Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4485

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-10-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
344826 / KG ZA 09/1065
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2010:BP5012, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Economisch meest voordelige aanbieding. Aanbesteder heeft een herboordeling van de inschrijvingen uitgevoerd. Eiseres vordert heraanbesteking, nu deze herbeoordeling niet uitgevoerd is overeenkomstig het transparantiebeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Vordering afgewezen, nu gedaagde in redelijkheid heeft kunnen vaststellen dat eiseres niet heeft voldaan aan de minimumeisen op het onderdeel Kwaliteit. Gelet op het bepaalde in de Offerteaanvraag, zoals aangehaald onder 1.5, dat de inschrijver die niet aan de minimumeisen op het onderdeel Kwaliteit voldoet van verdere deelname aan de aanbesteding wordt uitgesloten, heeft gedaagde zich derhalve terecht op dit standpunt gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2009/152

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 344826 / KG ZA 09/1065 van:

de besloten vennootschap Hago Nederland B.V.,

gevestigd te Heerlen,

eiseres,

advocaat mr. N.A. Goldberg te ’s-Gravenhage,

tegen:

het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers,

gevestigd te Rijswijk,

gedaagde,

advocaat mr. J.E. Palm te ’s-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Hago’ en ‘het COA’.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 29 september 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Het COA heeft een aanbestedingsprocedure gehouden inzake ‘de levering van schoonmaakdienstverlening, additionele services en producten ten behoeve van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA)’. Het betreft een openbare aanbestedingsprocedure met als gunningscriterium de economisch meest voordelige aanbieding.

1.2. Aan partijen zijn de aanbestedingsdocumenten ter beschikking gesteld, namelijk de Offerteaanvraag, de Nota van Inlichtingen van juni 2009, het Programma van Eisen en de Beoordelingsprocedure Offertes.

1.3. Inschrijving diende plaats te vinden via een door het COA ter beschikking gestelde E-sourcing-tool. Aan deze aanbesteding hebben negen partijen deelgenomen, waaronder eiseres.

1.4. Onder paragraaf 5.2 van de Offerteaanvraag is vermeld dat een beoordelingsteam op de diverse gebieden punten zal toekennen aan de ingediende offertes. De gunningscriteria die het COA hanteert zijn in de volgende tabel weergegeven:

<Tabel gunningscriteria>

1.5. In paragraaf 5.2.2 van de Offerteaanvraag is omtrent de wijze van beoordelen het volgende vermeld:

“De wijze van beoordelen op de gunningscriteria verloopt volgens de volgende stappen. In de 1e beoordelingsstap voeren de leden van het beoordelingsteam individueel een beoordeling van de Offertes uit op gunningscriterium G1. Zij stellen hiermee hun voorlopige individuele score per Inschrijver vast.

Per individuele vraag (vraag 15 t/m/18) binnen gunningscriterium G1 kan bij de beoordeling een score van 0 tot en met 10 worden gegeven (….)

De score op het gunningscriterium G2 wordt middels de in de beoordelingsprocedure opgenomen rekenformule vastgesteld, waarbij tevens de schaal tussen 0 en 10 wordt gehanteerd.

In een plenaire sessie vindt evaluatie plaats (en eventuele individuele bijstelling) van de voorlopige individuele scores op gunningscriterium G1. Dit leidt tot definitieve vaststelling van de individuele scores op gunningscriterium G1. Van de definitieve individuele scores wordt vervolgens het gewogen gemiddelde berekend. Dit gemiddelde op gunningscriterium G1, inclusief de score op het gunningscriterium G2, is de definitieve eindscore van een Inschrijver.

Het COA hanteert voor de score op gunningscriterium G1 (Kwaliteit) (vraag 15 t/m 18) per Inschrijver een ondergrens van 280 van de maximaal te behalen 400 punten. (….)

Inschrijver met een Offerte die onder de grens van 280 punten voor gunningscriterium G1 scoort en/of niet voldoet aan minimaal het cijfer ‘6’ per individuele vraag vallende binnen het gunningscriterium G1 (Kwaliteit) (vraag 15 t/m 18), en hiermee niet voldoet aan het de minimale eisen voor dit gunningscriterium, wordt uitgesloten van verdere deelname aan deze aanbesteding. (…)”

1.6. De vier, in bovenstaande tabel omschreven, subgunningscriteria van het criterium Kwaliteit zijn onderverdeeld in aandachtsgebieden die nader zijn aangeduid in De Beoordelingsprocedure Offertes. Daarbij is vermeld dat alle daar benoemde aandachtsgebieden van evenredig belang zijn in de beoordeling.

