Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3149

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
323069 - HA ZA 08-3565
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid bestuur VVE ; onverschuldigde betaling; stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 323069 / HA ZA 08-3565

Vonnis van 7 oktober 2009

in de zaak van

de vereniging VERENIGING VAN EIGENAREN [locatie A.] TE [plaats A.],

gevestigd te [plaats A.],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.J. Sturm,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid UNIVAS B.V.,

gevestigd te Leiderdorp, kantoorhoudende te Duiven,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J. Pieters.

Partijen zullen hierna VVE [locatie A.] en Univas genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 21 oktober 2008 met producties;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie;

- het tussenvonnis van 1 april 2009;

- het proces-verbaal van comparitie van 9 september 2009 met de daarin genoemde stukken.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Op 17 augustus 2006 is tussen de besloten vennootschap ERA Bouw B.V. - hierna: ERA Bouw - enerzijds en Univas anderzijds een overeenkomst gesloten met betrekking tot het nieuwbouwproject dat toen genaamd was "[nieuwbouwproject 1]" en dat thans [locatie A.] is. In die overeenkomst is onder meer opgenomen:

"Univas zal voor de (alle) Vereniging(en) van Eigenaars van het nieuwbouwproject [nieuwbouwproject 1] te [plaats A.] voor een periode die aanvangt op de dag van de eerste ledenvergadering en eindigt twee jaar na de algemene bouwkundige oplevering van het project, het beheer en de administratie verzorgen op basis van het hierna vermelde takenpakket en tegen de hierna vermelde voorwaarden.

Het eerste jaar wordt in opdracht van ERA Bouw B.V. gewerkt, met ingang van het tweede jaar in opdracht van de desbetreffende Vereniging(en) van Eigenaars.

Deze overeenkomst krijgt gestalte door benoeming in de onderhavige akten van splitsing door middel van een gezamenlijk te bepalen tekst. Deze benoemingstekst is zodanig dat de Vereniging(en) van Eigenaars zonder meer gebonden is (zijn) aan de benoeming van Univas zonder dat de beheersovereenkomst nog bekrachtiging van de Vereniging(en) van Eigenaars of van de Algemene Ledenvergadering(en) behoeft.

(...)."

In de op 22 december 2005 verleden splitsingsakte is onder meer opgenomen:

"MODELREGLEMENT

De comparant, handelend als gemeld, verklaarde dat vorenstaande splitsing in appartementsrechten is geschied onder de bepaling dat als reglement als bedoeld in artikel 112 lid 1 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek zal gelden voor zover daarvan in deze akte niet is afgeweken alle bepalingen welke zijn vervat in het door de Koninklijke Notariële Broederschap vastgestelde modelreglement bij splitsing in appartementsrechten (...).

A. WIJZIGINGEN EN AANVULLINGEN

Ten aanzien van het modelreglement wordt het navolgende nader geregeld, gewijzigd of aangevuld waarbij, als daarin artikelen worden vermeld zonder nadere aanduiding, de artikelen van dit modelreglement zijn bedoeld, te weten:

(...)

Artikel 41

Lid 4 wordt vervangen als volgt:

Het bestuur behoeft de machtiging van de vergadering voor het berusten in rechtsvorderingen en het aangaan van dadingen, alsmede voor het verrichten van rechtshandelingen en het geven van kwijtingen.

Het bestuur behoeft geen machtiging om in een geding verweer te voeren en voor het nemen van conservatoire maatregelen.

(...)."

De eerste ledenvergadering van VVE [locatie A.] heeft plaatsgevonden op 2 mei 2007.

In 2007 heeft Univas van de rekening van VVE [locatie A.] een bedrag van € 1.237,60 doen overboeken naar haar eigen rekening. Zowel op 14 januari 2008 als op 3 juli 2008 heeft Univas een bedrag van € 8.032,50 van de rekening van VVE [locatie A.] doen overboeken naar haar eigen rekening.

