Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4491

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-09-2009
Datum publicatie
26-11-2009
Zaaknummer
342735 KG ZA 09-936
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Inschrijven met € 0. Herstel van een voor ieder kenbare fout.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2009/154
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 14 september 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 342735 / KG ZA 09/936 van:

de besloten vennootschap King Nederland B.V.,

gevestigd te Tiel,

eiseres,

advocaat mr. F. Koster te Malden,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie),

zetelende te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. C. Wiggers,

en tegen:

de besloten vennootschap Dirksen Schoonmaakartikelen BV,

gevestigd te Almelo,

advocaat mr. J. Schutrups te Enschede.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'King' en 'de Staat ' en 'Dirksen'.

1. Het incident tot voeging

Dirksen heeft verzocht zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting van 3 september 2009 hebben King en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de voeging. Dirksen is vervolgens als gevoegde partij toegelaten aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat het verzoek tot voeging aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen in de weg staan.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 3 september 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Op 7 april 2009 heeft de Staat een Europese aanbesteding aangekondigd voor de levering van hygiënische artikelen aan alle onder de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) ressorterende inrichtingen en/of diensten. De opdracht betreft een raamovereenkomst met één onderneming voor de duur van vier jaar. De waarde van de opdracht wordt geraamd op € 4.500.000,-. Op deze aanbestedingsprocedure is het Besluit Aanbestedingsregels Overheidsopdrachten (BAO) van toepassing.

2.2. King heeft tijdig ingeschreven op de onderhavige aanbesteding. King en Dirksen zijn de enige (overgebleven) inschrijvers.

2.3. Het gunningscriterium is de laagste prijs. Het aanbestedingsdocument, nader gewijzigd op dit punt in de Nota van Inlichtingen 1 van 24 april 2009, vermeldt dat de inschrijver met de laagste prijs de hoogste score behaalt van in totaal 100 te vergeven punten. Het criterium is onderverdeeld in twee subcriteria, n.l. :

I. Prijs hygiënische artikelen 95 punten

II. Kosten spoedbestelling 5 punten.

2.4. Voor opgave van de prijs van de hygiënische artikelen en kosten spoedbestelling dienen de inschrijvers gebruik te maken van een (nieuw) Prijzenblad dat als Bijlage O is gevoegd bij de Nota van Inlichtingen 2 van 18 mei 2009. Prijsopgave dient te geschieden door het aanbieden van een prijs per gevraagd product. De producten zijn genummerd van 1.1.1 tot en met 7.9. De hygiënische artikelen zijn verdeeld in vier onderdelen, namelijk Personele hygiëne (wegingsfactor 65%), Persoonlijke verzorging (wegingsfactor 20 %), Pakketten (wegingsfactor 10 %) en Afvalzakken (wegingsfactor 5 %).

Het onderdeel Pakketten op het Prijzenblad omvat: Inkomstenpakket Dames, Inkomstenpakket Heren en Verzorgingspakket. Het Verzorgingspakket bestaat uit:

1 x 1.3.1 van 500 ml

1 x 1.5.2 van 500 ml met pomp

1 x 1.2.1 van 100 ml

1 x 5.5.1

1 x 5.7.3

1 x 5.11.1 van 4 ml

1 x 1.1.1

10 x 2.2.16

Met betrekking tot de kosten spoedbestelling dient een prijsopgave te worden gedaan van 'Kosten spoedbestelling per rit'.

2.5. Ten aanzien van de prijsvergelijking is in de Nota van Inlichtingen 1 van 24 april 2009 onder meer het volgende vermeld:

"De inschrijver met de laagste prijs scoort het maximum aantal punten. Ten aanzien van de overige inschrijvers geldt, dat een hogere prijs leidt tot een relatief lagere score, conform de formule:

Behaald aantal punten = Max. te behalen punten x (LP/PA)

Waarbij:

LP = Laagste Prijs

PA = Prijs aanbieding

Max. P = Maximum aantal punten."