1.7. Bij brief van 28 juli 2009 heeft het COA aan Hago bericht dat haar offerte niet voor gunning in aanmerking komt, omdat zij niet het minimum aantal punten heeft behaald op het gunningscriterium Kwaliteit. COA is voornemens de opdracht te gunnen aan GOM Schoonhouden B.V.

1.8. Naar aanleiding van voormelde afwijzingsbrief heeft op 3 augustus 2009 een evaluatiegesprek plaatsgevonden tussen Hago en het COA. Naar aanleiding van de door Hago aan het COA kenbaar gemaakte bezwaren heeft het COA alle ingediende offertes opnieuw beoordeeld op het gunningscriterium Kwaliteit. Deze herbeoordeling heeft er volgens het COA opnieuw toe geleid dat Hago niet het minimum aantal punten van 280 heeft gescoord.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

2.1. Hago vordert, zakelijk weergegeven, na wijziging van eis, het COA te veroordelen zijn voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en de aanbestedingsprocedure voor Schoonmaakdienstverlening te staken en voor zover het de opdracht nog wenst op te dragen, over te gaan tot heraanbesteding.

2.2. Daartoe voert Hago samengevat het volgende aan.

Hago kan zich om verschillende redenen niet verenigen met de uitkomst van deze aanbestedingsprocedure. In de eerste plaats wijst alles erop dat de beoordeling van het gunningscriterium Kwaliteit niet heeft plaatsgevonden zoals vooraf aangekondigd in de Offerteaanvraag en de Beoordelingsprocedure Offertes. Er is in strijd gehandeld met het gelijkheids- en transparantiebeginsel.

Bij de herbeoordeling op het gunningscriterium Kwaliteit heeft het COA een volstrekt andere invulling gegeven aan dezelfde criteria dan in de oorspronkelijke beoordeling. Hago leidt dit af uit de opmerkingen die door het COA zijn gemaakt tijdens het evaluatiegesprek op 3 augustus 2009 in combinatie met het resultaat van de herbeoordeling. Het COA heeft punten die het in dit evaluatiegesprek als positief had beschouwd bij de herbeoordeling als negatieve punten aangemerkt. Het COA heeft de herbeoordeling met een gekleurde bril uitgevoerd. Dit is in strijd met het aanbestedingsrecht. Gelijke behandeling van inschrijvers en een gerechtvaardigde uitkomst van de beoordeling is hiermee niet gewaarborgd. Verder kleven er ernstige gebreken aan de beoordeling van het criterium Prijs. Deze gebreken moeten leiden tot heraanbesteding van de opdracht.

Het COA heeft voorts onrechtmatig gehandeld door in een zeer laat stadium aan Hago mee te delen dat haar inschrijving ongeldig is. Hago betwist bovendien de ongeldigheid van haar inschrijving.

2.3. Het COA voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Met betrekking tot de beoordeling van het gunningscriterium Kwaliteit heeft het COA als verweer aangevoerd dat het de offerte van Hago heeft (her)beoordeeld conform het bepaalde in de Beoordelingsprocedure Offertes, waarbij alle daarin genoemde aandachtspunten van een score zijn voorzien, en dat Hago na de herbeoordeling van alle inschrijvers op het criterium Kwaliteit wederom het minimum aantal punten van 280 niet heeft behaald. Zij dient daarom volgens het COA van verdere deelname aan de onderhavige aanbesteding te worden uitgesloten. Hierover wordt het volgende overwogen.

3.2. Gelet op hetgeen Hago aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd moet worden vastgesteld dat zij geen bezwaar maakt tegen de door het COA gehanteerde beoordelingssystematiek ten aanzien van het gunningscriterium Kwaliteit. Voorts wordt geoordeeld dat het COA voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het bij de herbeoordeling van de inschrijvers op het criterium Kwaliteit alle aandachtsgebieden van de vier subcriteria als beschreven in de Beoordelingsprocedure Offertes heeft beoordeeld. Ter beantwoording is dan de vraag of, zoals Hago heeft gesteld, bij deze herbeoordeling sprake was van (te veel) subjectiviteit en willekeur.

3.3. Aan het COA komt bij de beoordeling van de inschrijvingen een bepaalde mate van beleidsvrijheid toe. Hago heeft dit ter zitting erkend. Dat betekent dat moet worden onderzocht of sprake is van een kennelijk onredelijke of foutieve (her)beoordeling door het COA.