In een per e-mail verzonden brief van de voorzitter van VVE [locatie A.] aan Univas van 4 april 2008 is onder meer opgenomen:

"Het zal u duidelijk zijn dat wij over de relatie met Univas willen praten met u. Insteek van ons is om de relatie met Univas te willen continueren, maar dan moet het wel beter."

In een e-mail van 29 mei 2008 schreef de penningmeester van VVE [locatie A.], [penningmeester], aan Univas onder meer:

"(...) Het vertrouwen van het bestuur in Univas is daarmee tot nihil gedaald. Het bestuur vindt het voor de VvE om diverse redenen niet meer verantwoord om de relatie met Univas te continueren. Het bestuur heeft dan ook hedenmiddag besloten om de relatie met Univas te beëindigen. Wij willen op korte termijn met u om de tafel om de gevolgen van de beëindiging van de relatie met Univas en de daarbij behorende overdracht te bespreken, opdat een en ander op een voor beide partijen zo soepel mogelijke wijze geschiedt. Dit mede om de schade voor VvE [locatie A.] tot een minimum te beperken. Wij gaan ervan uit dat u aan dit streven ook zult meewerken.

Wij stellen u voor a.s. maandagmorgen om 10 uur een en ander te bespreken op mijn woonadres te [plaats A.]. Ik hoor graag per omgaand van u."

De directeur van Univas, [directeur], antwoordde op 30 mei 2008 als volgt:

"Wij zullen e.e.a. via email en telefoon afwikkelen."

Op 2 juni 2008 schreef [penningmeester] aan Univas onder meer:

"In de tweede helft van de middag vertrek ik weer via Schiphol naar Frankrijk. Gezien de urgentie van een en ander zou ik toch graag op korte termijn (telefonisch) contact met u willen hebben. (...) Ik hoop spoedig iets van u te vernemen."

[directeur] reageerde op 9 juni 2008 als volgt:

"Afwikkeling geschiedt via [medewerker B.]."

[penningmeester] heeft vervolgens op 19 juni 2008 aan mevrouw [medewerker B.], verbonden aan Univas, onder meer geschreven:

"Ruim een week geleden heb ik telefonisch contact met u gehad over de afwikkeling van de relatie Univas-VvE [locatie A.].

Het bestuur van de VvE [locatie A.] heeft hedenmorgen besloten dat de taken van Univas ingaande 1 juli 2008 worden overgenomen door Markant Accountants en Bedrijfsadviseurs te Lisse. (...)

Het tijdstip van 1 juli 2008 is gekozen om u voldoende tijd te geven die werkzaamheden uit te voeren, opdat het dossier volledig bij kan zijn tot en met 30 juni 2008. Wij vertrouwen erop dat de overdracht op een voor alle partijen bevredigende wijze zal plaatsvinden en Markant met een 'schoon' dossier kan beginnen.

Wij zullen zelf de Rabobank Bollenstreek verzoeken de volmachten voor het betalingsverkeer te veranderen."

Bij brief van 5 september 2008 heeft de advocaat van VVE [locatie A.] Univas aangeschreven tot betaling van € 20.139,99. Univas is niet tot betaling overgegaan. VVE [locatie A.] heeft ter verzekering van haar vordering op 7 oktober 2008 conservatoir beslag doen leggen onder de Coöperatieve Rabobank Rijnstreek U.A.

In een brief van 22 juli 2009 van Markant accountants en bedrijfsadviseurs aan het bestuur van VVE [locatie A.] is onder meer opgenomen:

"Op uw verzoek delen wij u hierbij mede dat de totale kosten van de door ons in verband met de kwestie Univas voor u verrichtte werkzaamheden volgens de eerder opgegeven specificaties circa € 6.600,00 bedragen. Wij zijn van mening dat deze opgaaf een redelijke inschatting is van de werkelijke extra kosten.

Ten aanzien van de rentederving het volgende. De schade-uitkeringen hebben meer dan een jaar op zich laten wachten. Een gedeelte van de servicekosten van de jaren 2007 werd door nalatigheid van Univas te laat geïncasseerd. Over deze posten dient een rente van 4,5 procent per jaar te worden berekend.