2.6. Bij brief van 5 juni 2009 heeft de Staat aan King een aantal vragen gesteld omtrent haar inschrijving. Eén van de vragen luidt als volgt:

"Vraag 3:

Wij hebben geconstateerd dat er een aanzienlijk verschil zit tussen het tarief voor een verzorgingspakket en de totaalprijs indien wij de tarieven van de afzonderlijke artikelen uit het verzorgingspakket bij elkaar optellen.

Hebben wij dit correct geconstateerd?

Kunt u nader toelichten waardoor dit verschil veroorzaakt wordt?

Wij wijzen u erop dat het aanpassen van uw inschrijving niet tot de mogelijkheden behoord."

2.7. Bij brief van 9 juni 2009 heeft King geantwoord dat voormelde constatering van de Staat correct is en dat de prijsstelling van een verzorgingspakket een kennelijke verschrijving/vergissing is. King heeft de Staat verzocht rekening te houden met de door haar gecorrigeerde prijs van € 3,61 per verzorgingspakket in plaats van de door haar geoffreerde prijs van € 16,45.

2.8. Bij brief van 25 juni 2009 heeft de Staat aan King meegedeeld dat de inschrijving van Dirksen als de inschrijving met de laagste prijs is beoordeeld en dat hij voornemens is de opdracht te gunnen aan Dirksen.

In deze brief is voorts het volgende vermeld:

tabel gunningscriterium

De inschrijvingen zijn beoordeeld conform de berekening zoals beschreven op pagina 9 van de Nota van Inlichtingen 1.

De geoffreerde tarieven hebben uiteindelijk geleid tot onderstaande eindscores. In de berekening zijn de wegingsfactoren meegenomen.

tabel eindscore

Uw inschrijving is niet als de inschrijving met de "laagste prijs" beoordeeld om de volgende reden:

De kosten die King Nederland BV rekent voor een spoedrit liggen substantieel hoger dan de kosten die Dirksen Schoonmaakartikelen BV voor een spoedrit rekent."

3. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

3.1. King vordert - zakelijk weergegeven - primair:

a. de Staat op straffe van een dwangsom te verbieden de hierboven genoemde opdracht voor de levering van 'Hygiënische artikelen DJI' te gunnen aan een ander dan King;

b. de Staat op straffe van een dwangsom te bevelen bedoelde opdracht voor de levering van 'Hygiënische artikelen DJI' binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te gunnen aan King, indien en voor zover de Staat nog steeds voornemens is om tot gunning van de opdracht over te gaan;

subsidiair a. de Staat op straffe van een dwangsom te gebieden haar voorlopige gunningsbeslissing van 25 juni 2009 in te trekken, althans haar te verbieden het voornemen tot gunning aan Dirksen gestand te doen;

b. de Staat te gebieden over te gaan tot een inhoudelijke herbeoordeling van de inschrijving van King, met inachtneming van de gecorrigeerde prijs van € 3,61 voor het verzorgingspakket, zijnde artikelnummer 6.7 van Bijlage O van het aanbestedingsdocument;

meer subsidiair a. de Staat te verbieden gevolg te geven aan een eventuele overeenkomst waarmee aan een andere inschrijver dan King de opdracht wordt gegeven voor de levering van 'Hygiënische Artikelen DJI';

b. de Staat te bevelen de eventuele overeenkomst op te zeggen, waarmee aan een andere inschrijver dan King de opdracht wordt gegeven voor de levering van 'Hygiënische artikelen DJI';

c. de Staat te bevelen om de lopende aanbestedingsprocedure binnen een termijn van 48 uur na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden;

d. de Staat te gebieden de opdracht opnieuw aan te besteden, op zodanige wijze dat niet wordt gehandeld in strijd met het BAO en de beginselen van het aanbestedingsrecht,

het voorgaande onder a tot en met d op straffe van een dwangsom.

