Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2958

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-10-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
09-920519-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Samen met andere grote hoeveelheid zwaar knalvuurwerk ingevoerd vanuit Duitsland en in Nederland verkocht aan particulieren waaronder minderjarigen.

Taakstraf 180 uren subsidiair 90 dagen vervangende jeugddetentie en 4 maanden jeugddetentie voorwaardelijk,

proeftijd 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/920519-08

Datum uitspraak: 26 oktober 2009

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],

adres: [straat, huisnummer, postcode en woonplaats].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 12 oktober 2009.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.P. de Klerk, advocaat te 's-Gravenhage, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. A.M.A. Keulen heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het

hem bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1, 2 (met uitzondering van de 4 mortierpijpen) en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de tijd van 180 uren, subsidiair 90 dagen jeugddetentie, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, alsook tot jeugddetentie voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een geldboete van € 800,-, subsidiair 40 dagen jeugddetentie.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 genummerde voorwerp, te weten Geld Nederlands ad € 260,90, zal worden verbeurdverklaard.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot 3 december 2008, te

Bodegraven in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen opzettelijk, meermalen, althans eenmaal

een grote hoeveelheid consumentenvuurwerk, te weten

- ongeveer 300 Explods en/of

- ongeveer 150 Explods en/of

- ongeveer 425 Cobra's 33 en/of

- ongeveer 200 Cobra's 33

althans (telkens) een (grote) hoeveelheid Explods en/of (telkens) een (grote) hoeveelheid Cobra's 33

binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of

aan een ander, te weten een of meer personen uit Bodegraven en/of uit Tilburg

en/of uit Gouda en/of uit Woerden en/of uit Zwolle, ter beschikking heeft

gesteld,

ten aanzien waarvan (telkens) niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit

gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel

9.2.2.1 van de Wet milieubeheer gestelde regels, immers

- was/waren genoemde stuk(s) Explod en/of stuk(s) Cobra 33 (telkens) niet

voorzien van de aanduiding "Geschikt voor particulier gebruik", en/of

- was/waren genoemde stuk(s) Explod en/of stuk(s) Cobra 33(telkens) niet

voorzien van een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of

waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade

bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan, en/of

- was/waren genoemde stuk(s) Explod en/of stuk(s) Cobra 33 (telkens) in strijd

met het bepaalde in Bijlage III van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004

voorzien van een lading (voor knaleffect) welke niet uitsluitend bestond uit zwart

buskruit

(artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer jo. artikel 1.2.2 lid 1 onder a van het

Vuurwerkbesluit)

art 1.2.2 lid 1 ahf/ond a Vuurwerkbesluit

art 2.1.3 lid 1 Vuurwerkbesluit

2.

hij op of omstreeks 03 december 2008, te Bodegraven, in elk geval in het

arrondissement 's-Gravenhage, (in een auto) tezamen en in vereniging met een

ander, althans alleen, opzettelijk consumentenvuurwerk, te weten

- een of meer stuks Flowerbed (UN 0335 Fireworks) (of 120 Color Crackle), althans een Flowerbed, met een gewicht van ongeveer 21 kilo en/of

- een of meer stuks Flowerbed (Batterie 12OS) (of Color Peony with, merk WECO), althans een Flowerbed, met een gewicht van ongeveer 10 kilo en/of

- 4 mortierpijpen,

voorhanden heeft gehad, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het

Vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit

krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer gestelde regels, immers was

voornoemd vuurwerk niet voorzien van:

- was/waren genoemde Flowerbed(s) (telkens) niet voorzien van de aanduiding

"Geschikt voor particulier gebruik",

- was/waren genoemde Flowerbed(s) (telkens) niet voorzien van een

gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het

dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en/of

omstanders kon ontstaan, en/of

- was/waren genoemde Flowerbed(s) (telkens) in strijd met het bepaalde in

Bijlage III behorende bij de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 voorzien

van een lading met een groter gezamenlijk gewicht dan ingevolge die Bijlage

is/was toegestaan, en/of

- bedroeg het brutogewicht van genoemde Flowerbed(s) (telkens) in strijd met

het bepaalde in artikel 6 lid 5 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004

meer dan 10 kilogram, en/of

- was/waren genoemde Flowerbeds (telkens) in strijd met het bepaalde in artikel 5 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004, voorzien van twee lonten en/of

- was/waren genoemde mortierpijpen in strijd met het bepaalde in artikel 8 van

de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 (onderdeel van) consumentenvuurwerk

dat herlaadbaar is;

(artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer jo. artikel 1.2.2 lid 1 onder a van het

Vuurwerkbesluit)

art 1.2.2 lid 1 ahf/ond a Vuurwerkbesluit

art 2.1.3 lid 1 Vuurwerkbesluit

3.

hij op of omstreeks 03 december 2008, te Bodegraven [in een woning]

opzettelijk, consumentenvuurwerk, te weten een of meer Flowerbeds

(Colorful Peony, merk WECO en/of 120 Color Crackle)