(...)."

De vordering in conventie

VVE [locatie A.] vordert na wijziging van eis waartegen Univas zich niet heeft verzet dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Univas veroordeelt tot betaling van € 26.691,97, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag en onder veroordeling van Univas in de kosten van het geding.

Aan die vordering legt zij ten grondslag dat Univas de bedragen van € 1.237,60 en (tweemaal) € 8.032,50 zonder rechtsgrond van de rekening van VVE [locatie A.] heeft doen afschrijven en op haar eigen rekening heeft doen bijschrijven. Voorts vordert zij vergoeding van de (rente)schade die zij heeft geleden door de door Univas gemaakte fouten en de kosten die zij heeft moeten maken om die schade vast te stellen.

Univas voert gemotiveerd verweer. Op stellingen en weren van partijen wordt hierna - waar nodig - nader ingegaan.

De vordering in reconventie

Univas vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat VVE [locatie A.] tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis nu zij niet de minimale contractsduur van twee jaar in acht heeft genomen tot 1 februari 2009 ten gevolge waarvan VVE [locatie A.] gehouden is de door Univas geleden schade te vergoeden, primair minimaal begroot op € 16.065,-, althans te begroten op een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren. Voorts vordert zij dat VVE [locatie A.] wordt veroordeeld tot betaling van € 480,- en € 1.200,-, dat het conservatoir beslag wordt opgeheven en dat VVE [locatie A.] wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat, die Univas ten gevolge van het conservatoir beslag heeft geleden, een en ander onder veroordeling van Univas in de kosten van het geding.

Aan haar vordering legt zij - samengevat weergegeven - ten grondslag dat VVE [locatie A.] ten onrechte de samenwerking met Univas heeft beëindigd en de schade die van die beëindiging het gevolg is moet dragen. Die schade begroot Univas op de vergoeding voor haar werkzaamheden waarop zij gedurende de looptijd van de overeenkomst aanspraak zou hebben kunnen maken.

VVE [locatie A.] voert gemotiveerd verweer. Op stellingen en weren van partijen wordt hierna - waar nodig - nader ingegaan.

De beoordeling

in conventie

Ontvankelijkheid VVE [locatie A.]

Het meest verstrekkende verweer van Univas is dat VVE [locatie A.] niet-ontvankelijk is in haar vordering omdat deze procedure door het bestuur van VVE [locatie A.] is begonnen zonder machtiging van de ledenvergadering. De rechtbank verwerpt dit verweer op de volgende gronden.

In de splitsingsakte van VVE [locatie A.] is nadrukkelijk een afwijking van artikel 41 lid 4 van het overigens van toepassing verklaarde Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten (1992) opgenomen. Artikel 41 lid 4 van het Modelreglement luidt:

"het bestuur behoeft de machtiging van de vergadering voor het instellen van en berusten in rechtsvorderingen en het aangaan van dadingen, alsmede voor het verrichten van rechtshandelingen en het geven van kwijtingen een belang van een nader door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande.

Het bestuur behoeft geen machtiging om in een geding verweer te voeren en voor het nemen van conservatoire maatregelen."

Vastgesteld moet worden dat in de splitsingsakte ten opzichte van het Modelreglement de woorden "voor het instellen van" zijn weggelaten. Univas heeft terecht betoogd dat daarmee nog niet een bevoegdheid van het bestuur is gecreëerd. Immers, met betrekking tot de wijze waarop in de splitsingsakte en in de wet de bevoegdheden van de verschillende organen van de vereniging zijn geregeld, geldt het volgende. Op grond van art. 5:125, eerste lid, BW komen aan de vergadering van eigenaars alle bevoegdheden toe die niet door wet of statuten aan andere organen zijn opgedragen. De taak van het bestuur, zo volgt uit art. 5:131, derde lid, BW, alsook uit art. 41 lid 3 van het Modelreglement dat op dit onderdeel ongewijzigd van toepassing is, beperkt zich tot het beheer van de middelen van de vereniging en de tenuitvoerlegging van besluiten van de vergadering. Gelet op deze taak- en bevoegdheidsverdeling moet de vergadering van eigenaars als het hoogste orgaan binnen de vereniging worden aangemerkt.

