Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3812

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
281748 HA ZA 07-498
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onur Air aansprakelijk voor schade reisbureau Peter Langhout a.g.v. vliegverbod. Schade echter niet onderbouwd. Geen nadere bewijslevering. Afwijzing vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 281748 / HA ZA 07-498

Vonnis van 14 oktober 2009

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

ONURAIR TASIMACILIK A.S.,

gevestigd te Istanbul (Turkije),

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,

tegen

de besloten vennootschap

RLP B.V. (voorheen [reisorganisatie] Reizen B.V. genaamd),

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

thans in staat van faillissement met benoeming van mr. F.J. Somers als curator,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E. Grabandt.

Partijen zullen hierna Onur Air en [reisorganisatie] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 mei 2006 met productie 1 t/m 6;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met productie 1 t/m 19;

- het vonnis van 23 mei 2007 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- de aanvullende producties in conventie en reconventie (met productie 7 en 8);

- het proces-verbaal van comparitie van 19 juni 2008;

- de conclusie van repliek in reconventie met productie a;

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2. [reisorganisatie] is bij vonnis van deze rechtbank van 13 juni 2007 in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. F.J. Somers als curator. Op verzoek van de curator is het geding in conventie op grond van artikel 29 Faillissementswet (Fw) geschorst. Ter rolle van 9 januari 2008 heeft de curator de rechtbank laten berichten dat hij het geding in reconventie overneemt (artikel 27 Fw). Partijen hebben daarop in reconventie doorgeprocedeerd.

1.3. Ten slotte is in reconventie vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Onur Air is een Turkse luchtvaartmaatschappij. Zij heeft vanaf 2003 in opdracht van reisorganisatie [reisorganisatie] vluchten uitgevoerd van en naar bestemmingen in Nederland en Turkije.

2.2. Met een op 2 mei 2005 verzonden faxbericht van 29 april 2005 heeft [reisorganisatie], onder verwijzing naar enkele eerdere bijeenkomsten, bij Onur Air geklaagd over de samenwerking tussen beide partijen. In de brief worden ontijdige vluchtschema-informatie, regelmatige vluchtschemawijzigingen en het omboeken van vluchten als problemen genoemd. De brief vermeldt dat [reisorganisatie] hierdoor druk op de organisatie ervaart en veel extra kosten moet maken om zo goed mogelijk met deze problemen om te gaan. [reisorganisatie] schrijft verder dat zij door de drukte niet in staat is om alle telefoongesprekken af te handelen en om nieuwe reserveringen te boeken.

2.3. Bij besluit van 12 mei 2005 heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (hierna: de staatssecretaris) de aan Onur Air verleende toestemming om commerciële vluchten van en naar Nederland uit te voeren, tijdelijk opgeschort (hierna: het vliegverbod), nadat bij inspecties van vliegtuigen van Onur Air tekortkomingen waren geconstateerd en zich incidenten met vliegtuigen van Onur Air hadden voorgedaan. Bij besluit van 24 mei 2005 heeft de staatssecretaris het vliegverbod opgeheven onder het stellen van voorwaarden.

2.4. Op 24 juni 2005 heeft ten kantore van [reisorganisatie] een bespreking met Onur Air plaatsgevonden over de samenwerking tussen partijen.

2.5. Bij e-mail van 21 juli 2005 heeft [reisorganisatie] aan Onur Air bericht:

"I have received this mail this morning regarding over bookings.

The last time you were here in our Office it was on Friday 24 June 2005, we have spoken about the flights this season (1/4/2005 until 31/10/2005).

You have agreed that onur air accept all our allotments until 31/10/2005 You have promised us that there will be no overbooking this year and you should send us the departing times 2 weeks in advance.

We do NOT accept ANY over bookings anymore!

And we receive the departure times every week 3 or even some times 2 days in advance which was not agreed!

From now on we insist to have the departure times 7 days in advance as all the other Dutch tour operators who work with you Has!"

2.6. Met een e-mail van 1 augustus 2005 heeft Onur Air aan [reisorganisatie] onder meer bericht dat zij vanwege het uitblijven van betalingen per direct geen passagiers van [reisorganisatie] meer accepteert.

2.7. Met een e-mail van 26 augustus 2005 heeft [reisorganisatie] Onur Air onder meer bericht:

"I said to you several times that we don't accept the overbookings that we are getting almost every week now. Beside that, when we get the flighttimes from you, it is far to late too inform our clients on the normal way, so we have to make al lot of extra costs to get them their tickets. We can not accept this any more. For the damage we suffered due to the problems you had with the Dutch Government last May and all the other costs we made and are still making because of your way of working, we will hold you responsible. This total amount of costs and damage over the last year is much more than the amount of money we still need to pay to you. So in fact, you owe us money!"

