Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4208

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-03-2009
Datum publicatie
24-11-2009
Zaaknummer
AWB 08/2228 WOB
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2009:BK5845, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen handhaving weigering emailbericht openbaar te maken ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

derde afdeling, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 08/2228 WOB

UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eisers], wonende te [P], eisers,

en

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder.

I Ontstaan en loop van het geding

Bij brief van 2 april 2006 hebben eisers bij verweerder verzocht om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot de aanleg van een brug over de [A] die de huiskavel gelegen aan de [adres] verbindt met de [A-]weg.

Bij besluit van 29 mei 2006 heeft verweerder geweigerd een emailbericht openbaar te maken en medegedeeld de overige gevraagde documenten niet openbaar te kunnen maken, omdat deze niet in het bezit zijn van verweerder.

Het besluit van 21 augustus 2006, waarbij dit besluit is gehandhaafd, is door de rechtbank vernietigd bij uitspraak van 17 januari 2008, verzonden 21 januari 2008 (AWB 06/7722).

Bij besluit van 29 februari 2008, verzonden 4 maart 2008, heeft verweerder het besluit van 29 mei 2006 opnieuw gehandhaafd, met wijziging van de motivering.

Eisers hebben tegen dit besluit bij brief van 21 maart 2008 beroep ingesteld.

Het beroep is op 18 maart 2009 ter zitting behandeld.

Eisers zijn niet verschenen.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.A.H.J. Anthonissen.

II Motivering

Bovenkant formulier

1. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en g, van de Wob blijft het verstrekken van informatie ingevolge de Wob achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen of derden.

2. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wob wordt ingeval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.

3. Verweerder heeft aanvankelijk de openbaarmaking van het emailbericht geweigerd met een beroep op artikel 11, eerste lid van de Wob.

4. De rechtbank heeft deze afwijzingsgrond onjuist geacht, omdat zij heeft vastgesteld dat het emailbericht nauwelijks persoonlijke beleidsopvattingen bevat.

5. Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het email bericht niet kan worden openbaar gemaakt op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en g van de Wob.

6. Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis te hebben genomen van het emailbericht is de rechtbank van oordeel dat de hierbedoelde uitzonderingsgronden terecht zijn ingeroepen. Het emailbericht bevat, naast de namen van de betrokken ambtenaren, namen van en gegevens over omwonenden, die evenals eisers nauw betrokken zijn geweest bij de Reconstructie Midden Delfland, die aanleiding gaf tot het verzoek om informatie. Openbaarmaking zou de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen aantasten en onevenredig nadeel opleveren voor betrokkenen. Verweerder heeft deze belangen zwaarder mogen laten wegen dan het openbaarheidsbelang.

7. Voor zover nog een beroepsgrond is gericht tegen verweerders mededeling dat hij niet over meer documenten beschikt, is deze grond uitdrukkelijk verworpen in de uitspraak van de rechtbank van 17 januari 2008, waartegen geen hoger beroep is ingesteld.

Dit punt kan daarom niet nogmaals door de rechtbank worden beoordeeld.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III Beslissing

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.C. Dedel-van Walbeek en in het openbaar uitgesproken op

1 april 2009, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.G. Egter van Wissekerke.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.