Bij de uitleg van de splitsingakte en dus bij beantwoording van de vraag of daarin bevoegdheden van de ledenvergadering aan het bestuur zijn overgedragen komt het evenwel ook aan op de in die akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling. Die partijbedoeling moet, met toepassing van redelijkheid en billijkheid in de omstandigheden van het concrete geval, naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de omschrijving van de betreffende bepaling, gelezen in de context van de gehele akte, en de wijze waarop de bevoegdheden binnen de vereniging zijn geregeld. Juist nu met betrekking tot het instellen van een rechtsvordering op dit punt zo nadrukkelijk van het Modelreglement is afgeweken moet worden aangenomen dat de partijbedoeling is geweest de bevoegdheid tot het instellen van een rechtsvordering aan het bestuur op te dragen. Univas kan worden toegegeven dat die bedoeling ongelukkig is geformuleerd, maar enige andere reden voor deze bewuste afwijking van het Modelreglement is niet te geven en door Univas overigens ook niet aangedragen.

Het bovenstaande brengt mee dat het betoog van Univas op dit punt wordt verworpen.

Inhoudelijke beoordeling

VVE [locatie A.] heeft aan haar vordering strekkende tot terugbetaling van de bedragen van € 1.237,60 en (tweemaal) € 8.032,50 ten grondslag gelegd dat zij die bedragen onverschuldigd heeft betaald. Bij beoordeling van dat betoog neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat in de overeenkomst tussen ERA Bouw en Univas is opgenomen dat Univas haar werkzaamheden het "eerste jaar" in opdracht van ERA Bouw verricht. Dat eerste jaar neemt blijkens de overeenkomst een aanvang op het moment van de eerste ledenvergadering. Ter comparitie is komen vast te staan dat die eerste ledenvergadering op 2 mei 2007 heeft plaatsgevonden. In de overeenkomst als zodanig kan dan ook niet een grondslag worden gevonden voor vergoeding door VVE [locatie A.] van de op die overeenkomst gebaseerde werkzaamheden in de periode tot 2 mei 2008. Het feit dat de werkzaamheden van Univas ook gedurende de periode tot 2 mei 2008 ten behoeve van VVE [locatie A.] werden verricht maakt dat niet anders, nu dat een vanzelfsprekend uitvloeisel van de overeenkomst is en desondanks in de overeenkomst is bepaald dat Univas in het "eerste jaar" in opdracht van ERA Bouw werkt.

Voor de betaling van € 1.237,60 in 2007 heeft Univas - overigens eerst ter comparitie en daarmee niet of nauwelijks onderbouwd - slechts de overeenkomst met ERA Bouw als grondslag aangevoerd. Zoals hierboven is besproken kon die overeenkomst tot 2 mei 2008 niet als zodanig dienen, zodat moet worden geconcludeerd dat dit bedrag door VVE [locatie A.] onverschuldigd is betaald. Het beroep dat Univas op artikel 6:89 BW heeft gedaan faalt nu het hier niet ging om een gebrekkige prestatie waarover VVE [locatie A.] diende te klagen, maar om een onverschuldigde betaling.