3.2. Daartoe voert King samengevat het volgende aan.

De ongeldigheid van de inschrijving van Dirksen

De door de Staat gevolgde methodiek met betrekking tot de prijsvergelijking betekent dat het puntenaantal dat aan een inschrijving wordt toegekend een rekenkundige afgeleide is van het puntenaantal voor de laagste prijs. Dirksen heeft daarvan misbruik gemaakt door op het onderdeel 'spoedbestellingen' in te schrijven met een prijs van € 0,-. Gelet op de door de Staat gebruikte formule, waarbij de prijs relatief wordt beoordeeld, had de inschrijving van Dirksen als ongeldig gekwalificeerd moeten worden. Inschrijven met € 0,- leidt er namelijk toe dat inschrijvers die wèl een bedrag offreren altijd 0 punten krijgen. Nu Dirksen met € 0,- heeft ingeschreven op het onderdeel spoedbestellingen, heeft zij de andere inschrijvers uitgesloten van concurrentie. Hoewel dit niet in het bestek vermeld staat heeft de Staat de formule uitsluitend toegepast op de inschrijvers die niet de laagste prijs hebben ingediend. Dat is anders dan King heeft begrepen bij lezing van het bestek, waarin staat dat de 'inschrijver met de laagste prijs het maximaal aantal punten scoort'. Indien de formule ook was toegepast op degene die de laagste prijs heeft gescoord, zou dit leiden tot een rekenkundige onmogelijkheid. In dit geval moest namelijk worden gedeeld door 0, hetgeen leidt tot de uitkomst 'oneindig'. In het bestek staat vermeld dat de scores relatief worden bepaald. Dat is echter niet het geval geweest, omdat het verschil tussen Dirksen en King absoluut is bepaald. Onafhankelijk van de inschrijfsom van King was de uitkomst '0'. Dirksen had daarom moeten begrijpen dat inschrijven met € 0,- niet mogelijk was.

De inschrijving van King - herstel van een kenbare, onbedoelde en geringe rekenfout

King heeft abusievelijk bij de prijsstelling van het verzorgingspakket gerekend met de prijs van een verpakkingseenheid, zijnde 500 verfrissingsdoekjes, terwijl slechts de prijs van 10 doekjes nodig is in het verzorgingspakket. Dit heeft tot gevolg gehad dat de prijs voor het verzorgingspakket onevenredig hoog uitviel, namelijk € 16,45 in plaats van € 3,61. Dit is ook door de Staat geconstateerd. King heeft in haar brief van 9 juni 2009 gemotiveerd uiteengezet waarom sprake is van een evidente en onbedoelde rekenfout, die vervolgens desgevraagd is toegelicht en gecorrigeerd. De Staat is hieraan voorbijgegaan en heeft ten onrechte geoordeeld dat herstel van deze fout strijdig is met het gelijkheidsbeginsel.

De ondeugdelijke systematiek ter bepaling van de laagste prijs

De door de Staat gehanteerde systematiek laat de mogelijkheid open dat niet degene die feitelijk de laagste inschrijving heeft gedaan toch de aanbesteding kan winnen. King heeft op onderdeel I, Prijs hygiënische artikelen, met de laagste prijs ingeschreven. Op onderdeel II, Kosten spoedbestelling, heeft King ten onrechte geen punten kunnen scoren. Ook als King met een bedrag van € 0,01 zou hebben ingeschreven voor het onderdeel spoedbestellingen zou zij nog steeds 0 punten toebedeeld hebben gekregen.

De Staat heeft voorts de kosten van een spoedbestelling gewogen op 5 % van de totale waarde van de opdracht, zijnde ongeveer € 56.250,-. Het is King echter bekend dat hooguit 10 spoedbestellingen per jaar worden gedaan. Uitgaande van de door King geoffreerde - en reële - prijs van € 75,- per spoedbestelling komt dit op bedrag van € 750,- per jaar. De prijs voor hygiënische artikelen is gewogen op 95 % van de totale waarde van de opdracht per jaar, namelijk € 1.068.750,-. Aan de hand van de geraamde waarde heeft heeft Dirksen op onderdeel I een bedrag van € 24.073,- per jaar hoger geoffreerd. Dat betekent dat Dirksen op onderdeel II meer dan € 24.073,- per jaar goedkoper moet zijn om ook daadwerkelijk de laagste prijs te scoren. Dit is niet mogelijk nu duidelijk is dat de prijs voor spoedbestellingen maximaal € 1.000,- per jaar bedraagt. Dirksen heeft derhalve de opdracht gegund gekregen, terwijl zij in de praktijk met de hoogste prijs heeft ingeschreven. De beoordelingssystematiek van de Staat moet derhalve als ondeugdelijk worden gekwalificeerd, hetgeen ertoe leidt dat er een heraanbesteding moet plaatsvinden.

