Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4668

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-11-2009
Datum publicatie
09-12-2009
Zaaknummer
AWB 09/1742 tot en met AWB 09/1754
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omzetbelasting. Vrijstelling medici. Eiser is homeopaat. De rechtbank oordeelt dat diensten van een homeopaat kunnen worden uitgesloten van de vrijstelling als niet kan worden aangetoond dat de homeopaat over een beroepskwalificatie beschikt die waarborgt dat de door hem geboden verzorging een kwaliteitsniveau heeft dat gelijkwaardig is aan dat volgens de Wet BIG. In dit kader moet het kwaliteitsniveau van een homeopaat worden getoetst aan dat van een arts. Omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij over de beroepskwalificatie beschikt die waarborgt dat de door hem geboden zorg een kwaliteitsniveau van een arts heeft, zijn de door hem verleende diensten daarom uitgesloten van de vrijstelling. Beroepen ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010, 962 met annotatie van Thiemann
FutD 2009-2674

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht, afdeling 4, enkelvoudige kamer

Procedurenummers: AWB 09/1742 OB tot en met AWB 09/1754 OB

Uitspraakdatum: 17 november 2009

Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in de gedingen tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst [te P], verweerder.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van verweerder van 28 februari 2009 op de bezwaren van eiser tegen de door hem voldane omzetbelasting over de aangifte tijdvakken in de periode vanaf 1 oktober 2005 tot en met 31 december 2008.

I ZITTING

Het onderzoek ter zitting van alle zaken heeft plaatsgevonden op 3 november 2009.

Eiser is daar in persoon verschenen met zijn advocaten mr. E.H.C.M. Biemans en mr. J. van Broekhuijze. Namens verweerder is mr. [A] verschenen.

IIBESLISSING

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

IIIOVERWEGINGEN

3.1Eiser is werkzaam als klassiek homeopaat en is als zodanig ondernemer in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). Eiser staat niet ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 18 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: de Wet BIG).

3.2Gedurende de periode 1 oktober 2005 tot en met 31 december 2008 heeft eiser na afloop van elk kalenderkwartaal de in het kwartaal verschuldigd geworden omzetbelasting op aangifte voldaan en tegen de voldoening op aangifte bezwaar gemaakt. Bij de bestreden uitspraken op bezwaar heeft verweerder de bezwaren afgewezen.

3.3Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. In geschil is of de prestaties die eiser verricht in het kader van de uitoefening van zijn beroep zijn vrijgesteld van omzetbelasting op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1°, van de Wet, hetgeen eiser stelt en verweerder bestrijdt.

3.4Eiser concludeert - naar de rechtbank begrijpt - tot gegrondverklaring van de beroepen en tot teruggave van de voor alle tijdvakken op aangifte voldane omzetbelasting. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

3.5Ingevolge artikel 22j, aanhef en onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vangt de termijn voor het instellen van bezwaar tegen een voldoening op aangifte aan met ingang van de dag na die van de voldoening. Uit de gedingstukken blijkt dat eiser steeds op de dag van voldoening bezwaar heeft gemaakt en betreffende drie aangiftetijdvakken nog enkele dagen eerder. Ingevolge artikel 6.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb blijft ten aanzien van een voortijdig ingediend bezwaar niet-ontvankelijkverklaring achterwege als de indiener redelijkerwijs kon menen dat het voor bezwaar vatbare besluit ten tijde van de indiening van het bezwaar reeds tot stand was gekomen. Partijen hebben ter zitting verklaard dat eiser steeds bezwaar maakte nadat de desbetreffende aangifte was ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank kon eiser, met het indienen van een aangifte met daarop het door hem zelf bepaalde te betalen bedrag en het geven van de betaalopdracht redelijkerwijs menen dat het voor bezwaar vatbare besluit, in casu de voldoening op aangifte, ten tijde van de indiening de aangiften tot stand was gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn alle bezwaren daarom ontvankelijk.

3.6Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet BIG worden registers ingesteld, waarin degenen die aan de daarvoor bij en krachtens de Wet BIG gestelde voorwaarden voldoen, op hun aanvrage worden ingeschreven, onderscheidenlijk als: arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige of verpleegkundige.

3.7Om in het desbetreffende register als arts te kunnen worden ingeschreven, wordt, ingevolge artikel 18 van de Wet BIG, vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene voldoet aan de daartoe bij algemene maatregel van bestuur gestelde opleidingseisen.

3.8Ingevolge artikel 13, onder A, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Zesde richtlijn, verlenen de lidstaten vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de gezondheidskundige verzorging van de mens in het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de lidstaat, onder de voorwaarden die de lidstaten vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de vrijstelling te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen.