De eerste betaling van € 8.032,50, die op 14 januari 2008 is gedaan, is volgens Univas de (vaste) vergoeding voor haar werkzaamheden in het eerste half jaar van 2008, bij vooruitbetaling voldaan. Zoals hierboven overwogen is er geen grondslag voor betaling van de werkzaamheden van Univas door VVE [locatie A.] tot 2 mei 2008. Eerst vanaf dat moment heeft VVE [locatie A.] - zoals zij ook niet heeft weersproken - als opdrachtgever te gelden. Voor zover deze betaling zag op vergoeding van de werkzaamheden tot dat moment is zij dus ook onverschuldigd voldaan. Slechts de werkzaamheden in mei en juni 2008 komen voor rekening van VVE [locatie A.]. De rechtbank zal de hoogte daarvan bepalen op een derde deel van € 8.032,50 nu tussen partijen niet in geschil is dat dit bedrag het bedrag is dat normaliter voor werkzaamheden van een half jaar zou worden voldaan. Daarmee staat vast dat Univas aanspraak kan maken op € 2.677,50 en dat € 5.355,- onverschuldigd is betaald. VVE [locatie A.] heeft in dit verband nog aangevoerd dat Univas tekort is geschoten in haar verplichtingen, maar dit gestelde tekortschieten kan, nu ontbinding van de overeenkomst is uitgebleven, in elk geval niet tot de conclusie leiden dat VVE [locatie A.] de contractuele vergoeding niet verschuldigd was. Over de door VVE [locatie A.] geleden schade door het gestelde tekortschieten van Univas zal hieronder afzonderlijk worden geoordeeld.

De tweede betaling van € 8.032,50 heeft op 3 juli 2008 plaatsgevonden. Univas heeft aangevoerd dat deze betaling zag op haar werkzaamheden in de tweede helft van 2008, terwijl VVE [locatie A.] zich op het standpunt heeft gesteld dat de samenwerking met ingang van 1 juli 2008 is beëindigd.

Uit de overeenkomst die Univas met ERA Bouw heeft gesloten en waaraan VVE [locatie A.], zoals zij terecht niet betwist, is gebonden, volgt dat de overeenkomst is aangegaan voor een (eerste) periode die eindigt twee jaar "na de algemene bouwkundige oplevering van het project." Dat die periode op 1 juli 2008 was verstreken is gesteld noch gebleken. VVE [locatie A.] beroept zich evenwel terecht op de e-mails van Univas van 30 mei 2008 en 9 juni 2008, waaraan geen andere conclusie kan worden verbonden dan dat Univas met beëindiging van de samenwerking, zoals door VVE [locatie A.] op 29 mei 2008 aangekondigd, heeft ingestemd. Haar betoog ter comparitie dat zij weliswaar met de feitelijke beëindiging van de samenwerking heeft ingestemd, maar dat zij daarbij geen afstand heeft gedaan van haar contractuele aanspraken ziet eraan voorbij dat in de bewuste e-mails geen enkel voorbehoud op dat punt is gemaakt, zodat VVE [locatie A.] ervan mocht uitgaan dat Univas met voortijdige beëindiging instemde. Er is in die situatie geen grondslag voor verdere betaling van het honorarium van Univas, zodat moet worden geconcludeerd dat ook de tweede betaling van € 8.032,50 onverschuldigd is gedaan. De vraag of Univas tekort is geschoten in haar verplichtingen, zodat VVE [locatie A.] de overeenkomst tussentijds kon beëindigen, kan dan op dit punt verder onbesproken blijven.

VVE [locatie A.] vordert voorts betaling van een bedrag van € 6.617,65 wegens "extra werkzaamheden" die het accountantskantoor Markant als opvolger van Univas heeft moeten maken. In de akte ten behoeve van de comparitie heeft VVE [locatie A.] die werkzaamheden als volgt gecategoriseerd:

* het opnieuw opzetten en boeken van de financiële administratie;

* het oplossen van oude verzekeringszaken;

* het achterhalen van gegevens met betrekking tot (onderhouds)contracten die nimmer door Univas aan [vereniging van eigenaren Locatie A.] dan wel Markant zijn verstrekt, waaronder de keuringscertificaten van een lift.

