Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4495

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-05-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
02/230 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht; Verzet tegen de uitdelingslijst in schuldsanering.

De Gemeente heeft verzet ingesteld tegen slotuitdelingslijst nu haar vordering als concurrent is geverifieerd, terwijl zij stelt dat zij een preferente vordering heeft. Kan door middel van verzet alsnog het voorrangsrecht worden verkregen, indien een vordering zonder voorrang is geverifieerd? Nee, ter verificatievergadering geverifieerde vorderingen hebben kracht van gewijsde (art. 121, lid 4, Fw). Dit geldt tevens ten aanzien van de geverifieerde preferentie dan wel het ontbreken daarvan (zie: HR 25 januari 1935, NJ 1935, 1633; HR 24 juni 1960, NJ 1960, 453). Derhalve is het niet mogelijk alsnog een voorrangsrecht te verkrijgen door middel van verzet tegen de uitdelingslijst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010, 19
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

insolventienummer: 02/230 R

02/231 R

uitspraakdatum : 1 mei 2009

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - enkelvoudige kamer

In het faillissement van:

[schuldenaar A.]

geboren op [datum] 1966 te [geboorteplaats],

schuldenaar,

en

[schuldenares B.]

geboren op [datum] 1973 te [geboorteplaats],

schuldenares,

ten tijde van het uitspreken van de schuldsaneringsregeling

wonende te [adres]

heeft

Gemeente Leiden,

kantoorhoudende te 2311 TM Leiden, Langebrug 60,

verzoekster,

een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot verzet tegen de op 23 maart 2009 ter inzage gelegde uitdelingslijst.

De schuldsaneringsregeling is op 26 juni 2002 van toepassing verklaard, met benoeming van, laatstelijk, mw. mr. F.A.M. Veraart tot rechter-commissaris. Modus Vivendi B.V., kantoorhoudende te Hendrik-Ido-Ambacht, is aangesteld als bewindvoerder.

I. Verloop van de procedure

Op 14 oktober 2005 is de crediteurenlijst van schuldenares ter inzage gelegd. De crediteurenlijst van schuldenaar is op 23 juli 2007 ter inzage gelegd. Op 27 oktober 2005 respectievelijk 3 augustus 2007 zijn de vorderingen op de crediteurenlijsten ongewijzigd naar de lijst van erkende vorderingen overgebracht. Op de beide ter inzage gelegde lijsten van crediteuren stond de vordering van verzoekster ad € 8.125,19 als concurrente vordering van Gerechtsdeurwaarderskantoor Buik en Van der Horst vermeld. Nu enige betwisting is uitgebleven is de vordering zonder recht van voorrang erkend.

Van 23 maart tot en met 2 april 2009 hebben de slotuitdelingslijsten ter griffie van de rechtbank ter inzage gelegen. Dit is gepubliceerd op 20 maart 2009. Op de slotuitdelingslijsten staat onder nr. 2 van de concurrente crediteuren de vordering van Buik en Van der Horst ad € 8.125,19, een uitdeling ad € 162,11 respectievelijk € 0,- en het uitkeringspercentage van 2,00 % respectievelijk 0,0 % vermeld.

Op 31 maart 2009 is door verzoekster tijdig, te weten voor 2 april 2009 - de laatste dag dat de slotuitdelingslijst ter inzage lag - verzet aangetekend tegen de slotuitdelingslijst.

Het verzoek is op 16 april 2009 pro forma behandeld en aangehouden tot 24 april 2009 voor een inhoudelijke behandeling in raadkamer. Ter zitting d.d. 24 april 2009 is de bewindvoerder verschenen. Verzoekster is zonder bericht van verhindering niet verschenen.

II. Gronden van verzet

In het verzetschrift d.d. 31 maart 2009 voert verzoekster aan dat zij een vordering heeft ad € 8.125,19 en dat het uit te delen bedrag in geen enkele verhouding staat tot de hoofdsom.