3.9Ingevolge artikel 11, eerste lid, aanhef onderdeel g, onder 1°, van de Wet, zoals dat luidde tot 1 januari 2008, zijn van de belasting vrijgesteld de diensten door beoefenaren van een beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG. Per 1 januari 2008 is, ingevolge de vanaf die datum geldende tekst van genoemd artikelonderdeel, van de belasting vrijgesteld de gezondheidskundige verzorging van de mens in het kader van de uitoefening van de medische en paramedische beroepen waarvoor regels zijn gesteld in de Wet BIG.

3.10In zijn arrest van 27 april 2006, LJN AY964 ("Solleveld"), overwoog het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: het HvJ) dat de lidstaten, voor het verlenen van de in 3.7 bedoelde vrijstelling, zelf de vereiste beroepskwalificaties mogen omschrijven en ook de specifieke werkzaamheden op het gebied van gezondheidskundige verzorging van de mens, maar dat die beoordelingsvrijheid, die is bedoeld om te garanderen dat de vrijstelling alleen geldt voor diensten door personen met een vereiste beroepskwalificatie, niet onbeperkt is. Er mag namelijk geen inbreuk worden gemaakt op het beginsel van de fiscale neutraliteit, dat inherent is aan het gemeenschappelijke BTW-stelsel. Het HvJ concludeerde daaruit dat een beroep of specifieke werkzaamheid van de vrijstelling kan worden uitgesloten op grond van objectieve redenen gebaseerd op overwegingen die verband houden met de kwaliteit van de verleende diensten, maar dat de fiscale neutraliteit zich ertegen verzet dat diensten die met elkaar in concurrentie staan verschillend worden behandeld. Zijn diensten niet identiek, dan zijn ze in het kader van het al dan niet verlenen van de vrijstelling alleen als soortgelijk aan te merken als ze voor de zorgontvanger een gelijkwaardig kwaliteitsniveau hebben. Dit betekent dat diensten van de vrijstelling kunnen worden uitgesloten als niet kan worden aangetoond dat de desbetreffende dienstverleners over beroepskwalificaties beschikken die waarborgen dat de geboden verzorging een kwaliteitsniveau heeft dat gelijkwaardig is aan dat volgens de nationale wettelijke omschrijving.

3.11Gelet op hetgeen is overwogen in 3.10 is de rechtbank van oordeel dat diensten van een klassiek homeopaat kunnen worden uitgesloten van de vrijstelling van omzetbelasting als niet kan worden aangetoond dat de klassiek homeopaat over een beroepskwalificatie beschikt die waarborgt dat de door hem geboden verzorging een kwaliteitsniveau heeft dat gelijkwaardig is aan dat volgens de Wet BIG. Gelet op de aard van de door een klassiek homeopaat geboden zorg, namelijk het uitoefenen van de geneeskunde, is de rechtbank van oordeel dat het kwaliteitsniveau van de klassiek homeopaat in dit kader dient te worden getoets aan dat van een arts.

3.12Ter zitting heeft eiser onder meer aangevoerd dat degenen die de vakopleiding tot klassiek homeopaat volgen veelal een artsenstudie hebben gevolgd of een speciale daarvoor aangeboden vooropleiding van ongeveer drie jaar. Vaststaat dat eiser zelf geen arts is. Ter zitting heeft eiser een kopie overgelegd van zijn akte van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs in de plant- en dierkunde. De rechtbank acht aannemelijk dat, zoals eiser heeft aangevoerd, die bekwaamheid voor hem van groot nut is bij de uitoefening van zijn beroep als klassiek homeopaat, naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser daarmee echter niet aannemelijk gemaakt dat hij beschikt over een bekwaamheid die vergelijkbaar is met de bekwaamheid van een arts voor de uitoefening van de geneeskunde. Uit hetgeen eiser voor het overige heeft aangevoerd kan ook niet worden afgeleid dat en in hoeverre de vooropleiding tot de vakopleiding tot klassiek homeopaat, voor degenen die geen artsenstudie hebben gevolgd, met een artsenstudie te vergelijken is. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat, naar eiser ter zitting heeft verklaard, de meeste klassieke homeopaten die zijn ingeschreven in het register van de Nederlandse Vereniging van Klassieke Homeopaten, een "BIG-kwalificatie" hebben als verpleegkundige en slechts een enkeling onder hen arts is.

3.13Op grond van hetgeen is overwogen in 3.12 is de rechtbank van oordeel dat eiser, met hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd en overgelegd, niet heeft aangetoond dat hij over de beroepskwalificatie beschikt die waarborgt dat de door hem geboden zorg een kwaliteitsniveau heeft dat gelijkwaardig is aan dat van een arts. De door eiser verleende diensten zijn daarom uitgesloten van de vrijstelling van omzetbelasting als bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef onderdeel g, onder 1°, van de Wet. Het gelijk is aan verweerder.

3.14Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.

3.15De rechtbank vindt geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Aldus vastgesteld door mr. G.J. Ebbeling, in tegenwoordigheid van de griffier H. van Lingen.

Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2009.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.