Met Univas is de rechtbank van oordeel dat de aldus gecategoriseerde werkzaamheden geen werkzaamheden tot het vaststellen van de schade zijn, maar werkzaamheden tot herstel van de beweerdelijk door Univas gemaakte fouten. Partijen hebben gediscussieerd over de vraag of Univas in gebreke is gesteld. Aan die vraag gaat vooraf de vraag of sprake is van een tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen. Univas heeft het betoog dienaangaande van VVE [locatie A.] gemotiveerd betwist. VVE [locatie A.] heeft haar betoog onderbouwd met een (blote) opsomming van niet uitgevoerde taken (de lijst met kruisjes die als productie 3 bij dagvaarding is overgelegd) en een opsomming van de werkzaamheden van de nieuwe accountant (productie 15 ten behoeve van de comparitie). Tegenover de gemotiveerde betwisting van Univas acht de rechtbank dat niet voldoende. De opsomming van niet uitgevoerde taken ontbeert immers een deugdelijke onderbouwing, terwijl uit het feit dat de nieuwe accountant bepaalde werkzaamheden heeft verricht niet kan worden afgeleid dat Univas in haar werkzaamheden tekort is geschoten. Dit brengt mee dat moet worden geconcludeerd dat VVE [locatie A.] aan dit deel van haar vordering onvoldoende feiten ten grondslag heeft gelegd, zodat die vordering moet worden afgewezen en dat aan nadere bewijslevering niet worden toegekomen. Dat geldt - opnieuw tegenover het gemotiveerde verweer van Univas - ook ten aanzien van de gestelde renteschade, zodat ook dat deel van de vordering moet worden afgewezen.

VVE [locatie A.] heeft tot slot buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Univas heeft betwist dat VVE [locatie A.] op dergelijke kosten aanspraak kan maken. Bij beoordeling van dit deel van de vordering neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten slechts aanleiding bestaat indien het gaat om kosten verband houdende met werkzaamheden die meer hebben omvat dan het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier en het verzenden van een - eventueel herhaalde - aanmaningsbrief. Dat de gevorderde kosten met andere dan dergelijke werkzaamheden verband houden is gesteld noch gebleken, zodat dit deel van de vordering moet worden afgewezen.

In conventie betekent dit - resumerend - dat Univas zal worden veroordeeld tot betaling van € (1.237,60 + 5.355,- + 8.032,50 =) 14.625,10. Als gevorderd zal de wettelijke rente over dit bedrag worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

In reconventie

In reconventie stelt de rechtbank in de eerste plaats vast dat Univas ter comparitie heeft aangegeven de vordering tot betaling van € 480,- en € 1.200,- niet te handhaven, zodat die vordering verder onbesproken wordt gelaten.

De gevorderde verklaring voor recht neemt tot uitgangspunt dat VVE [locatie A.] de overeenkomst tussen partijen voortijdig heeft beëindigd. Dat uitgangspunt is, gelet op hetgeen in conventie in dit verband is overwogen, niet juist zodat de vordering moet worden afgewezen. De daaraan gekoppelde vordering tot vergoeding van door Univas geleden schade moet dit lot delen.

In reconventie dient nog een beslissing te volgen op de vordering tot opheffing van het beslag. Die vordering kent geen onderbouwing en moet reeds daarom worden afgewezen, terwijl gelet op hetgeen hierboven is overwogen ook niet kan worden geoordeeld dat het beslag ten onrechte is gelegd. Voor veroordeling van VVE [locatie A.] in de schade die Univas door het beslag heeft geleden en verwijzing naar de schadestaatprocedure is dan ook geen ruimte, afgezien nog van het feit dat Univas de mogelijkheid van de schade niet aannemelijk heeft gemaakt.

Het bovenstaande betekent dat de vorderingen in reconventie volledig moeten worden afgewezen.

In conventie en in reconventie

Nu partijen in conventie over en weer in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten in conventie worden gecompenseerd. In reconventie is Univas volledig in het ongelijk gesteld, zodat zij in de kosten van het geding in reconventie zal worden veroordeeld. Die kosten worden evenwel gelet op de nauwe verwevenheid van die vordering met de vordering in conventie begroot op nihil.

De beslissing

De rechtbank

in conventie:

- veroordeelt Univas tot betaling van € 14.625,10 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Univas in de kosten van het geding aan de zijde van VVE [locatie A.] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. van der Helm en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2009.