(van ongeveer 10 kilo en van ongeveer 21 kilo), voorhanden heeft gehad,

ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde

eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 9.2.2.1 van

de Wet milieubeheer gestelde regels, immers was voornoemd vuurwerk niet

voorzien van:

- waren genoemde Flowerbed(s) (telkens) niet voorzien van de aanduiding

"Geschikt voor particulier gebruik",

- waren genoemde Flowerbed(s) (telkens) niet voorzien van een

gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het

dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en/of

omstanders kon ontstaan, en/of

- waren genoemde Flowerbed(s) (telkens) in strijd met het bepaalde in Bijlage

III behorende bij de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 voorzien van een

lading met een groter gezamenlijk gewicht dan ingevolge die Bijlage is/was

toegestaan, en/of

- bedroeg het brutogewicht van genoemde Flowerbed(s) (telkens) in strijd met

het bepaalde in artikel 6 lid 5 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004

meer dan 10 kilogram

- was/waren genoemde Flowerbeds (telkens) in strijd met het bepaalde in artikel 5 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004, voorzien van twee lonten

art 1.2.2 lid 1 ahf/ond a Vuurwerkbesluit

art 2.1.3 lid 1 Vuurwerkbesluit

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de inhoud van de vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2008 tot 3 december 2008, te Bodegraven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, meermalen,

een grote hoeveelheid consumentenvuurwerk, te weten

(telkens) een (grote) hoeveelheid Explods en/of (telkens) een (grote) hoeveelheid

Cobra's 33

binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en

aan een ander, te weten een of meer personen uit Bodegraven en uit Tilburg

en uit Gouda en uit Woerden en uit Zwolle, ter beschikking heeft gesteld,

ten aanzien waarvan (telkens) niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit

gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer gestelde regels, immers

- waren genoemde stuks Cobra 33 (telkens) niet voorzien van een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan, en

- waren genoemde stuks Explod en stuks Cobra 33 (telkens) in strijd met het bepaalde in Bijlage III van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 voorzien van een lading

(voor knaleffect) welke niet uitsluitend bestond uit zwart buskruit;

2.

hij op 3 december 2008, te Bodegraven, in een auto tezamen en in vereniging met een

ander, opzettelijk consumentenvuurwerk, te weten

- een Flowerbed (120 Color Crackle) met een gewicht van 18,25 kilo en

- een Flowerbed (Color Peony With, merk WECO) met een gewicht van 10,2 kilo voorhanden heeft gehad, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het

Vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer gestelde regels, immers

- waren genoemde Flowerbeds telkens niet voorzien van een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan, en

- bedroeg het brutogewicht van genoemde Flowerbeds (telkens) in strijd met het bepaalde in artikel 6 lid 5 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 meer dan 10 kilogram, en

- waren genoemde Flowerbeds (telkens) in strijd met het bepaalde in artikel 5 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004, voorzien van twee lonten;

3.

hij op 03 december 2008, te Bodegraven in [een woning] opzettelijk, consumentenvuurwerk, te weten Flowerbeds (van 10,96 kilo en van 18,36 kilo), voorhanden heeft gehad,

ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde

eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 9.2.2.1 van

de Wet milieubeheer gestelde regels, immers

- waren genoemde Flowerbeds (telkens) niet voorzien van een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen

geen letsel of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan, en

- bedroeg het brutogewicht van genoemde Flowerbeds (telkens) in strijd met

het bepaalde in artikel 6 lid 5 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004

meer dan 10 kilogram, en

- waren genoemde Flowerbeds (telkens) in strijd met het bepaalde in artikel 5 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004, voorzien van twee lonten.

Bewijsoverweging.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit het volgende. De rechtbank acht, mede gelet op de verklaring van verdachte bij de politie, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aantal Explods en Cobra's 33 dat vermeld staat in de tenlastelegging binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. De rechtbank heeft echter niet kunnen vaststellen dat verdachte de genoemde aantallen Explods en Cobra's 33 aan anderen ter beschikking heeft gesteld, nu verdachte naar eigen zeggen een deel van dat vuurwerk zelf heeft afgestoken. Derhalve spreekt de rechtbank verdachte vrij van de genoemde aantallen Explods en Cobra's 33.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het voorschrift dat consumentenvuurwerk moet zijn voorzien van de aanduiding "Geschikt voor particulier gebruik", zoals voorgeschreven in artikel 4 van het Vuurwerkbesluit (thans artikel 2.1.3 lid 1, aanhef en onder a), geacht wordt niet te gelden ten aanzien van professioneel vuurwerk, dat door particulier handelen alsnog een particuliere bestemming krijgt (HR 8 februari 2005, LJN: AR3214).