2.8. Bij faxbericht van haar advocaat van 7 september 2005 heeft [reisorganisatie] Onur Air aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. De brief vermeldt dat de schade verband houdt met onder meer:

"1. The very large number of changed bookings and overbookings.

2. The extremely poor administration system operated by Onur Air.

3. Not having sufficient seats available.

4. Onur Air's prohibition to fly in May 2005.

5. Onur Air's recent refusal to transport my client's passengers."

3. De vorderingen in reconventie

3.1. [reisorganisatie] vordert, zakelijk weergegeven:

- een verklaring voor recht dat Onur Air in de nakoming van de overeenkomst met [reisorganisatie] toerekenbaar tekort is geschoten en dat [reisorganisatie] deze overeenkomst(en) op goede gronden heeft ontbonden;

- een verklaring voor recht dat Onur Air ten aanzien van [reisorganisatie] aansprakelijk is voor alle door [reisorganisatie] geleden schade voortvloeiende uit de samenwerking tussen partijen;

- veroordeling van Onur Air tot betaling van € 1.195.755,-- aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente;

- veroordeling van Onur Air in de kosten van het geding, met inbegrip van de eventuele nakosten.

3.2. Hieraan legt [reisorganisatie] het volgende ten grondslag.

Onur Air is in de nakoming van de overeenkomst met [reisorganisatie] toerekenbaar tekortgeschoten. Sinds 2004 is stelselmatig sprake geweest van over- en omboekingen door Onur Air. Verder is [reisorganisatie] regelmatig onacceptabel laat van vluchtgegevens voorzien. Ondanks toezeggingen van Onur Air is de samenwerking van haar zijde niet verbeterd. Daarnaast heeft Onur Air in mei 2005 een vliegverbod voor Nederland opgelegd gekregen, waardoor er in die maand voor [reisorganisatie] nauwelijks meer vluchten beschikbaar waren. Om klanten niet de dupe te laten worden, heeft [reisorganisatie] heeft allerlei maatregelen moeten treffen zoals het bellen van honderden passagiers, het regelen of vergoeden van aanvullend en/of alternatief vervoer en het inschakelen van een derde, Service Wings. [reisorganisatie] heeft door de handelwijze van Onur Air en het vliegverbod schade geleden en zij becijfert deze schade als volgt.

personeel € 23.320,--

busvervoer € 17.061,96

vluchten € 176.647,50

media € 323.476,57

waardecheques € 25.000,--

restituties niet vertrokken passagiers € 28.387,42

annuleringen € 1.616,64

gederfde omzet € 321.720,--

onkosten 2004 € 271.375,--

Service Wings € 7.150,--

wettelijke rente p.m.

Totaal € 1.195.755,10 + p.m.

Nakoming door Onur Air was (en is) blijvend onmogelijk. Onur Air is dus in verzuim. [reisorganisatie] heeft de samenwerking met Onur Air op 26 augustus 2005 op goede gronden beëindigd. Voor zover dat nog niet is geschied, maakt [reisorganisatie] van haar bevoegdheid om de overeenkomst wegens de talloze tekortkomingen van Onur Air te ontbinden.

3.3. Onur Air voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in reconventie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

4.1. Nu [reisorganisatie] in Nederland is gevestigd en haar vorderingen in reconventie voldoende samenhangen met de vordering van Onur Air in conventie, komt de Nederlandse rechter zowel in conventie als in reconventie rechtsmacht toe. De relatieve bevoegdheid van de rechtbank 's-Gravenhage volgt uit artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtsmacht van de Nederlandse rechter en de relatieve bevoegdheid van deze rechtbank is overigens tussen partijen niet in geschil.

4.2. De vraag naar het toepasselijke recht moet worden beantwoord aan de hand van de bepalingen van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Trb 1980, 156 (EVO), nu dit verdrag een universeel formeel toepassingsgebied heeft. De rechtbank stelt vast dat partijen ter comparitie uitdrukkelijk hebben verklaard een rechtskeuze te hebben gemaakt voor Nederlands recht, zodat de vorderingen op grond van artikel 3 EVO aan de hand van dit rechtsstelsel zullen worden beoordeeld.