Voorts voert verzoekster aan dat haar vordering op grond van artikel 60 lid 5 van de Wet Werk en Bijstand een recht van voorrang heeft na de vorderingen ex art. 3:288 van het Burgerlijk Wetboek. Derhalve is de vordering onterecht aangemerkt als concurrent terwijl de vordering op basis van de wet als preferent aangemerkt dient te worden.

III. Advies rechter-commissaris

De rechter-commissaris heeft op 21 april 2009 haar schriftelijk advies ex art. 185, lid 2, j° 249, lid 5, van de faillissementswet (Fw) aan de rechtbank uitgebracht. Dit advies concludeert tot afwijzing van het verzet.

IV. Behandeling ter zitting

De bewindvoerder heeft in raadkamer d.d. 24 april 2009 aangevoerd dat de deurwaarder de vordering ad

€ 8.125,19 indertijd heeft ingediend zonder vermelding van enige preferentie.

Op 17 juli 2002 is verzoekster aangeschreven met het verzoek haar vordering in te dienen onder opgave van mogelijke preferentie.

Op 30 december 2002 heeft de crediteur een schriftelijke bevestiging ontvangen dat haar vordering ad

€ 8.125,19 op de lijst van de concurrente vorderingen is geplaatst.

Voor de verificatievergadering d.d. 3 augustus 2007 heeft de bewindvoerder de deurwaarder opgeroepen op bevel van de rechter-commissaris.

Verzoekster heeft niet eerder dan in de termijn dat de slotuitdelingslijst ter inzage lag, melding gemaakt van de preferentie van haar vordering. Hierop heeft de bewindvoerder verzoekster geattendeerd op de mogelijkheid tot verzet tegen de uitdelingslijst.

De bewindvoerder erkent dat de vordering van verzoekster als preferent aangemerkt had moeten worden, maar dat verzoekster voldoende gelegenheid heeft gekregen om deze preferentie tijdig kenbaar te maken.

V. Beoordeling van het verzet

Ter beoordeling van het verzet overweegt de rechtbank als volgt.

Verzoekster heeft tot aan het moment van het ter inzage liggen van de slotuitdelingslijst de bewindvoerder nimmer het voorrangsrecht van haar vordering meegedeeld danwel te kennen gegeven dat haar vordering onterecht op de crediteurenlijsten voorkomt. Daarnaast heeft verzoekster de mogelijkheid om ter verificatievergadering melding te maken van het recht van voorrang, onbenut gelaten.

Op grond van art. 121 lid 4 Fw hebben de ter verificatievergadering erkende vorderingen kracht van gewijsde; de erkende vorderingen staan onherroepelijk vast. Derhalve kan tegen deze erkende vorderingen niet door middel van verzet tegen de uitdelingslijst worden opgekomen. Dat niet met goed gevolg verzet tegen de uitdelingslijst ingesteld kan worden tegen het al dan niet terecht erkende recht van preferentie danwel de al dan niet terechte erkenning als concurrente vordering, blijkt ook uit arresten van de Hoge Raad (HR 25 januari 1935, NJ 1935, 1633; HR 24 juni 1960, NJ 1960, 453).

De vordering van verzoekster is op 27 oktober 2005 respectievelijk 3 augustus 2007 geverifieerd en ongewijzigd naar de lijst van erkende vorderingen overgebracht. De hiermee als concurrente vordering geverifieerde vordering van verzoekster staat derhalve op de lijst van erkende vorderingen en staat daarmee vast.

Gelet op het voorgaande dient - wat er ook zij van de vraag, of verzoekster ter verificatie zich met recht had kunnen beroepen op het voorrecht van haar vordering - het verzet ongegrond verklaart te worden.

BESLISSING:

De rechtbank:

- verklaart het verzet inzake de vordering van Gemeente Leiden ad € 8.125,19 ongegrond.

Gewezen door mr. P. van Essen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 mei 2009 in aanwezigheid van mr. B.H.A. Brauers, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de wet dat recht toekent binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij verzoekschrift ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.