3.4. Hago verwijt het COA dat het bij de herbeoordeling een volstrekt andere invulling heeft gegeven aan dezelfde criteria dan bij de oorspronkelijke beoordeling. De aandachtspunten die aanvankelijk, blijkens de op 3 augustus 2009 gehouden evaluatie, als positief waren beschouwd vormen volgens Hago thans aanleiding voor het opleggen van minpunten. Dat is niet aannemelijk geworden. Het COA heeft de gestelde bezwaren uitdrukkelijk betwist. Volgens het COA is de inschrijving van Hago op de verschillende onderdelen van het criterium Kwaliteit op een aantal punten onvoldoende volledig en onvoldoende concreet. Met betrekking tot het Implementatieplan voert het COA bijvoorbeeld aan dat het niet op alle fronten volledig is. Zo ontbreekt de overname van dienstverlening van andere dienstverleners. Ook laat de concreetheid van het plan te wensen over. Het geschetste tijdpad is te globaal en de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden tussen Hago en het COA zijn slechts summier weergegeven, aldus het COA. Ten aanzien van het onderdeel Kwaliteitsborging heeft Hago volgens het COA onvoldoende aandacht besteed aan de wijze waarop de continuïteit van de dienstverlening wordt gewaarborgd. Hetzelfde geldt voor de wijze waarop de aansturing van het personeel van Hago plaatsvindt. Ten aanzien van het onderdeel Klanttevredenheidsonderzoek heeft Hago het onderzoek volgens COA slechts globaal omschreven. Er blijkt onvoldoende van de toepasbaarheid en de te behalen effectiviteit. Dit bezwaar geldt volgens het COA ook ten aanzien van het onderdeel Klachtenafhandeling. Dat tijdens het evaluatiegesprek mogelijk door het COA is opgemerkt dat Hago aandacht heeft besteed aan alle gevraagde aspecten, zoals Hago heeft betoogd, houdt volgens het COA niet vanzelfsprekend in dat de antwoorden op de gestelde vragen volledig waren.

Tegenover dit verweer van het COA heeft Hago niet nader onderbouwd dat de herbeoordeling van het COA kennelijk onredelijk of foutief is geweest. Hago heeft weliswaar aangevoerd dat dit blijkt uit het gespreksverslag van het evaluatiegesprek van 3 augustus 2009, maar dit is niet aannemelijk geworden. Nog daargelaten dat dit verslag kennelijk alleen door Hago is opgesteld, heeft zij dit verslag niet overgelegd. Het is dan ook niet vast te stellen of bepaalde door Hago aan het COA toegeschreven uitlatingen inderdaad zijn gedaan.

3.5. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het COA in redelijkheid heeft kunnen vaststellen dat Hago niet heeft voldaan aan de minimumeisen op het onderdeel Kwaliteit. Gelet op het bepaalde in de Offerteaanvraag, zoals aangehaald onder 1.5, dat de inschrijver die niet aan de minimumeisen op het onderdeel Kwaliteit voldoet van verdere deelname aan de aanbesteding wordt uitgesloten, heeft het COA zich derhalve terecht op dit standpunt gesteld. Reeds op deze grond is de vordering van Hago niet toewijsbaar.

Hago heeft nog gesteld dat zij niettemin belang heeft bij een oordeel over de volgens haar onjuiste beoordelingssystematiek met betrekking tot de Prijs. Volgens Hago biedt deze systematiek ruimte voor extreem lage inschrijvingen, hetgeen leidt tot oneerlijke concurrentie. Dit druist volgens Hago in tegen de door het COA voorgestane beginselen van het aanbestedingsrecht, te weten transparantie, gelijke behandeling, proportionaliteit en objectiviteit. Het COA heeft hierop onweersproken aangevoerd dat Hago op bepaalde onderdelen ook zelf met lage prijzen heeft ingeschreven (op twee onderdelen een nultarief en een tarief van € 1,- per dag voor een hoogwerker). Indien al zou moeten worden vastgesteld dat voormelde bezwaren van Hago tegen de gehanteerde systematiek juist zijn, dan geldt dat Hago niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij hierdoor bij haar inschrijving is geschaad. Zij heeft ten aanzien van dit punt dan ook geen belang bij haar vordering tot heraanbesteding.

Bij voormelde stand van zaken kan in het midden worden gelaten of, zoals het COA heeft betoogd, de inschrijving van Hago als ongeldig moet worden gekwalificeerd.

3.6. Gelet op het voorgaande zal de vordering van Hago worden afgewezen. Hago zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt Hago om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis aan het COA te betalen de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van het COA begroot op € 1.078,-, waarvan € 816,- aan salaris advocaat en € 262,- aan griffierecht;

- bepaalt dat Hago bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten is verschuldigd;

- verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenverdeling en de bepaling omtrent de wettelijke rente uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2009.

evm