Een gebrek in de vereiste transparantie en objectiviteit

Onderdeel II in eis 38 (Bijlage P) van het aanbestedingsdocument is zeer summier gedefinieerd. Er wordt alleen een termijn genoemd waarbinnen een spoedbestelling moet zijn ontvangen. Er ontbreekt een aanduiding van frequentie waarmee spoedbestellingen per week/maand/jaar moeten worden uitgevoerd. Het is derhalve noch transparant noch objectief wat onder een spoedbestelling moet worden verstaan. Ook om deze reden dient dit te leiden tot staking van de aanbesteding en heraanbesteding van de opdracht.

3.3. De Staat en Dirksen voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Ter beoordeling is allereerst of Dirksen een ongeldige aanbieding heeft gedaan, zoals King heeft betoogd. King verwijt Dirksen dat zij misbruik heeft gemaakt van de in het bestek gehanteerde formule voor de berekening van het aantal punten door met een bedrag van € 0,- in te schrijven op het onderdeel Kosten spoedbestelling. Dit is echter niet aannemelijk geworden. Hiertoe is het volgende redengevend.

Dirksen heeft onweersproken aangevoerd dat het in haar bedrijf gebruikelijk is om voor spoedbestellingen geen kosten in rekening te brengen. Voorts is in de aanbestedingsdocumenten een inschrijving met € 0,- op deze post niet uitdrukkelijk uitgesloten. De voorzieningenrechter verwerpt de stelling van King dat Dirksen als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver had moeten begrijpen dat inschrijven met € 0,- op dit onderdeel niet mogelijk was, omdat daarmee, zoals King stelt, de gehanteerde methodiek niet kan worden toegepast. Anders dan King heeft betoogd, resulteert de door de Staat gehanteerde formule, zoals onder 2.5 is weergegeven, namelijk niet in een deling met nul, zodat geen sprake is van de door King gestelde rekenkundige problemen. Daar komt bij dat King ook zelf op dit onderdeel voor een bedrag van € 0,- had kunnen inschrijven. Onjuist is voorts de stelling van King dat, indien behalve Dirksen ook een andere partij met € 0,- zou hebben ingeschreven, twee partijen 'oneindig' zouden hebben gescoord, met andere woorden dat in dat geval met 0 zou moeten worden gedeeld. De formule wordt blijkens het in de Nota van Inlichtingen 1 gegeven voorbeeld ten aanzien van de kosten spoedbestelling namelijk niet gehanteerd bij de laagste prijs. Uit het gegeven voorbeeld volgt dat degene die de laagste prijs aanbiedt in elk geval het maximaal aantal van vijf punten krijgt. Deze laagste prijs behoeft niet te worden gerelateerd. Indien twee keer € 0,- wordt geboden leidt dit volgens het gegeven voorbeeld voor beide inschrijvers tot de hoogste score.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van strategisch inschrijven door Dirksen en dat ook overigens niet is gebleken dat Dirksen een ongeldige aanbieding heeft gedaan. De primaire vordering van King wordt dan ook afgewezen.

4.3. King heeft aangevoerd dat de Staat ten onrechte is voorbijgegaan aan haar verzoek om haar prijsopgave voor het verzorgingspakket als een kennelijke verschrijving/vergissing aan te merken en uit te gaan van een bedrag van € 3,61 in plaats van het geoffreerde bedrag van € 16,45.