Nakoming overeenkomst

4.3. In de kern genomen baseert [reisorganisatie] haar vorderingen op drie vermeende tekortkomingen van de zijde van Onur Air: (1) stelselmatige over- en omboekingen, (2) het te laat aanleveren van vluchtgegevens en (3) het opgelegd krijgen van een vliegverbod. Onur Air spreekt op elk van deze onderdelen tegen dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen en zij betwist de door [reisorganisatie] gestelde schade. Subsidiair beroept Onur Air zich op verrekening met openstaande facturen. De rechtbank overweegt als volgt.

De over- en omboekingen en het aanleveren vluchtgegevens

4.4. Onur Air betwist dat sprake is geweest van stelselmatige over- en omboekingen. Volgens haar gaat het in feite om boekingen die [reisorganisatie] van haar klanten heeft geaccepteerd zonder voorafgaande stoelreserveringen op bepaalde vluchten van Onur Air. Het zogeheten 'stoelencontract' tussen Onur Air en [reisorganisatie] waarbij [reisorganisatie] vooraf een vast aantal stoelen afnam op specifieke vluchten van Onur Air, was in maart 2004 verstreken en [reisorganisatie] heeft nadien uitsluitend nog stoelen gereserveerd op ad hoc basis en dus zonder een gegarandeerd aantal stoelen, aldus Onur Air. Verder betwist Onur Air de door [reisorganisatie] gestelde afspraak dat Onur Air de vluchtgegevens uiterlijk 12-14 dagen voor vertrek aan [reisorganisatie] zou aanleveren.

4.5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [reisorganisatie] dit verweer van Onur Air niet kunnen weerleggen. [reisorganisatie] heeft in de eerste plaats haar stelling dat ook na maart 2004 sprake is geweest van door Onur Air gegarandeerde stoelen onvoldoende onderbouwd. Ter comparitie van 19 juni 2008 heeft [reisorganisatie] zich weliswaar beroepen op een schriftelijke overeenkomst die hiervan zou zijn opgemaakt, maar zij heeft deze overeenkomst niet overlegd, ook niet na de comparitie, ofschoon zij daartoe bij repliek in reconventie wel (ruimschoots) in de gelegenheid is geweest. De door [reisorganisatie] gestelde afspraak blijkt ook niet uit de stukken die wel in het geding zijn gebracht. Hieruit leidt de rechtbank af dat [reisorganisatie] de vliegtuigstoelen op ad hoc basis bij Onur Air reserveerde en dat zij daarbij niet kon rekenen op een gegarandeerd aantal stoelen op bepaalde vluchten. De correspondentie met Onur Air is weliswaar een aanwijzing dat de samenwerking ten aanzien van over- en omboekingen niet naar tevredenheid van [reisorganisatie] verliep, maar zonder nadere toelichting - die ontbreekt - kan daaruit niet worden opgemaakt dat Onur Air in het licht van het voorgaande daadwerkelijk is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen.

4.6. Hetzelfde geldt voor de door [reisorganisatie] gestelde afspraak dat Onur Air de vluchtgegevens uiterlijk 12-14 dagen voor vertrek zou moeten aanleveren. Het bestaan van een dergelijke afspraak laat zich niet afleiden uit de in dit geding beschikbare documentatie. Zo er al sprake zou zijn geweest van het onacceptabel laat aanleveren van vluchtgegevens, dan bieden de overgelegde stukken onvoldoende aanknopingspunten voor de stelling van [reisorganisatie] dat dit Onur Air valt te verwijten. Zo blijkt uit de koppen van de e-mails aan [reisorganisatie] met vluchtgegevens niet dat deze e-mails afkomstig zijn van Onur Air, hetgeen door Onur Air ook uitdrukkelijk wordt betwist. Daar komt bij dat [productiemanager], voormalig productiemanager bij [reisorganisatie], ter comparitie heeft verklaard dat twee van de drie desbetreffende afzenders niet voor Onur Air maar voor [reisorganisatie] in Turkije werkzaam waren.

Het vliegverbod

4.7. Van 12 tot 24 mei 2005 heeft Onur Air vliegverbod opgelegd gekregen. Uit de door [reisorganisatie] overlegde stukken leidt de rechtbank af dat [reisorganisatie] op vluchten in die periode stoelen had gereserveerd ten behoeve van haar klanten. Onur Air ontkent dit, maar elke feitelijke onderbouwing hiervoor (zoals passagierslijsten) ontbreekt. Deze ontkenning valt in zekere zin ook niet te rijmen met de door Onur Air verstuurde facturen voor vluchten vóór en na die periode; het is in het licht hiervan onwaarschijnlijk dat [reisorganisatie] precies voor de periode waarin Onur Air een vliegverbod kreeg opgelegd géén stoelen zou hebben gereserveerd ten behoeve van haar klanten.

