanaf 20 oktober 2008 niet meer staat geregistreerd als gastouderbureau te [woonplaats]. Gelet op voornoemde omstandigheden heeft de Belastingdienst Toeslagen zijn mededeling aan de vraagouders redelijkerwijs mogen baseren op de verwijdering van de registratie van [eiseres] door de gemeente [woonplaats]. De door [eiseres] gestelde verhuizing naar Hoogeveen en de daarmee samenhangende registratie bij de gemeente Hoogeveen doet aan het voorgaande niet af nu deze losstaat van de verwijdering van de registratie door de gemeente [woonplaats] zoals hierboven reeds is weergegeven. Voor zover [eiseres] heeft willen betogen dat de gemeente [woonplaats] (te) laat zou zijn geweest met het verwerken van de verhuizing van [eiseres], dient zij zich te wenden tot de gemeente [woonplaats] in plaats van de Belastingdienst Toeslagen nu de gemeenten zorg dragen voor de registratie en inschrijving van kindercentra en gastouderbureaus. De Belastingdienst Toeslagen mag in beginsel op informatie van de gemeente [woonplaats] afgaan en dat geldt te meer nu hij, gelet op de hiervoor weergegeven voorgeschiedenis met betrekking tot de verwijdering van [eiseres], geen reden had om de informatie van de gemeente [woonplaats] in twijfel te trekken.

3.10. De conclusie van het voorgaande is dat binnen het beperkte kader van dit kort geding niet met de hier vereiste mate van waarschijnlijkheid kan worden geconcludeerd dat de Belastingdienst Toeslagen door de mededeling aan de bij [eiseres] aangesloten vraagouders omtrent de registratie van [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van [eiseres]. Dit leidt tot de slotsom dat de vordering van [eiseres] dient te worden afgewezen.

3.11. [Eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de Belastingdienst Toeslagen begroot op

€ 1.078,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 262,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2009.

mvw