Uitgangspunt is dat de aanbestedende dienst bij zijn beoordeling moet uitgaan van de inschrijving zoals die bij het sluiten van de inschrijvingstermijn is ontvangen. Het beginsel van gelijke behandeling verzet zich tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog aanvult of wijzigt. Een uitzondering hierop is denkbaar als sprake is van een voor iedereen kenbare omissie. Het gaat dan bijvoorbeeld om voor iedereen aanstonds kenbare rekenfouten, zoals een verkeerde uitkomst van een vermenigvuldiging of een dubbeltelling.

King heeft aangevoerd dat de Staat tweemaal in Bijlage O van het aanbestedingsdocument de prijs van verfrissingsdoekjes heeft opgevraagd. Eénmaal ging het om de prijs van één enkel doekje. Zij heeft daarop een prijs van € 0,0262 geoffreerd. Bij de prijsstelling van het verzorgingspakket werd gevraagd naar de prijs van tien verfrissingsdoekjes. In beide gevallen was er volgens King geen sprake van de courante verpakkingseenheid van 500 doekjes en daarin schuilt volgens haar dan ook de reden van de onbedoelde rekenfout van King. Zij heeft abusievelijk de prijs doorberekend aan de hand van de courante verpakkingseenheid van 500 stuks. Volgens King had de Staat moeten begrijpen dat het hier ging om een kennelijke vergissing, omdat ook naar de prijs van één enkel doekje was gevraagd.

4.4. De Staat heeft aangevoerd dat zij een aanzienlijk verschil heeft geconstateerd tussen de voor dit verzorgingspakket geoffreerde totaalprijs en de prijs op basis van een optelsom van de door King voor de afzonderlijke artikelen geoffreerde prijzen. De oorzaak van dit verschil was voor haar niet kenbaar, aldus de Staat. Volgens de Staat is het om verschillende redenen denkbaar dat de pakketprijs niet gelijk is aan de optelsom van de afzonderlijke onderdelen. De Staat voert aan dat in het pakket van de acht artikelen vier in een bepaalde hoeveelheid waren gevraagd en één op basis van een aantal stuks. Een inschrijver zou bijvoorbeeld kosten in rekening kunnen brengen die zijn gemoeid met het verpakken van een artikel in een bepaalde hoeveelheid/specifiek aantal. Tevens zou een inschrijver voor het samenstellen van het verzorgingspakket verpakkingskosten in rekening kunnen brengen. De Staat heeft aangevoerd dat hij om toelichting heeft gevraagd, omdat de prijs van het verzorgingspakket niet per artikel is gespecificeerd.

4.5. De door King bepleite aanpassing van de prijs zou er op neer komen dat King haar pakketprijs alsnog baseert op de formule: hoeveelheid artikelen vermenigvuldigd met de prijs per artikel. Gelet op voormeld verweer van de Staat is de toepassing van deze formule voor de berekening van de pakketprijs niet vanzelfsprekend. Dat blijkt ook al uit het feit dat de Staat separaat de pakketprijs heeft opgevraagd. Dit zou immers niet nodig zijn geweest als de pakketprijs simpelweg zou bestaan uit de optelsom van de afzonderlijke artikelen. De conclusie moet dan ook zijn dat hier geen sprake is van een voor ieder kenbare fout. De subsidiaire vorderingen die strekken tot herbeoordeling van de inschrijving van King zijn dan ook niet toewijsbaar.

4.6. King heeft vervolgens aangevoerd dat de gehanteerde systematiek ter beoordeling van de laagste prijs ondeugdelijk is. Zij heeft er daarbij op gewezen dat inschrijving met € 0,- tot gevolg heeft dat degenen die wel een prijs hebben geoffreerd nul punten krijgen.

Vooropgesteld wordt dat, zoals hierboven reeds is overwogen, King zelf ook met € 0,- had kunnen inschrijven voor het onderdeel spoedbestellingen. Voorts zou, gelet op hetgeen King op dit punt heeft aangevoerd, aan zijn bezwaren kennelijk tegemoet zijn gekomen, indien Dirksen met een heel laag bedrag (bijvoorbeeld € 0,01) had ingeschreven. In dat geval zou King echter ook nul punten hebben gescoord op dit onderdeel. De Staat heeft immers onweersproken aangevoerd dat, ook als Dirksen met een heel gering bedrag

(€ 0,01) had ingeschreven, King op het onderdeel spoedbestellingen nul punten zou hebben gescoord, omdat de door King geoffreerde prijs aanzienlijk hoger was. Dat betekent dat King ook in dat geval niet als winnaar uit de bus zou zijn gekomen.