4.8. Onur Air had dus ook in de hiervoor genoemde periode een contractuele verplichting jegens [reisorganisatie] om haar klanten te vervoeren. Het vliegverbod maakte dit feitelijk onmogelijk. Onur Air kon zo niet aan de verplichting jegens [reisorganisatie] voldoen. Daarmee is de tekortkoming van Onur Air voldoende kenbaar. Volgens Onur Air kan de tekortkoming haar echter niet worden toegerekend omdat de omstandigheden die hebben geleid tot het vliegverbod niet aan haar schuld te wijten zouden zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Onur Air dit beroep op overmacht tegenover de gemotiveerde betwisting door [reisorganisatie] onvoldoende onderbouwd, bijvoorbeeld aan de hand van rapportages over de staat van onderhoud van de vliegtuigen van Onur Air. Het beroep van Onur Air op overmacht wordt daarom verworpen. Overigens is de rechtbank ambtshalve bekend met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 september 2008 (zaaknummer 200708486/1) waarin onder meer wordt geoordeeld dat de staatssecretaris op basis van de geconstateerde bevindingen en de incidenten, alsmede de wijze waarop daarmee door Onur Air werd omgegaan, bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het vluchtverbod heeft kunnen komen. Uit deze uitspraak valt de toerekenbaarheid van de tekortkoming van Onur Air eens te meer af te leiden.

De schade

4.9. Uit het voorgaande volgt dat uitsluitend de schade als gevolg van het vliegverbod nog aan de orde kan zijn. [reisorganisatie] heeft in dit opzicht diverse schadeposten opgevoerd, zoals kosten voor personeel, busvervoer, alternatieve vluchten, waardeloos geworden media-investeringen, waardecheques en restituties aan klanten.

4.10. De rechtbank is van oordeel dat [reisorganisatie] de schade als gevolg van het vliegverbod onvoldoende heeft onderbouwd. [reisorganisatie] heeft weliswaar voor elke schadepost een gedetailleerd overzicht in het geding gebracht, maar deze overzichten zijn door haarzelf opgesteld en niet van onderliggende stukken voorzien. De onderbouwing door [reisorganisatie] is daarmee in het licht van de gemotiveerde betwisting door Onur Air ontoereikend. De schade kan daardoor niet worden vastgesteld. De vordering van [reisorganisatie] tot schadevergoeding stuit reeds hierop af. Het beroep van Onur Air op verrekening van de schade met haar openstaande facturen kan daarmee onbesproken blijven.

4.11. De rechtbank ziet geen aanleiding voor nadere bewijslevering aan de zijde van [reisorganisatie], nu zij ruimschoots in de gelegenheid is geweest haar schade nader met stukken te onderbouwen. De rechtbank heeft [reisorganisatie] in het kader van de comparitie van partijen bij brief van 16 mei 2008 uitdrukkelijk gevraagd om de desbetreffende stukken alsnog te overleggen (door [reisorganisatie] aangeduid als productie 19 bij conclusie van eis in reconventie), hetgeen niet is gebeurd. Ook bij conclusie van repliek in reconventie - een klein jaar na de comparitie van partijen - heeft [reisorganisatie] dit nagelaten. De rechtbank gaat voorbij aan het argument van [reisorganisatie] dat haar administratie zich sinds een activatransactie bij Benga B.V. bevindt en dat deze vennootschap in strijd met haar contractuele verplichtingen op dit punt weigert om deze administratie af te geven. Het had op de weg van [reisorganisatie] gelegen om alsnog en tijdig voor de comparitie en repliek - zonodig in rechte - afgifte te bewerkstelligen. Uit niets blijkt echter dat [reisorganisatie] zich in dat opzicht voldoende inspanningen heeft getroost.

Resumerend

4.12. Uit het voorgaande volgt dat de vordering tot veroordeling van Onur Air tot betaling van schadevergoeding moet worden afgewezen. Dit betekent ook dat [reisorganisatie] geen belang heeft bij de gevorderde verklaringen voor recht; een zodanig (ander) belang is in elk geval niet gesteld noch gebleken. Ook deze vorderingen worden daarom afgewezen.

4.13. [reisorganisatie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Onur Air tot op heden begroot op € 7.740,-- aan salaris advocaat (3 punten à € 2.580,-- volgens tarief VII).

4.14. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

5. De beslissing

De rechtbank:

in conventie

- verstaat dat het geding op grond van artikel 29 Faillissementswet (Fw) is geschorst;

in reconventie

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [reisorganisatie] in de kosten van het geding, tot dusver aan de zijde van Onur Air begroot op € 7.740,--;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2009.