In de onderhavige zaak krijgt het vuurwerk doordat verdachte - zijnde een particulier - het vuurwerk heeft ingevoerd, voorhanden heeft gehad en ter beschikking heeft gesteld aan particulieren op grond van het bepaalde in artikel 1.1.2 van het Vuurwerkbesluit, een particuliere bestemming. Ingevolge het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad kan

aan dit vuurwerk niet de eis worden gesteld dat het voorzien is van de aanduiding

"Geschikt voor particulier gebruik".

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onderdeel van de tenlastelegging dat het vuurwerk niet was voorzien van de aanduiding "Geschikt voor particulier gebruik". De rechtbank acht ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten dit onderdeel van de tenlastelegging niet bewezen.

Op grond van de overige stukken in het dossier, in het bijzonder de processen-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, kan voorts telkens worden vastgesteld dat de Explods, de Cobra's 33 en de Flowerbeds niet voldeden aan de voorschriften die gelden voor consumentenvuurwerk, zoals vermeld in het Vuurwerkbesluit, en nader uitgewerkt in voornoemde bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgrond aannemelijk is geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen meerdere malen een grote hoeveelheid vuurwerk ingevoerd vanuit Duitsland. Dat vuurwerk voldeed niet aan de Nederlandse vuurwerkvoorschriften. Het gaat om zwaar knalvuurwerk, dat massa-explosief is. Dit houdt in dat als, om welke reden dan ook, een stuk ontploft, de andere stukken die daarbij in de buurt zijn, tegelijkertijd mee ontploffen, waardoor een massale explosie ontstaat. Verdachte heeft dit vuurwerk aan particulieren, waaronder een aantal minderjarigen verkocht. Daarmee zijn deze jongeren aan grote risico's blootgesteld. Ook heeft hij het vuurwerk opgeslagen achter een schot in zijn slaapkamer en in een schuur van zijn werkgever. Verdachte heeft hierdoor een onaanvaardbaar risico in het leven geroepen voor de veiligheid van anderen. Dat er - voorzover bekend - geen ongelukken zijn gebeurd, is een gelukkige omstandigheid, die niet aan verdachte te danken is. Het gevaar van zijn handelen lijkt ook na zijn aanhouding niet tot verdachte te zijn doorgedrongen. Immers, verdachte heeft desgevraagd niet alle namen van zijn afnemers aan de politie willen doorgeven, zodat de politie een persbericht met een waarschuwing voor het in omloop zijn van zeer gevaarlijk vuurwerk heeft uit laten gaan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 5 december 2008. Blijkens dit rapport zijn er op de drie leefgebieden, thuis, school/werk en vrijetijdsbesteding geen problemen bij verdachte. De Raad acht het opmerkelijk dat verdachte verbaasd is over het feit dat hij vervolgd kan worden voor handel in vuurwerk.

De rechtbank acht het zeer zorgelijk dat verdachte, ondanks de gevaren van illegaal vuurwerk, zich toch bezig heeft gehouden met de handel ervan. De verdachte heeft met het oog op eigen financieel gewin, onverantwoorde risico's genomen. Gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten ligt het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf voor de hand. Nu verdachte ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten minderjarig was en nog niet eerder is veroordeeld, ziet de rechtbank aanleiding verdachte een forse werkstraf op te leggen met daarnaast een flinke voorwaardelijke straf teneinde verdachte in de toekomst van strafbare gedragingen te weerhouden. Hoewel de rechtbank aannemelijk acht dat verdachte met de handel in vuurwerk winst heeft gemaakt, ziet zij geen reden verdachte een geldboete op te leggen, zoals door de officier van justitie is gevorderd. De hiervoor genoemde straffen acht de rechtbank een afdoende sanctionering naar aanleiding van de door verdachte gepleegde strafbare feiten.

Het inbeslaggenomen voorwerp.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank het bedrag ad € 260,90, vermeld op de lijst van inbeslaggenomen goederen met parketnummer 09/920519-08 onder nummer 1, verbeurd zal verklaren.

Nu verdachte op 9 december 2008 tijdens een verhoor bij de politie afstand heeft gedaan van dit geld, is een beslissing van de rechtbank hierover niet nodig.

Toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 77gg van het Wetboek van Strafrecht;

- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer;

- 1.2.2 en 2.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

- Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hierboven omschreven, heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

1 en 2:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJKE OVERTREDING VAN EEN VOORSCHRIFT, GESTELD KRACHTENS ARTIKEL 9.2.2.1 VAN DE

WET MILIEUBEHEER, MEERMALEN GEPLEEGD

3:

OPZETTELIJKE OVERTREDING VAN EEN VOORSCHRIFT, GESTELD KRACHTENS ARTIKEL 9.2.2.1 VAN DE WET MILIEUBEHEER

verklaart het bewezene en verdachte te dier zake strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de tijd van 180 UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de tijd van 90 DAGEN;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

en tot:

jeugddetentie voor de duur van 4 MAANDEN;

bepaalt dat deze straf, groot 4 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Soffers, kinderrechter, voorzitter,

mr. M.I. Veldt-Foglia, kinderrechter,

en mr. B. Bastein, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 oktober 2009.