King heeft nog aangevoerd dat zij, zelfs als zij op dit onderdeel met een bedrag van € 0,01 zou hebben ingeschreven, nog steeds 0 punten zou hebben gekregen. Feit is echter nu eenmaal dat zij heeft ingeschreven met een prijs die ver boven € 0,01 ligt.

Tegen deze achtergrond kan niet worden gezegd dat King is getroffen door een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsprocedure.

4.7. Het argument van King dat het aantal op de onderdelen I en II te verkrijgen punten niet strookt met de geldelijke omvang van deze opdrachten, leidt evenmin tot het oordeel dat sprake is van een ondeugdelijke beoordelingssystematiek. Met de Staat is de voorzieningenrechter van oordeel dat een aanbestedende dienst vrij is in het vaststellen van de (sub)gunningscriteria én in de toekenning van het gewicht aan deze criteria en dat het de Staat derhalve vrij staat om aan het subgunningscriterium Kosten spoedbestelling een gewicht toe te kennen dat mogelijk niet recht evenredig is met de omvang van die spoedbestellingen onder de aanbestede overeenkomst. De Staat heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het wenselijk acht dat de met spoedbestellingen gemoeide kosten zo laag mogelijk blijven, ook al omdat het aantal spoedbestellingen op dit moment een onzekere factor is, en dat hij om die reden de keuze heeft gemaakt om het subcriterium Kosten spoedbestelling voor 5% te laten meewegen.

4.8. King heeft ten slotte nog aangevoerd dat het onderdeel Kosten spoedbestellingen in de aanbestedingsstukken zeer summier is gedefinieerd. Zo ontbreekt volgens King een aanduiding van de frequentie waarmee spoedbestellingen per week/maand/jaar moeten worden uitgevoerd. De Staat heeft hierop aangevoerd dat de aard van spoedbestellingen mee brengt dat geen zekerheid kan worden gegeven over de frequentie waarmee deze onder de aanbestede overeenkomst zullen moeten worden uitgevoerd en dat dergelijke gegevens derhalve niet kunnen worden verstrekt. King heeft haar stelling hierna niet nader onderbouwd. Ook deze stelling kan derhalve niet leiden tot het oordeel dat sprake is van een ondeugdelijke beoordelingssystematiek.

4.9. King heeft ter zitting nog opgemerkt dat het bestek van de Staat niet correspondeert met de werkelijkheid. Volgens King heeft de Staat opgave gevraagd van de stuksprijs van de verschillende artikelen en daar telkens een evenredig groot gewicht aan toegekend. De Staat heeft daarbij volgens King miskend dat het ene product in werkelijkheid meer wordt gebruikt dan het andere product. Voor zover King hiermee heeft bedoeld te betogen dat dit moet leiden tot het oordeel dat de Staat tot heraanbesteding moet overgaan, wordt geoordeeld dat King haar stelling op dit punt onvoldoende heeft toegelicht.

4.10. Gelet op hetgeen onder 4.6 tot en met 4.9 is overwogen zijn ook de meer subsidiaire vorderingen van King strekkende tot heraanbesteding van de opdracht niet toewijsbaar.

4.11. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen zullen worden afgewezen. King zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt King in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 1.078,-, waarvan € 816,- aan salaris advocaat en € 262,- aan griffierecht;

- bepaalt dat King bij gebreke van betaling vóór een tijdstip gelegen veertien dagen na heden, de wettelijke rente over deze proceskosten is verschuldigd;

- veroordeelt King in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Dirksen begroot op € 1.078,-, waarvan € 816,- aan salaris advocaat en € 262,- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2009.

evm